Column

De dilemma's van een moeder tijdens feestdagen

En rijd toch niet stilletjes ons huisje voorbij. Je kunt als moeder wel denken: ik heb geen zin meer in de Sintse gezelligheid, maar Sint en Piet zijn nergens te ontlopen. Op school, in de supermarkt, op straat, op televisie. Mijn gedroomde veegjespiet is nog nauwelijks te vinden. Je kind wil ook meedoen, en dat wil je hem toch niet ontzeggen. Dus zetten mijn zus - haar facebookprofiel heeft al sinds april een antizwarte pietenava - en ik met mijn kleine zijn schoentje met een appel voor de schimmel. Wat onhandig legden we uit dat ehm, kleurenpiet? - Piet uit de supermarkt is gewoon zwart - nou ja Piet dus, vannacht door de schoorsteen komt.


Zwarte Piet associeer ik met steeds ongemakkelijker wordende jeugdherinneringen. Hoe leg je het nog uit, dat de blackface van Zwarte Piet, die ik als kind talloze keren heb opgeschminkt, echt een kwetsbare plek raakt? Omdat er een link is naar een grotendeels onverteld, gebagatelliseerd verleden? Alsof je gedwongen wordt een snoezige karikatuur te vieren van het grimmigste deel van je eigen geschiedenis, dat je met je meedraagt in achternamen, familiegeschiedenis en heel veel gewist verleden. Geschiedenis waar in Nederland kennis, belangstelling noch respect voor is.


Dat niemand ooit stilstond bij het feit dat onze vertederende Zwarte Piet, naast allerlei oude invloeden ook elementen uit de slavernij - niet zo gek, bij 400 jaar geschiedenis - met zich meedroeg, is tekenend voor de krampachtige manier waarop niet alleen Nederlanders, maar ook Caribische Nederlanders met het slavernijverleden omgaan. Wie denkt dat de gemiddelde Surinamer of Antilliaan daar altijd graag mee dweept, heeft een vertekend beeld. Het is eerder iets waar men zich voor schaamt en dus liever wegstopt. De kennis over het eigen verleden is daarom fragmentarisch. Ook in de kerk waarin ik opgroeide. Het Surinaamse deel van mijn Amsterdamse jeugd bracht ik grotendeels door in de creools Surinaamse Evangelische Broedergemeente (EBG). Een kerk die door Duitse zendelingen is gesticht; zo komt het dat Surinamers een wat zagend Duits protestantisme aanhangen. Het is zonder meer een van de meer romantische episoden uit de Duitse geschiedenis, die verder uiteraard niet per se bekend staat om zijn 'alle Menschen werden Brüder' gehalte.

De missionarissen waren ervan overtuigd de allerarmsten te moeten bekeren. En dus trokken ze ook naar het Caribisch gebied, naar de slaven. Natuurlijk was dat revolutionair. Blanke zendelingen die midden in de gruwelijkste episode van slavernij de slaven voorhielden dat zij een geloof aan hingen waarin ze overtuigd waren dat ze 'broeders en zusters' waren. Nederlanders hadden in tegenstelling tot Fransen, Britten, Spanjaarden en Portugezen hun slaven niet gekerstend. Het christendom bood de gedroomde belofte van een hiernamaals in volmaakte liefde en gerechtigheid. Dit werd overigens vaak stiekem gecombineerd met uit Afrika stammende wintirituelen, waarbij de voorouderzielen, die in de loop van de geschiedenis op zoveel manieren waren geknakt, werden vereerd. Nog een streng veroordeeld taboe binnen de EBG kerk. Een hartelijke kerk, waarin iedereen elkaar met 'broeder' en 'zuster' aanspreekt en de kerkbanken met kerst vollopen met generaties zwart Hollands voetbalgoud.


De EBG maakte vaak uitstapjes naar de Duitse zusterkerken. Zo gingen we toen ik veertien was een week naar Bremen. Twee oude omaatjes leerden de kinderen oude Surinaamse kinderliedjes. Ik moest het als oudste, met mijn brugklas-Duits, voor de Duitse kinderen vertalen. Faya siton no bro mi so, a djin masra Jantje kiri soema pikin. Een ritmisch en populair kinderliedje, waarbij je op de maat een steentje doorgeeft, wat ik mijn hele jeugd kende. Ik dacht er pas over na toen ik het toen moeizaam vertaalde. Heisse Stein, ehm, brennt nicht so..., Meister Jantje had wieder. Ein Kind. Ehm, ermordet? De omaatjes lieten, lachend want het was kennelijk geestig, gebarend zien waar die hete steen over ging, want ik wist niet wat 'brandmerken' was in het Duits. Maar dat was lang geleden en verder wilden ze er niet over praten. Door de schok van de Duitse kinderen besefte ik pas hoe gruwelijk de tekst was. Ze keken naar mij voor meer uitleg, maar ik had geen idee. Ik had alleen ooit de jeugdeditie van De negerhut van oom Tom gelezen.


Terug naar onze schoorsteenmantel. Nadat we zijn schoentje hadden gezet liep de kleine trefzeker op de boodschappentas af, pakte de chocoladesint, griste hem open en beet meteen zijn mijter eraf. Zo. Dat was opgelost. Chocola komt niet van Piet uit de schoorsteen, maar uit mama's boodschappentas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.