Interview Dalai Lama

De dalai lama toont zich verrassend mild over China

De dalai lama komt binnenkort naar Europa, maar hij oriënteert zich vooral op Azië. In het Westen voelt hij zich ‘licht ongemakkelijk’, zegt hij in een interview bij hem thuis in de Noord-Indiase bergplaats McLeod Ganj, niet ver van Dharamsala.  

Portret van de 14de Dalai Lama, Tenzin Gyatso. Foto is genomen in het klooster waar de Dalai Lama al bijna 60 jaar leeft. Beeld Julius Schrank

Met de witte hada-sjaal als teken van respect in de handen wacht een vijftigtal bezoekers op hun moment met de veertiende dalai lama. Een groep Tibetanen uit Zuid-India sleept een imposante zilveren reliek voor hun tempel mee, om te laten zegenen. Een jong ouderpaar draagt hun pasgeboren baby. Een groepje Tibetaanse tieners wiebelt op nieuwe gymschoenen. Ze hebben een wekenlange reis door de Himalaya achter de rug en nu is het doel in zicht.

‘His Holiness is coming!’ Monniken uit de entourage van de dalai lama verschikken de sjaals: hang maar om je nek, niet in de hand houden. Indiase veiligheidsagenten met machinegeweren staan strak. In de fluisterstilte kun je de motregen horen vallen. En een schraperig keelgeluid: de wereldberoemde lach van de dalai lama.

Voor Tibetanen is de dalai lama een allesomvattende entiteit. Een soort universum: heilige, vader, koning en leider die hun toekomst bepaalt. Ogen worden mistig van devotie of ontroering. Hoofden gaan omlaag, ontzag siddert door de rijen. Alle handen vouwen zich voor de belichaming van Avalokiteshvara, de goddelijkheid van Mededogen. Tenzin Gyatso (83), oftewel de Oceaan van Wijsheid, is gearriveerd.

Het is niet eenvoudig de meest geïnterviewde geestelijke ter wereld thuis te ontmoeten. Het Noord-Indiase bergplaatsje McLeod Ganj in de uitlopers van de Himalaya is voor hem vooral een uitvalsbasis voor zijn omzwervingen.

De veertiende Dalai Lama, Tenzin Gyatso (83), tezamen met een groep boeddhisten in het klooster waar de Dalai Lama al bijna 60 jaar in ballingschap leeft. Beeld Julius Schrank

De eerste decennia van zijn zestigjarig ballingschap ging hij de wereld rond om aandacht te vragen voor Tibet. In 1950 veroverden Chinese communistische legers Tibet, wat volgens de Volksrepubliek altijd Chinees gebied is geweest. De dalai lama mocht aanblijven onder Chinees bestuur, maar toen die samenwerking mislukte, brak er in 1959 een opstand uit. Hij vluchtte naar India. Decennialang probeerde hij internationale steun te mobiliseren. Hij werd een publiekslieveling in het Westen, een icoon voor geweldloos verzet. Zeker nadat hij zijn streven had opgegeven een eigen Tibetaanse natie te stichten, en genoegen nam met speciale rechten voor zijn volk onder Chinees bestuur.

Sympathie en roem hebben hem echter geen stap dichter bij Tibet gebracht: hij bleef een balling. Het Westen vindt hem aardig, wijs en bijzonder, maar politiek en economisch heeft de Volksrepubliek China meer te bieden dan een eenvoudige boeddhistische monnik, zoals de dalai lama zichzelf noemt.

Op 83-jarige leeftijd heeft His Holiness een reisschema dat de gemiddelde backpacker zou uitputten. Net terug van een lange rondreis door vier uithoeken in India vertrekt hij volgende week alweer naar vier Europese landen – op 16 en 17 september geeft hij in de Rotterdamse Ahoy lezingen en spirituele lessen.

Portret van de 14de Dalai Lama, Tenzin Gyatso, tijdens een interview met Marije Vlaskamp van de Volkskrant. Beeld Julius Schrank

Thuis doet hij het tegenwoordig iets rustiger aan. Opstaan om vier uur ’s ochtends, analytische meditatie tot het ontbijt om half zeven. Drie dagen per week houdt hij audiëntie en geeft hij interviews. De lunch is de laatste maaltijd van de dag, die tjokvol afspraken, studie en spiritueel werk zit. Om half zeven ’s avonds gaat hij slapen.

Kniel voor hem, dan legt hij een hand op je hoofd. Of je krijgt stevige klopjes op de kruin, of zijn voorhoofd tegen het jouwe gedrukt. En tussen die begroeting en de afsluitende groepsfoto kan van alles gebeuren. Een grap, een schaterbui of een exposé over de ‘mentale crisis’ in het Westen. Een cameraman legt alles vast wat hij zegt. His Holiness doet niet aan tijd, terwijl zijn functionarissen proberen hem aan zijn schema te houden. Een moeilijke opgave, want zijn aanwezigheid vervult ook zijn eigen kring met zoveel respect dat iedereen hem omzichtig behandelt.

Als de laatste pelgrim is gezegend gaan we praten. Twee assistenten in donkerrode gewaden helpen hem in zijn gemakkelijke stoel. Op tafel een plastic bakje met een handdoekje om het gezicht te deppen in het benauwde regenseizoen.

Politieke vragen over contact met Nederlandse hoogwaardigheidsbekleders werden van tevoren afgeraden. Hij is geïnteresseerd in China, heeft zijn secretaris gezegd.

Han-Chinezen komen tegenwoordig naar Dharamsala voor uw openbare lessen en zegening. Heeft de groeiende populariteit van het Tibetaans boeddhisme in de Volksrepubliek China invloed op de kwestie Tibet?

‘China, dat is de grote vraag. Historisch een boeddhistisch land: ik zag zoveel boeddhistische tempels toen ik nog in China woonde. Sommige Chinese keizers kwamen tot ons, om Tibetaans boeddhisme te bestuderen. Het Chinese culturele erfgoed is duizenden jaren oud en zeer verbonden met de boeddhistische traditie. Vandaar dat boeddhisme voor een Chinese geest geen buitenaards concept is.

‘Tijdens de Culturele Revolutie (van 1966-1976 woedde er een vernietigende politieke campagne in China, MV) werd religie systematisch kapotgemaakt, daarna leefde het snel op. China heeft nu het grootste aantal boeddhisten ter wereld. We hebben tegenwoordig zelfs speciale arrangementen voor Chinezen die naar mijn openbare lessen komen. Die Chinezen respecteren vanuit hun kennis over het Tibetaans boeddhisme ook de Tibetaanse cultuur. Als vanzelf staan ze sympathiek tegenover Tibet. Ze kunnen zich niet vinden in de hardliners in de partij die het Tibetaanse boeddhisme proberen te controleren. Mogelijk hebben die Chinese volgelingen ook politieke impact.’

Praten met de dalai lama is een oefening in geduld en zelfbeheersing. Meestal zit het antwoord verstopt in een lang, algemeen verhaal. Hem in de rede vallen is zinloos. Dan word je met een priemende vinger tot stilte gemaand en gaat hij onverdroten door met zijn betoog. Dat meandert via Indiase filosofie, inzichten uit zijn gesprekken met neurobiologen en quantumfysici en anekdotes over vijf generaties Chinese communistische leiders vanzelf naar het punt waar De Houder van de Witte Lotus van Mededogen naartoe wil: de Volksrepubliek China.

‘Het is te vroeg om te doorgronden wat in het hoofd van de Chinese president Xi Jinping omgaat, maar hij heeft openlijk positieve opmerkingen over het boeddhisme gemaakt. Beijing beschouwt me nog steeds als een separatist, terwijl de hele wereld ondertussen wel weet dat ik niet op onafhankelijkheid uit ben. Maar de Chinese retoriek die direct op mijn persoon is gericht, is aanzienlijk verminderd.’

Wolf in monnikspij. Duivel. Gevaar voor de nationale eenheid. Wie met de dalai lama sympathiseert, is per definitie tegen de Chinese staat. Die heeft het hem nooit vergeven dat hij vanuit India opriep tot onafhankelijkheid voor Tibet, compleet met een eigen vlag, een grondwet en een regering in ballingschap. Beijing vat een aanspraak op een vierkante centimeter Chinees territorium al op als verraad en de dalai lama claimde meer dan een vijfde van de Chinese landmassa. Nog steeds schrijft Beijing onrust onder de zes miljoen Tibetanen in de Volksrepubliek toe aan de ‘separatistische kliek rond de dalai lama’ en verwijt hem dubbelhartigheid: internationaal cultiveert hij een vredig spiritueel imago maar ondertussen wakkeren volgelingen in zijn naam onrust binnen China’s landsgrenzen aan, vindt Beijing.

Hoe de dalai lama over Beijing praat is bij elk interview een verrassing. Soms deelt hij een sneer uit of bespot de communistische partij, soms schemert frustratie en machteloosheid door in zijn woorden. Vandaag is hij verrassend mild. Hij heeft een boodschap: hij wil naar China. Naar Wutaishan om precies te zijn. Deze vallei met vijf heilige bergen is al eeuwenlang een magneet voor pelgrims, van Indiase filosofen tot Chinese gelovigen en Tibetaanse boeddhisten. Die zien dit bergplateau in de noordwestelijke steenkolenprovincie Shanxi als de zetel van Manjushri, die zich via lichtverschijnselen manifesteert. De dalai lama en Manjushri zijn simpel gezegd een soort collega’s: hun volgelingen geloven dat ze allebei bodhisattva’s zijn, geesten die zo verlicht zijn dat ze het aardse bestaan achter zich kunnen laten. Ze blijven echter hangen om de mensheid te helpen. Huisvest het lichaam van de dalai lama een goddelijkheid die gespecialiseerd is in compassie, Manjushri staat voor wijsheid.

Portret van de 14de Dalai Lama, Tenzin Gyatso, tijdens een interview met Marije Vlaskamp van de Volkskrant. Beeld Julius Schrank

‘Ik ben erop gebrand een pelgrimstocht naar Wutaishan te maken. Dat zei ik al in 1954 toen ik in Beijing was. Destijds zeiden ze dat de weg te slecht was, dus kon ik er niet heen. 65 jaar later heb ik dat verlangen nog steeds. Of ik nou een manifestatie van Manjushri zal zien of niet, ik wil naar die plek.’

Dat willen de ruim vier miljoen toeristen die Wutaishan jaarlijks aandoen ook, dus inmiddels is de heilige plaats voorzien van een vliegveld en asfaltwegen. Vervoer is het probleem niet meer, de verhouding tussen de dalai lama en Beijing wel. De officiële dialoog is acht jaar geleden vastgelopen. Nu resten slechts informele kanalen om Beijing duidelijk te maken dat hij nog een beetje water bij de wijn wil doen. Vroeger verbond hij voorwaarden aan een persoonlijk bezoek aan China: dan moesten ze hem naar Tibetaanse gebieden laten gaan. Anders kwam hij niet.

Nu zegt u dat alleen Wutaishan genoeg is?

‘Nee, nee, nee, ik heb twee voorwaarden. Ik wil naar Wutaishan op pelgrimage. Op mijn aanwezigheid komen veel Tibetaanse en Chinese boeddhisten af, dus dan wil ik de vrijheid hebben een religieuze les te geven. En ik wil topuniversiteiten in Beijing bezoeken. Ik discussieer al bijna veertig jaar over emoties, psychologie, de kosmos en quantumfysica met wetenschappers in India en het Westen. Dat wil ik in China ook dolgraag doen.

‘Ik heb mijn wens kenbaar gemaakt aan een Chinese vriend en nu is het afwachten. Dus eerst Wutaishan en Beijing. Later, op een tweede bezoek, en alleen als de Chinese overheid het echt goed vindt, wil ik naar mijn geboortestreek. Daarna eventueel andere Tibetaanse gebieden, op zijn tijd misschien Lhasa. Maar puur met het doel de broeders en zusters in China, vooral de boeddhisten, te ontmoeten.’

Zich er vestigen om zijn volk te vertegenwoordigen in een officiële of religieuze functie, dat idee is al lang van de baan. Hij wil op visite, en dan weer terug naar India.

‘Ik woon al zestig jaar in een vrij land, ik reis over de hele wereld en ontmoet allerlei mensen. In mijn boeddhistisch gedachtengoed zit meer openheid vergeleken met Chinese en Tibetaanse boeddhisten. Die zijn vrij bekrompen. Ik kan ze dienen. Ik zie Chinezen als broeders en zusters. Natuurlijk zijn er gebieden in Tibet waar de controle streng is.’

Decennia heeft hij daarop gehamerd – protesten, zelfverbrandingen, de aftakeling van het milieu, vervolging van zijn volgelingen – en die boodschap helpt niet. Zeker niet nu hij een ouverture richting Beijing maakt.

‘Maar ik zie ook mildheid. En mogelijkheden. We zullen zien.’

In de week van dit gesprek bezocht de nummer vier van het Chinese politburo Wang Yang de Tibetaanse Autonome Regio. Daar riep hij religieuze leiders op ‘voorbereid te zijn op gevaar in veilige tijden’ en ‘moedig te zijn in de strijd tegen alle separatistische elementen’. Niet bepaald milde taal. Bovendien worden alle godsdiensten van islam tot boeddhisme onder het motto ‘verchinezing van religie’ aan strengere overheidscontrole onderworpen. Zo werd Tibetaanse schoolkinderen deze zomer verboden mee te doen aan activiteiten met een religieus tintje en worden minderjarigen die voor monnik leren uit kloosters verwijderd en naar staatsscholen gestuurd.

Wat betekent verchinezing van religie voor het Tibetaans boeddhisme?

‘Dat vind ik geen probleem. Een synthese tussen religie en plaatselijke cultuur is een natuurlijk proces. In Chinese tempels staan boeddhabeelden met een snor, in Japan zelfs met een baard. Boeddha met een baard!’

De dalai lama barst in lachen uit. Ik controleer via zijn Chinees sprekende official of de vraag wel duidelijk is overgekomen. Ja, het is helder. De dalai lama is serieus.

‘Zoals alle religieuze mensen leggen wij boeddhisten soms te veel nadruk op oppervlakkige culturele aspecten, terwijl onze aandacht bij de leerstellingen moet zijn. Want alleen die lessen hebben effect op de emoties en de geest.

‘In godsdienstuitoefening is zelfdiscipline belangrijk. Neem die katholieke leiders met dat seksueel misbruik. Als er zelfdiscipline is, gebeuren dat soort dingen niet.’

Met levendige gebaren vertelt hij hoe hij op werkbezoek in Mexico een kardinaal aansprak op zijn mijter.

‘Bepaalt kleding ons geloof? In je habijt ben je heilig, als je het uittrekt niet meer? Religie moet in het hart gedragen worden, niet in uiterlijkheden. Ik zie in meer landen culturele invloeden op het boeddhisme, van Sri Lanka tot Birma (Myanmar). En ook bij ons Tibetanen. Dus die sinificatie, verchinezing, oké. Geen probleem.’

Uw volgelingen over de hele wereld vragen zich af of er wel een vijftiende dalai lama komt. Hoe denkt u over uw reïncarnatie?

‘Ik zeg al sinds 1969 dat het Tibetaanse volk bepaalt of het instituut dalai lama na mijn dood moet voortbestaan. Daar heb ik kritische gedachten over. Godsdienst maakt leidersfiguren te belangrijk. De Franse Revolutie, de bolsjewistische Revolutie, die hadden allemaal een negatieve houding tegenover religie. Dat ging niet om het geloof. Geloof is liefde. Nee, die revoluties keerden zich tegen religieuze instituties omdat die zijn verstrengeld met feodale systemen. Met de uitbuiters, zoals de tsaar of de Franse koning.’

Of de dalai lama. Beijing verkondigt tot de dag van vandaag dat de communistische legers Tibet niet hebben bezet: ze hebben de Tibetanen slechts ‘vredig bevrijd’ van het juk van het oude feodale systeem van almachtige god-koningen en hun bulkend rijke aristocratie.

‘Religieuze instituties hechten te veel belang aan leiders en dat leidt tot blind geloof. Dus ik ben tegen het systeem van dalai lama’s, ik ben tegen mijn eigen instituut. Er zijn meer dan tienduizend monniken, een paar duizend nonnen en geleerden die het boeddhisme bestuderen, twintig, dertig jaar lang: die mensen zijn verantwoordelijk voor het behoud ervan. Als we met blind geloof de nadruk leggen op een individuele lama verdwijnt het boeddhisme. Die aanpak is gedateerd.’

De dalai lama heeft eerder gezegd dat hij buiten China zal reïncarneren en dat Beijing niets te vertellen heeft over zijn volgend leven. Dat standpunt mag als bekend verondersteld worden, vindt hij, dus sluit hij het onderwerp af met gegiechel over ‘die malligheid’ van de Chinezen, die zich drukker maken over zijn reïncarnatie dan hijzelf. Hij wijdt liever uit over het communisme.

Direct na de communistische revolutie was hij als twintiger gegrepen door de socialistische ideologie – niet vreemd, want veel mensen in de Tibetaanse elite en intelligentsia voelden zich destijds aangetrokken tot progressief gedachtengoed.

‘Ik heb iets over communisme geleerd in mijn tijd in Beijing en in India heb ik het marxisme bestudeerd. Das Kapital heette dat boek. Ik respecteer en bewonder de marxistische theorie. De manier waarop Karl Marx het lijden van de arbeidersklasse zag en die mensen een stem gaf. Schitterend. Ik heb in de jaren vijftig gezegd dat ik lid van de communistische partij wilde worden, maar de Chinezen zeiden dat het geen haast had. Ik voelde me tot hun revolutie aangetrokken.

‘Je moet een onderscheid maken tussen een totalitair systeem en marxisme. Het totalitaire systeem begon met Lenin in een tijd van burgeroorlog. Lenins geest was militant: strakke controle, genadeloze onderdrukking en geheimzinnigheid. Helaas is het beleid dat relevant was in oorlogstijd onderdeel van het communisme geworden. Na Lenin kwam Stalin. Die twee hebben het oorspronkelijke marxisme grondig verpest.

‘Ik heb Mao Zedong een paar keer ontmoet, hij had mijn diepste respect. Een groot revolutionair van boerenafkomst. Als het om sociaal-economische theorie gaat ben ik marxist. Dus half boeddhistische monnik, half marxist.’

De memory lane lonkt. Hij beschrijft zijn herinneringen aan Chinese leiders, compleet met speelse imitaties van hun mimiek of hun favoriete spreekwoorden. Gelach, ontspanning: het wordt bijna gezellig.

De werkelijkheid is minder luchtig. In de zestig jaar ballingschap heeft het kamp van de dalai lama steeds weer een stapje terug gezet. In 1974 ruilde hij het onafhankelijkheidsideaal in voor de zogeheten middenweg: autonomie onder Chinees bestuur. Zijn eigen kring verweet hem verraad aan de Tibetaanse zaak. De vele vredesvoorstellen die volgden boekten geen resultaat. Lang hield hij vast aan nogal kansloze voorwaarden, zoals een aparte Tibetaanse democratie naar westers voorbeeld onder Chinees bestuur. De laatste stap terug leidde tot het huidige uitgangspunt, namelijk dat de bestaande autonomie van Tibet onder Chinees bestuur acceptabel is, mits de Tibetanen alle rechten die ze volgens de Chinese grondwet hebben ook daadwerkelijk krijgen. Nu staat de constitutie bol van vrijheden, maar de praktijk is in een autoritair systeem nu eenmaal anders. De dalai lama vraagt het onmogelijke door eigenlijk niets bijzonders te vragen. Voor Beijing is het verreweg het gemakkelijkste hem links te laten liggen.

Voor de Volksrepubliek is Tibet geen gespreksonderwerp – volgens China is er helemaal geen ‘Tibetaanse kwestie’. Zes miljoen Tibetanen leiden een gelukkig leven onder Chinees bestuur en wie daar anders over denkt, is een problematische figuur, met wie niet wordt onderhandeld.

Portret van de 14de Dalai Lama, Tenzin Gyatso, tijdens een interview met Marije Vlaskamp van de Volkskrant. Beeld Julius Schrank

Op momenten dat Beijing openstond voor besprekingen over ‘alles behalve onafhankelijkheid’ vertrouwde hij het niet; deed de Dalai Lama een handreiking dan gaf Beijing niet thuis. Nu resten slechts informele ontmoetingen tussen mensen uit zijn kring met vertegenwoordigers van een partijorganisatie die contact onderhoudt met niet-communistische groeperingen. Naast deze ‘Verenigd Front’-organisatie ontmoet hij Chinese volgelingen die de laatste politieke praatjes uit Beijing meenemen naar McLeod Ganj – en beweren relaties met het hoogste leiderschap te hebben. Ze voeren hem het lichtelijk oudbakken verhaal dat Xi Jinping van alles zou willen hervormen, maar wordt tegengewerkt door hardliners in het politieke establishment. Wat het realiteitsgehalte daarvan is, is onmogelijk vast te stellen.

In elk geval wekt de Dalai Lama de indruk dat hij op 83-jarige leeftijd het hoofdstuk China-Tibet graag wil afsluiten en, als het even kan, nog voor zijn dood een beginnetje wil maken met een heel nieuw boek. Een boek dat niet in het teken staat van dat eeuwige twistpunt of Tibet nu een onderdeel van China is of niet.

‘Vrienden met connecties met de gepensioneerde partij-elite zeggen dat in die kringen de opvatting heerst dat kritiek op de dalai lama me alleen maar populairder in het buitenland maakt. Het is beter de dalai lama te gebruiken dan hem weg te duwen.’

Welk nut heeft u dan voor China?

De 14de Dalai Lama, Tenzin Gyatso, tezamen met een groep boeddhisten in het klooster waar de Dalai Lama al bijna 60 jaar in ballingschap leeft. Beeld Julius Schrank

‘Ik ben de promotie van menselijke waarden zeer toegewijd. Het Chinese volk deelt die betrokkenheid voor het welzijn van anderen, vooral voor mensen uit de arbeidersklasse. Om tastbaar socialisme te scheppen.’

Begrijpen Tibetaanse vluchtelingen die hun leven hebben gewaagd met een gevaarlijke reis over de Himalaya om zich bij u te voegen dat u een bijdrage wilt leveren aan het Chinese socialisme?

‘Ik weet niet hoe het Tibetaanse volk reageert als mijn bezoek aan China mogelijk wordt. Eerder kwam er kritiek toen ik het onafhankelijkheidsidee liet varen. We zullen zien. De toekomst is onvoorspelbaar, maar mijn beweegredenen zijn oprecht.’

Hij schetst zijn ultieme vergezicht. India, China, Japan, Korea, Vietnam: samenwerking in heel Azië, onderzoek en analyse op basis van boeddhistische filosofie, Indiase wijsbegeerte en harde wetenschap, met als inzet geluk voor de mensheid. Zijn benen worden stram en zijn knieën haperen, maar zolang zijn geest helder is werkt hij aan die happy humanity, zegt hij.

‘Ik richt me op het bevorderen van geluk voor de mensheid op basis van een seculiere boeddhistische filosofie. Ik ben toegewijd aan de wederopleving van de Indiase antieke wijsbegeerte. India: een bevolking van meer dan een miljard mensen. Dan China, waar innerlijke waarden kunnen samengaan met marxisme en socialisme, in een land dat al een boeddhistische geschiedenis heeft. Dan heb je gelijk ruim 2,5 miljard mensen te pakken.’

Het grootse visioen past bij de trend van de Aziatische opkomst, de moderne supermachtstatus van China en de geschiedenis van India als bakermat van oosterse filosofie. Het Westen staat aan de zijlijn. Tijdens zijn audiëntie zette hij voor een Indiaas gehoor enthousiast uiteen dat Europa en de Verenigde Staten in een ‘mentale crisis’ zitten.

Nu u zich op Azië concentreert, is dit misschien de laatste keer dat u naar het Westen komt?

‘Niet per se, zolang mijn fysieke toestand goed is en mijn brein in orde, is de reis van acht uur naar Europa nog te doen. Maar de Verenigde Staten vind ik te ver. Nog eens acht uur vliegen na Europa, dat duurt te lang.’

Waarom speelt het Westen nauwelijks een rol in uw nieuwe grote project?

‘Hier maakt culturele invloed dus wel het grote verschil. Drieduizend jaar geleden had India al het concept van meditatie, Boeddha zelf is er een product van. Die kennis kan ik in India zo in onderwijsprogramma’s verwerken. Maar westerse culturen zijn sterk beïnvloed door de joods-christelijke traditie. Die draait om geloof, niet om het trainen van de geest.

‘Daarom voel ik me in het Westen licht ongemakkelijk als ik lesgeef. Zo’n grote hal met bijna achtduizend mensen, dat voelt een beetje onprettig. Het zijn christelijke landen, geen boeddhistische. Een paar individuele Europeanen lesgeven is prima, maar je moet het boeddhistisch geloof daar niet propageren. Als een christelijke prediker hier in Dharamsala een kerk opent, zijn Tibetanen daar ook niet blij mee.

‘Vandaar dat ik in Europa de seculiere kant benadruk. Bijvoorbeeld hoe lichamelijke hygiëne samengaat met emotionele hygiëne. Dat heeft niets te maken met boeddhisme of godsdienst, mijn bijdrage is strikt van wereldlijke aard. Jullie hebben immers geen traditie om je mind te trainen. Als jullie problemen hebben vragen jullie God om hulp en moslims gaan naar Allah. God-gottegod, Allah-allah-allah: ik denk dat God en Allah er danig van in de war raken. Beide kanten bidden tot hun god en ondertussen vechten ze met elkaar. Straks landt de goddelijke zegening nog aan de verkeerde kant.’

Wat vindt u van westerlingen die hun hoop vestigen op de dalai lama?

‘Dat is totaal verkeerd. Ik ben een gewone boeddhistische monnik. En een menselijk wezen. Als ik God was, dan had ik ook niet zo’n last van mijn problematische knieën.’

Dalai lama over Tibet

De dalai lama noemt in dit gesprek weliswaar de mensenrechtensituatie in Tibet geen enkele keer, maar in het verleden had hij een waslijst aan klachten.

Zo beschuldigde hij China van ‘culturele genocide’ door bijvoorbeeld overheidsinmenging in het Tibetaanse kloosterleven. Ook hekelde hij het onderwijs: op staatsscholen is het onderwijs in het Mandarijn-Chinees terwijl Tibetaans slechts een bijvak is.

Zeker sinds de anti-Chinese betogingen in 2008 is de overheidscontrole in gebieden waar veel Tibetanen wonen strenger geworden. Protesten worden in de kiem gesmoord. Sinds 2009 hebben meer dan 150 Tibetanen zich in het openbaar verbrand bij wijze van protest.

De dalai lama keerde zich tegen de vestiging van grote aantallen Han-Chinezen op de Tibetaanse hoogvlakte. Hij zei ook vaak dat Tibet, zeker na de aanleg van grootschalige infrastructuur zoals het hoogste treinspoor ter wereld, als wingewest voor de Chinese economie fungeert, wat gepaard gaat met ecologische roofbouw. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.