De dominee helpt de koopman

Ontwikkelingshulp moet hand in hand gaan met ondernemen, vindt minister Ploumen. Een website moet de organisaties met en zonder winstoogmerk succesvol laten samenwerken.

De plaatselijke burgemeester wilde 10 duizend euro in zijn eigen zak voor een vergunning. Dat ging ik niet betalen.' Uit de woorden van ondernemer Wim Simonse (39), projectmanager van de notenverwerkingsfabriek Anatrans in Burkina Faso, blijkt al snel dat zakendoen in het West-Afrikaanse land niet gaat zoals we dat hier gewend zijn. Simonse: 'We geven hem zo nu en dan een zakje noten als presentje. Dat houdt hem rustig.'

Ondernemen in ontwikkelingslanden is wat anders dan in Nederland, kan Peter-Chris Kooij (57) beamen. Hij wilde in 1995 een vakantiedorp in Ghana opzetten. Kooij had al een stuk grond op het oog, de schetsen van de huisjes lagen op tafel en er was een proefproject opgezet, maar hij stuitte op hetzelfde probleem als Simonse. 'Er zaten alleen maar hoge ambtenaren te wachten op zakjes met geld in ruil voor vergunningen.' Kooij betaalde niet en het project bloedde dood.

Kooij was van tevoren op een aantal non-gouvermentele organisaties afgestapt voor hulp bij het opstarten van zijn plannen. 'Ik wilde niet opnieuw het wiel uitvinden daar', zegt hij. Hij kreeg echter overal nul op het rekest. 'Het was not done om iets commercieels op te zetten.'

Multinationals

Dat was toen. Inmiddels werken ontwikkelingssamenwerking en het bedrijfsleven vaak succesvol samen. Zo werken grote multinationals als Unilever en Ahold respectievelijk samen met ontwikkelingsorganisaties Oxfam en ICCO.

Ook Minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft haar zinnen gezet op vertrouwen in ontwikkelingshulp door handel. De minister wil dat de lokale economie in ontwikkelingslanden geholpen worden door contracten met ze te sluiten, niet door ze hulpgeld te geven.

Om ondernemers en ontwikkelingsorganisaties de handen ineen te laten slaan is vorige maand de website www.ondernemeninontwikkelingslanden.nl gelanceerd. Het digitale platform is opgezet door MKB-Nederland en Partos, branche- vereniging voor internationale samenwerking in Nederland, en wordt ondersteund door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Minstens 31 partijen, variërend van grote goededoelenorganisaties als Oxfam Novib tot ondernemingorganisatie VNO-NCW, werken mee aan het project.

De samenwerking is bijzonder, zegt Partos-directeur Alexander Kohnstamm. 'Overheid, bedrijfsleven en ontwikkelingsorganisaties zijn het zeker niet altijd eens. Maar hierover wel: Er zijn enorme kansen voor Nederlandse ondernemers in ontwikkelingslanden.'

Ngo's en ondernemers kunnen via de website met elkaar in contact komen. Er staan voorbeelden op van succesvolle samenwerkingen, en er zijn fora te vinden waarop onderwerpen zoals 'invoer van juwelen uit het Midden-Oosten' of 'Transportverzekeringen Egypte' staan.

Nederlandse ondernemers staan huiverig tegenover investeringen in ontwikkelingslanden, omdat ze de lokale overheid, cultuur en bewoners niet kennen. Het opzetten van een bedrijf vaak wordt tegengewerkt en initiatieven stranden voortijdig omdat de realisatie van een project te lang duurt, of omdat het vanwege steekpenningen voor de lokale bevolking te veel geld kost.

Ngo's zitten vaak al jarenlang in ontwikkelingslanden om de lokale bevolking te helpen. De kennis en netwerken kunnen het onderlinge wantrouwen tussen de Afrikaanse bevolking en de Nederlandse ondernemers wegnemen.

Ondernemers kunnen met hun handel zorgen voor economische ontwikkeling, zegt Kohnstamm. 'Ngo's hebben geen voordeel van de samenwerking met ondernemers, maar dat hoeft ook niet. Wij bestaan voor mensen die hulp nodig hebben, en economische ontwikkeling draagt bij aan een betere wereld.'

Anatrans is opgebloeid tot een succesvol bedrijf, mede dankzij de hulp van stichting FairMatch Support. Het notenverwerkingsbedrijf begon in 2008, en twee jaar later lag het eerste product in de schappen van Albert Heijn. Nu heeft het bedrijf een jaaromzet van drie tot vier miljoen euro. Er werken duizend Afrikaanse werknemers en drieduizend lokale notenboeren zijn gecontracteerd als leveranciers, goed voor een loonpost van 100 duizend euro per maand.

Analfabeten

Maar zonder FairMatch Support was het begin moeilijk. Simonse: 'De boeren zagen eerst achter elke boom vijanden omdat ze als analfabeten de contracten niet konden lezen.' FairMatch Support kon dankzij zijn non-profitkarakter optreden als scheidsrechter bij de contractonderhandelingen, tot grote vreugde van Simonse. 'Wij zijn niet efficiënt als we continu met de lokale leveranciers in overleg moeten. Wat mij betreft kan de relatie met de boeren dan ook lekker economisch blijven. Voor relatiemanagement schakelen we de ngo wel in.'

Ook Kooij had uiteindelijk succes dankzij de hulp van een ngo. In 1995 lukte het hem met behulp van het Amerikaanse Aid to Artisans een handelsonderneming in Afrikaanse beeldjes op te zetten. Met een lijstje van lokale producenten werd hij in eerste instantie op pad gestuurd. Vijf jaar later exporteerde hij uit zeven landen aardewerk en beeldjes van 85 verschillende leveranciers, waar duizend ambachtslieden voor werkten.

Kooij is gestopt met het bedrijf. Maar hij ziet dat de tijden zijn veranderd. Nieuwe projecten maken volgens hem nu veel meer kans dan twintig jaar geleden. 'Als ik nu met een idee binnenstap bij een ngo krijg ik te horen dat ik te laat ben. Hebben ze het project zelf al opgezet.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden