De crisis maakt de euro juist geloofwaardiger

Het is veel te vroeg om het experiment als mislukt te bestempelen. De euro is keihard gebleken.

Hadden we in 1998 maar naar Frits Bolkestein geluisterd. De oud-VVD-leider zette in O&D van 2 oktober nog eens uiteen hoe hij in het slotdebat in de Tweede Kamer heeft gewezen op de risico's van deelname aan de Economische en Monetaire Unie. Ten eerste werd er begonnen met een grote heterogene groep, inclusief Italië, dat Bolkestein niet wilde zien deelnemen. Ten tweede zou handhaving van het Stabiliteitspact een moeilijke klus worden. Ten derde zou de muntunie tot transferoverdrachten van Noord naar Zuid leiden. Dat is dan ook gebeurd. Nederland is naar zijn mening te lichtzinnig akkoord gegaan met het europroject.


Wat Bolkestein er niet bij vertelt is dat hij in 1998 zelf met de euro heeft ingestemd. Helmut Kohl wilde de euro en Nederland volgde Duitsland. Een bezoek aan de Bundesbank, die ook twijfels had over de houdbaarheid van het project, haalde niks uit. De druk was te groot om anders te beslissen. Op zich een legitieme afweging. De bezwaren van Bolkestein werden er ook niet minder door. Maar hij wist dat Duitsland en Frankrijk, de initiatiefnemers tot de EMU, de euro onomkeerbaar wilden maken. Er mocht geen weg terug zijn, de deelnemende landen aan de euro moesten hun nationale munten opgeven. Nederland is toen met goedkeuring van Bolkestein in een fuik gezwommen. Op dat punt bestaat geen halfhartigheid. Mij lijkt dan dat hij de dure plicht heeft die historische keuze, die respectabel was en waaraan zeven jaar discussie vooraf was gegaan, in zwaar weer te blijven verdedigen. In dat opzicht verschilt zijn positie niet van alle voorstanders van toen.


Als Bolkestein nu pleit voor invoering van parallelle munten voor Triple-A-lidstaten naast de euro, morrelt hij aan het onomkeerbare karakter van dat besluit. Als Duitsland en Nederland zouden laten weten dat zij invoering van een reservemunt overwegen, is het op de geldmarkten in Londen en New York vrij schieten op de zuidelijke eurolanden. Ook Frankrijk, nu de zieke man van Europa, zou moeten afhaken, waardoor het feitelijk met de euro is gedaan. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, zullen velen met Bolkestein zeggen. Maar in werkelijkheid hebben de eurolanden de schepen achter zich verbrand en zitten zij allemaal in hetzelfde schuitje. Een ontmanteling van de euro op volle zee is onmogelijk. Wie nu over een gecontroleerd opbreken of een alternatief voor de euro begint, loopt het risico in heel Europa onvoorspelbare en onbeheersbare krachten los te maken. Ik zou daarvoor willen waarschuwen. Het verklaart tevens waarom een publieke discussie over een plan B voor de euro voor verantwoordelijke politici een onbegaanbare weg is.


In zekere zin bevestigt deze desperate toestand de analyse van Bolkestein en het maakt ook weer de oude taboedoorbreker in hem wakker. Waarom niet gewoon erkennen dat de euro is mislukt? Dat maakt een zakelijke discussie mogelijk en biedt de politiek weer een kans het vertrouwen bij het grote publiek te herstellen. Het is immers evident dat de euro in grote delen van Europa niet heeft gebracht wat ervan werd verwacht, en hoe sneller we van dit keurslijf zijn verlost, hoe beter het is. De euro als one size fits all is een illusie gebleken. Geen verrassing voor mensen als Bolkestein, die vooraf al wezen op de meningsverschillen tussen Frankrijk en Duitsland over de opzet van de EMU, weeffouten die tijdens de eurocrisis ongenadig aan het licht zijn getreden. Noordelijke landen willen soliditeit, Zuidelijke landen willen solidariteit, dat wil zeggen (ons) geld.


Ik denk dat Bolkestein hier te snel gaat en te weinig kijkt naar de feitelijke gang van zaken. Het is opvallend dat de muntunie na vier jaar diepe eurocrisis nog steeds bestaat. Er zijn zelfs landen bijgekomen (Estland en straks Letland). De markten hebben gemerkt dat de euro veel taaier is dan gedacht. Zo gezien heeft de muntunie nu een geloofwaardigheid die zij voor de eurocrisis niet had. Voor alle deelnemers is de euro keihard gebleken. Het noopt het Noorden om voor het Zuiden garant te staan en het Zuiden tot hervormingen om hun staatshuishouding op orde te krijgen. Succes staat allerminst vast, maar het is wel wat de muntunie moet doen. Je kunt zeggen dat alle partijen elkaar in gijzeling houden, maar dat vergroot de wederzijdse afhankelijkheid en houdt de club bijeen. Dat wordt ook door de kiezers begrepen. Geen van de Zuidelijke landen, zelfs Griekenland niet, durfde uit de euro te stappen, en Duitsland vaart tot nu toe wel bij de euro. Angela Merkel haalde met haar politiek van kleine stapjes die de euro met Duitse waarborgen overeind moet houden in eigen land een ongekende verkiezingszege. Dan kun je niet zeggen dat de euro een ondemocratisch monstrum is. Het is veel te vroeg om het experiment voor mislukt te verklaren.


Daar komt nog iets bij. Eurosceptici als Bolkestein raden Zuid-Europeanen een munt aan die weer kan devalueren en houden de Duitsers voor dat zij zich niet door hun historische schuldgevoel moeten laten leiden. Allemaal onder het motto dat je beter je eigen broek kunt ophouden. Maar zelf denken die landen er anders over en de Duitsers hechten zeer aan de lieve vrede in Europa en hun goede band met Frankrijk. Het is typisch Nederlands om zich te daarop te verkijken. Dat gebeurde ook aan de vooravond van het Verdrag van Maastricht, toen de Nederlandse diplomatie op Duitse steun rekende voor een voorstel tot een Europese politieke unie en die niet kreeg. Natuurlijk is de euro een compromis met ingebakken meningsverschillen tussen Duitsland en Frankrijk. Maar de geschiedenis zit vol onvolkomenheden en zonder zulke 'geboortefouten' groeit er nooit iets nieuws. De EMU dankt haar bestaan aan de flexibele interpretatie van cijfers en criteria, en daarbij leggen de strenge rekenmeesters het altijd af. Belgen als Herman Van Rompuy en Guy Verhofstadt hebben dat beter door.


Een gruwel voor de koopman Bolkestein. In zijn ogen was Helmut Kohl een romanticus die zich door zijn Europagevoel liet meeslepen. In werkelijkheid was de eenheidskanselier een staatsman pur sang die exact het historische moment onderkende waarop hij moest toeslaan. Dat gevoel voor momentum mist Bolkestein. In 1998 was er een laatste kans om bezwaar tegen de euro aan te tekenen. Maar Bolkestein stemde voor. Hij werd een politicus die A had gezegd en voor wie B een brug te ver was. Daarna ging hij naar Brussel - of all places. Een vaandelvlucht voor al diegenen die op hem hadden gestemd. Zijn gelijk van toen is nu hopeloos achterhaald. Met de invoering van de euro is een nieuwe realiteit ingetreden. Die schrijft andere recepten voor dan die van Bolkestein.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden