De dei is begûn

Het is maar kaatsen, weten Friezen, maar eens per jaar is het veel meer. De PC, traditioneel op de vijfde woensdag na 30 juni, is de oudste reguliere sportwedstrijd ter wereld....

Vanmorgen vroeg, het zal een uur of zes geweest zijn, is kaatshistoricus Jan Braaksma al op het veld, it Sjûkelân, wezen kijken. Handen in de zakken, af en toe met de punt van de schoen denkbeeldig het gras strelend. Even de ogen dicht, ruiken, de geur van het stadion.

Nee, dat valt niet uit te leggen.

En dan naar de Koornbeurs. 'Als ik er kom, even na zevenen, is het er al flink vol. Wachten, wachten, bang om een seconde te missen.'

Laat die Hollanders maar denken dat het folklore is. Oké, de PC is omgeven met rituelen en mythen waarvan hij zelf soms ook de oorsprong niet eens kent. En akkoord, veel Friezen beschouwen de dag als een reünie. Maar dat geeft jullie nog geen recht een badinerende toon aan te slaan. Sport, beste jongen, pure sport.

''t Is Wimbledon', zegt Gerben Okkinga (36), oud-kaatser.

'Hier, in de Noordwesthoek van Friesland, is het alles', zegt Piet Jetze Faber (48), achtvoudig winnaar.

'Ik zal er niet zijn', zegt dr. Ulbe Hannema (78), voormalig PC-voorzitter.

Dit wás zijn dag, van 1933 tot 2001, waarvan 21 jaar, tussen 1973 en 1994, als PC-voorzitter. 's Morgens om zes uur met de auto uit zijn woonplaats Drachten, gevolgd door een vriend om in geval van pech geen tijd te verspelen. Twintig voor zeven op het veld, inspecteren, en dan naar de Koornbeurs, de schouwburg van Franeker. Wachten tot de kerktoren acht uur slaat: het sein om als PC-voorzitter de woorden te spreken die als een zegening over it Heitelân vallen.

'Freonen en freondinnen fan de PC, de dei is begûn.'

(Vrienden en vriendinnen van de PC, de dag is begonnen.)

Omdat de animo voor het kaatsen sterk was gedaald, besloten vijf Franeker notabelen in 1853 de plaatselijke 'balverkaatsersdag' nieuw leven in te blazen. Nadat de burgemeester in een brief de vijf heren met 'leden van de Permanente Commissie van de kaatspartij Franeker' had aangesproken, verbasterde de naam van de dag tot PC. Het fundament voor wat nu 's werelds oudste jaarlijkse sportwedstrijd is, was gelegd. De FA Cup (1872), Wimbledon (1877), de Kentucky Derby (1877), de Stanley Cup (1892), Luik-Bastenaken-Luik (1892), het zijn klassiekers waarvan de wortels minder diep steken dan bij de PC.

'Een pelgrimstocht voor Friezen in den vreemde', zei oud-voorzitter mr. Klaas Bijlsma.

'En dat is niet overdreven', zegt Braaksma.

Vraag het Wio Joustra, hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant, die tegenover it Sjûkelân werd geboren. Hij werkte als correspondent in Australië en Engeland, maar op dé dag ging hij naar huis. 'Ik weet dat wannneer Friezen het over hun vrijheidsgevoel hebben, dat bij de rest van de Nederlanders tot koude rillingen leidt. Maar dat ligt aan onbegrip. Werkelijke Friese vrijheid is te kunnen leven volgens eigen gewoonten en inzichten. Zachtaardige rebellie. Nergens wordt dat gevoel beter gesymboliseerd dan op de PC', zegt Joustra.

Een gewone kaatswedstrijd trekt rond de duizend toeschouwers, maar vandaag in Franeker drommen ruim tienduizend mensen samen rond het veld.

Zestien parturen (team van drie spelers) mogen meedoen en uit het winnende trio wordt als climax van de dag de koning gekozen. Een jaar mag hij de in 1883 door de commissaris van de koningin beschikbaar gestelde koningsbal in zijn bezit houden. Aan het begin van de dag rijdt het partuur dat de titel verdedigt, met de koning in hun midden, samen met de PC-voorzitter in een koets van de Koornbeurs naar het veld.

'Al die poespas, ik moest er niks van hebben', zegt Piet Jetze Faber.

'Kaatsen! Winnen! Daar gaat het om', zegt Gerben Okkinga.

Beiden kwamen als 'schooljongen' voor het eerst op de PC en vanaf dat moment wisten ze het zeker: hier moet je een keer winnen. Faber komt uit Stiens, Okkinga uit Arum, twee gewone Friese dorpen waar het kaatsveld van oudsher de bindende factor is tussen de notaris, de schoolmeester, de boer en de boerenarbeider. Zelfs voetbalclubs en de gestage groei van tennisbanen en sporthallen hebben die functie niet kunnen wegnemen.

'Rijd op een doordeweekse zomeravond hier door de dorpen: Jeugd op het kaatsveld', zegt Braaksma.

Okkinga's zijn kaatsers.

Heit Gerrit won drie keer de PC en dat zijn zoons Johan en Gerben in zijn voetsporen zouden treden leed geen twijfel. Na vieren op het schoolplein baltsje driuwe - balletje slaan - uren en uren. Johan was goed, maar Gerben was een mirakel, hij kon alles. Als vijftienjarige werd hij, samen met Ronald Zoodsma en Jan Posthuma, opgenomen in de nationale jeugdselectie volleybal waar coach Joop Alberda hem voor de keus stelde: volleybal of kaatsen.

Die Joop.

Twee jaar later debuteerde Gerben Okkinga op it Sjûkelân. 'Tuurlijk, het is maar kaatsen. Maar de waardering voor een topkaatser is in deze regio net zo groot als voor een topvolleyballer in de rest van Nederland', zegt Okkinga.

Het verbaast Faber nog bijna dagelijks. De dag heeft hem tot een levende legende gemaakt. Elf jaar geleden sloeg hij zijn laatste bal, maar het hoofd buitendienst gemeentewerken van Het Bildt blijft voor altijd de man die acht keer de PC won en vier keer tot koning werd gekroond. Vindt er een keer overleg plaats tussen B & W van zijn gemeente en een buurgemeente dan nemen ze hem mee. 'Burgemeester, even voorstellen, dit is Piet Jetze Faber. Werkt altijd', zegt Faber.

Maakt niet uit waar Gerben Okkinga als directeur van een marketingbureau binnenstapt, het ijs is gebroken voor een woord gesproken is. Dagelijks zegt wel iemand tegen hem dat hij tóch een hele beste was, ondanks alles. Dat hij nooit de PC won, niemand begrijpt het. 'Zo vaak er dichtbij. En dan ineens gebeurden de raarste dingen. Alsof de goden er mee speelden', zegt Okkinga.

'Dát is de PC', zegt Braaksma.

'Er zijn jongens die de PC hebben gewonnen die ik normaal van het veld blaas', zegt Okkinga.

Denk nou niet dat de PC enkel verbroedert. Integendeel, hier worden wonden geslagen die nimmer helen. Laat de naam Reinder Triemstra vallen en een gevoel van meelij welt spontaan op. Was een van de grootste talenten in de geschiedenis, maar zijn maniakale jacht op die ene dag van glorie in Franeker heeft hem nu, op 46-jarige leeftijd, met een trauma opgezadeld.

Triemstra kaatste met Johannes Brandsma, een combinatie die een grootse toekomst voor zich had, maar toen het succes te lang op zich liet wachten zocht Brandsma nieuwe maten. Hij zou de PC vier keer winnen; Triemstra won 'm nooit. Geen woord meer met elkaar sindsdien. Als ze vandaag beiden op de tribune zitten, mijden ze opzichtig elk contact. Omstanders weten dat relativerende grappen ongepast zijn.

'En het wordt elk jaar erger', zegt Braaksma.

'Zijn zoon, Taeke Triemstra, kaatst voor twee', zegt Faber.

Zelfs oud-voorzitter Hannema kon zich erover verbazen. In een samenleving waar roem en tradities in toenemende mate aan inflatie onderhevig zijn, trachtte hij op patriarchale wijze het Friese cultuurgoed te beschermen. Toen Coca-Cola en de Friesland Bank informeerden of de PC misschien te sponsoren viel, werden ze door hem bijna smalend afgewimpeld. 'Het verleden heeft geen prijskaartje.'

In 1985, zegt hij, is hem pas duidelijk geworden hoezeer de PC verankerd ligt in de Friese harten. Het had weken geregend en it Sjûkelân stond blank. Mensen klampten hem aan, belden hem thuis op, de dag moest doorgaan. Alles werd ingeschakeld om het veld speelklaar te krijgen. 's Morgens om zeven uur stond hij op het veld, een bleek zonnetje brak door en terreinmeester Salverda gaf een klein knikje.

It kin wêze, sprak Hannema voor de microfoon van Omroep Friesland. 'Ik zag mensen met tranen in de ogen de tribune opgaan.'

Na zijn laatste optreden in 1992 meed Piet Jetze Faber enkele jaren it Sjûkelân. Van vedette tot toeschouwer was een onverteerbare gedachte, nog altijd trouwens. Maar thuis wat in de tuin rommelen of klussen, zoals hij die eerste post-PC-jaren deed, 'daar word je helemaal niet gelukkig van'. Vijf, zes jaar later was hij zomaar ineens 's morgens naar Franeker gereden, 'om er weer bij te horen'. Als hij vandaag een rondje rond het veld wil, kost hem dat zeker een uur.

Okkinga: 'Ik had precies hetzelfde.'

Faber: 'Het is mijn leven.'

Okkinga: 'Ik heb mijn vrouw weleens gevraagd: wat als de PC in onze vakantie valt? Kan niet, zei ze.'

Half tien op het veld, vlak voordat de eerste bal wordt geslagen: het Friese volkslied. Het PC-bestuur, in jacquet, met de hoge hoed in de hand, in gelid op het middenterrein. Speler, toeschouwer of commissaris van de koningin, dan is iedereen even kaatser. 'Het is een ritueel dat je deelt met gelijkgezinden. De PC heeft een bijna religieuze betekenis voor die denkbeeldige gemeenschap met collectieve bindingen', zegt Joustra.

Braaksma: 'In 1963 kwam ik er voor het eerst, met mijn vader. Tijdens het Friese volkslied denk je: hoeveel PC's zullen er voor mij nog komen?'

Geen, zegt dr. Ulbe Hannema.

Een oogziekte heeft zijn gezichtsvermogen weggenomen. En het spel niet meer kunnen zien, dat is. . . Het eerste jaar dat hij er niet bij was, hij praat er liever niet over. Een jaar later ging het al beter. Maar of hij nou wil of niet, om zes uur vanmorgen was hij wakker. Zal nooit overgaan.

Bijna emotieloos: 'Ik vind het niet erg als de dag voorbij is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.