De corruptie en uitbuiting waartegen de Rode Khmers zich afzetten vieren onveranderd hoogtij Pol Pot vindt nog altijd aanhang in Cambodja

De hoofdweg van Phnom Penh naar de provinciehoofdstad Siem Reap bood een onthullende blik op de buitengewoon verwoestende uitwerking van een revolutionaire oorlog toen daar, vijftien jaar geleden, voor het eerst weer Westerse bezoekers mochten rijden....

The Guardian

Martin Woollacott

LONDEN

De schrijver James Stern noemde zijn boek over het Duitsland van vlak na de oorlog The Hidden Damage (De verborgen schade) om aan te geven dat, hoe groot de lichamelijke en materiële schade ook was, de verwoesting van doelstellingen en waarden altijd nog groter was. In Cambodja was de verborgen schade misschien wel groter dan waar ook in de moderne tijd. Toen de wegen en bruggen waren hersteld, de tempels gerestaureerd en de steden herbouwd, gaapte er nog steeds een leemte waar zich gemeenschappelijke waarden, een gemeenschappelijke politieke cultuur en een gemeenschappelijke moraal hadden moeten bevinden.

Dit is de achtergrond waartegen zich de huidige, weinig goeds voorspellende conflicten in Cambodja afspelen. Het verklaart waarom een proces tegen Pol Pot, als dat er ooit al zou komen, niet voorgoed een eind zou maken aan het geruzie en het met de vinger naar elkaar wijzen, waarom het niet het definitieve einde zou zijn dat de weg vrijmaakt voor een nieuw begin. De conflicten in Cambodja zijn nog niet voorbij; en de politieke krachten die naar boven zijn gekomen in de oorlogen en de onrustige jaren die daaraan voorafgingen zijn allemaal nog steeds aanwezig, zijn elkaar nog steeds uiterst vijandig gezind en zijn nog steeds uit op niets minder dan de uiteindelijke overwinning.

En bovenal bezit Cambodja nog steeds de drie eigenschappen waarmee het zich al onderscheidde voordat de gevechten losbarstten, een kwart eeuw geleden: de corruptie van hen die het besturen, de stille woede van de gewone mensen en het onbekookte radicalisme van bepaalde figuren in de oppositie.

Misschien komt Pol Pot nog wel eens voor de rechter - maar dan niet omdat het land en de regering hem, uit weerzin tegen alles waar hij voor staat, eensgezind hebben achtervolgd . Ook zijn lot is inzet van het touwtrekken tussen de twee grote partijen van het land - die officieel samen een coalitie vormen, maar in feite zowat met elkaar in oorlog zijn - en twee facties van de Rode Khmers.

In grote lijnen komt het erop neer dat de koningsgezinde partij, die zijn aanhang vindt onder de stadse middenklasse, terrein verliest aan de vroegere communistische partij - vooral omdat de laatste beter georganiseerd is, beter geleid wordt en minder opvallend corrupt is.

In een poging het tij te keren, proberen de koningsgezinden nu een verbond te sluiten met de Rode Khmers, nadat die zich hebben ontdaan van hun beruchtste leider en de figuren om hem heen. Vandaar de tweespalt onder de Rode Khmers die, hoewel hun macht sterk is uitgehold, nog steeds beschikken over actieve kaders, enig grondgebied en een legermacht van betekenis.

Dat laatste is een belangrijk punt, want de Cambodjaanse politiek is zich steeds meer aan het militariseren. In Phnom Penh wonen de politieke leiders in versterkte wooncomplexen en bewegen ze zich in pantserkonvooien over straat. Af en toe komt het tot vuurgevechten, moorden en bomaanslagen. Het leger zelf is langs politieke lijnen verdeeld. De risico's liggen voor de hand: een coup, een of andere vorm van vijandelijkheden, of een gewapende vrede waarin de regering er steeds minder aan te pas komt.

Het had allemaal heel anders zullen lopen. De Verenigde Naties hebben geprobeerd in Cambodja de voorwaarden te scheppen voor een normaal politiek leven. Ze hebben verkiezingen georganiseerd, de pers en de omroep ondersteund, troepen ingezet om eerlijke verkiezingen te waarborgen. Er kwam een flinke mep hulpgoederen. Dat alles kostte drie miljard dollar en het leek een van de meest succesvolle VN-operaties van na de Koude Oorlog te zullen worden. Maar de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, die volgende week een bezoek aan Cambodja wil brengen, zal met eigen ogen zien wat ze eigenlijk al weet: dat Cambodja's nieuwe democratie welhaast op sterven na dood is.

Vijf jaar nadat het land geacht werd door de VN op eigen benen te zijn gezet, beschikt Cambodja over enkele goede journalisten en in de mensenrechten gespecialiseerde juristen, een aantal serieuze particuliere hulporganisaties en een stel politici van het tweede plan die de moeite waard zijn. Maar het belangrijkste ontbreekt. De VN-operatie bleek de aanzet te geven tot een periode waarin de partijen stellingen betrokken om elkaar te vernietigen. Ze wedijverden in corruptie en plunderden Cambodja's natuurlijke hulpbronnen, terwijl de Rode Khmers iedere boomstam, edelsteen of sculptuur uit de ruïnes van Ankor die ze te pakken konden krijgen aan het buitenland verpatsten.

Maar de Rode Khmers zaten niet in de regering. De regeringspartijen hadden geen excuus om het land te plunderen, maar politiek en corruptie zijn vrijwel synoniem geworden. Phnom Penh is uitgegroeid tot een belangrijk handelscentrum voor verdovende middelen . De rijkdom van de heroïne-elite is er niet alleen voor iedereen zichtbaar, maar wordt volgens sommigen ook gebruikt voor de strijdkrachten en politieke campagnes.

Ongetwijfeld is corruptie een stuk makkelijker dan echte politiek bedrijven, wat betekent dat er compromissen moeten worden gesloten met de tegenpartij, dat er op regeringsniveau hard moet worden gewerkt om de economie uit het slop te trekken in plaats van te parasiteren, dat er belasting moet worden geheven en dat het vertrouwen van de bevolking moet worden gewonnen. In Cambodja heeft de corruptie het gezag van de regeerders in Phnom Penh altijd al ondermijnd, het is van oudsher de belangrijkste oorzaak van het wantrouwen onder de bevolking en de voornaamste reden waarom er extremistische protestbewegingen konden opbloeien.

Dertig jaar geleden schreef de Australische geleerde Milton Osborne dat 'het lot van de kleine boer in sommige delen van Cambodja welhaast ondraaglijk is geworden, omdat hij en zijn gezin de last van een corrupte piramide van uitbuiting, omkoperij en machtsmisbruik op hun schouders torsen'. De woede daarover onder de boerenbevolking, versterkt met het leiderschap van een handjevol linkse intellectuelen uit Phnom Penh, ontlaadde zich in de boerenopstanden die de Rode-Khmerbeweging transformeerden van een piepkleine fractie tot een machtige communistische partij met een eigen leger.

Een van de redenen waarom de Rode Khmers nog steeds enige steun onder de bevolking genieten is dat de corruptie tegenwoordig nog veel groter is dan voor de oorlog. Ook al hebben zij zich zelf corrupt betoond, ze genieten nog steeds de faam van oprechte patriotten die zich verheffen tegen degenen die 'het land uitverkopen'.

De corruptie valt te beschouwen als het andere gezicht van de zwakte der natie, waarop alle politieke leiders van de Khmers zich blindstaarden. Zij waren één in de angst dat Cambodja door het buitenland zou worden overheerst. De Khmers waren bezeten van de gedachte dat deze zwakke samenleving alleen tot iets goeds zou kunnen uitgroeien door de wilskracht van een meedogenloos bewind. Lon Nol, de generaal die Sihanouk afzette en Cambodja meesleepte in de Vietnamoorlog, rechtvaardigde zich met het argument dat 'een volk dat Angkor kon bouwen alles kan'.

De leider die na hem kwam was er op een nog extremere manier van overtuigd dat Cambodja alleen met geweld in zijn oude glorie kon worden hersteld. Dat was de onderwijzer, geboren als Saloth Sar, die later bekend zou worden als Pol Pot . De paradoxale combinatie van zijn persoonlijke eigenschappen, zoals meedogenloosheid en gevoelsarmoede, met een onmiskenbaar charisma vormt een belangrijk bestanddeel van het Cambodjaanse drama, maar is daarvoor op zichzelf geen afdoende verklaring.

De gewezen Amerikaanse diplomaat David Chandler schreef in zijn biografie van Pol Pot: 'Misschien dat hij, als hij 's avonds neerzit, een vaag besef heeft van het lijden dat hij anderen heeft aangedaan. Misschien ook niet. Wat overblijft is een oude man op een open plek in de jungle, en de asresten van een revolutie.'

Pol Pots einde is misschien nabij, maar Cambodja moet nog steeds een oplossing vinden voor de problemen die de aanzet gaven tot zijn revolutie. Inderdaad waren er ten tijde van de Vietnamoorlog krachten aan het werk waren die nu geen rol meer spelen, zodat de kans klein is dat de verschrikkelijke gebeurtenissen van 1975-'79 zich herhalen. Maar het is al tragisch genoeg dat Cambodja, na alles wat er gebeurd is, vandaag de dag nog altijd even zwak, corrupt en verdeeld is als dertig jaar geleden, voordat Pol Pot er ooit iets te zeggen had.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden