De dierentuin van de literatuur

Een leuk spelletje: Ken Uw Schrijvers. Dat gaat zo. Leg een hand op de onderschriften bij alle schrijversportretten in het prachtboek Knetterende letteren van karikaturist Siegfried Woldhek, en noteer de score....

Tot mijn schaamte zat ik er een paar keer naast. Die romantische jongeling met hysterisch rollende ogen, is dat Rob Schouten? De geest-achtige verschijning met knokige botstructuur Kristien Hemmerechts? Dat zure, uit neerwaartse lijnen opgebouwde blockhead Wim de Bie? Ja, nu je het zegt. Boudewijn Büch zag ik in eerste instantie aan voor Hannemieke Stamperius; in Jan Blokker meende ik Jeroen Brouwers te herkennen. Maar Brouwers leek weer geen steek op Blokker. Het gekke is dat gezichten die je het meest vertrouwd zijn, in hun levende mimiek, het moeilijkst in karikaturale vorm te herkennen zijn. Misschien bestaan gezichten eigenlijk niet; iedereen koestert eigen afbeeldingen van bekenden, ook tv-bekenden, in zijn geest.

Over Woldheks portretten die het minst 'lijken', die verre van realistisch zijn, bestaat de minste twijfel. Daaruit blijkt zijn scherpte als karikaturist. H.J.A. Hofland, getekend als een kruising tussen een scherpzinnige vogel en ET, is feilloos getroffen. Gerrit Kouwenaar, zijn hoofd een schoenendoos waarop in dunne lijntjes zijn gezicht is geschetst, het is de man ín zijn werk. Arnon Grunberg, met geslepen panterkop: ja! Het schattige ventje dat in een onderonsje met de kijker wijst naar Karel van het Reve in de hemel kan ook zonder die aanwijzing alleen maar J.M.A. Biesheuvel zijn. Martin Bril, een en al kaak en tanden, natuurlijk, dat is 'm. En V.S. Naipaul, met chagrijnige hondenkop, lijkt meer op zichzelf dan op foto's.

Woldhek heeft het sublieme vermogen om in één tekening de belangrijkste uiterlijke trekken, typerende karaktereigenschappen, én de aard van het werk van die persoon te treffen. Jan Mulder, die een bal wegkopt uit een doel, dat bij nader inzien een galg blijkt te zijn; de bal zit aan een touwtje, zodat hij eeuwig bokkig zal blijven koppen - meer valt er nauwelijks te zeggen. Het zoete craquelé jongensportretje van Erwin Mortier, het vriendelijke gezicht van Hella S. Haasse, open en afstandelijk tegelijk, Lulu Wang als kirrende liefdesprinses, de gelig glanzende componistenbuste van Oek de Jong, Adriaan van Dis als boos, pruilend jongetje in matrozenpak - het is verbluffend goed gedaan.

'De een heeft het, de ander niet. Ik vrees dat je het wel een béétje kunt leren, maar als je het talent mist, blijft het modderen. Ik heb veel mensen, maar vooral mezelf, veel verdriet gedaan door het toch te proberen', schrijft collega-tekenaar Peter van Straaten in zijn voorwoord bij dit boek. Dat is veel te bescheiden voor iemand met een vergelijkbaar groot talent, maar vast waar. Wim de Bie schrijft, in zíjn voorwoord, dat hij verbaasd was toen hij Woldhek hoorde zeggen, in diens dankwoord bij de uitreiking van de G.H.'s-Gravensandeprijs, dat geportretteerden zelden reageren op zijn tekeningen; hooguit tien brieven in 25 jaar. Vrouwen, zei Woldhek toen, willen hem bij toevallige ontmoetingen wel eens laten weten 'dat ze het portret dat ik van hén maakte een misdadig dieptepunt vinden in mijn werk'.

Wat een misplaatste ijdelheid. De vierhonderd schrijvers die staan afgebeeld in dit schitterende boek mogen apetrots zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden