De dingen hebben een geheim, net als de mensen

OP DE PLEK in Parijs waar tegenwoordig de Bibliothèque Nationale François Mitterrand staat, was gedurende de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog het centrum gevestigd waar de in beslag genomen goederen van gedeporteerde Franse joden werden opgeslagen en gesoteerd....

Hij is een specialist in het ontbloten van de onbetrouwbaarheid van onze meest alledaagse, onopmerkelijke omgeving, of tenminste in het attenderen op haar onverschilligheid. Iedere steen waarop we onze voeten zetten is een sluitsteen; eronder schuilt een ravijn vol geheimen. Iedere gevel waar onze blik achteloos langs glijdt verbergt een ongehoorde geschiedenis. Niets van dat alles geeft om ons, maar het ís er wel en doordat het er is en ons omringt werkt het door in ons dagelijks leven. Het is alsof wij ons een weg banen door een woud van gemompel en dat mompelen heeft Sebald zo gretig in zich opgenomen dat het de toon van zijn literaire werk is geworden.

Je ziet het al aan de manier waarop je hem moet aanduiden, 'een Duits-Engelse schrijver': dat zou neutraal en zakelijk kunnen zijn, maar, zeker in combinatie met zijn geboortejaar, 1944, is er bijna geen explosiever en spannender karakterisering denkbaar. Max Sebald werd in Duitsland geboren en vertrok na zijn studie via Zwitserland naar Engeland, waar hij sinds 1970 verbonden is aan de University of East Anglia in Norwich. Sinds een jaar of tien is hij de lieveling van een niet aan een nationale staat of een taalcultuur gebonden en veelal hoog ontwikkeld soort lezers. Drie van zijn boeken zijn in het Nederlands vertaald.

'Onze bemoeienis met de geschiedenis is een bezigheid met telkens van tevoren gemaakte, in het binnenste van ons hoofd gegraveerde beelden', laat hij in zijn nieuwe roman, Austerlitz, een van zijn personages zeggen. 'Daar staren we gedurig naar, terwijl de waarheid ergens anders ligt, in een nog door geen mens ontdekt terzijde.' Opzij kijken, dat is het credo van Sebald, afdwalen en het onooglijke volgen en serieus nemen. Rechte wegen en doelen bestaan voor hem niet. Hij was het die in wonderlijke slingerbewegingen de wereld om zijn huidige woonplaats, Norwich, heen begon te verkennen - en dus niet ver kwam, maar wel een ongehoorde rijkdom aan associaties en dubbelzinnigheden overhoop haalde.

Zijn eerste boek heette Schwindel, Gefühle, vertaald als Melancholische dwaalwegen. Samen met die voorkeur voor de zijwegen en het ogenschijnlijk verwaarloosbaar onbelangrijke maakt de melancholie het hart uit van zijn werk. Dat ligt voor de hand: de melancholie huist in bijzaken. De melancholicus is een mompelaar, zoals de mompelaar beslist ook een melancholicus is.

Die melancholie houdt zich op in de vergeten foto, de onder stoflagen langzaam vervallende verzameling van om het even wat of wie, het afgedankte gebouw, het weggeworpen treinkaartje dat slechts heel in de verte nog herinnert aan een opwindend uitstapje. Het is de wereld van het achterhaalde, het afgedankte en het tevergeefse. Sebald grossiert erin en doordat hij er zo'n scherp oog voor heeft ontdekt hij in de meest alledaagse omgeving ook telkens opnieuw curiositeiten die een voorbije wereld oproepen. In zijn nieuwste roman lopen die uiteen van een vesting bij Antwerpen, ooit ontworpen om de stad te verdedigen maar nooit als zodanig gebruikt, tot de vergeten begraafplaats onder een spoorwegstation in Londen.

Geen gehaaste forens zal beseffen dat hij over een massagraf draaft als hij zijn trein wil halen, zoals vermoedelijk geen Antwerpenaar zich bewust is van de overbodige fortificaties die zijn stad omkransen, laat staan van de functie die een van die schansen in de jaren 1940-45 had (het was de plek waar gearresteerde verzetslieden werden verhoord en gefolterd). Sebalds verteller, Jacques Austerlitz, is onophoudelijk in de weer met het ontsluiten van de raadsels die achter het alledaagse verborgen zitten. Hij heet naar het dorp waar Napoleon een veldslag won en hij lijkt op de held uit een roman van Balzac, die ooit opstond uit het massagraf van zo'n Napoleontische veldslag, Kolonel Chabert.

Die kolonel was per ongeluk in dat graf beland, krabbelde echter weer op en liep naar huis en kwam bij thuiskomst in de grootst mogelijke moeilijkheden omdat iedereen zich daar had neergelegd bij zijn dood en het leven dus verder was gegaan, onaangedaan, onverschillig. Kolonel Chabert bestond niet meer en kon geen aanspraken meer doen gelden op een plaatsje in de wereld. Jacques Austerlitz is als vier-, vijfjarig jongetje eind jaren dertig in Praag op een trein naar Engeland gezet, met een paar coupés vol lotgenoten. In Engeland is hij onder een andere naam opgegroeid en door pleegouders opgevoed. Dat curieuze transport is historisch en werd uitvoerig gedocumenteerd in het eind verleden jaar verschenen boek Into the Arms of Strangers van Mark Jonathan Harris en Deborah Oppenheimer.

Jacques Austerlitz heeft wel een plaats in de wereld, maar die is al even omstreden als die van die kolonel van Balzac: hij moet terug naar het massagraf in Centraal-Europa waaraan hij als kleuter ontkomen is. De geheimzinnigheid, de raadselachtigheid en de onverschilligheid van alledag zijn voor hem nog een maat groter dan voor wie van ons ook; ze zijn bovendien venijniger. Het mompelen wordt loeien, hij is de melancholie voorbij.

Dat is een hachelijk onderwerp voor een romanschrijver en misschien is het voor een Duits-Engelse romanschrijver nog wel hachelijker dan voor iemand uit een cultuur met een wat kalmere geschiedenis. Sebald stelt zich op als de notulist van het verhaal van Jacques Austerlitz. Hij heeft, zegt hij, hem op een al even toevallige manier ontmoet als hij vergeelde foto's vindt of vergeten verzamelingen. Vanaf die ontmoeting luistert hij en legt hij vast wat hij gehoord heeft, zonder commentaar, zonder oordeel en al helemaal zonder morele beoordeling - maar ook zonder zich erin te verlustigen.

Aan psychologiseren heeft hij het land en hij neemt op een uiterst bescheiden manier afstand in acht tot Austerlitz en zijn geschiedenis: telkens voegt hij 'zei Austerlitz' in zijn verhaal in en als Austerlitz iemand aanhaalt verdubbelt hij dat, 'zei Austerlitz dat Vera zei'. Soms gaat dat door tot in de derde graad - 'zei Austerlitz dat Vera zei dat Agata gezegd had' - en pas als het zo irritant wordt, wordt ook de functie van die omslachtige manier van schrijven duidelijk.

Hier is iemand aan het woord die zijn plaats kent en ervoor waakt, geheel tegen de tijdgeest in, zich op enigerlei wijze het leed van anderen toe te eigenen. We worden, ook in de literatuur, overweldigd door mensen die in tijden van vrede en ongeloof aan de goede kant staan en op een ingewikkelde manier ineens nadrukkelijk van joodse komaf zijn. Maar Sebald blijft neutraal.

In die neutraliteit zit de kracht van zijn boek. Jacques Austerlitz is een verzamelaar en een onderzoeker. Hij heeft dringende redenen om dat onderzoek aan te gaan: hij wil weten wie hij is, maar niet omdat hij een klap van de modieuze molen heeft gehad en op de bekende narcistische wijze zijn identiteit wil verkennen. Het citaat over de geijkte beelden van de geschiedenis die plaats moeten maken voor de waarachtigheid van wat terzijde werd geschoven is afkomstig van een van zijn leraren. Het wordt zijn levensbeginsel - in archieven en bibliotheken evenzeer als op straat. Zijn joodse afkomst en de ondergang van zijn moeder in Theresienstadt boezemen hem evenveel belang in als de grond waarop zijn huis staat, het plaveisel waarop hij loopt. Dat maakt Austerlitz tot zo'n scherp en scherpzinnig boek: het verleden valt niet te kalmeren.

Er staat geen groot woord in Austerlitz, alle pathos en pathetiek lijken Sebald vreemd. Het is die mompeltoon die een diep gevoel van melancholie, van vreemd en onbenoembaar verdriet bewerkstelligt. De dingen hebben een geheim, net als de mensen, en het is stijlvol om dat met rust te laten of tenminste te respecteren. Je kunt hoogstens constateren dat het er is. Het is daardoor vrijwel uitgesloten dat Austerlitz een bestseller wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden