De crisis en de gevestigde orde

Het was een theorietje dat rond Kerstmis overal opgeld deed. In tijden van crisis zoeken de kiezers houvast bij de regering en de gevestigde partijen....

Elke crisis kent zijn sterke leider. Dat was Colijn in de jaren dertig, Drees in de jaren van de wederopbouw, Lubbers tijdens de crisis van de jaren tachtig en Kok in de jaren negentig. Volgens dat kersttheorietje zijn nu Bos en/of Balkenende aan de beurt.

Toen op 15 september de Amerikaanse bank Lehman Brothers ten onder ging, sloeg de stemming inderdaad om: het was menens met de kredietcrisis. De rivalen Bos en Balkenende voelden de omslag in het klimaat goed aan. De tijd van elkaar beloeren en vliegen afvangen leek voorbij. Eensgezind presenteerden zij een begroting waarin lastenverlichting voor burgers en bedrijven wordt gecombineerd met investeringen in onderwijs, kinderopvang en prachtwijken. Met de werkgevers en de werknemers werd soepel en geruisloos een akkoord gesloten.

De waardering voor Wouter Bos – vicepremier, maar vooral een zeer doortastende minister van Financiën – schoot omhoog. Scoorde Bos bij het panel van TNS NIPO vorige zomer nog een magere 5,2, na de nationalisatie van Fortis Nederland en ABN-Amro begin oktober was de waardering opeens 6,3. Half december was Wouter Bos politicus van het jaar met een waardering van 6,7. Ook het rapportcijfer van premier Jan-Peter Balkenende klom bij TNS NIPO: van 5,2 naar 6,2.

Terwijl de Partij van de Arbeid een bescheiden opmars in de peilingen maakte, zakte Trots op Nederland van Rita Verdonk dit najaar volkomen weg. Aan de andere kant van het politieke spectrum stond de SP stevig op verlies. De enige oppositiepartij die op grote winst kon, rekenen was middenpartij D66.

Nu, zes weken later, heeft de crisis zich verdiept. Maar de kiezers hebben alweer afstand genomen van de regeringspartijen CDA, PvdA en ChristenUnie. De coalitiepartijen dalen alle drie in de peilingen. Nu is het de PVV van Wilders die in de peilingen omhoog schiet. De theorie dat een crisis de gevestigde orde in de kaart speelt, kan dus naar de prullenbak.

De drie kwesties die momenteel de politiek en de publieke discussie beheersen – de vervolging van Wilders, de steun aan de ING en het Irak-onderzoek – werken alle in het nadeel van Balkenende, Bos en de coalitiepartijen.

Veel kiezers hebben zich achter Wilders geschaard sinds het Amsterdamse gerechtshof heeft aangekondigd dat hij wordt vervolgd wegens aanzetten tot haat jegens moslims. Het zijn kiezers die zich door de Haagse politiek in de steek gelaten voelen. Ze zien de rechtszaak tegen Wilders als criminalisering van diens (en hun) politieke overtuiging. Dit versterkt hun afkeer van de gevestigde orde. Vanwege hun kwetsbare positie op de arbeidsmarkt (die samenhangt met hun lage opleidingsniveau) voelen de PVV-kiezers zich door de economische crisis bedreigd. Maar ze verwachten niet dat het kabinet in staat is hun bestaanszekerheid veilig te stellen. En in die verwachting staan de PVV-kiezers niet alleen.

Het gevoel dat de crisis ons overkomt, onze verzorgingsstaat en onze sociale zekerheid ondermijnt zonder dat we daar iets tegen kunnen doen, verspreidt zich snel. De actie van Wouter Bos om de ING te redden door overname van de Amerikaanse hypotheken, à raison van 22 miljard euro, versterkt dat gevoel alleen maar. De Nederlandse belastingbetaler wordt nu afhankelijk van Amerikanen die al dan niet hun hypotheeklasten (kunnen) betalen. Dat voedt het besef van onmacht.

Bos probeerde de Kamer deze week gerust te stellen, maar kreeg prompt te horen dat hij de afgelopen maanden voortdurend een te rooskleurig beeld van de economische werkelijkheid heeft gegeven. Kamerlid Fatma Koser Kaya van D66 vroeg zich af hoe betrouwbaar ‘de glazen bol van Bos’ eigenlijk is. Kees Vendrik van GroenLinks vond dat de staat beter gecompenseerd had moeten worden voor het genomen risico. Hij wees erop dat Bos de Kamer voortdurend voor voldongen feiten stelt, terwijl er in dit geval genoeg tijd was om parlementariërs in te lichten. Vendrik drong nog eens aan op een parlementair onderzoek naar de crisisbestrijding. De groeiende irritatie over Bos’ eigengereide opereren was ook bij coalitiepartner CDA voelbaar.

Premier Balkenende zag zich deze week genoodzaakt zijn zes jaar durende verzet tegen een onderzoek naar de besluitvorming voor de steun aan de inval in Irak in 2003 op te geven – wegens afbrokkelend gezag. Balkenende schreef zelf aan de Kamers dat het voortdurend ‘over en weer vragen en antwoorden nu te zeer de klankkleur krijgt van gebrek aan openheid’. Het tweede argument: het kabinet heeft alle tijd en aandacht nodig om de recessie goed te boven te komen.

Voor beide argumenten is veel te zeggen. Het instellen van de commissie-Davids om de Irak-kwestie uit te zoeken is dan ook verstandig. Tekenend voor het regeringsvijandige klimaat is evenwel dat het debat hoofdzakelijk ging over de parlementaire enquête ‘als enig zaligmakend middel’ (in de woorden van Balkenende). En dat terwijl er pas sinds afgelopen woensdag, door de ommezwaai van VVD, PVV en Verdonk, zicht is op een Kamermeerderheid voor een parlementaire enquête over Irak.

De crisis speelt de gevestigde orde dus helemaal niet in de kaart. Integendeel. Te verwachten valt eerder dat behalve de rechtse ook de linkse oppositie – met name de SP – de wind in de zeilen krijgt wanneer de crisis doorzet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.