Interview Dagboek

De dagboekrubriek van Erik van den Berg is ‘een raampje op een andere tijd’

Bij een gat in de planning wordt het spannend voor redacteur Erik van den Berg. Hij moet voor elke dag in de werkweek iets moois vinden voor zijn rubriek Dagboek, waarin hij dagen uitlicht van vorsten, muzikanten, archeologen en andere mensen uit het verleden. ‘Je moet iets hebben. Dan lees je als een kannibaal.’

Volkskrant-redacteur Erik van den Berg Beeld Io Cooman

In dubbele rijen op de planken, maar ook in stapels er bovenop en ernaast. Drie Billy-kasten heeft Erik van den Berg thuis staan, afgeladen vol met dagboeken. ‘Waarschijnlijk zijn het er meer dan duizend’, zegt hij. Als hij ’s avonds na zijn werk als eindredacteur voor media- en cultuurkatern V thuiskomt, is hij altijd nog een uur of meer aan het lezen. Op zoek naar mooie fragmenten van levens uit lang vervlogen tijden.

Zijn dagelijkse rubriek Dagboek telt niet meer dan driehonderd woorden. ‘Een raampje op een andere tijd’, noemt Van den Berg het. Het fragment speelt zich altijd af op dezelfde datum als de dag waarop de krant verschijnt, maar dan in het verleden. Ze komen uit dagboeken van onder andere politici, muzikanten, verslaggevers, archeologen, presidenten, vorsten, diplomaten, studenten, kunstenaars en prozaschrijvers.

Rubriek Dagboek in de papieren krant op 25 juli 2019 Beeld de Volkskrant

Zo verscheen er op 3 april van dit jaar een fragment in de krant uit het dagboek van de jonge hertog Louis-Philippe, later koning van Frankrijk, op rondreis in de Verenigde Staten. Op 3 april 1797 komt hij aan in Washington en ziet hij het Capitool in aanbouw; hij meent dat ‘het resultaat even fraai zal zijn als de paviljoens bij de nieuwe stadspoorten van Parijs’. Van den Berg: ‘Je zit met je neus bovenop de geschiedenis.’

Hoe begon jouw liefde voor dagboeken?

‘In 1975 zat ik op de middelbare school in de klas bij Wiebe Buddingh’, nu bekend als de vertaler van de Harry Potter-boeken. Zijn vader was dichter en schrijver C. Buddingh’. Ik kwam op een dag bij Wiebe thuis, net toen de uitgever een hele partij van zijn vaders nieuwe dagboek had afgeleverd. Er stonden stapels van die boeken op de trap. En in een mum is het avond, heette het. Buddingh’ pakte er een en zei: hier, neem maar mee.’

Van den Berg was meteen gegrepen door het dagboek, dat veel andere literaire dagboeken aanhaalde. Ook die las hij. ‘Toen begon ik al aantekeningen te maken van op welke pagina en in welk boek mooie fragmenten stonden. Deed ik er een papiertje tussen.’

Als hij in de buurt is van een goed antiquariaat duikt hij graag even naar binnen. Om de hoek bij zijn huis zit Streppel, een soort vaste leverancier. ‘Die weet van mijn rubriek af.’ De universiteitsbibliotheek van Amsterdam is ook een goede locatie voor nieuwe (oude) vondsten, maar ook online verzamelplaatsen zoals het Gutenberg-project. In plaats van al die papiertjes in boeken, houdt hij inmiddels een Worddocument bij met verwijzingen naar dagboekfragmenten, op datum natuurlijk, van 1 januari tot 31 december. ‘Dat is wel tachtig vel inmiddels.’

Hij werkt een paar weken vooruit, maar soms heeft hij een gat. Voor volgende week donderdag heeft hij nog geen geschikt fragment. ‘Dat is ook het leuke aan deze rubriek maken, dat detectivewerk, van: verdomme, ik moet iets hebben.’ De redacteur beeldt uit hoe hij naarstig door de boeken bladert. ‘Je leest dan als een kannibaal natuurlijk. Vijf augustus, waar is vijf augustus – ja! Ah nee, die is niet mooi, daar heb ik niets aan.’ Hij gebaart alsof hij het boek opzij gooit. ‘Volgende. En dan dat moment’, hij tikt met zijn vuist op tafel. ‘Opeens heb ik iets goeds.’

Wanneer is het een goed fragment?

‘Het stuk moet een kop en een staart hebben, een pointe. Dat moet elke keer goed zijn.’ Van den Berg let er ook op dat het fragment niet alleen een stukje overpeinzing van de schrijver is. ‘Dat werkt niet. Ik vind wat Sylvia Plath schrijft hartstikke mooi, maar haar heb ik nog maar één keer gebruikt. Omdat ze bijna altijd haar binnenwereld beschrijft. Dat hebben veel dagboekschrijvers, die worstelen vooral met zichzelf en dat blijft in het hoofd. Ik wil dat je iets meekrijgt van wat er in de wereld gebeurt.’

En soms ontstaat er opeens een bijzonder parallel tussen toen en nu. Zoals die keer dat hij een paar weken van tevoren een fragment had uitgezocht over een vulkaanuitbarsting in Indonesië in de 19de eeuw. Kwam die week in september 2017 het nieuws dat een vulkaan op het eiland Bali op uitbarsten stond – puur toeval. En drie weken geleden plande hij voor vrijdag 26 juli, in de week dat het bijna 75 jaar oude warmterecord in Nederland gebroken werd, een fragment van het dagboek van Duitse theatercriticus Alfred Kerr. Honderd jaar geleden vergeleek de man de hitte in Berlijn op dat moment met Dante’s Inferno. ‘Veel warmer zal het [in de hel] niet zijn geweest’, schreef de Duitser, ‘al was de lucht er vermoedelijk beter.’

Welke waarde heeft deze rubriek volgens jou voor de krant? Het is geen nieuws natuurlijk, maar geschiedenis.

‘De krant gaat helemaal over vandaag, vandaag, vandaag, en dan komt er dat kleine stukje waarin je leest over een andere tijd. Plotseling is het verre verleden – bam! – heel dichtbij. Ik wil er niet pretentieus over doen, maar het is een relativerend accent. We zijn er nu, maar we zijn er maar eventjes. Er zijn ook andere tijden geweest, met andere mensen.’

Van welke persoon zou je zelf het liefst het dagboek (ongeacht of het bestaat of niet) lezen? 

‘Grote genade. Daar heb ik nog nooit over nagedacht.’ Van den Berg denkt een moment na. ‘Doe me dan maar het particuliere dagboek van Beatrix.’ Naar zijn weten bestaat dat niet, al weet je dat nooit zeker. Koningin Victoria schreef ook dagboeken die later zijn uitgegeven. Die hield zich niet erg bezig met het reilen en zeilen in een natie of enige politieke spanning, zegt hij. ‘Bij haar staatsbezoek aan Napoleon III in Frankrijk schreef ze dat de kwaliteit van het porselein bij hun thuis toch beter was.’

De reden dat hij benieuwd is naar de dagboeken van Beatrix is wat persoonlijker. ‘Zij was intelligent, en altijd op de hoogte, dat weet ik zeker. Ik moet bekennen dat ik altijd sympathie voor haar heb gehad.’ Dat is terug te leiden naar het moment dat hij haar op tv zag bij de troonswisseling in 1980, vertelt hij met een glimlach. ‘Ik vond haar bloedmooi. Dat kan ik me nog goed herinneren. Al ben ik dan niet per se geïnteresseerd in die troonswisseling. Een normale, willekeurige dag in haar leven, dat zou ik wel willen lezen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden