Column

'De dominee op IJburg vindt het prima als de jongeman een jointje opsteekt'

Dankzij IJburg-dominee Rob Visser in de documentaire God op IJtje, weet columnist Martijn Simons eindelijk hoe die huizen er vanbinnen uitzien. 'De banken op IJburg zijn laag, breed, grof gestoffeerd en vooral superaanwezig.'

Rob Visser is dominee op IJburg. IJtje, zoals de wijk genoemd wordt in de documentaire 'God op IJtje' (IKON).

Zijn missie: bij elke bewoner langsgaan om de sfeer te proeven, te kijken wat er leeft in de buurt. Hij belt overal aan en vraagt of hij naar binnen mag voor een gesprekje. Hij oordeelt niet. Visser, type Geert Mak, vindt het prima als de jongeman met wie hij praat een jointje opsteekt. Hij luistert wel.

Een innemende man, die, om niet als een Jehova's Getuige over te komen, direct zegt dat hij niet komt om mensen te bekeren. De gesprekjes die hij voert gaan wel over God, zo nu en dan, en over geloven, maar nergens hoor je Visser preken. Het kabbelt rustig verder, van ontmoeting naar ontmoeting.

En ik dacht aan de wandelingen die ik dit voorjaar maakte over IJburg, de lange lanen en de wind door de straten, en dat ik me afvroeg hoe al die huizen er vanbinnen uitzagen. Dankzij dominee Visser weten we dat nu. Niet ieder huis ziet er hetzelfde uit, maar wie oplet, ziet de overeenkomsten. Ik heb ze op een rijtje gezet:

1. Banken. Tuurlijk, iedereen heeft wel een bank thuis, maar de banken op IJburg zijn laag, breed, grof gestoffeerd en vooral superaanwezig. Het is niet ongebruikelijk dat de IJburgse huiskamer voor minstens de helft gevuld wordt door een of meerdere banken. Ook weet je nooit precies hoeveel banken het zijn, want de losse delen kunnen speels in telkens weer andere opstellingen worden neergezet. Je hoort het de bewoners al zeggen: Hm, lekker ontspannen, de boel de boel, en zo voorts.

2. De strakke vloer. Of het nou megastrak gelakt hout is, of gegoten kunststof of hoe je het noemt, het ziet er overal uit alsof je je huiskamer door een plastificeermachine haalt. Alsof je erop kan schaatsen. Oppassen met de kinderen dus.

3. Grote lampen. Het IJburgse interieur wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van minstens een grote lamp, meestal vervaardigd van een robuust ijzer en een speelse, stoffen kap. Soms naast de bank opgesteld, soms als een boog over de bank heen. En natuurlijk voorzien van een dimmer, want de mensen op IJburg hebben de sfeer in huis graag zelf in de hand.

4. Kale, witte muren. De muren moeten vooral niet te veel afleiden. Een enkel groot kunstwerk, iets abstracts bijvoorbeeld, is genoeg. Hang gewoon op boven de bank, dan zie je het niet als je erop zit.

Iedereen leek tevreden in zijn interieur, iedereen sprak met ontzag over het onkenbare. En dominee Visser luisterde. Net als ik.

Als ik de gesprekken goed heb gevolgd, wat nog moeilijk was omdat ik dus steeds werd afgeleid door die interieurs, is er maar een conclusie mogelijk: God is een interieur.

Martijn Simons is schrijver en columnist voor Volkskrant.nl.
Twitter: @MartijnSimons

null Beeld null
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden