De criteria voor het zoeken naar een reisgenoot

Lijkt u op uw vrienden? Die vraag wordt nogal eens gesteld. Interviewers stellen hem aan mensen die ze willen doorgronden....

Lijkt u op uw vrienden? Het is een ongevaarlijke variant op een van de beroemde lastige vragen die de Zwitserse schrijver Max Frisch heeft bedacht. ‘Weet u zeker dat het voortbestaan van het menselijke ras, wanneer u en iedereen die u kent er niet meer is, u echt interesseert?’

De onderliggende vraag is simpel en angstaanjagend. Waarom houd je van sommige mensen meer dan van andere mensen, waarom is het hemd nader dan de rok? Wie zich verplicht voelt tot universele naastenliefde kan daar nog wel eens van wakker liggen.

Het heeft iets bedenkelijks dat je met sommige mensen makkelijker bevriend raakt dan met anderen en dat het lot van die anderen je dan aanmerkelijk minder interesseert.

Eén keer per jaar dient het moment zich aan om Awater te herlezen. Het lange en legendarische gedicht dat Martinus Nijhoff schreef over vriendschap. In de afgelopen halve eeuw is er schier oneindig Awater-onderzoek gedaan en Awater-interpretatie verricht, iedere deskundige heeft zich erover uitgelaten, de grote W. F. Hermans schijnt zelfs gezegd te hebben dat het gedicht helemaal nergens over gaat, maar veel steek je niet op van al die academische uitleg. Die valt vooral in het niet bij de overrompelende helderheid van het gedicht zelf.

‘Vandaag, toen ik voor ’t raam de bloemen goot, / is het voornemen in mij opgekomen / Awater te gaan halen van kantoor. / Ik heb sinds mijn broer stierf geen reisgenoot. / Als men een vriend zoekt, is het doodgewoon / dat men eerst ziet of men bij hem kan horen. / Vanavond volg ik dus Awater’s spoor, / ik kijk de kat, zo men zegt, uit de boom.’

Volgens de kenners gaat het gedicht over het leven en de dood, over geloof en moderniteit, over de kosmos en de aarde, maar je kunt ook wel genoegen nemen met het motto als kern. ‘Ik zoek een reisgenoot.’ Alle vragen rondom liefde, samenleven en religie samengevat in vier woorden.

En blijkbaar bestaan er criteria voor het zoeken naar een reisgenoot, want de dichter volgt Awater van een afstand, om te zien of hij bij hem kan horen. Ze belanden bij de kapper, in het café, het restaurant, op het station.

Toch neemt die zin – ‘als men een vriend zoekt, is het doodgewoon dat men eerst ziet of men bij hem kan horen’ – een vreemde plaats in in het gedicht. Want in het vervolg blijft Awater zo onpersoonlijk en ver weg dat je nauwelijks de kans krijgt hem te leren kennen.

Hij wordt door de dichter zelfs voorgesteld als de verpersoonlijking van de gehele mensheid, als een moderne Elckerlyc staat hij model voor iedereen.

‘Ik heb een man gezien. Hij heeft geen naam. / Geef hem ons aller vóórnaam bij elkaar.’

Zo komt er een merkwaardige tegenstelling tot stand tussen het persoonlijke en het universele. Awater is weliswaar dezelfde als iedereen, maar tegelijk moet hij worden gescreend om te zien of hij wel degene is die bij de dichter past. Aan de ene kant een universele verlosser. ‘Hij werkt op een kantoor, heet daar Awater. / Zie hem. Hij is bekleed met kemelhaar / geregen door een naald. Zijn lijf is mager / gespijsd met wilde honing en sprinkhanen.’

Aan de andere kant een man met eigenschappen, ‘hij is accountant of zoiets’.

In 1988 schreef de dichter Joseph Brodsky een artikel in de New York Times – How to Read a Book – waarin hij de lezers het advies gaf om in de zomermaanden het beschavingsproces van de afgelopen tweeduizend jaar in miniatuurversie na te spelen. Dat kun je doen, schreef hij, door een paar maanden de tijd te nemen en je te wapenen met het werk van dichters in je moedertaal, liefst uit de eerste helft van de twintigste eeuw.

Brodsky ging ervan uit dat het in iedere taal om niet meer dan een dozijn tamelijk dunne boeken zou gaan, en als je die gelezen had zou je aan het einde van de zomer weer in prima vorm verkeren.

‘Als Engels je moedertaal is, raad ik je aan werk te lezen van Robert Frost, Thomas Hardy, W. B. Yeats, T. S. Eliot, W. H. Auden, Marianne Moore and Elizabeth Bishop. Als je taal Duits is, Rainer Maria Rilke, Georg Trakl, Peter Huchel, Ingeborg Bachmann and Gottfried Benn. En als het Nederlands is, dan kun je niet heen om Martinus Nijhoff, en vooral niet om zijn verbluffende Awater.’

Ga je de komende maanden inderdaad met Awater in het gras liggen, dan is het de vraag hoe het gedicht je door het beschavingsproces van de laatste tweeduizend jaar kan leiden. Tot vriendschap komt het niet tussen de dichter en Awater, en dat lijkt vooral te liggen aan de onbenaderbaarheid van de laatste.

‘Hij zit volstrekt alleen en ongemoeid. / Hij heeft wat een planeet heeft en een bloem, / een innerlijke vaart die diep vervoert.’

Naastenliefde, en de bereidheid interesse op te brengen voor de hele mensheid, heeft te maken met een vermogen tot universaliseren. Het beschavingsproces leert ons dat je je in de positie van een ander moet verplaatsen en dat alle onderlinge verschillen tussen mensen geen reden moeten zijn voor ongelijke behandeling.

Maar naast de plicht tot universaliseren is er altijd ook de hunkering naar het persoonlijke en het bijzondere. Zolang Awater nog model staat voor iedereen, is de hunkering van de dichter vergeefs en blijft niet aan de ander haken.

‘Het is alsof hij hoort waarvan hij droomt / en de plek ziet waar hij te vinden hoopt, / zo snelt hij langs me, en ik voel mij doorboord.’

Als gevolg van deze uitgebleven ontmoeting blijf je ook als lezer achter met het motto, dat inderdaad de kern van het gedicht blijkt te zijn, en de samenvatting van tweeduizend jaar onmachtig dolen. ‘Ik zoek een reisgenoot.’

Alle vragen rondom liefde, samenleven en verlangen samengevat in vier woorden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden