De contouren van Pronk

Minister Pronk presenteert vandaag de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Belangrijkste onderdeel: de rode en groene contouren om bouw- en natuurgebieden....

'RUIMTE MAKEN, ruimte delen', heet het kindje waarvan Jan Pronk in december is bevallen. Vandaag vindt in Den Haag de officiële doopplechtigheid plaats. De milieubeweging vindt dat het kabinet meer groene gebieden had moeten beschermen. En volgens veel bestuurders heeft de berg een muis gebaard. Er moeten nog zoveel keuzen worden gemaakt dat er over de betekenis de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening nog geen zinnig woord te zeggen valt. Anderen juichen het juist toe dat het kabinet veel beslissingen aan lagere overheden overlaat.

Maar wat staat er eigenlijk in die Vijfde Nota? Waar gaan onze kinderen straks wonen en werken? Wat blijft er over van het Groene Hart en andere bijzondere landschappen in Nederland?

In de periode na de Tweede Wereldoorlog verschenen tot dusver vier regeringsnota's over het ruimtelijke beleid. Daarvan was de tweede (1966) veruit de belangrijkste. Daarin werd vastgelegd dat de onstuitbare verstedelijking in goede banen moest worden geleid door een hele reeks van middelgrote gemeenten te laten groeien. 'Gebundelde deconcentratie', heette dat: geen wildgroei van uitbreidingswijkjes op het platteland, maar georganiseerde verstedelijking in groeikernen als Zoetermeer, Houten, Hoorn, Nieuwegein.

In de Vierde Nota (1988) werd het accent verlegd. De grote steden kwijnden weg en moesten weer nieuwe uitbreidingsmogelijkheden krijgen. Vandaar het beleid van de 'compacte stad' dat uiteindelijk vorm krijgt op de 'Vinex-locaties' in de buurt van vooral de grote steden. Vanwege de toenmalige recessie en de aanstaande eenwording van Europa, werd er in de Vierde Nota ook veel verwacht van 'Nederland distributieland'. Schiphol en Rotterdam, de grote mainports, kregen ruimte om uit te breiden. De verbindingen met het achterland (via de HSL en de Betuwelijn) moesten worden verbeterd.

De Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening verandert daar weinig aan, maar is behoorlijk kritisch over andere onderdelen van het nationale ruimtelijke beleid. Dat mag ook wel. Al in de Eerste Nota (1960) werd het Groene Hart - grofweg het gebied tussen Utrecht, Rotterdam, Leiden en Amsterdam - aangewezen als een gebied dat vanwege zijn landschappelijke en agrarische waarde tegen verstedelijking moest worden beschermd. De afgelopen jaren is echter vastgesteld dat in het Groene Hart, en andere zogenaamde 'restrictiegebieden', veel meer is gebouwd dan de bedoeling was. Pogingen om de mobiliteit te beheersen en kantoren en bedrijven te concentreren op plaatsen die de overheid had aangewezen, werden geen succes. Open landschappen werden in hoog tempo volgebouwd. Stilte, duisternis en rust werden schaars.

Als de landelijke overheid er niet of onvoldoende in slaagt de inrichting van Nederland naar eigen inzicht te plooien, is het misschien verstandiger meer over te laten aan lokale overheden. Die kennen de regio en de behoeften van de burgers en de markt waarschijnlijk beter. Dat gebeurt ook in de Vijfde Nota. Maar 'Den Haag' geeft lang niet alles uit handen.

Zo blijft de overheid nauw betrokken bij het waterbeheer. Onder klimatologen, waterstaatkundigen, planologen en stedenbouwers is het inzicht gegroeid dat de 'onderste laag' van ons landschap veel meer zorg en bescherming behoeft. Het klimaat wordt warmer, de winters natter en de zeespiegel stijgt. De Vijfde Nota bevat een groot aantal maatregelen om het water de baas te blijven. Dat is een collectief belang en daarmee bij uitstek een overheidstaak.

Maar er is nog een tweede reden waarom de landelijke overheid een hoofdrol houdt bij de inrichting van Nederland. Nederland is klein, behoorlijk vol en naarmate de welvaart stijgt, eisen burgers en bedrijven steeds meer ruimte op voor zichzelf en stellen ze ook hogere eisen aan de kwaliteit van hun omgeving. Als al die individuele wensen en eisen worden ingewilligd, valt het eindresultaat vaak tegen en beginnen we te klagen over een land dat 'voller, vuiler en eenvormiger lijkt te worden', staat in de nota geschreven.

Daarom vindt vrijwel iedereen dat de overheid op z'n minst de spelregels moet opstellen voor het ruimtegebruik. Daarvan bevat de Vijfde Nota er nogal wat. De belangrijkste zijn:

De bouw van nieuwe woningen, bedrijventerreinen en infrastructuur wordt evenredig verdeeld over het land. Verdelende rechtvaardigheid, heet dat vanouds. Het is dus niet de bedoeling om vanuit de Randstad een overloop te stimuleren naar andere delen van het land.

Voordat er nieuwe plattelandgebieden geschikt worden gemaakt voor wonen of werken, wordt eerst onderzocht of bestaande stedelijke gebieden, al dan niet na een ingrijpende verbouwing, beter kunnen worden gebruikt. Op het platteland moeten landbouw, natuur, recreatie en soms ook wonen in het groen zoveel mogelijk worden gecombineerd. Dat spaart ruimte en iedereen profiteert ervan.

'Niet alles kan en mag overal.' Sommige bijzondere landschappen, natuurgebieden, maar ook gebieden die nodig zijn voor infrastructuur, de kustverdediging of waterberging, krijgen op initiatief van de rijksoverheid een bijzondere, beschermde status. Daarnaast mogen de provincies en de gemeenten per regio onderling uitmaken welke natuurgebieden extra bescherming krijgen en waar ruimte wordt gemaakt voor nieuwe woningbouw en bedrijventerreinen.

Daartoe gaan zij voor 2005 zogeheten 'groene' en 'rode contouren' vaststellen. Binnen de rode contouren, die zo dicht mogelijk tegen de bestaande bebouwingsgrens aan liggen, mag worden gebouwd. Binnen de groene gaat een 'nee tenzij-beleid' gelden: als er bij hoge uitzondering toch iets mag, worden er hoge eisen aan de bebouwing gesteld. Tussen de groene en rode contouren blijven zogenaamde 'balansgebieden' over, waar minder mag dan binnen de rode maar aanmerkelijk meer dan binnen de groene contouren.

Ten slotte heeft het kabinet bepaald dat een aantal sterk verstedelijkte gebieden voortaan intensiever moeten samenwerken. Er zijn zes van zulke nationale 'netwerksteden' aangewezen. De Deltametropool (de oude Randstad aangevuld met Dordrecht, Amersfoort en Almere) is daarvan veruit de belangrijkste. De netweksteden moeten plannen maken voor de inrichting van hun regio. Zo hoopt het kabinet te voorkomen dat de steden met elkaar concurreren door, bijvoorbeeld, allemaal hetzelfde soort bedrijventerrein aan te leggen.

Het 'contourenbeleid' is het belangrijkste nieuwe instrument dat Pronk heeft bedacht om de inrichting van Nederland te sturen. Voor het idee van de groene contouren rond waardevolle natuur- en landschapsgebieden bestaat veel steun. Maar de rode zijn omstreden. Als ze door de gemeenten en provincies te krap worden getrokken, sneuvelen in stedelijke gebieden parken, sportvelden er allerlei rommelgebieden voor nieuwe bebouwing. Worden ze te ruim, dan verdwijnt de rem op bebouwing van het platteland.

Om goed te werken, zo meende Pronk aanvankelijk, moeten de rode contouren zekerheid bieden voor twintig, dertig jaar. Projectontwikkelaars en gemeenten zullen dan al hun energie en kapitaal gaan steken in een optimaal gebruik van de bestaande stad.

Het kabinet heeft de looptijd van de contouren beperkt tot vijf jaar. Dat kan de beoogde effecten van het contourenplan ernstig schaden. Als de grens van de bebouwde kom al zo snel weer kan worden verlegd, zullen gemeenten en projectontwikkelaars waarschijnlijk de verleiding niet kunnen weerstaan om voor een nieuw uitbreidingswijkje toch naar dat weilandje net buiten de stad uit te wijken - dat is immers veel goedkoper en gemakkelijker dan bouwen in de bestaande stad.

Veel lokale bestuurders vragen zich daarom nu af wat er eigenlijk verandert met die rode contouren. Het polderoverleg gaat natuurlijk hoogtijdagen tegemoet en voor het vaststellen van de contouren moet een forse bureaucratische machinerie worden opgetuigd, maar is het sop de kool wel waard? Critici vinden dat het kabinet ook wel wat besluitvaardiger mag zijn. In de aanloop naar de Vijfde Nota zijn de noordelijke provincies er dankzij een knappe lobby in geslaagd de aanleg van een 'snelle verbinding' - misschien zelfs een magneettrein - tussen de Deltametropool het noorden op de agenda te houden. En in de Randstad zelf moet nog een beslissing vallen over een snelle verbinding tussen de steden. Regionale bestuurders willen daarvoor het bestaande spoor verbeteren. Maar het kabinet houdt nadrukkelijk de mogelijkheid open dat aan de rand van het Groene Hart een zweeftrein wordt aangelegd.

Dat zijn weliswaar majeure beslissingen die tijd kosten. Maar het probleem is dat er over de toekomstige ontwikkeling van grote delen van het land eigenlijk niets te zeggen valt voordat die beslissingen zijn genomen. Een magneettrein naar het noorden is alleen betaalbaar als burgers en bedrijven vanuit het westen naar het noorden verhuizen. De verdelende rechtvaardigheid komt daardoor op het spel te staan en het noorden zal natuurlijk veel drukker worden.

Ook over de bouwplannen in de Deltametropool bestaat nog grote zekerheid. Het kabinet heeft een aantal vingerwijzingen gegeven over toekomstige bouwlocaties. Het vliegveld Valkenburgh wordt bebouwd, er komt waarschijnlijk een Bollenstad en ook het zuidoosten van de Haarlemmermeer, en in het gebied tussen Zoetermeer, Gouda en Rotterdam, zal heel wat worden gebouwd. Maar de grens van de nieuwe bebouwingscontouren kan pas echt worden getrokken als een besluit over het 'rondje Randstad' is genomen.

Het kabinet heeft toegezegd dat snel te doen. Maar het is de vraag of dat gaat lukken. Tegen het einde van dit jaar zijn de volgende Kamerverkiezingen nabij. Dan is het altijd lastig over zulke ingrijpende en kostbare projecten een beslissing te nemen. Voor je het weet zit er na de verkiezingen een nieuwe minister met andere ideeën over het contourenbeleid. Als de plannen van het kabinet niet al voor die tijd in de Tweede Kamer zijn geveld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden