'De dag zal komen waarop Peking voor ons buigt'

Tibetanen zijn volgens Chinezen achterlijk en lastig, merken veel jonge Tibetanen. Hun verzet tegen de bezetter lijkt effectief gesmoord.

Nee, hij wil onder geen beding met zijn naam in de krant. G. is medewerker van de regionale propagandadienst in een stadje in oostelijk Tibet. Als bekend zou worden dat hij vrijuit praat met een buitenlandse journalist, kost het hem zijn baan. Of erger.

Je kunt in China zomaar door de geheime dienst van straat worden geplukt en voor jaren verdwijnen.

G. is een Tibetaan die het op het eerste gezicht goed getroffen heeft. Een jonge dertiger, open gezicht, alerte oogopslag, een spottend trekje om de mond. Hij is opgeleid aan een van de universiteiten voor etnische minderheden die China rijk is. Nu werkt hij alweer jaren bij de afdeling propaganda van een stadje op Tibetaanse hoogvlakte in het noorden van de provincie Sichuan, de streek die door Tibetanen hardnekkig Oost-Tibet wordt genoemd.

'We moeten voortdurend onwaarheden verkopen', zegt G. over zijn werk. 'Teksten maken over het zegenrijke werk van de lokale partijleiders, over de prachtige verbroedering tussen Tibetanen en Chinezen, dat we één volk zijn en meer van dat soort shit.'

Hij zucht, neemt een slok Snow-bier en een nieuw plakje gekruid rauw yakvlees. 'Allemaal leugens. Tibet is bezet, de Chinezen zijn de baas. Wij Tibetanen krijgen wat kruimels toegeschoven als we gehoorzaam zijn.'

Ambtenaren zoals G. zijn talrijk in oostelijk Tibet. Ze behoren tot de slimste jongens en meisjes op de uitgestrekte graslanden, de hoogvlakte die al eeuwenlang door yakherders wordt bewoond. De Chinese staat selecteert er tegenwoordig de beste lokale mensen, stuurt ze naar de universiteit en neemt ze vervolgens in regeringsdienst, waar ze de taak hebben onder Chinese leiding Tibet te besturen.

Velen hebben zich in die rolverdeling geschikt, maar er zijn er ook nog genoeg als deze jongeman: Tibetanen die de Chinese overheersing niet accepteren.

'We zijn in het verleden altijd gediscrimineerd. De Chinezen vinden van oudsher dat we barbaren zijn, stinkend en achterlijk. Sinds de opstand van maart 2008 is het erger geworden. Toen ik laatst in Chengdu een auto wilde huren, werd ik overal geweigerd. Jullie zijn gewelddadig en niet te vertrouwen, kreeg ik te horen.'

Officieel is de 'sociale harmonie' in Tibet hersteld na de bloedige onlusten van drie jaar geleden, waarbij in Lhasa Chinese winkels werden geplunderd en tientallen mensen het leven lieten. Maar elk voorjaar zijn er weer nieuwe spanningen. Zo vond in maart een jonge monnik de dood nadat hij zichzelf in brand had gestoken in het Kirti-klooster in Aba. Het grote klooster werd door de oproerpolitie omsingeld en enkele honderden monniken werden afgevoerd om een langdurige 'patriottische heropvoeding' te ondergaan.

Aba is nog steeds een verboden gebied. De weg door de bergen van noordwestelijk Sichuan naar het stadje is afgesloten voor vreemdelingen. Zwaarbewapende legercommando's bemannen een checkpoint bij de afslag naar Aba. 'Zelfs monniken mogen niet terug naar hun klooster daar', meldt een monnik van een ander klooster in de streek.

Hij wijst op de drie palen met bewakingscamera's erop in zijn eigen kloosterdorp. 'De politie probeert ons voortdurend in de gaten te houden. Maar de camera's gaan vaak kapot', voegt hij er met een veelbetekenende glimlach aan toe.

Hij weet wat het is, patriottische heropvoeding. Na de onlusten van 2008 moest deze monnik ook dagenlang met zijn kloostergenoten Chinese propaganda aanhoren. 'Tien dagen lang moesten we in de grote gebedsruimte van ons klooster naar mannetjes van de propagandadienst luisten. Die vertelden hoe blij we moesten zijn dat de Volksrepubliek ons had verlost van religieuze onderdrukking, en hoe kwaadaardig de dalai lama is.'

Aan het slot is er een ceremonie waarbij iedere monnik moet beloven dat hij de dalai lama verwerpt , en dat hij zich aan de Chinese wet zal houden. 'Daarvoor moet je dan een papier tekenen'. Wie weigert, moet de hele week overdoen. Totdat hij tekent.

Bevrijding

'Zestig jaar bevrijding' vierde de Chinese regering onlangs in Tibet. Het was een bescheiden viering, want de autoriteiten weten goed dat dit soort feestgedruis op weinig Tibetaanse bijval kan rekenen. In 1950 trok het rode leger van Mao Zedong de regio binnen, en in 1951 was na soms bloedige schermutselingen heel Tibet onder controle gebracht van de nieuwe machthebbers in Peking.

Het 'feodale juk van de slavernij' die de religieuze kaste onder leiding van de dalai lama praktiseerde, was afgeworpen, zoals de Chinese staatsmedia het graag uitdrukken. Dat er een ander, evenzeer onderdrukkend systeem voor in de plaats kwam, laat Peking graag onbesproken.

In het Tibetaanse theehuis op de hoogvlakte waar we G. ontmoeten, heerst een ongemakkelijke sfeer. G heeft een paar vrienden meegenomen die net als hij bij de overheid werken. Als er iemand in de buurt van onze tafel komt, houden ze stil, bang om afgeluisterd te worden.

Die voorzichtigheid heeft een goede reden. Het afgelopen jaar werden opnieuw tientallen 'lastige' intellectuelen uit Tibet door het Chinese gezag uit het openbare leven verwijderd. Een van hen is een bekende dichter die het gewaagd had in het Tibetaans Literair Jaarboek kanttekeningen te zetten bij de Chinese investeringen, zoals de nieuwe spoorweg naar Lhasa.

Betere spoorlijnen, wegen en vliegvelden zijn vooral bedoeld om de Chinese kolonisatie van Tibet te vergemakkelijken, aldus de dichter. Het kwam hem op arrestatie te staan, en een straf van vier jaar wegens staatsondermijnende activiteiten.

In het theehuis zwijgt men daar liever over. 'Gevoelige zaken zijn gevaarlijk', zegt een van de vrienden van G. 'Maar we hebben de hoop op een vrijere toekomst niet verloren. Er is meer onvrede onder de bevolking, ook onder Chinezen, dan je op het eerste gezicht ziet. Op een dag zal de regering in Peking daarvoor moeten buigen.'

Een paar uur verder rijden over de hoogvlakte, over een besneeuwde pas langs een van Tibets heilige bergen, daalt de weg door steile kloven naar Heishui, een Tibetaans stadje van ruim 50 duizend inwoners. Heishui ('Zwart Water') is Tibet zoals Peking het graag wil hebben.

De bevolking bestaat voor meer dan 90 procent uit Tibetanen, maar ze zijn een stuk meegaander dan de mensen in Aba en Zoige. Dat is historisch gezien opmerkelijk, zegt Z., een Tibetaan wiens vader uit Heishui komt.

Want Heishui was vroeger een verzetshaard. Toen het leger van Mao zestig jaar geleden binnenviel, boden Tibetaanse partizanen er legendarische tegenstand. Het stadje is alleen bereikbaar vanuit de laagvlakte van Chengdu via een nauwe kloof. Peking zette in de zomer van 1952 na drie maanden van vergeefse aanvallen de luchtmacht in om het verzet te breken.

Dat het zware gevechten waren, is te zien op de Begraafplaats voor de Martelaren die aan de nieuwe rondweg even buiten Hengshui ligt. Bijna vijfhonderd Chinese gesneuvelden liggen er, onder wie tal van officieren en politieke commissarissen van de communistische partij.

Het ereveld met zijn vele marmerwerk heeft als middelpunt een hoge zuil met het bronzen beeld van een triomferende soldaat van het Volksbevrijdingsleger. Voor de Tibetaanse gevallenen is er niets. 'Onze doden leven alleen voort in de herinnering van de oude generaties', zegt Z.

In het stadje is niets meer van vijandigheid tegen de Chinezen te merken. Heishui heeft zich ontwikkeld tot een plaats die toeristen trekt uit Chengdu en omgeving: Chinezen die even een paar dagen weg willen uit de grote stad om in de bergen van de natuur te genieten. Er zijn honderden moderne winkels en eethuisjes, gerund door Chinezen en Tibetanen. Aan de rand van de stad zijn motels waar je kamers kunt huren om te slapen en mahjong te spelen, onder het genot van een grote kan lokaal gebrouwen koppig gerstbier. Fraaie traditionele Tibetaanse boerenhuizen prijken op de steile heuvels.

Het contrast is groot met plaatsen als Aba en Zoige, waar het op straat wemelt van de politieauto's en een bedrukte, dreigende sfeer overheerst. 'Misschien komt het omdat de Tibetanen hier in de valleien vanouds boeren zijn', zegt de oom van Z. 'Wij hebben minder de vrijheidsdrang van de yakherders op de hoogvlakte.' Zoals veel van de inwoners van Heishui vindt hij dat je je maar beter bij de werkelijkheid kunt neerleggen. De Chinese staat heeft de teugels in handen. 'Ik bemoei me niet met politiek. Ik wil met rust gelaten worden en mijn transportbedrijfje draaiende houden.'

Als we Heishui de volgende dag verlaten, zit Z. wat terneergeslagen in de auto. 'Heishui is zoals Peking Tibet graag ziet. Wat Tibetaanse folklore, en verder gehoorzaam onderdeel van het Chinese rijk.' Hij spreekt zijn grote vrees uit: 'Over twintig jaar kan dit het lot van heel Tibet zijn geworden.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden