De doffe klap op de 2 en 4

Hij wordt zelfs bezongen in de 'Dreigroschenoper' van Bertolt Brecht, de oerwet voor elke theatervoorstelling: 'En men ziet die in het licht, die in het donker ziet men niet.' Maar tussen licht en donker zit een scala van mogelijkheden waarmee de onzichtbare hand van de belichter het oog van de...

Ton Swaak (36), sinds 22 jaar belichter van popmuziek.

Neem het laatste gala in Ahoy' van Lee Towers. Eerst komt de riggingfirma, die het staal het dak in hijst, waar de lampen aan komen. Daarna wordt het lichtsysteem opgebouwd door een bedrijf als Flashlight of Focus. En als die klaar zijn met bouwen, komen wij. De lichtontwerpers/operators.

Aan de hand van een lichtplantekening en de muziek van het concert op een cd'tje ben ik dan 's nachts bezig die hele show driedimensionaal gestalte te geven in een computer. Met kleur, met projecties, met lichtveranderingen op het ritme van de muziek. Dat stop ik allemaal in een lichtcomputer die mij via een 3D-programma precies laat zien wat er straks allemaal live gebeurt. Zo winnen we heel veel tijd op een productie.

Er hangen bij zo'n megaconcert meer dan driehonderd verschillende beweegbare koppen. Vier of vijf grote lichtcomputers sturen alle digitale signalen naar die lampen door één klein glasvezelkabeltje. Als ik uit die driehonderd lampen één lamp kies en hem naar links beweeg, moet dat signaal natuurlijk weten dat hij naar die bewuste spot toe moet. Daarvoor heeft elke lamp een DMX-adres - van Digital Multiplexing. Een soort e-mailaccount. Een postvak dus.

Een lamp is tegenwoordig een filmcamera. Via de lichtcomputer kun je de lens besturen, de focus, de iris, de zoom. En de projectiemogelijkheden zijn oneindig.

Bij de kleinere concerten in bandjesland is het lichtsysteem eigenlijk geen avond hetzelfde. De ene keer sta je op drie hoog achter in een disco, de andere keer voor tweeduizend mensen.

Maar de radicaalste ontwerpen maken we op de grote festivals. Lowlands of Pinkpop. Dan zijn we eigenlijk instant-ontwerpers. In drie dagen Pinkpop maken we zo'n dertig producties. Er komen tien bandjes per dag en die verschillen enorm.

Faithless was de hoofdact op Pinkpop - house is dat. Maar daarvoor stond Anouk, rock 'n' roll dus. Toen de laatste tonen van Anouk nog aan het wegsterven waren, speerden wij al met vijftien man naar het podium met enorme inflatable objecten, extra decorstukken en een heleboel extra Vari*Lites voor Faithless. Die spots kun je via dichroïde filters alle kleuren van de regenboog laten maken. Je hebt geen tijd om zo'n ontwerp te bespreken of om het te tekenen of in 3D te zetten. Het enige wat je weet is dat die tien- of twintigduizend mensen die een uur later komen kijken iets anders willen zien.

De meeste mensen in mijn vak hebben een muzikale opleiding of spelen zelf een instrument. Dat helpt je enorm bij het 'timen' van de lichtwisselingen bij dat soort instant-ontwerpen. Ik heb zelf twee jaar conservatorium lichte muziek gevolgd in Arnhem. Je krijgt van een band wel grofweg wat gegevens voor lichtveranderingen bij een bepaald nummer, maar vaak spelen ze iets compleet anders en moet je het toch gewoon aanvoelen op basis van je ervaring.

Daar raak je de kern van het ontwerpen. Ik doe bijvoorbeeld geen houseparty's. Nooit. Ik weet niet wat die mensen voelen, wat ze meemaken. Ik heb het geprobeerd hoor, zelf naar houseparties geweest, maar ik snap het niet. Eén keer kun je nog wel misdrukken, dan gaan er dus honderd lampen aan terwijl er helemaal geen accent komt in de muziek. Maar dat kun je nog verdoezelen: je houdt de knop ingedrukt en hoopt maar dat er nog een accent komt waarop je 'm kunt loslaten.

Bij rock 'n' roll heb ik die feeling voor accenten wel. Ik hou van de doffe klap op de 2 en de 4. Ik snap die taal. Er zit een soort logica in. Het is altijd: begin, middenstukje, refrein, coupletje en een eind, klaar, en dan het volgende liedje. Ik voel gewoon wanneer er een drumsolo komt. En ik weet ook: als het nu niet binnen vier maten is afgelopen, dan vreet ik een drol op.

Rock 'n' roll-licht is rechttoe rechtaan in vergelijking met theaterlicht. Het maakt niet echt uit of het licht nou van voren, van opzij of van boven komt om de emotie van de artiest goed over te kunnen dragen.

Het gaat om de kleur, de hoeveelheid bundels als een nummer groter of spannender wordt. Of juist heel ingetogen: een heel klein bundeltje op één mannetje in het donker. Die emotie, daar gaat het om.

Het laatste erg mooie wat ik gedaan heb, was Doe Maar. We waren met twee operators. Als we het licht voor een bepaald nummer gingen programmeren, zei die ander bijvoorbeeld: Ton, ga zitten, doe je ogen dicht en stel je voor, je zit in een auto, het regent, je zit met je armpje tegen het raam aan, je bent vreemd gegaan en je minnares heeft je net verlaten. Dan kwam hij na tien minuten weer terug en vroeg me: wat heb je gemaakt?

Dan zei ik: mooi hoor, die auto met dat vreemdgaan en die minnares en dat het regent en het zal ook nog wel koud wezen. Maar zeg me nou maar gewoon welke kleur het moet worden, dan kan ik vast beginnen. Rock 'n' roll dus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden