De democratie heeft onderhoud nodig

Waarom was er geen open sollicitatieprocedure voor de eventuele baan voor Melkert bij de Wereldbank, vragen Boris Dittrich en Janine Odink zich af....

IN het debat met premier Balken ende over de regeringsverklaring kwam de discussie over de eventuele benoeming van Ad Melkert bij de Wereldbank even aan de orde. Hoe geschikt de voormalige PvdA-leider voor deze functie ook mag zijn, de gesloten wijze van benoeming roept verzet op.

Nederland mag een kandidaat voordragen die een grote groep landen vertegenwoordigt bij de Wereldbank. Geen van de parlementen van die landen wordt bij de benoeming betrokken of geraadpleegd. Voor zo'n belangrijke functie in een machtig instituut als de Wereldbank zou dat toch voor de hand liggen.

Vorige week verscheen het jaarrapport Deepening democracy in a fragmented world van het UNDP, het ontwikkelingssamenwerkingsprogramma van de Verenigde Naties. Het UNDP constateert dat de afgelopen twintig jaar weliswaar zeer veel landen democratische ontwikkelingen hebben doorgemaakt, maar dat de werkelijke democratisering stokt.

In jonge democratieën én in landen die een langere democratische traditie kennen, hebben burgers aantoonbaar minder vertrouwen in hun democratisch gekozen overheid.

Nederland deed dit soort berichten tot voor kort af als een ver-van-mijn-bedshow, maar in het afgelopen verkiezingsjaar klonk kritiek op het overheidsfunctioneren in Nederland, die sterk aan de constatering van het UNDP doet denken. De kwaliteit van de democratie is mondiaal, maar ook in Nederland, in gevaar.

Grote groepen mensen hebben het gevoel geen vat te hebben op besluitvormingsprocessen. Men wordt niet daadwerkelijk vertegenwoordigd op posten in de samenleving die ertoe doen. Die frustratie keert wereldwijd terug in de pluriforme opvattingen van de antiglobaliseringsbeweging: woede over de grote spelers op het wereldtoneel die te weinig verantwoording afleggen over hun handelen. Het UNDP signaleert dat er zich een gedeeltelijke machtsverschuiving heeft voltrokken van volksvertegenwoordigingen naar internationale instellingen, multinationals en non-gouvernementele organisaties (ngo's). In ontwikkelingslanden vertrouwt het publiek ngo's meer dan de nationale parlementen, omdat de ngo's taken vervullen die anders niet zouden worden verricht. Dat is op zichzelf waardevol, maar zo ontstaat er wel een democratisch gat. Want wie controleert die ngo's? Wie benoemt hun bestuurders? Aan wie leggen ngo's, in Nederland vaak stichtingen zonder leden, verantwoording af? Het UNDP constateert dat in ontwikkelingslanden geen weloverwogen keuzes worden gemaakt tussen verschillende belangrijke verbeteringen voor het land, omdat de ngo's alleen voor hun eigen zaakjes opkomen. Zulke keuzes moeten in volwassen democratieën wel worden gemaakt.

Het stokken van de mondiale democratisering is zorgelijk. Want hoewel democratie geen voorwaarde is voor economische groei, beschermen democratieën hun burgers aantoonbaar beter tegen rampen als hongersnood, en is de kans op politiek geweld en oorlog kleiner dan in autoritair geleide landen. Als mensen zich niet meer bij het bestuur betrokken voelen en wantrouwen de overhand krijgt, zijn ze vatbaar voor kritiek op de democratie zelf. Het gebrek aan betrokkenheid uit zich in de steeds maar afkalvende ledenaantallen van politieke partijen. Deze tendens is in de meeste democratieën zichtbaar.

Het UNDP pleit voor het verdiepen van de democratische waarden. Die conclusie delen wij van harte. Niet minder democratie maar daadwerkelijke democratie!

Naast de basisvoorwaarden die in het rapport worden genoemd (zoals vrije verkiezingen, vrije media die niet tot één en dezelfde eigenaar behoren, controle over de strijdkrachten en een levendige civil society zal ieder land daarvoor een eigen invulling moeten zoeken die past bij de geschiedenis en de wensen van de bevolking. In Nederland is er nog een lange weg te gaan. De beslissing van het kabinet Balkenende de gekozen burgemeester op de lange baan te schuiven en het besluit het correctief wetgevingsreferendum in de prullenbak te gooien, doen het ergste vrezen voor de daadwerkelijke participatie van de Nederlandse burgers. De verdediging van dit onderhandelingsresultaat door Mat Herben, in het debat over het regeerakkoord, was die van een regent die bang is voor zijn kiezers: het kabinet gaat een goed beleid voeren en dus heeft de bevolking geen behoefte aan een referendum om overheidsbeslissingen te corrigeren.

We zullen in Nederland moeten blijven zoeken naar manieren om de kwaliteit van onze democratie te verbeteren. Bij de benoeming van een bewindvoerder voor de Wereldbank, bijvoorbeeld, moeten de functie-eisen waar de kandidaat aan moet voldoen openbaar worden gemaakt. Er dient een open kandidaatstellingsprocedure gevolgd te worden. Waarom zouden zich niet meerdere kandidaten bij het kabinet kunnen melden? De uiteindelijke keuze van het kabinet moet deugdelijk gemotiveerd worden en die motivatie moet naar buiten worden gebracht. Is Ad Melkert de beste kandidaat, dan moet hij benoemd worden. Vervolgens moeten creatieve manieren van verantwoording afleggen worden ontwikkeld, zoals via een website jaarlijks laten zien wat degene die benoemd is, bij de Wereldbank heeft gedaan. En dan niet in de verhullende taal van jaarverslagen, maar inzichtelijk en concreet. Dit soort benoemde functionarissen zou in de Tweede Kamer uitgenodigd moeten worden om vragen van volksvertegenwoordigers te beantwoorden. Zo gaan machtige instituties als de Wereldbank meer leven.

Democratie is geen rustig bezit. Elke dag moet eraan worden gewerkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.