De cyberfeministen kunnen tevreden zijn

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: haperende techniek, digitale vrijheidsbeknotting en een hondje dat zoekraakt in cyberspace: help!

Werk van Natasha Taylor bij de tentoonstelling WIFI, Connectivity and Digital Utopianism in Nieuwe Vide te Haarlem.

Haarlem, 1 oktober

In deze wereld die van stopcontacten en snoeren aan elkaar hangt, laat de techniek mij verbazingwekkend vaak in de steek. In Nieuwe Vide te Haarlem betrad ik de tentoonstelling WIFI, Connectivity and Digital Utopianism (hier een emoji die zijn eigen tong eraf bijt) en voilà: de eerste twee kunstwerken deden het niet. Het eerste was een installatie van Gábor Kerekes. Die had een soort Europees Parlement gebouwd waar (ro)bots op een scherm in debat konden gaan en, zo stelde ik me voor, elkaar woedend over de bankjes zouden trekken wanneer het ging om wie schuldig is aan het dataoverschot. Het mocht niet zo zijn.

Het tweede haperende kunstwerk, van Richard Vijgen, betrof een iPad aan de muur. Daarop had ik kunnen zien hoe mijn omgeving eruitzag wanneer je alle tastbare zaken wegdacht en alleen het technologische landschap overhield: de straling, de digitale data en al die signalen die je niet ziet, maar die een ander precies kunnen vertellen waar je bent. Ik zag slechts mijn eigen glimneus. Thuis heb ik Vijgens app Architecture of Radio gedownload, om te zien wat ik had gemist. Uit angst heb ik 'm ook meteen weer verwijderd.

U weet inmiddels: ik schuw geen onderwerp. Ik ben de Alexandrine Tinne van de kunstwereld: altijd bereid een heuvel verder te kijken. Maar als het aankomt op technologie en haar toepassingen blijf ik liever stralingsvrij thuis. Het deksel van mijn e-maildoos til ik één keer per dag omhoog en ik ben niet te vinden op sociale media. Wat dat betreft, kon ik op de tentoonstelling in Nieuwe Vide mijn hart ophalen. Je zou inmiddels verwachten dat ik op de hoogte was van multinationals die digitaal onze vrijheid beknotten, maar de cyberfeministen van Deep Lab joegen mij middels een videodocumentaire alsnog de stuipen op het lijf met hun omineuze gebabbel over privacy.

Uiteindelijk bleef ik het langst hangen bij de dingen die geen stekker nodig hadden: heerlijk zelf gefröbelde wifi-antennes van alledaagse voorwerpen (pannen, vergieten, plastic flessen) van Roel Roscam Abbing, en een sepiakleurige foto van Natasha Taylor. Daarop een 19de-eeuws aandoende seance waarop een aantal handen via keyboards geesten probeerde op te roepen. Zie je wel, dacht ik, en spoedde mij naar huis om de technospoken onder mijn bed weg te jagen.

WIFI, Connectivity and Digital Utopianism, t/m 13/11 in Nieuwe Vide, Haarlem.

Amsterdam, 5 oktober

Zelfs hoogleraar Yra van Dijk, die laptops uit haar collegezaal weert, 'zit op Facebook en Twitter', las ik in de Volkskrant. Zelf zit ik liever op stoel of sofa. Maar dat ik niet te vinden ben op sociale media, betekent niet dat ik daar de weg niet ken. (Nooit hebt u mij horen beweren dat ik consequent was.) Wanneer een galerie een evenement alleen op Facebook wenst te openbaren of een kunstenares daar iemand zoekt voor haar performance, kijk ik stiekempjes mee, in de hoop dat mijn data over het hoofd worden gezien.

Zo stuitte ik op een Facebook-project van schilder Tanja Ritterbex. Zij stal mijn hart vorig jaar door in haar schildersatelier een nagelstudio te bouwen. Ze zou volgende week de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst moeten winnen (jury, leest u mee?). Haar Facebook-kunstwerk heet Everyday Selfie Project. Een jaar lang 'verschilderde' ze elke dag een selfie. Eerst een jaar lang foto's plaatsen en vervolgens een jaar lang schilderijen: je moet behoorlijk van je eigen kop houden, wil je dat volhouden. Ik meen in haar grijzige schilderij #365 'the last one' dan ook iets van opluchting te zien.

Everyday Selfie van Tanja Ritterbex Beeld Gert Jan van Rooij

Het is een monsterlijke scrollklus om in twee browservensters de schilderijen naast de foto's te zetten. Maar de moeite waard. Dan is te zien dat de vreemde titels van de zelfportretten bestaan uit het commentaar dat Ritterbex' 'vrienden' ze heeft er bijna drieduizend, bij de selfie schreven. Over haar uiterlijk, over de compositie. De kunstenaar kreeg ook genoeg avances, ja zelfs een huwelijksaanzoek.

Ik kreeg de smaak te pakken. Op naar het volgende sociale netwerk slash kunstwerk: Delinear.info van Harm van den Dorpel. Dat is een website waarop alles wat gebruikers plaatsen wordt omgevormd tot een bewegende collage. Slechts omwille van de kunst maakte ik een account aan en plaatste een foto van mijn hond. Die raakte ik meteen kwijt in de datawirwar. Delinear.info leek wel een zwart gat. Van den Dorpel studeerde kunstmatige intelligentie, dus ik had verwacht dat ik mijn hond in pixels aan hem kon toevertrouwen. In een poging Newton terug te vinden, klikte ik allengs vinniger op plaatjes van anderen: een discobol, een spook, een konijntje, een hoge hoed - en uiteindelijk ook op mijn lievelingsknop: delete. Toen was Newton weer van mij. Nu nog mijn account verwijderen. De cyberfeministen kunnen tevreden zijn.

facebook.com/tanja.ritterbex
delinear.info

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden