Reportage

De coronacrisis treft de ruggegraat van de Duitse economie: het familiebedrijf (zonder webshop)

Theresa Wegener leidt sinds vorig jaar het familiebedrijf Wegener. De hoedenmakerij kan volgens haar nog hoogstens vier weken lockdown overleven. Beeld Daniel Rosenthal
Theresa Wegener leidt sinds vorig jaar het familiebedrijf Wegener. De hoedenmakerij kan volgens haar nog hoogstens vier weken lockdown overleven.Beeld Daniel Rosenthal

Niet de industrie, maar de middelgrote en kleine familiebedrijven dragen de Duitse economie. En juist die worden bijzonder zwaar getroffen door de coronacrisis. ‘We hebben twee wereldoorlogen doorstaan. Maar het virus is misschien het einde.’

Meer dan twee eeuwen trots vakmanschap, maar geen webshop. Zo stonden de zaken ervoor toen Theresa Wegener het familiebedrijf begin vorig jaar overnam van haar vader. De Wegeners maken hoeden, sinds 1817. Ooit maakten ze petten voor de Deutsche Bahn en panamahoeden voor de olympische selectie, maar of er komende zomer nog Wegenerhoofddeksels worden gemaakt, betwijfelt de jonge ondernemer.

De 33-jarige Wegener, de eerste vrouw aan het roer in het familiebedrijf, wilde de 21ste eeuw binnenloodsen in de bakstenen fabriekshal in het Hessische Lauterbach, waar voor corona een jaarlijkse omzet werd gemaakt van 10 miljoen euro. Ze droomde ervan de firma in de zevende generatie voort te zetten, maar dan sneller, efficiënter en vooral digitaler. Ze had nieuwe afzetmarkten willen aanboren, in verre landen en op sociale media.

Nu is de vraag of Theresa Wegener die kans nog krijgt. Kijkend naar rekeningsaldo’s en opdrachtenboeken, vreest ze het ergste, ook voor de 42 medewerkers die vaak al hun hele leven bij Wegener in dienst zijn. Haar belastingadviseur, al dagen bezig met het invullen van formulieren voor het jongste coronasteunpakket van de Duitse overheid, kan haar niet geruststellen.

Vier weken lockdown overleeft Wegener nog. ‘Hoogstens.’ De ogen van de directeur die in feestelijker tijden graag een klassieke fedorahoed draagt, glanzen. ‘Dit bedrijf heeft twee wereldoorlogen doorstaan. Het is zo’n raar idee dat dit virus misschien het einde betekent.’

Graadmeter

Hoe komt de Duitse economie door de coronacrisis? Het antwoord op die vraag is een graadmeter voor het economische herstel van de eurozone. Zeker nu de contouren van een achterstand zich beginnen af te tekenen: ten opzichte van de Chinezen die met een sprong uit de startblokken zijn gekomen en ten opzichte van de Amerikanen die sneller vaccineren.

Uit een vogelvluchtperspectief ziet de Duitse situatie er, naar omstandigheden, niet zo slecht uit. Na een jaar met covid-19 staat de economische skyline nog overeind. Geen van de dertig reuzen uit de DAX, de belangrijkste Duitse beursindex, is omgevallen. Al moesten er historische hoeveelheden staatssteun aan te pas komen. De grootste ontvanger is Lufthansa, dat al meer dan 9 miljard kreeg. De zakken van het ministerie van Financiën leken oneindig diep, vooral in de eerste maanden van de pandemie.

Natuurlijk was het ook in Duitsland een economisch rampjaar, het eerste na tien jaren van ongekende hoogconjunctuur. Maar de grootste economie van Europa kromp in 2020 met ‘slechts’ 5 procent, dat is minder dan economen vreesden en ook minder dan de meeste andere EU-economieën, al deed Nederland het met een krimp van 4,3 procent nog wat beter.

Oorzaak van dat verschil is het belang van de industrie voor Duitsland, die tijdens de eerste lockdown vorig jaar wereldwijd stilviel. Momenteel is de industrie juist de kurk waarop de Duitse economie drijft. Mede door het economische herstel in China. Vanwege de export naar andere continenten is ook de situatie van de Duitse autobouwers minder nijpend dan die van de Europese concurrentie.

Zorgelijker

Tot eind vorig jaar gingen gezaghebbende economen uit van een voorspoedig herstel, maar de afgelopen weken wordt hun toon weer zorgelijker. Marcel Fratzscher van het Deutsche Institut für Wirtschaft, een invloedrijke denktank, waarschuwde onlangs in een gesprek met buitenlandse journalisten voor overspannen verwachtingen. Zijn samenvatting: de economie zou dit jaar 5 procent kunnen groeien, maar even goed nog 5 procent kunnen krimpen. De Duitse regering verlaagde de groeiprognose van 5 naar 3 procent. Die onzekerheid is vooral het gevolg van de virusmutaties en de problemen rond de vaccins.

Wat de onvoorspelbaarheid bemoeilijkt, is het vertroebelde zicht op de werkelijke toestand van het bedrijfsleven, omdat de plicht om faillissementen aan te melden tot eind april is opgeschort. Belangenbehartigers van de zwaar getroffen branches in de Duitse Mittelstand, zoals de horeca, reis- en modebranche, waarschuwen voor honderdduizenden faillissementen, maar in de cijfers is dat nog nauwelijks te zien.

De ongeveer 3,5 miljoen Mittelständler zijn van oudsher de ruggegraat van de Duitse economie, met een aandeel van 60 procent in zowel het bbp als de werkgelegenheid. Het begrip is vergelijkbaar met het Nederlandse mkb, al worden in Duitsland zzp’ers daar doorgaans niet toe gerekend en in Nederland wel.

null Beeld

Het is een ruggegraat die je in het landschap kunt zien liggen in de vorm van hallen en loodsen. Niet alleen rond de steden, maar juist ook in landelijke gebieden, zoals de heuvels van Hessen. Maar het meest typerende aspect van de Duitse Mittelstand is dat het nagenoeg allemaal, meer dan 95 procent, familiebedrijven zijn. Vaak met een lange geschiedenis, zoals de hoedenmakersfirma Wegener.

Zo ook de firma Arno Arnold, opgericht in 1897. De grijze hal met gele kozijnen ligt in Obertshausen, onder de rook van Frankfurt. Achter gesloten deuren – want corona – staan medewerkers met mondkapjes aan zoemende machines. Arno Arnold maakt ‘innovatieve beschermhoezen’, harmonicavormige stoffen kappen voor onderdelen van machines die kwetsbaar zijn of gevaarlijk voor de mensen die ermee werken. De auto-industrie is de grootste afnemer, vertelt directeur Isabelle Mang (28). Ook hier heeft vlak voor corona een nieuwe generatie het roer over genomen, al denken haar ouders de komende jaren nog mee.

Arno Arnold is een typisch voorbeeld van een ‘hidden champion’, een bij het grote publiek onbekend bedrijf dat tot de absolute top behoort binnen een economische niche. Duitsland heeft er duizenden van. De Mangs zijn Duitse familieondernemers uit een prentenboek: formeel, maar hartelijk, piekfijn gekleed. Toegewijde katholieken die op zondagochtend samen naar de kerk gaan en op maandag samen aan het werk. En dat alles met een glimlach.

Behalve ruggegraat zijn familiebedrijven ook schatbewaarders van de Duitse ziel. In de fabriekshallen worden met de Duitse producten ook Duitse waarden geproduceerd: degelijkheid, nauwkeurigheid, het streven naar kwaliteit en een zekere voorspelbaarheid. Familieondernemers zijn langetermijndenkers, geen waaghalzen. Het geld dat in de firma zit is immers meestal eigen geld. Ze waren een van de redenen dat Duitsland na de crisis van 2008 en 2009 snel kon opveren. De vraag is: kunnen ze dat nu opnieuw?

Directeur Isabelle Mang (rechts) met haar ouders bij Arno Arnold. Het bedrijf maakt stoffen kappen voor machines. 	 Beeld Daniel Rosenthal
Directeur Isabelle Mang (rechts) met haar ouders bij Arno Arnold. Het bedrijf maakt stoffen kappen voor machines.Beeld Daniel Rosenthal

In tegenstelling tot de wanhopende hoedenmakers van Wegener lopen de zaken bij Arno Arnold beter dan verwacht. Natuurlijk niet zo goed als in een ‘normaal jaar’, maar er zijn genoeg opdrachten om alle 150 personeelsleden aan het werk te houden.

De ene branche is nu eenmaal zwaarder getroffen dan de andere, verklaart econoom Nadine Kammerlander, gespecialiseerd in familiebedrijven. Restauranthouders en detailhandelaren die geen inkomsten hebben vanwege de lockdowns zijn niet schuldig aan hun benarde positie. Maar Kammerlander ziet in deze crisis ook de keerzijde van de tien gouden economische jaren die Duitsland achter zich heeft. Ook bedrijven die elders allang kopje onder waren gegaan, of in elk geval drastisch hadden moeten innoveren om boven water te blijven, konden meedrijven op de golf van voorspoed. Het coronavirus heeft deze meelifters genadeloos ontmaskerd. Hier toont zich de keerzijde van de voor familiebedrijven typische voorzichtigheid: zelfgenoegzaamheid en conservatisme.

Papieren catalogi

Het grootste probleem van de Duitse Mittelstand is het gebrek aan digitalisering – in de breedste zin van het woord. Van het wel of niet hebben van een website, tot de digitalisering van interne communicatie en personeelsdossiers, tot de aarzeling over de inzet van kunstmatige intelligentie. Een frappant voorbeeld is het in een faillissementsprocedure verwikkelde warenhuizenconglomeraat Galeria Kaufhof - Karstadt, met vestigingen in elke noemenswaardige Duitse stad. Tot het begin van de pandemie hadden ze geen webshop.

‘Mijn vader heeft door de digitalisering heen geslapen’, zegt hoedenmaker Theresa Wegener. ‘Daar was ik me wel van bewust.’ En dus kijken de winkeliers die anno 2021 hoeden willen bestellen nog steeds in papieren catalogi, of naar uitgeprinte pdf’s die ze invullen en inscannen. Ze snapt haar vader wel, zolang het ook zonder ging investeerde hij het geld liever anders, naar de verplaatsing van de productie naar Polen en China bijvoorbeeld. Of ze het daar met haar vader over heeft? ‘Ja, hij wil natuurlijk ook dat hij bepaalde dingen tien jaar geleden al had gedaan.’

Of Wegener de zomer haalt is in handen van het ministerie van Financiën. Als tienduizenden euro’s waarop de firma recht heeft op tijd worden uitbetaald, is er een kans. Maar de hulpgelden vloeien in Duitsland tergend langzaam. En dat terwijl het vorig jaar zo goed begon. In maart 2020, toen het eerste besef van de economisch ontwrichtende gevolgen van het virus kwam, handelde de regering verrassend adequaat. Zonder poespas werd afscheid genomen van de jarenlange spaardoctrine, de Schwarze Null. De doorgaans niet zo bloemrijke minister van Financiën, sociaal-democraat Olaf Scholz, sprak trots van een ‘financiële bazooka’.

null Beeld

Wat de ontvangers vooral verbaasde: het tempo en het gebrek aan bureaucratie. Het geld stond vaak binnen een week al op de rekening van de ondernemer, vrijwel zonder bureaucratische poespas – een unicum. Maar in de aanloop naar de tweede golf lijkt Duitsland zichzelf te hebben ingehaald. De procedures zijn weer ouderwets stroperig, de criteria vaag en de helpdesks telefonisch onbereikbaar.

Van de in november vorig jaar aangevraagde hulpgelden was eind januari pas 4 procent uitgekeerd. Het ministerie van Financiën schat in dat het gros van de in januari aangevraagde hulpgelden op z’n vroegst in de loop van maart kan worden uitbetaald. Voor Theresa Wegener is dat te laat.

Digitaliseringsspook

Ook hier wreekt zich de gebrekkige digitalisering, bij de overheid in dit geval. Hetzelfde geldt voor het slechte functioneren van het Duitse thuisonderwijs (lees: bezwijkende servers, leraren zonder laptop) en de ook in Duitsland bestaande problemen in de vaccinatiecampagne waarover de communicatie per telefoon en brief verloopt.

Zo krijgt het digitaliseringsspook, dat al jaren door ons buurland waart, door het coronavirus zijn momentum. Opeens is het de Angstgegner van binnenuit, voor overheid en bedrijfsleven. Duitsland vreest voor zijn reputatie in een geglobaliseerde economie, zoals de chef van de economieredactie van Die Zeit, Uwe Jean Heuser, deze week schrijft in een noodkreet in zijn krant: ‘Het imago van de ultra-efficiënte Duitsers die altijd een oplossing vinden gaat voor de ogen van de wereld verloren.’

Isabelle Mang vindt de digitaliseringspaniek wat overdreven: ‘Duitsers kunnen extreem gefixeerd zijn op één negatief ding.’ Mang weet waar ze over praat, want voordat ze ondernemer werd in de Duitse provincie werkte ze in het vlaggeschip van de digitale wereld, bij Google in Dublin. ‘Natuurlijk zie ik achterstanden’, zegt ze en schetst het verschil in communicatiestijl tussen Google (snel, informeel, online) en de Duitse industriële middenstand waar met u gesproken wordt, waar de faxen nog snorren en de meeste orders nog worden binnengehaald op industriële beurzen.

Maar Mang ziet ook een andere kant: dat veel ondernemers uit haar generatie eerst een paar jaar ervaring op doen in de digitale economie, voor ze terugkeren in de schoot van het familiebedrijf. Ze ziet het aantal samenwerkingen tussen mkb’ers en start-ups stijgen.

‘Mijn vader heeft door de digitalisering heen geslapen’, zegt Theresa Wegener. Veel familiebedrijven zijn online afwezig.	 Beeld Daniel Rosenthal
‘Mijn vader heeft door de digitalisering heen geslapen’, zegt Theresa Wegener. Veel familiebedrijven zijn online afwezig.Beeld Daniel Rosenthal

Opschudden

Ook zelf wil ze, uiteraard in overleg met haar ouders, de boel opschudden. Tijdens de eerste lockdown ontwierp Mang samen met een paar medewerkers in enkele dagen tijd viruswerende spatschermen, plus een webshop waarop ze werden verkocht. Winst hebben ze er niet mee gemaakt, omdat ze het grootste deel aan ziekenhuizen hebben geschonken. Maar het samen sparren en de snelheid prikkelden de creativiteit van medewerkers. Laatst kwam iemand met het idee voor een opvouwbaar hoesje voor mondkapjes. Die worden nu geproduceerd. Bij Google, zegt Mang zonder een spoor van ironie, heeft ze leren denken in mogelijkheden.

Op momenten dat ze zich desondanks zorgen maakt, bijvoorbeeld over de structurele crisis in de Duitse auto-industrie die nog sterk aan de verbrandingsmotor hangt, denkt ze aan de opmerkelijke geschiedenis van het bedrijf van haar voorouders. Arno Arnold produceerde oorspronkelijk een wat buitenissig muziekinstrument, de bandoneon. Het logge, vierkanten broertje van de accordeon werd vanwege zijn melancholische klank vooral gebruikt in tangomuziek. Mangs voorouders exporteerden die dingen naar Argentinië. Ze waren wereldmarktleider.

Toen het Hammondorgel de bandoneon in de jaren zeventig verdrong, toonde de opa van Isabelle Mang zijn economische overlevingskunst. Hij verzon dat de stoffen harmonicastructuren van het muziekinstrument ook van nut zouden kunnen zijn als beschermend mechanisme in industriële machines en vroeg de nodige patenten aan. De rest is geschiedenis. En Isabelle Mang koestert die geschiedenis. Daarom heeft ze een plan voor na corona: bandoneon leren spelen. Op Google heeft ze al een leraar gevonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden