De dode dichter lééft

De aandacht voor Herman de Coninck is bij het eerste lustrum van zijn dood krachtig opgeveerd in Vlaanderen. 'Hij had zijn vrienden goed gekozen', zegt zijn weduwe....

Als op een kille lenteavond in Lier de beau monde van literair Vlaanderen zich verzamelt voor een eerbetoon - Hugo Claus is er, Kristien Hemmerechts, Piet Piryns - moet dat niet voor de eerste de beste zijn. En als in de vollopende stadsfeestzaal De Mol de intellectueel met warhaar en half brilletje de rijen deelt met de volksvrouw op haar paasbest en de puber met lippiercing, is duidelijk dat hier niet iemand hulde wordt gebracht die slechts een handjevol fijnproevers van het geschreven woord heeft bediend.

Nederland benoemde een Dichter des Vaderlands, in Vlaanderen is het dezer dagen alsof er een is geboren, vijf jaar na zijn dood. Herman de Coninck bezweek op 22 mei 1997, 53 jaar oud, in Lissabon aan een hartstilstand, op weg naar een literaire manifestatie. Het lustrum van zijn dood heeft geleid tot opgeveerde aandacht, in tal van gedaanten.

Zijn weduwe Hemmerechts, Claus, Benno Barnard, Leonard Nolens, Eddy van Vliet en fadozanger Fernando Lameirinhas figureerden in de hommage 'Koningsblauw' met gedichten van en over hem. Zalen vulden zich, zoals in Lier, in Genk, Hasselt, Antwerpen, Eeklo, Torhout en Brussel. De sfeer was er plechtig, een herhaling van een afscheid. In de wijk waar hij woonde, Zurenborg in Antwerpen, vol art nouveau en art deco, is afgelopen zondag op een plein een gedenkteken onthuld. Voorbijgangers kregen daar poëzie van De Coninck in het oor gefluisterd. Tramlijn 11 in Antwerpen is aan de binnenzijde voorzien van zijn teksten. Kastjes bij een halte bevatten gedichten. Bij zijn ouderlijke woning in Mechelen is een monument voorzien.

Een gemiddelde poëet, doorgaans gedoemd tot een bestaan in flauw flakkerende schijnwerpers, kan van zulke aanhankelijkheidsbetuigingen alleen maar dromen.

Maar De Coninck was nu eenmaal niet zo doorsnee. Voor veel Vlamingen vormden zijn gedichten de eerste kennismaking met poëzie: ze stonden in de schoolagenda. Zijn eerste bundel De Lenige Liefde was vaak een geschenk waarmee geliefden duidelijk maakten dat ze hun verkering ernstig gingen nemen.

Natuurlijk verwijzen de initiatiefnemers als motief voor het huldeblijk allemaal naar zijn stijl. Lieve Van Daele van het wijkcomité Zurenborg: 'Hij verwoordde wat wij eigenlijk hadden willen zeggen.' Luc Coorevits van de stichting Behoud de Begeerte, motor achter Koningsblauw: 'Het was vernieuwend. Een ongekende variatie in thema's. Speels. Dan weer serieus. Maar altijd ontdaan van alle ballast.' Of neem het publiek in Lier: 'Hij schreef begrijpelijk.' 'Nooit hermetische rijmelarij.' 'Hij relativeerde zichzelf.'

Maar net zo unisono zijn ze in hun verwijzing naar De Coninck naast diens poëzie. Redacteur van het weekblad Humo, waarin hij met collega en copain Piryns grensverleggende interviews met gezagsdragers publiceerde, maar ook de duivenmelkerij ontleedde. Oprichter van het Nieuwe Wereld Tijdschrift. Criticus en essayist in De Morgen. Voorts: roker, drinker, charmeur, melancholicus.

Dat de herdenking aan Nederland voorbijgaat, hangt niet alleen samen met het gegeven dat De Coninck daar minder een publiek figuur was. Volgens Jozef Deleu, tot voor kort hoofdredacteur van de Stichting Ons Erfdeel, hangt er rondom dichters in Vlaanderen in tegenstelling tot Nederland een 'sacraal geurtje'. 'Daarbij komt dat ik het timbre van zijn poëzie ontegenzeggelijk Vlaams vind. Zonder dat als kwaliteits oordeel te laten gelden: er is sprake van een zekere zinnelijkheid, aardsheid.'

Kristien Hemmerechts zoekt voorzichtig naar het waarom van de verankering van wijlen haar man in Vlaanderen. Mogelijk om hem niet in te sterk geurende wierook te hullen, kiest ze voor nuchtere verklaringen. 'Hij is niet te oud geworden.' 'Hij had zijn vrienden goed gekozen. Ze hebben ook later veel over hem geschreven.' En: 'Het was niet alleen het talent. Hij maakte deel uit van een generatie - Guy Mortier, Paul Goossens, Frans Verleyen - die destijds het stijve Vlaanderen in een spottende stijl aanviel.'

Mythe? Nee. 'Maar er is nog steeds een verhaal. Altijd weer zijn er ingrediënten die het interessant maken. Zo was er de tragiek in zijn persoonlijk leven. Nu is er weer Laura, zijn dochter, jong en aantrekkelijk, die grafisch ontwerper is en een mooi affiche voor Koningsblauw heeft gemaakt. Straks verschijnt zijn brievenboek. Telkens nieuwe hoofdstukken.'

Niet iedereen klinkt het klaroengeschal van de afgelopen weken even aangenaam in de oren. Een redacteur van De Morgen etaleerde vorige week in een column zijn ergernis. 'De blik op De Conincks verzen wordt vertroebeld door de schare collega-dichters en ander ongeregeld volk die onder aanvoering van koningin Hemmerechts een jaarlijkse hoogmis opvoert. Jezus Christina, wanneer wordt het dossier ter heiligverklaring van H. De Coninck bij het Vaticaan ingediend?'

Voor wie het vergeten is: zowel de persoon als het werk van de dichter lokte geregeld polemieken uit. De Coninck en zijn entourage is nogal eens verweten een literaire maffia te vormen die bepaalde wat goed en fout was. En zijn gedichten waren 'te frivool' of 'te realistisch'.

Literatuurcriticus Yves T'Sjoen, professor moderne Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Gent, heeft ondervonden dat het in het huidige klimaat niet eenvoudig is kritische kanttekeningen te plaatsen. Twee wat venijnige stukken raakte hij niet kwijt. 'Een icoon van de Vlaamse poëzie is op een piëdestal geplaatst. Het gaat allemaal nogal ver, vind ik.' Veel met het werk heeft hij niet. 'Het is te direct. Persoonlijke belevenissen, dagboeknotities bijna. Weinig evolutie ook. De aaibaarheidsfactor bleef groot. Bruikbaar op geboortekaartjes en in rouwadvertenties.' De Coninck is ook nog eens geregeld verkeerd gelezen. 'Critici hebben hem voor hun kar gespannen. Eerst was hij een nieuwe realist, vervolgens neoromanticus en dan weer post-modern.' Wat hem nu vooral steekt, is de 'selectieve aandacht'. 'Dit is een wel zeer sterke verenging van de visie op poëzie.'

Heiligverklaring? Piet Piryns wil zelfs in Lier, in De Mol, criticasters al voor zijn. Dit is zijn openingszin: 'Neen, dit is geen heiligverklaring. Herman de Coninck had heel weinig op met onsterfelijkheid.' Jozef Deleu van Ons Erfdeel: 'Hij was populair toen hij stierf en hij is populair gebleven. Zijn nalatenschap is goed verzorgd met mooie uitgaven. Hij is niet weggeweest op de boekenmarkt.' Coorevits van Behoud de Begeerte: 'Hij leeft! Dat is toch het beste wat een dichter kan overkomen als hij dood is.' Kristien Hemmerechts: 'Wat nu gebeurt, is niet geforceerd. Er is geen uitgeverij of speciale stichting aan het pushen. De stroom van belangstelling is tamelijk constant. En ach, uiteindelijk is alles tijdelijk, natuurlijk.'

De Coninck zelf, in 'De Plek' (Schoolslag, 1994):

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,

thuis opstappen, maar ook uit manieren van

kijken.

Er is niets te zien, en dat moet je zien

om alles bij het zeer oude te laten.

Er is hier. Er is tijd

om overmorgen iets te hebben achtergelaten.

Daar moet je vandaag voor zorgen.

Voor sterfelijkheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.