De computer als donkere kamer

Desiree Dolrons stijl verschilt per serie, maar binnen elke serie zijn de foto's onmiskenbaar van haar...

Of ze al plannen heeft voor een nieuw project? Fotografe Desiree Dolron (Haarlem, 1963) lacht, en wijst op het whiteboard aan de muur, dat met stift verdeeld is in drie verticale vakken, een voor elke maand van het eerste kwartaal, met een duizelingwekkende hoeveelheid afspraken. 'Zie je maart?'

'Vakantie' staat daar, in forse hoofdletters.

Dolron is moe, verkouden en druk met de laatste voorbereidingen voor haar eerste grote overzichtstentoonstelling, die zaterdag opent in het Fotomuseum in Den Haag. De bijbehorende catalogus is nu bij de binder, ze heeft in de afgelopen dagen de drukvellen gecontroleerd, er moet nog van alles. Het gaat 'waanzinnig', zegt ze. Ze is internationaal doorgebroken nu ze, sinds twee jaar, wordt vertegenwoordigd door galerie Michael Hoppen in Londen, haar werk is vorige week in New York gepresenteerd, het Metropolitan heeft het aangekocht. En nu die tentoonstelling. En dan vakantie.

Maar inderdaad: een nieuw project is er al. Zoals ze, sinds ze begin jaren negentig begon met exposeren, altijd nieuwe projecten heeft gehad, waaraan ze jaren werkt en die steeds opvallend verschillen in stijl en vorm. Ze heeft net de serie Xteriors afgerond, waarmee ze vanaf 2001 is bezig geweest, een reeks zwaar geënsceneerde en bewerkte portretten die op schilderijen lijken. Nu is het weer tijd voor documentair werk, dat andere genre dat ze beheerst, 'het is belangrijk om het allebei te doen'. Deze herfst wil ze naar Rusland en China om er de tegenstelling te ervaren tussen de kapitalistische rijkdom in de hoofdsteden, en het platteland, waar de restanten van het communisme en socialisme nog voelbaar zijn.

Ze is bekend geworden met documentair werk. Met het project Exaltation, een reeks fascinerende foto's die ze tussen 1991 en 1999 maakte van gelovigen die zichzelf verminken en mishandelen.

In Den Haag hangen voor het eerst de series bij elkaar: behalve Exaltation en Xteriors ook haar foto's uit Cuba (Te dí todos mis sueños), en het studiowerk Gaze, portretten van modellen onder water. Dan wordt ook goed duidelijk hoe haar stijl van project tot project verandert. Wie foto's ziet van Desiree Dolron herkent alle beelden binnen een serie, maar ziet nauwelijks verband tussen series onderling.

Ze kan of wil niet duidelijk uitleggen hoe dat werkt. 'Het is een zoektocht naar het onderwerp', zegt ze. Of: 'Ik ben altijd aan het zoeken naar een vorm om het te visualiseren.' En uiteindelijk: 'Je verzínt het niet. Je komt het tegen'.

Exaltation begon met een reis naar India, waar ze in 1991 op een festival van sadhu's (heilige mannen) terecht kwam, en er mocht fotograferen. 'Daarna ben ik op zoek gegaan naar het fenomeen van zelfmutilatie in een religieuze context. Ik was geïntrigeerd door de vraag hoe ver mensen fysiek kunnen gaan. En het was één groot avontuur natuurlijk.'

In Exaltations legde ze gruwelijke zelfverminkingen vast: een mes door een arm, vleeshaken door een rug of een borst, pinnen door wangen, tong, oogleden, ruggen gegeseld met een zweep vol mesjes. Het boek dat over dat werk verschenen is, opent met een kleurenfoto van zo'n rauwe rug, bedekt onder een dikke laag bloed. Die foto maakt meteen duidelijk waarom ze koos voor zwartwit. 'Anders is het te heftig', beaamt ze. 'Het zou te veel afleiden van waar het om gaat.'

Het zwartwit heeft ze een zweem sepia gegeven, waardoor de foto's tijdloos lijken. De close-up van een gekruisigde Filipijn met doornenkrans kan je een miniem moment doen vergeten dat fotografie een jong medium is - alsof je ineens de lijdende Heiland zelf ziet.

Ze kroop voor deze foto's vaak dicht op haar onderwerp. 'Omdat ik heel erg de beleving van het individu wilde vastleggen'.

Exaltation was een langdurig project, waarvoor ze weken of maanden in het buitenland (India, Pakistan, de Filipijnen, Marokko) doorbracht, om terug in Nederland 'geld te genereren om weer op reis te gaan'. Terwijl ze nog met Exaltation bezig was, maakte ze thuis tussen 1996 en 1998, de serie Gaze. Het zijn foto's van lichamen die in het water drijven - de overeenkomst is dat ook deze mensen volledig in zichzelf gekeerd zijn. Van Gaze gaat een serene rust uit, maar ook iets lugubers, omdat de associatie met drenkelingen onontkoombaar is.

Waar ze voor Exaltation met een kleinbeeldcamera (of liever: twee kleinbeeldcamera's, er zal er maar een stuk gaan) op pad ging, gebruikte ze voor Gaze een 6x6 Hasselblad. 'Ik vind die afwisseling heel prettig.'

Ze heeft beide nodig, het documentaire werk en het geënsceneerde, het 'grote avontuur' dat Exaltation was en later Cuba, en het 'lokatiewerk', concepten die ze uitwerkt in series als Gaze of Xteriors.

Voor Gaze kocht ze een opbouwzwembad met een diameter van drie meter en een hoogte van 1,20 meter, dat ze neerzette in het grote pand waar vrienden anti-kraak woonden.

De modellen liet ze ruggelings in het water vallen, zelf stond ze op een loopbrug om ze te fotograferen. 'Het klinkt allemaal heel simpel', zegt ze, haast verbaasd. 'Maar dat was het niet.'

Ze experimenteerde met verschillende soorten film. Ze experimenteerde met zand, klei en melk in het zwembad om het water de juiste densiteit te geven. 'Ik wilde dat het er uit zou zien als de eerste kleurenfoto's, met die grote korrel.'

Over het zwembad kwam een grote zwarte tent, een daglichtlamp scheen door een gaatje een cirkel op het water, waarbinnen de modellen dreven. 'Bij de eerste sessie hadden we een prachtige kleurstelling. En toen, bij de volgende persoon, waren de kleuren heel anders en we begrepen niet waarom.' Ze wijst op haar rode haar, haar huid. 'Iedere huid is anders, elk haar is anders, jouw haar reflecteert het licht heel verschillend dan het mijne. Dat is ook altijd weer spannend. Dat er veel onderzoek in zit.'

Voor haar nieuwste serie, Xteriors, maakte ze ook 'studiowerk' op locatie, deze keer het landgoed Oud-Amelisweerd, waar ze na een lange zoektocht het licht en de sfeer vond die ze nodig had. Ze kleedde de modellen in door haarzelf ontworpen gewaden. De foto's die ze daar maakte zijn schilderachtig, en roepen herinneringen op aan de Vlaamse primitieven, waarvan ze houdt. Petrus Christus was een voorbeeld, zegt ze, diens Portret van een jonge vrouw uit circa 1470 heeft ze op haar manier verwerkt. Maar ook andere schilderijen keren terug, uit de beeldbank in haar hoofd of zelfs uit het collectieve geheugen. Ze maakte een foto van een jongetje (een slápend jongetje, zegt ze met nadruk, niet een dood jongetje. Een jóngetje, zegt ze, geen meisje) op een baar, omringd door dames in het zwart.

Natuurlijk, ze kende de Anatomische les van Rembrandt. Maar het schilderij van Edouard Manet, De dode toreador uit 1864, waaraan het werk óók herinneringen oproept, kende ze niet. Ze kreeg het opgestuurd van een kennis die haar foto had gezien. 'Het zijn beelden die in je hoofd zitten, niet iets dat je nauwgezet probeert na te doen.'

Ze doet sinds een jaar of acht heel veel op de computer, kan vele uren aan beelden zitten tot ze zijn zoals ze moeten zijn. Het beeld van het slapende jongetje heeft ze opgebouwd uit wel twintig negatieven. 'Het is zoals in de schilderkunst: eerst maak je een schets, en dan pas schilder je in olie. De opnamen vormen de schetsen voor het werk.'

Ze werkt niet alleen de geënsceneerde foto's bij, maar ook het documentaire werk. Zoals haar foto's van Cuba, waar ze in 2002-2003 het leven vastlegde in de barrio, de wijk, waar ze drie maanden woonde. Ze laat de foto zien van het havenfront van Havana met de zware, donkere wolken erboven gepakt - ze heeft het beeld samengesteld uit drie negatieven. 'Voor mij is de computer een zeer geavanceerde donkere kamer.'

Voor kritiek dat dergelijke foto's een gemanipuleerde werkelijkheid weergeven is ze niet gevoelig. Ze maakt geen reportages, ze wil dat haar foto's laten zien wat ze zelf heeft gezien. 'Ik werk de kleurstelling bij. Ik houd niet van flitsen, ik werk bij daglicht, met sluitertijden die wel kunnen oplopen tot twintig minuten. Daarvan wordt de kleurstelling heel monochromatisch. Ik probeer de kleuren terug te brengen tot ze zijn zoals ik het heb beleefd.'

Het maakt de foto's van Cuba schilderachtig, met mooie verzadigde kleuren, zonder dat de armoede is weggepoetst.

Schilderachtig, zoals ook Xteriors dat is. 'Buitenkanten. Dat vond ik een goede titel. Omdat je nooit door het portret heenkomt. Het is onzin om te zeggen dat het portret een spiegel is van je ziel. Ik zie het als een tijdopname.'

Ze gaat nu eerst op vakantie. Daarna is het tijd voor het volgende avontuur. Ze wil zich laten grijpen door China en Rusland, zoals ze eerder al door Cuba gegrepen was. En dat al heel veel fotografen dezelfde kant zijn opgetrokken, wat maakt dat nou uit?

'Ja, misschien is het al vaak gefotografeerd. Maar niet door mij.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden