De dansende mens

De zachte, immer twijfelende Rudi van Dantzig stuwde het Nederlands ballet op tot internationaal niveau. Als choreograaf en artistiek leider was hij uiterst persoonlijk én politiek geëngageerd.

Hij was er al niet meer bij, toen medio september zijn Nationale Ballet groots en feestelijk het 50-jarig jubileum vierde. Toen een week later een van zijn beste choreografieën in reprise ging, Vier Letzte Lieder (1977) over de aanvaarding van de dood, meed Rudi van Dantzig wederom publiek en publiciteit. Nederlands meest zachtaardige en emotionele choreograaf trok zich het afgelopen jaar steeds verder terug uit het openbare leven. Zijn gezondheid was broos, zijn conditie slecht. Woensdagnacht overleed hij in zijn woonplaats Amsterdam, 78 jaar oud.


Hoewel Van Dantzig officieel 'genezen' was verklaard van de borst- en lymfklierkanker die tien jaar geleden bij hem werd geconstateerd, lieten chemokuren en bestralingen diepe sporen na. Regelmatig gaf hij te kennen moeite te hebben met het aftakelingsproces en het besef van eindigheid. Tegelijkertijd wordt Van Dantzig als choreograaf juist geroemd omdat hij voor het eerst in Nederland balletten creëerde waarin het menselijk falen hartstochtelijk aan de kaak werd gesteld en de fragiliteit van het bestaan emotioneel werd geportretteerd.


Klassiek ballet vond Van Dantzig vaak te zoet en te zeer gevangen in een levend prentenboek. Hij wilde de rijke vormtaal van het klassieke ballet moderniseren tot een expressief dansidioom dat weliswaar virtuoos was, maar ook iets kon uitdrukken over innerlijke onrust en verborgen verdriet, of over onrecht en verwoesting in de wereld. Van Dantzig bleef gebruik maken van de klassieke balletposities, maar wist dat te mengen met emotioneel gedanst psychodrama in de geest van danspionier Martha Graham. Hij liet meer theatrale, gekwelde motoriek toe; gekromde schouders, vertrokken gezichten.


Van Dantzig begon relatief laat met dansen, in zijn puberteit, nadat hij had ontdekt dat je met dans woordeloos gevoelens kon uitdrukken, zoals geluk en verdriet. De jonge Van Dantzig had nogal wat waarover hij niet kon praten: zijn verholen seksualiteit, losgewoeld door amoureuze contacten met een Canadese soldaat waarover hij later het boek schreef Voor een verloren soldaat (1986). Zijn ouders waren blij dat hun zoon, die zich vooral verloor in tekenen, eindelijk iets wilde.


Midden jaren vijftig zag hij de klassiek dansfilm De rode schoentjes. De romantiek van die film stond in schril contrast met twee moderne maatschappijkritische danswerken van Kurt Jooss, die Van Dantzig kort daarna zag: De groene tafel en Wereldstad. Die appelleerden zo sterk aan zijn socialistische inborst (meegekregen van zijn communistische ouders) dat hij ook zelf wilde gaan choreograferen om zijn afschuw te etaleren over wat er in de wereld speelde.


Sonia Gaskell, artistiek leidster van het (toenmalig) Nederlands Ballet, stimuleerde hem enorm. Zonder 'Mevrouw', zoals hij haar noemde, zou hij nooit zijn gaan choreograferen, heeft Van Dantzig altijd gezegd.


Gaskell had hem als jonge danser in 1952 naar haar gezelschap gehaald: geen overmatig begaafd danser, wel één met grote expressiviteit. Nadat hij voor een studiofeest een gek niemendalletje had gemaakt, gaf Gaskell hem in 1955 de ruimte voor zijn eerste dansontwerp: Nachteiland (1955) - bepaald geen vrolijk ballet, over onrust en onzekerheid.


In 1979 maakte Van Dantzig met zijn vriend en toenmalige partner Toer van Schayk het even toegejuichte als verafschuwde Life, uitgevoerd in combinatie met Live van Hans van Manen (voor danseres en cameraman). In Life vertrapten militaire machtshebbers arme sloebers, en zwaaiden dansers met rode vlaggen.


Er zouden in de jaren tachtig nog veel expressieve en dramatische dansstukken volgen, meer dan vijftig in totaal, vaak omstreden vanwege hun expliciete boodschap en beeldtaal. De worsteling met homoseksualiteit werd onderwerp van het roemruchte Monument voor een gestorven Jongen (1965) . Verdriet en dood keerden regelmatig terug, zoals in Vier Letzte Lieder waarin vier duetten vertolken hoe een vermoeide zomer afscheid neemt van een stervende tuin.


De sociaal bewogen, maatschappijkritische balletten leverden hem bijnamen op als de 'dominee van de dans' en de 'Dostojewski van de dans', door de progressieve Van Dantzig als eretitels ontvangen. Zijn sociale instelling trok hij ook door als artistiek leider van Het Nationale Ballet (1971-1991). Mensen gingen bij hem boven techniek. Liever een danstechnisch minder perfecte voorstelling dan haat en nijd vanwege onderlinge concurrentie. Hij gaf dansers uit het corps de ballet een kans als solist, niet omdat ze 'goede benen' hadden maar omdat er 'iets in hun kop omging'.


Onder leiding van Van Dantzig brak Het Nationale Ballet internationaal door. Eerst trok hij de aandacht door de legendarische danser Rudolf Nureyev uit te nodigen om in Nederland als gastsolist te komen werken. De wispelturige Nureyev aanbad Van Dantzig en vroeg hem meermalen een ballet voor hem te maken, mits de wereldster er zelf in kon schitteren. Dat weigerde Van Dantzig. De choreograaf verleidde Nureyev juist zijn lelijke kanten in te zetten op het toneel: hij wilde geen onaantastbare held zien, maar een kwetsbaar mens.


Het succes met 'een andere' Nureyev wekte internationaal bewondering voor Van Dantzigs gevarieerd en uitdagend repertoirebeleid, waaraan ook zijn partner Van Schayk en collega Hans van Manen bijdroegen. De drie 'Vannen' tekenden in de jaren zeventig en tachtig voor een ongekend succesvolle periode van Het Nationale Ballet. Wereldwijd oogste het gezelschap bewondering voor het opbouwen van een gedurfd repertoire met drie verschillende huischoreografen, en excentrieke gastchoreografen. Tango, jazz, klassiek - alles kon. Nederland zette daarmee internationaal de toon.


Over zijn artistieke prestaties bleef Van Dantzig bescheiden, op het kokette af. Van Dantzig dichtte zijn stukken geen 'eeuwigheidswaarde' toe; daarvoor, vond hij, moest je bij zijn collega's Hans van Manen en Jirí Kylián zijn. Vanwege zijn maatschappijkritische invalshoek is een aantal balletten zeker tijdgebonden. Toch heeft hij een aantal van zijn choreografieën bij grote gezelschappen in het buitenland ingestudeerd, zoals Romeo & Julia, Niemandsland en Vier Letzter Lieder, in landen als Canada, Duitsland, en Zuid-Afrika.


Zoals hij in 1959 een kort uitstapje maakte naar Den Haag, voor de oprichting van het Nederlands Dans Theater, zo schreef en regisseerde hij eenmaal één toneelstuk. In 1998 maakte hij bij toneelgroep De Appel: Toen gij naakt en bloot waart. Hij vond het werken met mondige acteurs een harde leerschool.


In 2002 maakte hij zijn laatste grote stuk, getiteld Lommer over zijn jeugd in het Amsterdamse Bos en Lommer. In het ballet wil een jongen aansluiting vinden bij de groep, maar blijft in alles toch buitenstaander. Die jongen, zei Van Dantzig, was hijzelf, zei hij in deze krant: 'Eenling blijven is ook een daad.'


---------------------


Choreograaf Hans van Manen, 60 jaar bevriend met Rudi van Dantzig

'Rudi was een zeer sociaal en aimabel mens, die altijd opkwam voor de minderheden. Zijn overlijden is een enorm verlies voor de Nederlandse danswereld. Hij heeft de danskunst is ons land gepopulariseerd en heeft vrijwel alleen maar prachtige dingen gemaakt. Zonder hem was het Nationale Ballet niet geworden wat het nu is.'


Balletdanser Han Ebbel

'Mijn vrouw Alexandra Radius en ik kennen Rudi een mensenleven. Hij was het, die ons in 1976 uit Amerika naar Nederland haalde. Rudi was één van de pilaren van de Nederlandse danskunst. Als artistiek leider tilde hij het Nationale Ballet naar grote hoogte door zijn bijzonder goed ontwikkelde smaak. Hij blonk uit in zijn repertoirekeuze, hij wist door de juiste kleur, stijl en esthetiek een prachtig geheel te maken. Daardoor is het Nationale Ballet geworden wat het nu is: nationaal en internationaal geroemd.'


Lex Janssen, directeur De Arbeiderspers, uitgever van zijn boeken Voor een verloren soldaat en Het leven van Willem Arondéus

'Rudi was iemand die met grote verwondering naar de wereld keek en daardoor dingen zag die anderen niet zagen. Hij was tot het laatst bijna obsessief bezig met zijn boek over Sonia Gaskell - geen klassieke biografie, maar hoogst persoonlijke herinneringen aan haar. Het boek is niet af, maar ik heb hem beloofd dat we het gaan uitgeven.'


Tv-regisseur/documentairemaker Jellie Dekker volgde Van Dantzig voor haar film over Sonia Gaskell

'Ik ken niemand anders die zo onbevangen voor een camera was. Rudi was altijd zichzelf, of hij nou in de studio werkte met dansers of boodschappen deed. Zijn twijfels verbloemde hij nooit. Het mooiste wat ik met hem meemaakte, was het werken aan de film over Sonia Gaskell, zijn voorgangster bij het Nationale Ballet. Hij kon nog steeds verschrikkelijk boos worden om haar botheid van 40 jaar eerder, haar Duitse accent bijna boosaardig nadoen, en tegelijkertijd kon hij van haar houden als van een moeder. Die strijd in zichzelf ging hij niet uit de weg.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden