De dingen moeten verrotten

Volgende week heeft hij geen tijd. Maar in de week daarna gaat Avery Preesman (26) beslist naar het Stedelijk Museum in Amsterdam om in alle rust de expositie Couplet 4 op zich te laten inwerken....

'Het Stedelijk is major shit, weet je. Het is absoluut geen kattepis. Om daarvoor uitgenodigd te worden, dat is een klap op je kop.' Avery Preesman kan het weten. Hij is 26 jaar. Maakt schilderijen. Joni Mitchell kleurt zijn palet, maar ook Pinkeltje, Natural Born Killers, Sigmar Polke en voetbalstripheld Roel Dijkstra. In die contreien liggen zijn roots en voorkeuren. 'Everie' is niet zomaar een beetje fanatiek, hij is een gelovige.

'Daarom ben ik zo blij met dit Couplet. Het is een hommage aan de schilderkunst.' Dat hij heeft mogen bijdragen aan Couplet 4, de gedurfde 'jongleursact' van Rudi Fuchs met al die verschillend gekleurde ballen is 'bizar'. 'Met alle risico's van dien, dat je dropt of whatever.'

Volgende week heeft hij geen tijd, maar in de week daarna moet hij weer gaan kijken. In alle rust de expositie op zich laten inwerken, het is er nog niet van gekomen. Zien hoe het publiek op zijn schilderijen reageert. En natuurlijk 'effe checken of de shit nog wel hangt'.

Zijn grootste vrees is dat 'de bank' (tien meter lang, zonder titel, 1995) 'naar beneden dondert'. In Het Parool was zuinigjes geschreven over zijn werk, het zou zichzelf wel eens kunnen overvragen, het was nog niet voldoende 'uitgekristalliseerd'. Nee, dan Jackson Pollock, die stal de show.

Hoe onnozel, vindt de jonge kunstenaar. 'It's not a competition, honey' En laten we wel zijn, als zijn schilderijen nu al 'uitgekristalliseerd' zouden zijn, dan zou hij subiet stoppen met schilderen. Ja toch? Karel Appel, die bij het etentje ter gelegenheid van de opening was geweest, had zijn bank wèl begrepen. Die had gezegd dat hij het wit-gele bakbeest het mooist van de hele tentoonstelling vond. Omdat het zo helemaal niks is.

Kijk, dat was de spijker op zijn kop! Want Avery heeft het ding juist daarom willen maken, ter plekke in het museum, als tegenwicht tegen het moeizame 'geploeter' van de olieverfschilderijen die er ook hangen.

Hij heeft zijn leven lang getekend. Op school was het bedenken en uitwisselen van voetbaltenues een intensief tijdverdrijf. 'Ieder tekende zijn eigen poppetje, en die gaf je dan alle tenues die je maar bedenken kon. Echte tenues, of je verzon zelf wat. Heel strak, bijna Malevitsj-achtig. Het ging om de kleuren, de kleuren van de shirts, de broekjes en de kousen.'

Thuis hingen een paar schilderijtjes aan de muur, daar is eigenlijk alles mee gezegd, qua kunstzinnige opvoeding. Zijn moeder is Antilliaanse, zijn vader Nederlander. Avery is enig kind. In 1970 verhuisden ze van Curaçao naar Amsterdam; zijn verbondenheid met Curaçao gaat niet verder dan de wetenschap dat er veel familie woont. 'Identiteit gebonden aan grenzen', zegt hem sowieso niks. Hij blijft waar hij zich oké voelt en als dat morgen New York mocht zijn, ook best.

Omdat zijn moeder katholiek is, deed hij de Eerste Heilige Communie. De kerk was impressive, heel impressive. 'De bijbelverhalen interesseerden me niet, ik zat altijd te popelen totdat we weer naar die kerk gingen. Het licht, de ruimte, de beelden: het was mijn allereerste museumbezoek.'

Na de havo koos hij voor de middelbare hotelschool in Tilburg. Hij heeft veel in de horeca gewerkt. De opleiding was een sof, maar in het studentenhuis waar hij woonde, kwam hij in contact met studenten van de kunstacademie. Rustige mensen. Bloedserieus waren die 'vogels', 'op het belachelijke af'. Hìj was zichzelf aan het vergiftigen met terpentijn en olieverf. Hij schilderde paneeltjes.

'Heel amateuristisch. Het was werk van een idioot. Puur intuïtief. Niet dat ik er toen zo over nadacht. In mijn ogen was het noodzakelijk wat ik deed. Het was een behoefte zoals eten of whatever. Een drang om beelden te ontdekken en te maken.'

Even heeft hij nog een hbo-opleiding in kunst, cultuur en management uitgeprobeerd. Toen heeft hij zichzelf voor het blok gezet: een jaar kreeg hij om uit te zoeken of het wat kon worden met hem en de schilderkunst. Op aanraden van 'Guillaume', een schilder die zich als mentor had opgeworpen, heeft hij zich bij Ateliers '63 aangemeld.

Ateliers '63! 'Ik hoorde dat het een prestigieus instituut was, maar het deed bij mij geen bellen rinkelen.' Met een busje ging hij naar Haarlem (dat was nog voor de verhuizing van Ateliers '63 naar Amsterdam), om zijn werk in te leveren. Raakte prompt de weg kwijt, kwam klem te zitten onder een viaduct en ramde de achterkant van de auto, waardoor de deuren ontwricht raakten en niet meer open konden. Zo maakte hij zijn entree. 'Ik schaamde me dood. Ik moest eerst met geweld de bumper ontzetten, om die deuren toch open te krijgen.'

Anderhalve maand later vond het toelatingsgesprek plaats met Jan Dibbets, Toon Verhoef en Marien Schouten. Heel heavy was het. Te heavy. 'Er was daar een muur met een soort van gouden vlek, ik zat op een gegeven moment gewoon te trippen. Ik hoorde niks meer en kon geen antwoord meer geven.' Of hij even wilde wachten in de kantine. Avery was pissed off en niet zo'n klein beetje ook. Wat een honden, die lui. Boeven waren het, klerelijers. Hij werd aangenomen. Was niet blij maar all the way down. 'Ik dacht: nu begint het gedonder pas goed.'

Iedereen bleek daar deep into art te zijn. 'Ik werd bekogeld met namen waar ik nog nooit van had gehoord. Er ging een compleet andere wereld voor me open. Ik was het eerste half jaar volledig de kluts kwijt.'

In een tijd waarin 'de informatie knetterhard aan het blazen is' en O. J. Simpson het op de buis wint van Bosnië of Salman Rushdie wil hij graag 'dingen maken waar mensen stil bij kunnen staan. Dingen die in rust zijn, intens en mooi zijn. Die naar hoop streven. Die uit de donkerte naar licht willen komen'. Als iconen losgeweekt van het altaar, vrijplaatsen voor contemplatie, vergelijkbaar met de muziek van Leonard Cohen.

Van ironie en cynisme moet Avery niks hebben. Cynisme komt voort uit luiheid. So fuck 'm. De mensen die ik bewonder werken hard, denken hard na en streven iets na waar ze in geloven.'

Zoals Marien Schouten, 'die iedere dag met groene verf aan de gang gaat'. 'Hij begint met een rasterpatroon, maakt ook gebruik van beslag om de dingen te ordenen. Dat iemand dat kan opbrengen, daar heb ik bewondering voor. Ik zou dat niet kunnen.'

Zijn werkwijze is anders. 'Ook geconcentreerd, maar in bits en pieces.' Avery haalt zijn informatie overal vandaan. Van straat, uit muziek, boeken, films. Dat alles bij elkaar vormt uiteindelijk een dikke drab. 'Als een verrot soepballetje dat aan de bodem van de pan blijft kleven bij elke nieuwe lading soep. De dingen moeten verrotten zodat ik er makkelijker mee om kan gaan. Anders wordt het te dramatisch en heilig wat ik doe.'

Begin vorig jaar werd hem verzocht werk in te sturen voor de Prix de Rome. Hij trof het. Bij de presentatie van de eerste selectie in het Veemgebouw had hij dank zij een toeschietelijke collega 'de beste plek van de toko'. Met drie anderen werd hij uitgenodigd in de zomer drie maanden in een atelier van de Rijksacademie aan de slag te gaan.

'Dat was heel goed. Je hebt een soort deadline, waardoor je wordt gedwongen sneller keuzen te maken. En ik had inmiddels twee jaar Ateliers '63 achter de rug, dat was een tijd waarin ik veel en lang heb moeten nadenken. Als je geluk hebt, komen al die dingen opeens bij elkaar.'

Bloedheet was het, maar hij heeft keihard gewerkt. 'Voor mij was het interessant om in die drie maanden een soort maniak van mezelf te maken. Mensen die aanklopten, schrokken als ik de deur opendeed. Mijn ogen waren bloeddoorlopen, zo supergeconcentreerd was ik. Dat is een heel goed gevoel.'

Hij maakte 'het mes' (zonder titel, 1994) dat nu in het Stedelijk Museum hangt, naar aanleiding van I want your girlfriend van Defunkt. Dat nummer wilde hij 'op een interessante manier binnen de kunst halen'. Hij vroeg zich af hoe het mogelijk is dat zoveel mensen tot strikte uitspraken over monogamie komen, terwijl negentig procent doesn't practice what he teaches.

Defunkt gistte, rotte en kreeg uiteindelijk zijn beslag in een gigantisch broodmes. 'Je kunt het heel letterlijk zien als iets agressiefs. Maar als je erbij stilstaat, zie je dat het op twee panelen is geschilderd. Als je die twee uit elkaar zou halen, is het dus helemaal niks meer. . .

'Weet je, Joni Mitchell zingt ergens: There are a lot of noble causes and beautiful landscapes to discover, but all I really want to do right now is find another lover. Dat vind ik mooi, dat is een manier van relativeren die sense maakt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.