De dementiepatiënt lijdt niet per definitie

Wat weegt zwaarder: een euthanasieverklaring of de mate waarin de ondertekenaar lijdt?

JOOST MEUWESE

In het interview met huisarts Jos van Bemmel (de Volkskrant, 16 mei 2013) hekelt Van Bemmel het gebrek aan moed en durf van (huis)artsen bij beslissingen over euthanasie bij demente patiënten. Het uitvoeren van euthanasie is voor artsen altijd een zware opgave. Ook al sta je volledig achter een verzoek en weet je dat je een patiënt verantwoorde en adequate hulp verleent, je beëindigt toch door jouw handelen het leven van een mens. Vóór het toedienen van de dodelijke middelen wil je dan toch altijd een laatste instemming hebben. Dat kan een woord, een gebaar of een oogopslag zijn.

Bij het uitvoeren van euthanasie van een op dat moment wilsonbekwame patiënt, is deze laatste instemming niet mogelijk. Hoezeer je er ook van overtuigd kunt zijn dat deze patiënt dit toch echt wel gewild zal hebben, toch kan deze patiënt dit niet meer op het laatste moment bevestigen. Om dan dodelijke middelen toe te dienen, is voor veel artsen een daad waarvoor zij de verantwoordelijkheid niet willen en kunnen nemen.

Ik denk dat het noemen van gebrek aan durf en moed geen recht doet aan de gewetensnood waar je als arts kunt verkeren bij de eventuele uitvoeren van een euthanasie bij een wilsonbekwame dementiepatiënt.

In de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, staat in artikel 2, tweede lid: 'Indien de patiënt niet langer in staat is zijn wil te uiten, maar voordat hij in die staat geraakte tot een redelijke waardering van belangen ter zake in staat werd geacht, en een schriftelijke wilsverklaring, inhoudende een verzoek tot levensbeëindiging heeft afgelegd, dan kan de arts aan dit verzoek gevolg geven. De zorgvuldigheidseisen, bedoeld in het eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.' In het eerste lid zijn de zorgvuldigheidseisen beschreven, zoals wilsbekwaamheid, uitzichtloosheid, ondraaglijkheid en de rol van een onafhankelijk arts.

Dat betekent dat een schriftelijke wilsverklaring een mondeling verzoek kan vervangen. In de wet wordt ook niet gesproken over een 'laatste instemming'. Maar wel wordt genoemd dat aan de overige zorgvuldigheidseisen voldaan dient te worden.

Daar wringt de schoen bij de beslissing over een eventuele euthanasie bij een dementerende: in hoeverre lijdt de persoon ondraaglijk? Als een patiënt in de ogen van omstanders mensonwaardig gedrag vertoont, in hoeverre is er dan sprake van ondraaglijk lijden?

In de een recente Zembla-documentaire zagen we een patiënte die duidelijk dementerend was. Het was niet langer mogelijk contact met haar te hebben. Maar leed zij daardoor ook ondraaglijk? Wie bepaalt dat? Hier komt ook de definitie van ondraaglijk lijden om hoek kijken. Omdat ondraaglijkheid in hoge mate persoonlijk en individueel bepaald wordt, is een definitie niet goed mogelijk. Maar wanneer is een situatie ongewenst en wanneer ondraaglijk? En voor wie? Voor de patiënt of voor de omstanders?

We zagen in de documentaire ook een andere patiënt. Hij had eerder een wilsverklaring getekend. Nu is hij dement. Op de vraag of hij nu dood wilde, reageerde hij zeer beslist: hij wuifde die mogelijkheid weg.

Deze twee patiënten gaven heel duidelijk het dilemma weer. Beiden hadden een verklaring getekend. Bij de eerste patiënte denk je als snel, waarom toch geen euthanasie? Waarom kan en mag dat nu niet? Bij de tweede is het wel duidelijk: het zou onmenselijk zijn om nu zijn leven actief te beëindigen. Maar zou deze man gewild hebben dat hij in deze situatie terecht zou komen?

Van Bemmel stelt voor om met een groep deskundigen een euthanasieverzoek bij dementie te beoordelen. Daar is veel voor te zeggen. Het maakt een beslissing minder eenzaam. Alles wordt gewikt en gewogen. Maar uiteindelijk moet er wel een arts zijn die de uitvoering voor zijn rekening neemt. Overigens wordt er nu bij een euthanasieverzoek in geval van dementie een beoordeling van de wilsbekwaamheid door psychiater of geriater gevraagd. Nu is het al een trio van (huis)arts, SCEN-arts en psychiater/geriater.

In 2011 (de cijfers over 2012 zijn nog niet gepubliceerd) werden 3.695 euthanasiegevallen gemeld. In 49 gevallen was er sprake van dementie. Deze zijn allemaal door de toetsingscommissies akkoord bevonden. Er zijn dus mogelijkheden om binnen de grenzen van de wet aan een euthanasieverzoek bij dementie te voldoen. Maar dit zijn dan situaties waarbij nog sprake is van wilsbekwaamheid. Ook daar geldt dat een goede afweging van groot belang is, voor de patiënt én de dokter. Het gaat om (toekomstig) uitzichtloos en ondraaglijk lijden, maar de patiënt kan nog een lange levensverwachting hebben. Dan dodelijke middelen toedienen, is een zware beslissing.

De Euthanasiewet is twaalf jaar oud. We zien dat de euthanasiepraktijk dynamisch is. We zoeken de mogelijkheden en de grenzen van de wet op. We rekken de criteria op. Wat mij betreft kan de wet zo blijven. Maar stel wel vast of er bij een dementerende patiënt sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Dat is niet eenduidig. Dus de discussie zal steeds doorgaan. Eenvoudig zal het nooit worden, en dat is maar goed ook.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden