De derde weg in bed

De groeiende openlijke aanwezigheid van de seksindustrie in de maatschappij roept hier en daar onbehagen op. Sommigen bepleiten een terugkeer naar de oude normen en waarden van voor de seksuele revolutie....

ELKE KEER als ik in de auto van Rotterdam naar Amsterdam rijd, kom ik langs een huizenhoog reclamebord met twee halfblote vrouwen erop en de tekst: 'Wil je weten hoe ik rij?' Ik wil helemaal niet weten hoe de dames rijden. Ik vind de woordkeuze aanstootgevend - het zijn toch vrouwen, geen auto's! - en die naar achter gestoken blote billen ook. Onlangs heeft iemand een klacht tegen de advertentie ingediend bij de reclamecodecommissie, maar die is afgewezen.

Een vriendin van me vertelde dat ze met haar dochtertje een kindertijdschrift wilde kopen in een stationskiosk en dat de blootbladen naast de jeugdbladen in het schap bleken te liggen. Toen ze daartegen protesteerde, was het antwoord dat de distributeur de plaats van tijdschriften bepaalt en dat ze trouwens geen recht had om te klagen, want de televisie zit tegenwoordig toch ook vol seks? Ja, zei mijn vriendin, maar daar kan ik nog een knop omzetten.

Het ziet er naar uit dat wij geen knop meer kunnen omzetten om ons te beschermen tegen de groeiende aanwezigheid van de seksindustrie in ons bestaan. Er is een geest uit de fles gekomen die er niet meer in wil: commerciële seks en porno eisen luidkeels bestaansrecht en niemand kan die nog weigeren.

Het gaat per definitie om seks zonder liefde waarbij mensen tot object gemaakt worden, dingen met een gat erin of een steeltje eraan, geschikt om orgasmes aan te beleven. Overvloedig in de aanbieding, makkelijk te krijgen, goedkoop, vanzelfsprekend, stijlloos, waarde-loos, meestal vernederend, vaak agressief, maar in elk geval ongeremd en onstuitbaar.

Geen wonder dat mensen zich onbehaaglijk beginnen te voelen in onze libertijnse cultuur en pleiten voor een terugkeer naar een of andere conservatieve seksuele moraal. Daarop komt dan weer cynisch protest van de bevrijden, die geen zin hebben zich te laten terugdringen in een knellend keurslijf. Jan Mulder bijvoorbeeld haalde in zijn CAMU-column van 29 januari uit naar de idealen van Jurriaan Kamp. 'Nare dingen', volgens Mulder. Kamp vindt dat je seks niet moet loskoppelen van liefde, huwelijk, gezin en samenleving; dat slippertjes huwelijken en zelfs bedrijven kunnen vernietigen; dat in een huwelijk liefde en trouw gaan boven begeerte en profijt en dat het gaat om kwaliteit, niet om kwantiteit.

Ik heb veel sympathie voor de idealen van Kamp, maar ik begrijp Mulders allergische reactie ook. Moeten we nu ineens weer allemaal als maagd het huwelijk in en tot onze dood maar één ander mens seksueel leren kennen? Seks onlosmakelijk aan liefde koppelen lijkt me ideaal, maar seks exclusief koppelen aan de voortplanting is me te primitief. We hebben dus iets nodig dat als antistof werkt tegen het gif van de seksindustrie, zonder dat het onze vitaliteit verstikt en ons in wurgende wetmatigheden duwt.

Misschien ligt de oplossing in het ontwikkelen en propageren van seksuele intelligentie. Zoals David Goleman het begrip emotionele intelligentie definieerde, kunnen we seksuele intelligentie introduceren als derde weg: zelf reflectie en zelfsturing op het gebied van de seksualiteit, gebaseerd op onderzoek en inzicht.

De basis van emotionele intelligentie volgens Goleman is zelfreflectie, het registreren en interpreteren van je eigen gevoelens. Stap twee is het vermogen die gevoelens, indien gewenst, te beheersen en te veranderen. Een simpele methode om emotionele intelligentie bij kinderen te testen is ze een koekje aan te bieden en erbij te vertellen dat ze twee koekjes kunnen krijgen als ze even wachten met eten. Direct opeten betekent dat er maar een koekje komt. De kinderen die zich kunnen beheersen en hun bevrediging uitstellen, zijn emotioneel intelligent.

Bijzonder belangrijk bij emotionele intelligentie in de omgang met anderen is ook empathie: je kunnen inleven in de ander, het aanvoelen en herkennen van de gevoelens van anderen en daarop adequaat reageren. Wat niet wil zeggen dat je je onderwerpt aan die gevoelens van anderen - juist niet. Naar analogie hiermee zou je kunnen zeggen: seksuele intelligentie is gebaseerd op het herkennen van de driften en drangen die zich in ons aandienen en die opwellingen en impulsen - indien gewenst - weten te beheersen en om te buigen. Wanneer is het gewenst? Als de situatie in het algemeen en de gevoelens van de andere betrokkenen in het bijzonder, en daarmee de kwaliteit van de relatie, daartoe aanleiding geven. Seksuele intelligentie komt dus neer op het ontwikkelen van seksuele zelfbeheersing, zodat we adequaat kunnen reageren op de anderen met wie we seksuele omgang hebben of graag zouden hebben.

Welke gevolgen dat precies heeft voor onze seksuele mores zal blijken in de praktijk en vergt ongetwijfeld veel onderzoek en discussie. Zonder te pretenderen de wijsheid in pacht te hebben, zou ik enkele voorzetjes willen doen.

Een seksueel intelligente benadering gaat er niet automatisch van uit dat mannen en vrouwen hetzelfde zijn of identieke seksuele verantwoordelijkheden hebben. De biologie van seks is namelijk niet symmetrisch. Bij zoogdieren is het instinct op biologisch niveau zo geëvolueerd dat het mannetje zijn zaad maximaal wil verspreiden, terwijl het vrouwtje enkele van haar eitjes optimaal tot wasdom wil brengen. De neiging seksuele partners tot object te maken waarin zaad gepompt dient te worden, is de mannelijke variant van onze dierlijke neigingen: darkrooms zijn mannelijke uitvindingen. De neiging zich emotioneel aan seksuele partners vast te klampen, is de vrouwelijke variant.

De mens overstijgt echter het biologische niveau van dierlijke gerichtheid op voortplanting en moet dus de biologische opdrachten vertalen naar een ander niveau, het menselijk relationele. Een seksuele partner tot object maken, is op dit niveau eigenlijk altijd ongewenst, blijkt in de praktijk. Er zijn althans allerlei aanwijzingen dat het niet goed is voor de menselijke psyche tot object gemaakt te worden, niet alleen bij kinderen maar ook bij volwassenen, zelfs niet als je dat samen hebt afgesproken. Hoe gevoeliger je bent, hoe meer last je ervan hebt. Werkers in de seksindustrie en zeer promiscue levende mensen raken vaak afgestompt, zodat ze steeds hardere prikkels nodig hebben om nog iets te voelen.

Seksueel intelligente mannen zullen dus de neiging anderen tot object te maken in zichzelf registreren en zich in dat opzicht leren beheersen. Ook de neiging het orgasme te verheffen tot doel van de copulatie en zo vaak mogelijk en snel klaar te komen is typisch mannelijk-biologisch. Uit allerlei onderzoek (van onder anderen Willeke Bezemer en Annette Heffels van enkele jaren geleden, getiteld Min of meer macho) blijkt dat voortijdige zaadlozing een wijdverspreid en chronisch probleem vormt in relaties. Vrouwen blijven onbevredigd achter na de daad en verliezen na verloop van tijd belangstelling voor het hele beddenwerk. Seksueel intelligente mannen richten daarom hun aandacht doelbewust op het proces van het bedrijven van de liefde, op het verschaffen en ervaren van genot tijdens dit proces en niet op het eindeffect ervan. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat ze zich klakkeloos onderwerpen aan de seksuele wensen en grillen van vrouwen.

Zelfreflectie leidt ongetwijfeld ook tot de ontdekking dat veelvuldig seksueel fantaseren de zelfbeheersing ondermijnt. Een man die zichzelf de hele dag loopt op te fokken, spuit bij de geringste prikkel. Zelfbeheersing op dit punt vergt dus meer dan alleen aandacht in bed; er is de hele dag een soort mentale discipline voor nodig. Niet denken maar doen; dat wil zeggen, als de daad op zijn plaats is. En anders: niet aan denken. Voor de hordes werklozen uit de seksindustrie vinden we wel beter emplooi.

Seksueel intelligente vrouwen onderwerpen zich niet aan de primitieve biologische neigingen van seksueel onintelligente mannen, laat staan dat ze die overnemen en luidkeels gaan verkondigen dat het lekker is om lustobject te zijn en dat het uitsluitend gaat om de climax. Dat is bij dieren zo, niet bij mensen. Al even dom is de moderne leugen dat seks altijd moet, dat je ongelukkig wordt van seksuele onthouding bij afwezigheid van een geschikte partner.

Seksueel intelligente vrouwen moeten de instinctieve behoefte leren registreren zich emotioneel aan een mannelijke partner vast te klampen en zich leren beheersen in dat opzicht. Waarschijnlijk is het daarvoor nodig economisch zelfstandig te zijn - alleen vrijen kunnen vrijen. Maar die gezegende staat ambiëren de meeste intelligente vrouwen toch al.

Nogmaals: veel onderzoek is nog nodig. Dat lijkt me geen probleem in het vooruitstrevende, seksueel bevrijde Nederland. Een intelligente benadering van seks zal in elk geval ook netelige kwesties aan de orde stellen. Men kan onbevreesd onderzoek doen, conclusies trekken en daarop adequaat reageren. Pornografie ontsnapt niet aan deze maatschappelijke zelf

reflectie.

A

MERIKAANS onderzoek uit 1995 toonde aan dat negentig procent van de jongens en zestig procent van de meisjes van 14 jaar ooit een pornografische film hadden gezien; eenderde van de jongens zag er minstens een per maand en ongeveer evenzoveel jongens beschouwden pornografie als de belangrijkste bron voor hun seksuele opvoeding. Ik ken geen recente Nederlandse cijfers, maar het zal hier niet veel anders zijn. Het meest verontrustende hierbij is de aard van veel pornografie. Het tot object maken van de seksuele partner leidt namelijk per definitie veelvuldig tot vrouwvijandige, vernederende en niet zelden gewelddadige seks.

Onze maatschappij gaat op dit moment volkomen schizofreen met seks om, schrijft dr. J. Boutellier in het hoofdstuk 'De pornografische context van zedendelicten' van Jeugd en seksueel misbruik, Justitiële Verkenningen (jaargang 26 nummer 6, herfst 2000). Aan de ene kant beschouwen we mannen en vrouwen als volkomen gelijkwaardig en stellen we hoge eisen aan relaties in de zin van intimiteit en zelfcontrole. Aan de andere kant is er een overvloedig aanbod aan pornografie waarin vrouwen stelselmatig onderdrukt en vernederd worden. 'Alleen in de pornografie is het vrouwelijke lustobject nog op een vanzelfsprekende manier beschikbaar voor de man.'

Boutellier citeert de Amerikaanse schrijfster D. Russell, die in haar boek Dangerous Relationships - pornography, misogyny and rape met onderzoeksgegevens komt waaruit blijkt dat het consumeren van veel pornografie zeer ongunstige effecten heeft op de geest van de consumenten. Het stimuleert verkrachtingsfantasieën, seksualiseert dominantie en onderschikking, creëert een behoefte aan 'stronger material', maakt mannen ongevoelig voor de ernst van verkrachting, bevordert de acceptatie van interpersoonlijk geweld, ondermijnt de angst voor sociale sancties en voor afwijzing door leeftijdgenoten en - last but not least - ondermijnt de weerstand van vrouwen om vernedering af te wijzen.

Boutelliers conclusie is dat vrijheid van meningsuiting onbetwistbaar is, ook voor het uitbeelden van seksuele fantasieën, maar: 'Toch kan serieus de vraag gesteld worden of gewelddadig materiaal niet dient te worden opgevat als het aanzetten tot zedenmisdrijven.'

Een seksuele intelligentsia keert zich ongetwijfeld en bloc tegen pornografie en ziet op den duur kans het uit het openbare leven te weren. Niet omdat we zo bekrompen zijn, maar omdat we intelligent omgaan met seks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden