De crèche van Lenie ligt zwaar onder vuur

Eind vorig jaar verzette de zeehondencrèche in Pieterburen zich tegen een experiment met zeehonden uit de Waddenzee. Dat komt Lenie 't Hart en haar medewerkers te staan op een stortvloed aan hate mail uit wetenschappelijke hoek: Pieterburen is amateuristisch, solistisch en erg belust op publiciteit....

PIET VAN SEETERS

ZO POPULAIR als Lenie 't Hart in Nederland is, zo omstreden blijkt haar reputatie in wetenschappelijke kringen in het buitenland. De oprichtster van de zeehondencrèche in Pieterburen heeft bij wetenschappers in Europa en Canada grote verontwaardiging gewekt door zich eind vorig jaar te verzetten tegen een proef om zeehonden in de Waddenzee te volgen door ze uit te rusten met satellietzenders. Uit de protesten daartegen blijkt dat de wetenschappers ook grote bezwaren hebben tegen de gang van zaken in Pieterburen.

Onwetenschappelijk, publiciteitsbelust, niet geneigd tot samenwerken, amateuristisch, gericht op goedkoop effectbejag. Zo luiden enkele kwalificaties uit brieven van onderzoekers aan het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN). Dat is de instantie die in opdracht van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) vanaf oktober 1997 zeven maanden lang wilde nagaan langs welke routes zeehonden heen en weer trekken tussen de Waddenzee en de Noordzee. Onderzoekers van het IBN onder leiding van dr. ir. Peter Reijnders zouden daarvoor vijftien zeehonden een zendertje van tweehonderd gram opplakken.

Het onderzoek ging echter niet door. Lenie 't Hart vond het maar niks dat de zeehonden een antenne van twee decimeter op hun kop zouden krijgen. Want daarmee konden ze vastraken in een visfuik. Pieterburen vond het bovendien niet juist wetenschappelijke proeven te doen in de Waddenzee, kraamkamer bij uitstek voor het zeeleven.

De belangrijkste vrees van Lenie 't Hart was dat de uitkomst van de studie gebruikt zou kunnen worden om de strikte bescherming van de zeehonden te verminderen. Die is minder hard nodig, vinden natuurbeschermingsdeskundigen, nu de zeehondenstand in de Nederlandse Waddenzee zich spectaculair heeft hersteld van het dieptepunt na de epidemie met het zeehondenvirus in 1988. Toen waren er nog maar 500 zeehonden, vorig jaar telde het IBN er 2020. Toch vindt Pieterburen dat de strikte bescherming van de zeehonden voortgezet moet worden, inclusief uiteraard de eigen opvang van zieke en in de steek gelaten jonge dieren.

De controverse tussen Lenie 't Hart en het IBN, waarover in december voor het eerst werd geschreven in het Britse tijdschrift New Scientist, trok in Nederland weinig aandacht. Dat kwam vooral omdat het IBN, bang voor een nauwelijks te winnen publiciteitsslag met Pieterburen, een openlijke ruzie vermeed en aanstuurde op een uitstel van het onderzoek met een jaar. Het IBN wil in oktober van dit jaar beginnen, zodat het onderzoek is afgerond vóór de zomer, als de Waddenzee haar functie van kraamkamer optimaal vervult.

Enkele weken geleden hebben Pieterburen en het IBN in een gezamenlijk persbericht meegedeeld dat ze 'in goede sfeer inhoudelijk in bespreking zijn over de wetenschappelijke verschillen van inzicht'.

'Er is nog geen beslissing genomen', zegt woordvoerder Bert Jansen van het IBN, 'maar onze overtuiging is dat het doorgaat.' Het IBN is gesterkt door een proef in de Zeeuwse wateren, waar enkele zeehonden vorig jaar zo'n zender hebben gekregen. De eerste resultaten zijn volgens Jansen verrassend: de zeehonden blijken dieper te duiken en langer onder water te blijven dan bekend was.

Ook de NAM wil dat het onderzoek doorgaat. De bestuursrechter in Leeuwarden heeft de vergunning voor proefboringen naar aardgas voor een jaar geschorst omdat er te weinig kennis is over een aantal facetten, waaronder het gedrag van zeehonden.

Tijdens de controverse vorig jaar wendde het IBN zich tot collega-instituten in Schotland, Duitsland, Canada en Spanje. Dr. Bert Higler, hoofd van de afdeling Aquatische Ecologie, wilde van collega's weten of die slechte ervaringen hebben met het uitrusten van exemplaren van de gewone zeehond (Phoca vitulina) met zenders die via de satelliet gevolgd kunnen worden. Van de tien onderzoekers die op het IBN-verzoek reageerden, was er niet één met een negatieve ervaring.

De onderzoekers namen de gelegenheid te baat om kritiek op Pieterburen te spuien. De ernstigste beschuldigingen komen van wetenschappers uit Barcelona en Las Palmas en een ambtenaar van het ministerie van Milieu in Madrid die betrokken waren bij de reddingsoperatie van de bedreigde monniksrobben in Mauritanië. Daarbij werden ook medewerkers van Pieterburen ingeschakeld.

Die zouden op onzorgvuldige wijze drie jonge robben hebben losgelaten die ze van de autoriteiten van Mauritanië mochten opknappen. Ten eerste gebeurde het loslaten op plaatsen die voor de media goed bereikbaar waren, hoewel ze voor de dieren wegens de sterke stroming gevaarlijk waren. Dat bleek ook, aldus de drie deskundigen. Van de drie jonge robben zijn er twee nooit teruggevonden. Het derde dier kwam tweehonderd kilometer ten zuiden van de kolonie van zijn familie terecht.

Prof. dr. A. Aguilar uit Barcelona en prof. dr. D. Lavigne uit Ontario hebben ook scherpe kritiek op de wetenschappelijk adviseur van Pieterburen, de Rotterdamse hoogleraar prof. dr. Ab Osterhaus, en dierenarts Lies Vedder. Osterhaus heeft zijn collega's in Mauritanië informatie onthouden, schrijft Lavigne, teneinde die te bewaren voor een publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Vedder en Osterhaus lijken bezorgder over hun eigen publicaties dan over het lot van de zeehonden, aldus Lavigne.

Osterhaus ontkent ten stelligste dat hij collega's informatie heeft onthouden ten behoeve van een artikel in Nature. 'Het is geheel volgens de regels verlopen. Op twee bijeenkomsten van de wetenschappelijke commissie heb ik alles verteld. Op een van die bijeenkomsten was Lavigne niet aanwezig. Ik heb hem dus niet persoonlijk ingelicht.

'Het probleem is dat Lavigne en ik een andere mening hebben over de oorzaak van de sterfte onder de monniksrobben in Mauritanië. Lavigne heeft over mijn gedrag een klacht ingediend bij Nature, maar die is terzijde gelegd. Wat Lavigne over mij zegt, is een zware beschuldiging. Maar hij heeft geen punt, want anders zou Nature er iets mee gedaan hebben', aldus Osterhaus

Van diverse kanten komt de kritiek dat medewerkers van Pieterburen solistisch optreden en zich weinig gelegen laten liggen aan andere hulpverleners. Dr. A. Hall uit St. Andrews in Schotland schrijft bijvoorbeeld dat bij de olieverontreiniging vanuit de op de rotsen gelopen tanker Braer op de Shetlands medewerkers van Pieterburen onnodig jonge grijze zeehonden vingen, hoewel die niet onder de olie zaten en buiten de gevarenzone verbleven. De medewerkers namen zelf onnodige risico's en gedroegen zich minachtend tegenover anderen.

Dr. G. Heidemann uit Kiel schrijft dat Pieterburen van de autoriteiten in Sleeswijk-Holstein een waarschuwing heeft gekregen wegens het vangen van zeehonden zonder vergunning.

Diverse onderzoekers zeggen Pieterburen als wetenschappelijk centrum niet meer serieus te nemen. Lavigne schrijft dat duidelijk op: 'Er is een groeiende lijst van wetenschappers uit diverse landen die zich distantiëren van elke betrokkenheid bij deze organisatie.'

De woordvoerder van de crèche in Pieterburen verwijst voor commentaar naar Osterhaus. Die vindt dat de wetenschappelijke status van Pieterburen de toets der kritiek kan doorstaan.

'Er is bij ons veel kennis opgebouwd over virussen en over de gevolgen van zeevervuiling voor zeehonden. We hebben de laatste jaren vier promovendi afgeleverd en we publiceren jaarlijks acht tot tien artikelen in belangrijke wetenschappelijke tijdschriften. Dan tel je wel degelijk mee.'

Piet van Seeters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden