De democratie draait dol

Californië werd in de jaren zestig beschouwd als een van de best geleide staten van Amerika. Toen werd de directe democratie ingevoerd, en buitelden de referenda over elkaar....

'Snelwegen die ooit een model voor de wereld waren, vallen nu letterlijk uit elkaar. Openbare parken kunnen alleen overleven door hoge toegangsprijzen te vragen. Het onderwijssysteem is ingestort. De Californische scholen behoren tot de zwakste van Amerika', schrijft Fareed Zakaria in zijn boek The Future of Freedom.

De burgers van Californië bleken wispelturig en stellen tegenstrijdige eisen. Ze willen beter onderwijs en betere kinderopvang, maar de belastingen mogen vooral niet omhoog. Terwijl Hollywood en Silicon Valley opbloeiden, verkruimelde de publieke sector. 'Nog nooit heeft een beschaafde samenleving een politiek systeem geproduceerd dat zo dicht bij anarchie staat', schrijft Zakaria.

Nederland staat aan de vooravond van een heuse democratiseringsgolf. Er komt deze zomer een referendum over de Europese Grondwet. Straks mogen we de burgemeester kiezen en stemmen op een kandidaat uit ons 'eigen' district (van ruim 200 duizend inwoners, overigens). Maar voor radicale democraten is dat nog maar een begin. Ook de minister-president moet worden gekozen. Over een beetje besluit moet een referendum worden gehouden. Burgers moeten ook zelf wetsvoorstellen kunnen initiëren of juist torpederen. Falende bestuurders moeten zonder pardon naar huis kunnen worden gestuurd.

De politieke onvrede zal hierdoor slinken, verwachten de hervormers. Bovendien worden er betere besluiten genomen als de politiek wordt terugveroverd op de elite, en de burgers met hun gezonde verstand mogen meepraten. Opiniepeiler Maurice de Hond meldde op vertrouwd apocalyptische toon dat radicale democratisering de enige manier is om een revolutie af te wenden (Forum, 13 januari).

Hoe meer democratie, hoe beter. Daar lijkt geen speld tussen te krijgen. Wie kan er tegen democratie zijn? Tegen de burger en voor de politicus? In de dominante ideologie van dit moment staat de zelfbeschikking van de individuele burger centraal. Wie daar tegenin gaat, maakt zichzelf verdacht, als een paternalist, een oudlinkse centralist of, het ergste van alles, een intellectuele elitarist die twijfelt aan de wijsheid van 'het volk'.

Toch is het een gevaarlijke gedachte dat radicale democratisering op alle fronten moet worden doorgevoerd. De politieke onvrede zal eerder toe-dan afnemen, omdat ook een radicaal-democratische staat de steeds onrealistischer wordende eisen van de burgers niet zal vervullen. Bovendien gaan radicale democraten uit van de gedachte dat burgers wijs en goed zijn. Ervaringen in radicaal-democratische staten, zoals Californië, wijzen eerder op het tegendeel.

Het is naïef om te denken dat democratische vernieuwing de politieke onvrede zal temperen, leert een blik op het buitenland. In Duitsland wordt de burgemeester allang gekozen, en stemmen burgers ook op een regionale kandidaat. Toch spreken de Duitsers al jaren over Politikverdrossenheit, politieke landerigheid. Referendumland Zwitserland is ultrademocratisch, maar heeft toch zijn eigen Pim Fortuyn, SVP-leider Blocher.

Radicale democraten zoeken de oorzaken voor politieke onvrede uitsluitend in het politieke bestel. Dat is achterhaald, politici zijn te saai, het volk heeft te weinig invloed. De burger daarentegen is altijd goed. Hij is 'mondig en goed opgeleid', en wordt ten onrechte klein gehouden door de politieke kaste.

Toch wordt die politieke onvrede niet in de laatste plaats veroorzaakt door de burger zelf. In onze samenleving is consumentisme het dominante denkmodel geworden. Burgers zijn nauwelijks meer in staat de wereld op een andere manier te bekijken. Ze zien de overheid als een bedrijf, en zichzelf als klant die recht heeft op goede en snelle service.

Maar politiek is iets heel anders dan het bedrijfsleven. Een bedrijf hoeft alleen zijn eigen klanten tevreden te stellen, en bekommert zich niet om mensen die buiten de doelgroep vallen. De politiek heeft echter te maken met alle burgers. 'Het volk' bestaat uit verschillende groepen, vaak met tegenstrijdige belangen. Politici moeten die belangen tegen elkaar afwegen en een besluit nemen. Zij kunnen per definitie niet al hun 'klanten' tevreden stellen. Met die simpele waarheid kunnen verwende burgers maar moeilijk leven. Zoals saxofonist Hans Dulfer in Nieuwe Revu zei: 'Waar we nu in leven is geen democratie. Er zijn zo veel partijen - en als ze wat willen bereiken, moeten ze concessies doen. Dus wat je ook stemt, je bereikt nooit je doel.' Het consumentisme is veeleisend, maar ook vrijblijvend. De kritische houding van veel burgers is omgekeerd evenredig aan de bereidheid om zelf verantwoordelijkheid te dragen. Steeds minder mensen zijn lid van een politieke partij, steeds minder mensen zijn geïnteresseerd in bestuurs-of vrijwilligerswerk. Volgens radicale democraten is dat natuurlijk de schuld van de gestaalde kaders die geen buitenstaanders toe willen laten. De hedonistische burger heeft echter helemaal geen zin in vergaderen, laat staan in het vermaledijde 'folderen'. Dat is niet zo erg; arbeidsdeling is een nuttig principe. Maar wie langs de kant blijft staan, moet niet verongelijkt gaan roepen dat hij wordt uitgesloten.

Het consumentisme wordt alleen maar versterkt door een 'peilingendemocratie', zoals Maurice de Hond die voorstaat. Burgers mogen overal over meepraten, zonder dat zij zich in de materie hoeven te verdiepen en zonder dat zij ook maar enige verantwoordelijkheid dragen voor de gevolgen.

Radicale democraten gaan er klakkeloos vanuit dat de 'mondige en goed opgeleide burger' over een grote mate van goedheid en wijsheid beschikt. Door de 'onzichtbare hand' van het burgeroordeel wordt het algemeen belang als vanzelf gediend. De wens lijkt hier toch de vader van de gedachte. Om een voorbeeld te geven: de segregatie in onderwijs en volkshuisvesting zal nooit meer kunnen worden aangepakt als de invloed van de individuele burger verder wordt versterkt. Burgers denken, begrijpelijk genoeg overigens, allereerst aan hun eigen belang. De belangen van de samenleving als geheel komen op de tweede plaats, om nog maar te zwijgen over de belangen van minderheidsgroepen die zelf geen macht kunnen uitoefenen.

Het volk is ook niet zonder meer wijs. In de Verenigde Staten heeft de liberale elite haar greep op de samenleving verloren, schreef columnist Anatol Lieven onlangs in de Financial Times. Daardoor onderwijzen steeds meer scholen het Scheppingsverhaal in plaats van de evolutietheorie van Darwin. Lieven: 'Een vooruitgang van de rede en de cultuur? Nauwelijks. Een vooruitgang van de democratie? Zonder twijfel.'

De grondleggers van de moderne democratieën, zoals de founding fathers in de VS en Thorbecke in Nederland, wantrouwden het volk omdat het kortzichtig en emotioneel zou zijn. In hun staatsbestel bouwden zij daarom een buffer in tegen de directe volkswil: de vertegenwoordigende: lichamen. Tegenwoordig is het echter blasfemisch om te twijfelen aan de wijsheid van het volk. 'Politici vertrouwen de burgers niet', schreef Maurice de Hond, het ergste verwijt dat je een politicus in het post-Fortuynse Nederland kunt maken.

Maar er is genoeg reden om het volk te wantrouwen, althans om niet elke volksuitspraak meteen tot hoogste wijsheid te verheffen. Om nog een voorbeeld te geven: het kabinet-Balkenende zegt de financiën van de overheid te willen saneren, met het oog op komende generaties. Los van de vraag of we het hiermee eens zijn of niet: het is goed dat een regering vier jaar de tijd krijgt voor een programma, zonder bij de eerste de beste bezuiniging per burgerinitiatief te worden teruggefloten.

De burger mag dan beter zijn opgeleid dan in de tijd van Thorbecke, hij lijkt zeker niet minder gevoelig voor hypes en emotionele golven. Integendeel, hij lijkt ook steeds bevattelijker voor charismatische leiders die een mooie toekomst beloven (zie kader).

'Het verlangen naar sterke leiders is kinderlijk. Het is een vorm van regressie', zegt de filosoof Grahame Lock, hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Lock gebruikt een metafoor van Sigmund Freud, waarin de vader staat voor het gezag en de regels van buitenaf, en de moeder voor onvoorwaardelijke liefde. 'In onze narcistische cultuur wordt het gezag van de vader niet meer geaccepteerd. Als mensen geen oplossing meer zien voor hun problemen, zoeken ze hun heil bij een moederfiguur, die zegt: ik zal de problemen voor je oplossen. Dat is volkomen onrealistisch. Het is te vergelijken met de supporter van een derde divisieclub die tegen Real Madrid speelt. Hij weet best dat zijn club geen enkele kans maakt. Maar op de tribune, te midden van de andere fans, vergeet hij dat. Hij zet een groot deel van de feiten en de logica uit zijn hoofd, en komt terecht in een toestand waarin het allemaal om emotie, passie en hoop draait.'

Op de politieke kaste valt ongetwijfeld veel aan te merken. Toch is een doos vol nieuwe democratie geen afdoende antwoord op politieke onvrede. Ook charismatische leiders zullen zich stuk bijten op de weerbarstige werkelijkheid. En de samenleving zal altijd problemen kennen, ook al wordt er elke dag een referendum gehouden.

De slecht opgeleide burger uit de jaren vijftig kon heel goed leven met een wereld waarin hij niet altijd zijn zin kreeg. De 'mondige en goed opgeleide' burger van tegenwoordig is veel kinderlijker. Hij reageert op sociale problemen alsof Nederland plots een Derde-Wereldland is geworden. In toenemende mate gelooft hij in radicale en simpele oplossingen.

De burger mag best betere prestaties eisen van zijn politici. Maar dan moet hij eerst zelf volwassen worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden