De dictatuur van het volk

Populisten ontkennen dat de bevolking uit heel verschillende groepen bestaat. Hun streven naar een mythische eenheid onder ‘het volk’ is anti-democratisch....

Het nieuwste boek van Paul Frissen, Gevaar verplicht. Over de noodzaak van aristocratische politiek, is een stevige aanval op de politieke elite. De hoogleraar bestuurskunde (Universiteit van Tilburg) en decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur sluit zich niet aan bij criticasters die stellen dat de kloof tussen politieke elite en burger te groot is geworden, en dat de elite daarom wel wat populisme kan gebruiken.

‘Er is helemaal geen kloof’, vindt Frissen. ‘De politiek zit tot in de haarvaten van de samenleving. Ze informeert zich van dag tot dag met behulp van opiniepeilingen en burgerpanels en weet ik wat allemaal, over de opvattingen van burgers. Politici lopen overal rond, zijn voortdurend op werkbezoek. De politieke elite moet juist meer distantie nemen.’

De politieke elite kan geen afspiegeling zijn van het volk, omdat elk individu anders is en ‘de’ volkswil niet bestaat, schrijft hij. Want het volk bestaat uit minderheden. De kern van democratie is daarom representatie. Het is de gekozen elite die politieke strijd voert over de compromissen tussen die minderheden, zodat hun onderlinge verschillen draaglijk blijven en hun samenleven vreedzaam.

Die continue strijd is noodzakelijk, willen we van democratie kunnen spreken, zegt u. Want consensus betekent het einde van de politiek?

‘Alle utopieën zijn uitdrukkingen van het verlangen naar consensus: in de utopie is iedereen met elkaar verzoend. Een utopische wereld is een verschrikkelijke wereld, want hij is tot stilstand gekomen. Een ander mogelijk resultaat van consensus is totalitarisme: het politieke als een mythische eenheid van leider en volk. Ook dat heeft niets met democratie te maken. De kern van de democratie is dat we het oneens kunnen blijven, dat we verschillend mogen blijven, dat we in vrijheid een minderheid kunnen blijven.’

Je kunt heel dominante minderheden hebben. Niet per se kwantitatief, maar in de manier waarop ze het debat naar hun hand zetten.

‘Het grote risico dat je altijd in democratische samenlevingen loopt, is dat er sprake is van een dictatuur van de meerderheid, of van een minderheid die zo dominant wordt dat het minderheid-zijn van anderen wordt bedreigd. Als je assimilatiepolitiek nastreeft, betoog je dat iedereen zo moet worden als de meerderheid, of zoals de dominante minderheid.’

Eén Nederlandse partij is daar heel uitgesproken over, en je ziet dat andere partijen zich daarnaar gaan voegen.

‘De afgelopen tien jaar is het populisme in het discours geslopen en...’

Dat noemt u populisme?

‘De eerste en belangrijkste uitspraak van het populisme is, dat hét volk bestaat: een eenheid met een gedeelde cultuur, geschiedenis en etniciteit. Een populist stelt de etnos voorop, niet de demos, en beschuldigt de elite van verraad, omdat die de democratie wél beschouwt als een eeuwige strijd tussen minderheden. De populist ziet de eenheid van het volk als een zuivere eenheid, van vreemde smetten vrij, die er alleen maar om vraagt onthuld te worden. Hij wil juist een einde maken aan die verdeeldheid en aan die conflicten. Dat is een anti-democratisch verlangen, omdat een democratische politieke gemeenschap gefundeerd is op ons verschillend zijn.’

Maar de populistische kritiek op de oogkleppen van de elite snijdt wel hout.

‘Het is buitengewoon merkwaardig dat Nederland van zichzelf een gidsland-opvatting had. Wij waren een moreel betere samenleving, tolerantie was hier de grootste waarde, enzovoorts. Dat heeft een aantal maatschappelijke kwesties van de politieke agenda afgehouden.

‘Wij hebben altijd systematisch geweigerd te erkennen dat wij een immigratiesamenleving zijn, en we hebben ook nooit een migratiepolitiek geformuleerd. Dat vonden we genant, want dan zouden we moeten zeggen wie wel en wie niet naar binnen mocht en dat was strijdig met ons gevoel van superioriteit.

‘In Nederlandwas migratie vooral een kwestie van diversiteit van leuke verschillende eettentjes. Maar migratie is ook vervreemding en conflict, zoals Scheffer betoogt. Daar goot de elite een moralistisch sausje overheen: gij zult tolerant zijn.

‘Dat naïeve multiculturalisme is nu ingeruild voor net zo’n naïef idee over wat wij zijn en wat Nederland is. Dat leidt tot allerlei uitingen van vreemdelingenhaat en een bijna hysterisch klimaat waarbij elk verschil als gevaarlijk, bedreigend en te bestrijden wordt gezien. De dominante politieke elite heeft zich op sleeptouw laten nemen door het populistische discours, omdat men daarop geen antwoord heeft – op een paar uitzonderingen na, zoals Pechtold en Halsema, en sommige VVD’ers.’

Intussen wordt uitgerekend hoeveel geld migranten de samenleving kosten.

‘In Nederland is etnische registratie verboden, maar we doen het volop. Dat gebeurt dan door instanties als het consultatiebureau, dat drie dagen na de geboorte van je kind op de stoep staat met omvangrijke vragenlijsten waarop je ook moet invullen waar je ouders vandaan komen en welk geloof je hebt. En de consultatiebureaus in de meeste gemeenten zijn overheidsorganisaties, ze maken deel uit van de staat.

‘Als Wilders dan vraagt ‘Mag ik die cijfers eens zien’, ben ik daar zeer principieel op tegen. Ik vind niet dat wij op basis van welke persoonskenmerken dan ook moeten gaan uitrekenen wat individuele Nederlanders kosten. Maar het antwoord van de Nederlandse staat is hypocriet, want wij registreren die etniciteit wél. Ik snap niet dat Wilders daar geen groter punt van heeft gemaakt.

‘Onze politieke gemeenschap kent naar mijn oordeel alleen Nederlanders en niet-Nederlanders. Dat is het principe van het staatsburgerschap. Je hoort als Nederlander bij de staat ongeacht je religie, je kleur, je achtergrond enzovoorts. Je bent gebonden aan de wetten binnen die staat, dus aan de normen. Níét aan de waarden. Jij mag als orthodox gereformeerde de diepe overtuiging hebben dat de vrouw ondergeschikt is aan de man.’

Ik begrijp niet waarom we door onze geschiedenis van verzuiling niet meer waarde hechten aan minderheidsposities.

‘Met de verzuiling hebben we een politiek systeem van segregatie georganiseerd om juist op grond van een sterke identiteit in elke zuil een samenleving te creëren waarvan de leden niet voortdurend met elkaar in een burgeroorlog waren verwikkeld. Maar vergeet daarbij niet dat de tolerantie voor geloof in Nederland altijd al tamelijk beperkt was.

‘Het katholieke geloof is lang verboden geweest in Nederland. Tot in de jaren zeventig van de 20ste eeuw gold in allerlei plaatsen nog een processieverbod. Over katholieken is precies hetzelfde gezegd als over moslims nu: ze hebben een raar geloof, ze zijn loyaal aan een vreemde macht, namelijk Rome, ze hebben een voortplantingsgraad die vele malen groter is dan de onze, dus als we niet uitkijken zijn ze straks in de meerderheid. Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd in het opinieblad Vrij Nederland voortdurend gesneerd over katholieken. Dus laten we niet denken dat dat pas is gekomen met de islam.’

Van de Nederlandse elite moeten de moslims het dus ook niet hebben?

‘De afgelopen dertig, veertig jaar was religie, volgens de dominante politieke en maatschappelijke cultuur in Nederland, iets voor domme mensen. Liberalen en sociaal-democraten vonden gelovigen een soort plattelanders: ze mogen meedoen, maar als we nu maar flink investeren in opleiding en opvoeding, worden ze op een gegeven moment op zijn minst agnost en hopelijk atheïst.

‘En dus is de schok heel groot dat er een nieuwe demografische groep is die niet alleen een geloof heeft, maar dat ook actief beleeft. En die dat niet doet in de fundamentalistische reservaten die we hebben, maar in de grote steden. In de Biblebelt zie je geen grachtengordeltypes. Die komen op zondag geen vrouwen met hoedje en lange zwarte rokken tegen die drie meter achter hun man lopen. En dat je daar op zondag ook niet met een fiets of auto moet rijden, merken ze in Amsterdam evenmin.

‘Maar de migratie vindt in grote steden plaats, want daar zijn de goedkoopste woningen. En dus is de religie ‘terug’ – ook al is hij nooit weggeweest.’

Uw boek is een grote aanval op de elite, omdat die zich volgens u niet als elite gedraagt. Maar u verlangt wel heel erg veel.

‘Machthebbers moeten worden ingesnoerd. In dit boek staat wat dat voor henzelf zou kunnen betekenen.’

Ik citeer: bescheidenheid, terughoudendheid, zelfbeheersing, zelfbeperking, voortreffelijkheid, deugdzaamheid, tolerantie, elegantie, hoffelijkheid, verdraagzaamheid, prudentia. Kent u zulke mensen?

‘Ik denk wel dat er mensen zijn die dat kunnen. Machthebbers moeten onaangename beslissingen nemen, leed toevoegen, geweld inzetten, en in de uitoefening daarvan moeten ze aan een aantal normen worden gehouden. Zo moet de democratie ook functioneren, als een permanent correctiemechanisme op de macht en op misbruik van de macht.

‘Je kunt in de vormgeving van de democratie dat soort eisen verwerken. De mogelijkheden van het Nederlandse parlement om functionarissen te ondervragen en onderzoek te doen, zijn heel beperkt. Zie het Irak-onderzoek, dat is toch bizar. De Amerikanen hebben er een paar gedaan, de Engelsen ook, en wij doen er buitengewoon ingewikkeld over.

‘Ik snap wel hoe dat komt, dat heeft te maken met coalitiekabinetten, maar je zou institutioneel de rechten van parlementaire minderheden om onderzoek te doen, kunnen vergroten. En je zou de verantwoording van allerlei publieke functionarissen aan het parlement, zoals topambtenaren en leidinggevende functionarissen in publieke diensten, kunnen vergroten.’

Democratie betekent in uw ogen dat de verschillende machten in de staat zwak zijn, zodat de staat niet te sterk wordt tegenover zijn burgers. Maar is dat de praktijk?

‘De afgelopen jaren is de ambtelijke elite als countervailing power ten opzichte van de politiek verzwakt; die verhouding is behoorlijk geïnstrumentaliseerd. Als je nu ziet hoe nogal wat burgemeesters van grote steden zich gedragen tegenover hun politiechefs, dan is dat niet primair een uitdrukking van het idee ‘Maar goed dat hij een beetje vorm van check and balance is voor mijn gedrag en vice versa’. Nee, ze vinden: hij moet maar doen wat ik zeg.’

Even terug naar de aristocratische deugden. U schrijft: ‘Sensitiviteit voor de elegantie van het verschil vraagt om hoffelijkheid jegens dat verschil, ook als het schuurt. Uiteraard mag deze houding van hoffelijkheid rekenen op reciprociteit.’ En intussen schreeuwt en beledigt de Tweede Kamer maar door.

‘Het gaat niet aan om in het politieke debat je maatschappelijke tegenstanders te stigmatiseren. Ik zou een minister niet knettergek noemen, maar ik vind dat een minister eerder knettergek mag worden genoemd dan een bevolkingsgroep. Dat vind ik een fundamenteel verschil.

‘Hoffelijkheid in het debat is nodig, omdat iedereen gelijk kan hebben. Die regel gaat vooraf aan het eigen gelijk.’

Kunt u dat wel verlangen wanneer u ziet wat scoort in de media? Nuance en fijngevoeligheid leveren geen quotes voor de voorpagina op.

‘Ik ben aarzelend om te zeuren over de media. De distantie die ik in mijn boek bepleit, geldt voor politici, niet voor de media. Je kunt als politicus best tegen een journalist zeggen: dit is een domme vraag, u ziet het verkeerd, komt u morgen maar terug. Daar word je in de ogen van de burger tamelijk populair mee. Denk maar aan minister Dales, die met een handtas journalisten bij zich wegsloeg als ze domme vragen stelden. Zij was waanzinnig populair.’

Toen Ella Vogelaar werd ondervraagd door Rutger Castricum van GeenStijl...

‘Dat was een gebrek aan professionaliteit. Ze werd niet door haar voorlichters beschermd, ze gaf geen antwoord en ze liet die jongen maar zuigen.

‘In een mediasamenleving moet je als politicus met de media kunnen omgaan. Pim Fortuyn kon dat fantastisch. Die regisseerde het gebeuren, en helemaal niet door te vertellen wat een journalist wilde horen, maar zelfs door Wouke van Scherrenburg op zeker moment naar het fornuis te verwijzen. Het vergt een ander soort professionaliteit doordat de wereld op dat punt is veranderd, maar het vergt helemaal geen permanente meegaandheid.’

Wat dan wel?

‘Als je machthebber bent, krijg je een lastige pers om je heen. Daar moet je je tegen wapenen. En als mensen dan zeggen: je gedraagt je nu arrogant – so be it. Je ziet dat politici zich juist te afhankelijk maken van die media, terwijl ook daar een zekere afstand noodzakelijk is. Want anders ga je samenvallen met het beeld dat de media van je creëren, en ben je geen regisseur meer over je eigen identiteit als politicus.

‘Er zijn wel politici die zeggen: dit doen wij hier zo, en niet anders. Denk bijvoorbeeld aan de fantastische verdediging van minister Donner van ons tbs-systeem in de Tweede Kamer, in 2006. Hij maakte daarmee duidelijk dat de rechtsstaat pijn en moeite kost, en dat ook iemand die vast heeft gezeten, na zijn vrijlating recht heeft op terugkeer in de samenleving.’

U spreekt u uit tegen de levenslange gevangenisstraf, omdat die volgens u een te grote inbreuk doet op de vrijheid van de burger.

‘Een rechtsstaat kan niet gebouwd worden op schandpalen, op stigmatisering, op doodstraffen, op levenslange vrijheidsstraffen, op niet humane gevangenisomstandigheden. Juist omdat de staat zulke afschuwelijke monopolies heeft (het geweldsmonopolie en het monopolie op de belastingheffing, red.) moet hij zwaar genormeerd worden in wat hij doet.’

Maar onze overheid is juist heel moralistisch. Ze heeft graag dat we allemaal doen wat ze zegt.

‘Alle pogingen om burgers in een keurslijf te dwingen, zijn aantastingen van hun vrijheid en daarmee een bedreiging van de democratie. Niet alleen de PVV met haar eis van assimilatie is een gevaar voor de democratie. Dat geldt ook voor de interventionistische verzorgingsstaat die wil bepalen of we mogen roken, wat we mogen eten, hoe we onze kinderen moeten opvoeden, die ons in de gaten houdt met camera’s, en die behalve ons geloof en onze etnische achtergrond ook de groei van het schaamhaar van onze kinderen registreert.

‘Het aantal gevallen van kinderen die onder toezicht worden gesteld en ouders die uit de ouderlijke macht worden gezet, is de laatste vijf jaar in Nederland fors toegenomen. De straffen die je als jeugdige krijgt als je vuurwerk afsteekt, zijn onvergelijkbaar met de tijd dat ik jong was. Ik ben blij dat er toen geen Bureau Halt was.’

U vindt voorkomen niet beter dan genezen?

‘Wij verdragen geen leed meer, wij verdragen geen risico’s meer. Het wetenschappelijk instrumentarium om risico’s op te sporen en te voorspellen is een enorme industrie geworden. Wat we vroeger alleen deden op het terrein van de veiligheidsdiensten, dingen proberen te voorkomen, is nu uitgebreid naar het totale sociale- en welzijnsdomein. Daardoor zijn de bevoegdheden om in te grijpen naar voren gehaald.

‘In het strafrecht ben je pas strafbaar als je een daad hebt gepleegd. Het hele interventierepertoire dient ertoe een daad te voorkomen. Koppel je daar een risicoanalyse aan, dan betekent dat, dat jij in statistische zin verdacht kunt zijn en alleen daarom al een potentieel object om op in te grijpen.

‘Aan machthebbers die het hele interventieapparaat van preventie en repressie tot hun beschikking hebben, mag je bijzondere eisen stellen. Hun geloof in de maakbaarheid van maatschappelijke verhoudingen gecombineerd met een politiek van de goede bedoelingen, bevat het gevaar van totalitarisme. Daarom is het zeer passend op te roepen tot terughoudendheid, ook al gaat dat dwars tegen de tijdgeest in.’

Gevaar verplicht. Over de noodzaak van aristocratische politiek. Door Paul Frissen. Uitgeverij Van Gennep, 275 pagina's, euro 29,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden