De 'do, do do, do do, do dododo'-girls

Ze zingen de sterren van de hemel, maar niemand kent ze. De prachtdocumentaire 20 Feet From Stardom betoont eer aan achtergrondzangeressen. Maar willen ze dat eigenlijk wel, in de schijnwerpers staan?

U heeft het vast ook eens gedacht, bij een concert, of een registratie daarvan op tv: geweldig optreden, wie is die waanzinnige achtergrondzangeres? Ik ken haar niet, maar wat een stem. Waaróm is zij in hemelsnaam achtergrondzangeres? Ze zingt stukken beter dan de frontman of -vrouw voor haar op het podium. Hoe zit dat?


Stemmen op orkaansterkte, van anonieme afzenders. Het tragische lot van de achtergrondzangers en -zangeressen wordt in de prachtdocumentaire met de rake titel 20 Feet From Stardom kernachtig samengevat door David Lasley, ingehuurde stem bij onder anderen Bonnie Raitt en James Taylor. 'Ze willen dat je met ze op het podium komt, alles fantastisch laat klinken, zo weinig mogelijk waardering krijgt en dan snel weer naar huis gaat.' Wachten tot het geld op de rekening wordt overgemaakt en op naar de volgende klus.


Laat in gedachten eens een paar klassieke popliederen passeren en probeer er namen bij te bedenken. Die uit lief en leed gebeitelde stem in het smachtende Pink Floyd-epos The Great Gig In The Sky? Nooit van gehoord: Clare Torry, later ook werkzaam bij Meat Loaf en Olivia Newton-John. De betreurde Lou Reed en zijn iconische Walk On The Wild Side, waarin de ondersteunende stemmen ('do, do do, do do, do dododo') nogal aanmatigend worden aangekondigd als 'the colored girls'? Een achtergrondgezelschap met een echte groepsnaam: Thunderthighs. Het soulvolle vraag- en antwoordspel met David Byrne in de beroemde liveversie van Talking Heads' Slippery People? Twee onverwoestbare funkdames, genaamd Lynn Mabry en Edna Holt.


En dan de klapper, waarbij u het eigenlijk ook best erg vindt dat u de stem in kwestie even niet kunt noemen. De overslaande soulstem in Gimme Shelter van de Stones, de vrouw die moord en brand schreeuwt: 'Rape, murder. It's just a shot away, it's just a shot away'. Misschien ooit wel eens geregistreerd dat die krachtstem van Merry Clayton afkomstig was, maar dat popfeitje daarna ook vast weer vergeten.


Clayton is een van de protagonisten in de muziekdocumentaire van Morgan Neville, over het soms wrede bestaan van de achtergrondzangeressen en de onmogelijkheid van de beroepsgroep ooit zelf uit de schaduw te stappen en in het spotlicht te treden.


Echt niet alle achtergrondzangeressen willen een eigen carrière, blijkt uit de film die draait in het muziekprogramma van het IDFA. Patti Austin, stem bij onder anderen Paul Simon, Michael Jackson en Steely Dan, verwoordt het helder: 'Helemaal geen zin in het drama van de ster in de muziekindustrie.' Een collega valt haar bij: 'Als ik als soloartiest was doorgebroken, zat ik hier nu waarschijnlijk niet te praten, maar was ik allang overleden aan een overdosis.'


Maar Merry Clayton, die al een paar decennia bezig was als dienstbare stem, zo ongeveer vanaf haar lidmaatschap van Ray Charles' befaamde achtergrondkoortje The Raelettes, wilde wél, ergens begin jaren zeventig. 'Ik wachtte op mijn break, mijn kans op een doorbraak.' Die kwam volgens haar toen ze in contact kwam met de manager en producer Lou Adler (Jimi Hendrix, Carole King).


Adler had vertrouwen in Merry Clayton - wat wil je ook, na die vocale uithalen in Gimme Shelter - en ging van haar wel even de nieuwe Aretha Franklin maken. Ze namen een plaat op, met een paar dijken van liedjes. En er gebeurde niets. Niemand kocht dat album en de radio zweeg. Merry Clayton was niet hot. Er was al een Aretha Franklin, en dat was genoeg.


Bruce Springsteen, zelf ook grootafnemer van achtergrondvocalen, mijmert In 20 Feet From Stardom over het stranden van de solocarrières van een aantal briljante back-upvocals: 'Er komt toch meer bij kijken. Charisma, een songwriter die je persoonlijkheid aanvoelt, een goede producer, een arrangeur die weet wat hij met je wil.' Een altijd anoniem gebleven zangeres zegt het wat prozaïscher: 'Of je bent gewoon te dik. Er zijn krachten in de muziekindustrie die je niet onder controle kunt krijgen.'


Het geval Lisa Fischer, op hartverscheurende wijze uit de doeken gedaan in de documentaire, is schrijnend. Fischer stond jarenlang bekend als 'de keizerin van de achtergrondstemmen'. Een ongelooflijke zangeres met een bijna onmenselijk vocaal bereik, die ook opviel tijdens haar livewerk met bijvoorbeeld The Rolling Stones en Tina Turner. Ze had zelf weinig fiducie in een solocarrière ('Dat geslijm, dat je moet vragen of die-en-die je in contact kan brengen met die-en-die, vreselijk'), maar iedereen die er verstand van had vertelde Fischer dat ze het absoluut moest proberen. Het was simpelweg te pijnlijk haar steeds te zien náást een andere artiest, veelal behept met aanzienlijk minder zangtalent. Fischer moest zelf die ster worden.


En daar ging ze. Een plaat, in 1991. Zelfs een bescheiden hit: How Can I Ease The Pain. Fischer trad op in de talkshow van David Letterman. Kreeg een Grammy voor beste r&b-stem in 1992. En toen werd het stil rond Lisa Fischer. Met de documentairemakers zoekt Fischer naar een antwoord op het raadsel. 'Het wachten op de tweede plaat duurde te lang, denk ik. Ik wist ook niet wat ik wilde, wat ik te vertellen had. En uiteindelijk wist niemand dat meer.'


Fischer droop af en trok zich terug in haar oude rol van achtergrondstem, waarin ze - echt waar - nu toch weer heel gelukkig is.


Zo is 20 Feet From Stardom een onthullende film over het leven van groot muzikaal talent dat nooit mag stralen in het volle podiumlicht. Verdrietig is bijvoorbeeld het verhaal van Darlene Love, die na haar anonieme bijdragen aan wereldhits in dienst van producer Phil Spector moet bijklussen als schoonmaakster. Het zou later gelukkig toch nog goed komen, met Love.


De documentaire zegt ook iets over de magie van het sterrendom, de ongrijpbare en soms ook onbegrijpelijke aantrekkingskracht van de zingende celebrity's. Waarom is Kylie Minogue een wereldster geworden? En waarom zien we nu Miley Cyrus stuntelen in slecht zittend ondergoed, maar wel muziekprijzen in de wacht slepen en aanbeden worden door een miljoenenpubliek?


Het is fijn om in 20 Feet From Stardom te constateren dat Táta Vega niet omziet in wrok. Ook Vega (een zangeres die heeft gewerkt met Stevie Wonder, Madonna) ging voor de eigen roem, maar ze liep stuk op de betonnen muur tussen roem en vergetelheid. Misschien maar beter ook, zegt ze. 'Pas toen ik weer ging werken als achtergrondzangeres kwam mijn liefde voor de muziek terug. En werd ik weer mezelf, goddank.'


20 Feet From Stardom (Morgan Neville, 2012, 90 min.) is vanaf 21/11 drie keer te zien. Vanaf 28/11 draait de film in de bioscoop.

Achtergrondfamilie

De meest gevraagde achtergrondstemmen in de muziek- en filmindustrie zijn die van een zingende Amerikaanse familie: The Waters Family. In 20 Feet From Stardom zingen de zussen en een broer close harmony aan de ontbijttafel en vertellen ze over hun glanscarrière, die zich evenwel altijd op de achtergrond heeft afgespeeld. 'De back-upvocals in Thriller van Michael Jackson? Dat zijn wij. De zingende dieren in het bos in The Lion King? Zijn wij ook. Die schreeuwende vogels in Avatar? Juist.'


DRIE IDFA-MUZIEKFILMTIPS

As The Palaces Burn (Don Argott, 2013, 88 min.) Wat begint als een doorsneerockdocumentaire over de Amerikaanse metalband Lamb of God mondt uit in een rechtbankdrama, wanneer bandleider en zanger Randy Blythe tijdens een wereldtournee in Praag wordt gearresteerd op verdenking van doodslag.


Een fan blijkt bij een eerder concert in Praag te zijn overleden na een stagedive en volgens vrienden van de overledene zou Blythe de fan een duwtje hebben gegeven. Wat volgt is een rechtbankzitting over een bijna surrealistische schuldvraag. We zijn getuige van een ingrijpende persoonlijkheidsverandering bij de toch al labiele Blythe. Hij komt gesterkt uit het proces maar heeft wel psychische schade opgelopen, simpelweg omdat een liefhebber van zijn muziek is overleden bij een optreden. Een ontroerend en bij vlagen verbijsterend verslag uit de harde kern van de soms wat brute metalwereld.


Jingle Bell Rocks (Mitchell Kezin, 2013, 83 min.) Liefhebbers van obscure en alternatieve kerstmuziek vinden elkaar in stoffige platenzaken en op zolders bij oude vrouwtjes, waar ze door de dozen met vinyl mogen struinen. Kerstmuziek is een obsessie, bijvoorbeeld voor de man wiens vader in zijn jeugd nooit bij het familiefeest aanwezig was. Zijn leven is één lange zoektocht naar alternatieve versies van het tragische kerstliedje The Little Boy That Santa Claus Forgot, ooit uitgevoerd door Nat King Cole.


Boven een platenzaak in Brooklyn, New York, neemt de kerstnerd uiteindelijk zelf een calypsoversie op, met niemand minder dan The Mighty Sparrow. Een bizarre, prachtig vormgegeven film, waarvan je heel veel zin krijgt in de nieuwe jaarlijkse lading foute kerstmuziek.


Rêve Kakudji (Koen Vidal en Ibbe Daniëls, 2013, 53 min.) Niet zo handig: de jonge Congolees Serge Kakudji wordt gegrepen door het operavirus, na het zien van een uitvoering op tv. Wat moet je als Congolees met je opera-ambities? Maar Kakudji is koppig. Hij neemt zangles, bekwaamt zich als countertenor in de hoogste noten en wordt ontdekt en zo'n beetje geadopteerd door een bekende westerse operazangeres. De operawereld ziet wel wat in de Congolese sensatie (een Afrikaanse countertenor!) en exploitatie ligt voortdurend op de loer.


De Belgische documentaire is een soms wat ongemakkelijk portret, vervuld van intercultureel onbegrip.


Wél in het spotlicht

Sommige achtergrondzangers en -zangeressen lukt het wel: een eigen carrière als soloartiest. Zij die uit de schaduw wisten te stappen.


Minnie Riperton (1947-1979)


Was zangeres in achtergrondkoortjes als Studio Three en had midden jaren zestig een solocarrière als soulzangeres. In 1975 scoorde zij een monsterhit, Lovin' You, maar lang kon zij niet genieten van de plotselinge roem. In 1979 overleed Riperton aan de gevolgen van borstkanker.


Luther Vandross (1951-2005)


Veelgevraagd achtergrondzanger bij onder anderen David Bowie, Barbra Streisand en Donna Summer. Viel kilo's af, verwierf een solocarrière als r&b- en soulzanger en verkocht uiteindelijk 25 miljoen albums.


Sheryl Crow (1962)


Zong bij Michael Jackson, bijvoorbeeld tijdens diens Bad-tournee in 1988. Een solocarrière kwam hortend en stotend op gang maar resulteerde toch in bijvoorbeeld de wereldhit All I Wanna Do uit 1995 én een relatie met wielrenner Lance Armstrong.


Whitney Houston (1963-2012)


Zong net als vrijwel alle grote zwarte Amerikaanse stemmen als kind in een kerkkoor en was al op 14-jarige leeftijd actief als achtergrondstem, bij onder meer de Michael Zager Band. Als soloartiest werd Houston de grootste vrouwelijke ster van haar generatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden