Column

De dag dat Henk en Elly met pensioen gaan is hun leven voorbij

Beeld Robin de Puy

Er kon maar één plek zijn waar we de presentatie van ons boek over de Dochter gingen vieren, en dat was de plek waar we door diezelfde Dochter eigenlijk nooit meer kwamen: café Van Wou in de Amsterdamse volksbuurt De Pijp.

We waren er stamgast geweest toen de Man er nog in de straat woonde. Jarenlang was hij met een boog om het café heen gelopen toen hij had gezien hoe ze er de gevel oranje verfden vanwege een WK. Maar nadat hij er een keer spontaan met veel leverworst en bier zijn verjaardag had gevierd, was hij om. Niet in de laatste plaats vanwege het echtpaar Henk (bier, buik, 64) en Elly (vieux, glitters, 62), Amsterdammers die de zaak al vijfentwintig jaar op nadrukkelijk Amsterdamse wijze dreven en zich de pis niet lauw lieten maken door de oprukkende yuppen in de buurt. Bij Henk en Elly lagen nog altijd kleedjes op tafel, stond er altijd wel iemand heilloos tegen een gokkast te vloeken en hadden ze het nieuwe plafond, toen het oude naar beneden was gekomen, met spuitbussen rookkleurig gemaakt, 'je ziet geen verschil'. En natuurlijk, ook bij Henk en Elly was al eens iemand binnen gestapt 'die er zo'n zaak met witte tegeltjes van wilde maken', maar vooralsnog hielden ze ijzerenheinig stand en dat is maar goed ook - de dag dat Henk en Elly met pensioen gaan, is hun leven voorbij. 'Dan graaft zij d'r eigen in op de bank en gaat ze de hele avond nootjes zitten kauwen', had Henk desgevraagd de toekomst in getuurd, en andersom zag Elly het ook al niet zitten. 'Hij heeft een keer een week met griep thuisgezeten. Nog een week erbij en ik had zijn graf eigenhandig aangestampt.'

Nee, die kroeg was hun veilige haven, en ons voorgenomen feestje niets minder dan een schip vol graan dat gretig gelost ging worden.

'Gezellig!', riep Elly door de telefoon. 'Maar wat voor boek is dat, een bábyboek? En komt die kleine dan ook mee?'

'Nee', antwoordde ik, want het feestje zou pas 's avonds plaatsvinden. Al betwijfelde ik of dat voor Elly een argument zou zijn: de laatste keer dat we er waren, had ze de Dochter afgepakt, bij haar achter de tap gezet en haar moederlijk aan haar eigen vieuxtje-cola laten ruiken. 'En dat boekenpubliek', vroeg ze, 'wat eten die eigenlijk? Nootjes, frikadelletjes?'

Ik dacht even na.

'Dan doen we kipnuggets', zei ze. 'Die zijn altijd goed. En voor jou zet ik af en toe wel een babybiertje neer achter de bar. Dat doe ik bij mijn moeder ook, maar dan andersom, want die is hartstikke dement. 'Zalig El, zo'n borreltje', zegt ze dan, terwijl ik er cassis in heb gedaan. Nou, en met Henk is het ook niet al te best momenteel, want zijn hart, zijn darmen, alles zit op de verkeerde plek, de dokters weten het ook niet meer. Maar hij wil niet van wijken weten. Toen hij geopereerd moest worden, wilde hij dat per se in het BovenIJ Ziekenhuis laten gebeuren, omdat dat op weg is naar zijn werk.' En verder misten ze hun overleden hondje Bobby, van wie Henk zogenaamd niet hield, maar met wie hij wel altijd drie keer per dag door de buurt had gelopen. 'Alles verandert', zei Elly, en voor het eerst in het gesprek viel er een diepe stilte.

Ze onderbrak 'm ook zelf weer.

'We zijn dus wel toe aan een feessie!', riep ze opgewekt. 'Ik zal vast een asbakje klaarzetten voor die kerel van je.'

Ik zei maar niet dat-ie was gestopt met roken.

Reageren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.