De deflatie van nu is een beetje goed en een beetje slecht

'Inflatie is onrechtvaardig, deflatie ondoelmatig', zei de econoom John Maynard Keynes. Hij vermoedde dat het laatste erger was.

Sinds de oorlog en Keynes' dood is deflatie alleen nog een ver-van-mijn-bedshow in Japan. De Japanse minister van Financiën Taro Aso omschrijft deflatie waarschuwend als 'sterven in slowmotion'. 'Het lijkt goed te voelen omdat de prijzen niet omhoog gaan. Het is echter een langzaam werkend gif. Zo gauw de keerzijde duidelijk wordt, ben je gegijzeld in een vicieuze cirkel en is het te laat.' De huidige Japanse regering is ook met een nietsontziend offensief tegen het deflatiespook bezig.

In Nederland is na 1945 deflatie maar in één enkel jaar voorgekomen. In 1987 daalden de prijzen op jaarbasis met 0,5 procent. Net als nu kwam dat toen door de spectaculaire ineenstorting van de olieprijs. Maar inmiddels steekt deflatie stiekem de kop om de hoek. In de eurozone is het al zover en in Nederland is de inflatie op het laagste punt in 25 jaar.

Voor de oorlog, toen de Gouden Standaard nog gold, was deflatie veel gebruikelijker. Uit de inflatiecijfers van het CBS (sinds 1900) blijkt dat in 1902 en 1909 de prijzen daalden. Tussen 1921 en 1936 was er een ongekend lange periode van deflatie (1924, 1927 en 1928 uitgezonderd). Er was niet alleen deflatie tijdens de crisis van de jaren dertig, maar ook tijdens de economische bloei in de jaren twintig. In 1921 daalden de prijzen met 13,4 procent, in 1922 met 10,9 en in 1923 met 4,3 procent. In al die jaren groeide de economie juist heel sterk.

De econoom Roger Bootle, die de Britse inflatiecijfers vanaf 1264 terugrekende, beweerde in zijn boek The Death of Inflation, zelfs dat deflatie en niet inflatie de norm is. Juist de naoorlogse periode is uitzonderlijk, omdat daarin liefst 97 procent van alle Britse inflatie is geconcentreerd.

Het verschil tussen de deflatie in de jaren twintig van de vorige eeuw en die in de jaren dertig is dat wat de econoom Gary Shilling 'goede' en 'slechte deflatie' noemde. De 'goede deflatie' in de jaren twintig en ook in de 19de eeuw, had te maken met technologische doorbraken. Hierdoor explodeerde het aanbod van goederen, waardoor de prijzen daalden. De 'slechte deflatie' van de jaren dertig hing samen met het ineenstorten van de vraag. Bedrijven waren daardoor gedwongen de prijzen te verlagen zonder productiviteitsverbetering (de exportprijzen daalden in 1932 met liefst 20 procent), waardoor ook de lonen telkens moesten worden verlaagd. Omdat de daling van de lonen niet snel genoeg plaatsvond, kelderden de bedrijfswinsten en gingen veel ondernemingen failliet, met massawerkloosheid als gevolg.

De deflatie van nu is een beetje goed en een beetje slecht. De digitale revolutie zorgt net als de Industriële Revolutie voor overaanbod. De lonen gaan niet omlaag en de winsten blijven stijgen. Maar er is ook vraaguitval en stijgende werkloosheid.

Het is onrechtvaardig en ondoelmatig, maar proeft niet naar een fatale gifcocktail.

Reageren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden