analyse

De cynische balans van 20 jaar oorlogvoeren na 9/11

Onlangs maakte de Amerikaanse Brown Universiteit de voorlopige balans op van de oorlogen die de VS voerden na de aanslagen op 9/11. De kosten zijn duizelingwekkend: 482 duizend doden en 8.043 miljard dollar. De cynische conclusie is ook dat waar wordt gevochten, wordt verdiend. En flink ook.

Blackwater-huurlingen beschermen een Amerikaanse diplomaat in de Iraakse hoofdstad Bagdad in 2003.  Beeld EPA
Blackwater-huurlingen beschermen een Amerikaanse diplomaat in de Iraakse hoofdstad Bagdad in 2003.Beeld EPA

De politie van de Noord-Iraakse stad Kirkuk popelde in de herfst van 2005 om haar splinternieuwe, door de Amerikanen betaalde hoofdkwartier in gebruik te nemen, maar er was één probleem: de wasbakken en toiletpotten ontbraken. En zonder de in het bouwcontract beloofde wasbakken en wc’s kon het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken het politiebureau niet laten opleveren.

‘Waar zijn die wasbakken en toiletten eigenlijk’, vroeg de politiebaas. Naast hem zaten een stadsoudste en een lokale aannemer, en tegenover hem aan de lange vergadertafel een Amerikaanse diplomaat.

‘Dat is waarom we vandaag bijeen zijn’, zei de diplomaat via een tolk. ‘Ze zijn vorige week geïnstalleerd. Toen we het gebouw kwamen inspecteren, waren ze weg. We moesten nieuwe bestellen.’

Stadsoudste tegen de aannemer: ‘Waar zijn de wasbakken?’

Aannemer: ‘Ik heb nooit wasbakken ontvangen.’

Diplomaat: ‘We hebben ze vorige week bij je afgeleverd.’

Aannemer: ‘Dat is niet waar.’

Diplomaat: ‘Het was de derde levering van wasbakken en toiletten. We zijn gebleven om ze geïnstalleerd te zien worden.’

Aannemer: ‘Waar was ik?’

Diplomaat: ‘Hier bij ons.’

Aannemer: ‘Nee, nee, nee. Dat was ik niet. Dat moet mijn voorman geweest zijn.’

Diplomaat: ‘Hoe dan ook, we hebben gezien dat ze werden geïnstalleerd. Toen we terugkwamen, waren ze er niet meer.’

Politiebaas: ‘Ze moeten die nacht gestolen zijn.’

Diplomaat: ‘We hebben een contract met jouw politiekorps om dit gebouw te beveiligen, dus er had een bewaker moeten zijn.’

Politiebaas: ‘Nee, dat is niet onder mijn toezicht gebeurd. Misschien heeft een arbeider ze gestolen.’

Een week later keerde de diplomaat terug om de oplevering eindelijk te bezegelen. Nog een laatste inspectie en hij zou van het gezeur af zijn. Doch zodra hij het kleinste kamertje binnenstapte, liet hij het hoofd zakken. Waar daags tevoren nog een porseleinen troon stond, gaapte nu een donker gat. Ook de wasbak was foetsie. Fuck, stamelde de diplomaat. Zijn bewaker kon amper zijn lach inhouden: de waterclosetkrakers van Kirkuk hadden wederom toegeslagen.

Het is verleidelijk deze scène uit de onlangs verschenen memoires van Irak-veteraan en Blackwater-huurling Morgan Lerette als metafoor te zien voor de economische tol van de oorlogen na 9/11: al die biljoenen belastingdollars, waarvan veel Amerikanen zich nu afvragen of ze niet voor een belangrijk deel – en soms dus vrij letterlijk – door het toilet zijn gespoeld.

Van het knetterrechtse Breitbart – ‘Het is niet in ons nationaal belang om tijd, geld of levens te verspillen aan het hervormen van holbewoners’ – tot het marxistische tijdschrift Jacobin – ‘Een zinloze verkwisting van levens en geld’ – klinken de media in elk geval op financieel vlak unisono over het einde van twintig jaar Amerikaanse oorlogsvoering, eerst vanaf 2001 in Afghanistan en vanaf 2003 ook in Irak.

‘Ik denk dat die scène de Amerikaanse situatie aardig samenvat’, zegt Lerette (40) beeldbellend vanuit Phoenix, Arizona, waar hij tegenwoordig werkt als ict’er bij een zorgverzekeraar. In zijn memoires Welcome to Blackwater schrijft de voormalige inlichtingenofficier van het Amerikaanse leger over zijn tijd als huurling van Blackwater, het beruchte schaduwleger van particuliere lijfwachten waarvoor Lerette hoogwaardigheidsbekleders beveiligde tegen de bermbommen en zelfmoordvrachtwagens van Irak. Als werknemer van ’s werelds grootste private military company was Lerette ook de bewaker van de door toiletdieven gekwelde diplomaat.

‘In Irak begon iedereen met de beste bedoelingen, maar er kwam een punt waarop je besefte dat het beste niet haalbaar was en je genoegen nam met in elk geval iets doen’, zegt Lerette. De Irakezen wisten dat ze straffeloos toiletpotten konden verduisteren: er kwamen toch elke keer nieuwe, al was het maar omdat het Amerikaanse leger deze verspilling van belastinggeld niet erg genoeg vond om soldaten bij het sanitair te stationeren. De enige die het iets kon schelen was de diplomaat, want die had zijn superieuren iets uit te leggen zolang het nieuwe hoofdkwartier stof stond te vergaren. ‘Op een gegeven moment denk je: als die handtekening maar onder dat opleveringscontract komt te staan. Je raakt murw, want je ziet dat dingen niet beter zullen worden.’

Het prijskaartje van de Amerikaanse oorlogen is adembenemend. Allereerst in mensenlevens natuurlijk: 482 duizend doden, onder wie 255 duizend burgers: 46 duizend Afghanen en 209 duizend Irakezen, berekende het Costs of War Project van de Brown Universiteit. Aan Amerikaanse zijde: ruim 6.900 gesneuvelde soldaten, plus 7.600 dode beveiligers, brandweerlieden, vrachtwagenchauffeurs, vertalers en andere contractanten. Dit staat nog los van het veelvoud aan hersenbeschadigingen, kankergezwellen door het verbranden van giftig militair afval, verloren ledematen, kapotgeschoten ogen en andere ellende.

Huurlingen van Blackwater vliegen boven Bagdad, 2005. Beeld AFP
Huurlingen van Blackwater vliegen boven Bagdad, 2005.Beeld AFP

Het economische kostenplaatje steekt banaal af bij zulk drama, maar toch: 8.043 miljard dollar (6.800 miljard euro), zo veel hebben de oorlogen na 9/11 de Amerikaanse belastingbetaler gekost, raamde het Costs of War Project vorige week. Dat bedrag staat gelijk aan twee keer de hele Duitse economie, of aan 39 keer het geschatte vermogen van Amazon-oprichter Jeff Bezos, of aan zeker één keer de totale som waarmee China de 140 landen omspannende Nieuwe Zijderoute spekt, het grootste infrastructuurproject ooit.

Iets meer dan een kwart van al dat Amerikaanse belastinggeld ging naar de oorlogsinspanningen van het ministerie van Defensie en nog eens een achtste naar binnenlandse veiligheid en terreurbestrijding. Dan is de grootste uitgavenpost nog niet eens genoemd: de 2.200 miljard dollar die tot het jaar 2050 naar schatting nodig zal zijn om de zorgkosten en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van Amerikaanse veteranen te betalen.

De echte rekening zal vermoedelijk hoger uitvallen dan 8.043 miljard dollar, want in dat bedrag zijn toekomstige rentebetalingen op de oorlogsschuld buiten beschouwing gelaten.

Harvard-econoom Linda Bilmes muntte de term creditcardoorlogen, omdat de oorlogen na 9/11 de eersten in de Amerikaanse geschiedenis zijn die helemaal op krediet zijn gevoerd, zonder dat de Amerikanen er tot dusver iets voor betaalden. Van de Oorlog van 1812 tot en met de eerste Golfoorlog hebben de Verenigde Staten hun militaire conflicten altijd (mede) bekostigd met belastingverhogingen.

Ten tijde van de Koreaanse Oorlog (1950-1953) verhoogde president Truman het hoogste marginale belastingtarief bijvoorbeeld van 84 naar 92 procent. Sinds de eeuwwisseling daalde ditzelfde tarief juist van bijna 40 procent naar 37 procent nu. Alleen al de rentebetalingen op de staatsschulden die de oorlog in Afghanistan hebben gefinancierd zullen de komende dertig jaar naar schatting oplopen tot 6.500 miljard dollar, het equivalent van bijna 20 duizend dollar voor elke Amerikaan, constateert Bilmes.

Tot zover de kosten. Er is natuurlijk ook geld verdiend aan de oorlogen in Irak en Afghanistan. In het geval van Irak is het meest voor de hand liggende voorbeeld een vierletterwoord: olie. ‘Het stemt me droevig dat het politiek ongemakkelijk is om te erkennen wat iedereen weet: de oorlog in Irak gaat grotendeels over olie’, schreef Alan Greenspan, van 1987 tot 2006 voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, in 2007 in zijn memoires. Voor Saddam Husseins val hadden westerse bedrijven geen toegang tot de Iraakse olie- en gasvelden. Nu zijn ze er alomtegenwoordig, van ExxonMobil in West-Qurna en Chevron in Sarta tot BP in Rumaila en Shell in Basra.

Een andere geheide winnaar is wat de Amerikaanse president Eisenhower zestig jaar geleden het militair-industrieel complex doopte. Met deze sinistere term doelde hij op de kongsi tussen staat en industrie om de militaire uitgaven te verhogen, met (al dan niet vermeende) externe gevaren als rechtvaardiging, schrijft militair historicus Alex Roland in het net verschenen boek Delta of Power.

Hoewel de Amerikaanse wapenuitgaven nu verhoudingsgewijs lager zijn dan tijdens de Koude Oorlog, heeft een groot deel van de industrie goed geboerd na 9/11, zegt Roland. Denk aan de drones van General Atomics, de maker van de MQ-9 Reaper waarmee de Amerikanen vorig jaar de Iraanse generaal Qassem Soleimani doodden in Bagdad, of aan de inmiddels door de Taliban buitgemaakte Black Hawk-helikopters die de Afghaanse luchtmacht van Lockheed Martin kocht.

Een MARP, een zwaar bepantserde terreinwagen die bermbomproof zou moeten zijn. Beeld AFP
Een MARP, een zwaar bepantserde terreinwagen die bermbomproof zou moeten zijn.Beeld AFP

De meest iconische militair-industriële prestatie van na 9/11 – en een van de prijzigste – is de bermbombestendige terreinwagen MRAP, voluit Mine-Resistant Ambush Protected, aldus Roland. Die was het antwoord op de plaag van IED’s oftewel improvised explosive devices, de met mobiele telefoons of afstandsbedieningen tot ontploffing gebrachte houtje-touwtjebommen waarmee opstandelingen de Amerikanen tot wanhoop dreven. Van de 3.300 Amerikaanse soldaten die sneuvelden tijdens de eerste vier jaar van de Irakoorlog stierf zo’n 70 procent door bermbommen.

Dit sterftepercentage daalde pas toen wapenfabrikanten in 18 maanden tijd de zwaar gepantserde MRAP ontwikkelden, al bleken veel van de logge terreinwagens ongeschikt voor de slechte Afghaanse wegen en sloegen de opstandelingen terug met krachtigere bommen. In totaal kostte het MRAP-project bijna 50 miljard dollar. ‘De MRAP is een wonder van het Amerikaanse militair-industrieel complex’, zegt Roland, ‘maar ook adembenemend duur.’

Ook voormalig Blackwater-bewaker Lerette verdiende aan de Amerikaanse oorlogen. Op het hoogtepunt 660 dollar per dag om precies te zijn, drie keer meer dan zijn soldij in het leger. ‘Dankzij dat geld kon ik een flinke aanbetaling doen op mijn eerste huis en studeren zonder me in de schulden te hoeven steken.’

Daar stonden legio risico’s tegenover, zoals daar aanwezig zijn, in een hinderlaag lopen en verkoold aan een brug over de Eufraat eindigen, zoals collega’s van Lerette begin 2004 overkwam in Falluja. Of om met helikopter en al uit de lucht te worden geschoten, zoals een jaar later nabij Bagdad gebeurde bij een aanval van opstandelingen.

De met kalasjnikovs en pantserwagens uitgeruste Blackwater-bewakers waren het beruchtste voorbeeld van de militaire privatisering na 9/11. Cause célèbre was het bloedbad dat een Blackwater-konvooi in 2007 aanrichtte op het Nisoor-plein in Bagdad, toen huurlingen naar eigen zeggen uit vrees voor een hinderlaag het vuur openden en 17 omstanders doodden. Van zeker 14 van de 17 slachtoffers was de dood ongerechtvaardigd, oordeelde de FBI.

‘Ik kan alleen zeggen dat ik niet geloof dat mijn collega’s zomaar onschuldige mensen beschoten’, zegt Lerette, ten tijde van het incident al weg bij Blackwater. ‘Het incident toonde wel in wat voor grijs gebied we opereerden: een militaire rechtscode, zoals die waaraan je je in het leger te houden hebt, was er niet.’

Blackwater was een extreem symptoom van het afschuiven van risico’s dat ‘flexibele’ economieën kenmerkt – denk aan hoe Uber aansprakelijkheid weigert wanneer chauffeurs iemand aanrijden, of aan hoe modemerken geen verantwoordelijkheid nemen voor dodelijke ongelukken in Bengaalse naaiateliers.

Blackwater was een manier om sneuvelen ‘uit te besteden’, ziet Roland. ‘Het leger heeft bewust zijn afhankelijkheid van huurlingen vergroot om het aantal militaire slachtoffers te beperken. Sinds Vietnam is het duidelijk dat het volk missies waarbij veel soldaten omkomen slecht verdraagt. De perverse logica hiervan zie je in de mediaberichten over de terugtrekking uit Afghanistan, waarin dikwijls het aantal militaire doden staat, maar niet het hogere aantal omgekomen huurlingen. Amerikanen lijken te denken dat die minder belangrijk zijn.’

In zijn memoires beschrijft Lerette de dood van een collega door een sluipschutter. Toen ze afscheid kwamen nemen in het mortuarium zat zijn gezicht nog steeds onder het bloed. ‘Waarom hebben jullie hem niet schoongemaakt’, vroegen ze een soldaat. ‘We maken alleen soldaten schoon, geen huurlingen’, zei deze. ‘Als een soldaat stierf, vloog hij met het eerste het beste vliegtuig naar huis’, vertelt Lerette. ‘Voor de repatriëring van Blackwater-personeel moest je hemel en aarde bewegen.’

Ook geld is voor de overheid reden om op huurlingen te leunen, zegt Roland. Huurlingen verdienen meer dan soldaten, toch zijn ze goedkoper, beaamt Lerette. ‘Als soldaat had ik zo tien man ondersteuning, plus een levensverzekering, zorgverzekering, tandartsverzekering, pensioenopbouw. Het leger betaalde zelfs mijn huur door terwijl ik overzees diende. Bij Blackwater was dat allemaal niet het geval.’ Ook voor nazorg hoefden huurlingen bij Blackwater noch de overheid aan te kloppen, merkte Lerette aan verschillende collega’s die na terugkomst hun leven beëindigden.

Al met al, concludeert Roland na de Afghaanse aftocht, is de gewone Amerikaan economisch gezien de grote verliezer. ‘De Afghanen hebben duidelijk het meest geprofiteerd van onze investeringen, vooral de corruptelingen die onze geldsteun afroomden. We hebben zeker de kunde en eerlijkheid van Afghaanse bestuurders versterkt, het welvaartspeil verhoogd en de levens van vrouwen verbeterd. Alleen hebben we deze vooruitgang niet kunnen bestendigen. Veel ervan zal verbrokkelen of verdwijnen. Ondertussen is onze reputatie verder besmeurd geraakt. Alles bij elkaar gaan belastingbetalers dus een nogal beroerd rendement op hun investering krijgen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden