De comeback van Assad: de angst voor Al Qaida is groter dan de walging van Assads wandaden

De Syrische president mag dan onverminderd doorgaan met het afslachten van zijn bevolking, de angst voor Al Qaida is groter dan de walging van zijn wandaden. Nog even en we staan weer allemaal aan de kant van Assad, schreef correspondent Remco Andersen in 2013.

President Assad in 2016. Beeld AP
President Assad in 2016.Beeld AP

Wat gaat het toch goed met Syrië hè, de laatste tijd? President Assad gebruikt zijn leger niet langer om zijn volk uit te moorden, lijkt het, maar om 1.000 ton chemische wapens veilig naar de haven van Latakia te brengen. Zingend, zo is ongeveer het beeld, zullen Syrische soldaten daar met VN-matrozen een menselijke keten vormen en de kistjes met Sarin gezamenlijk internationale schepen op hijsen. Wanneer de VS het spul op zee gaan vernietigen, zullen Assads troepen hen vanaf de kade uitzwaaien.

Radicale rebellen helpen het regime ook nog eens om zijn slechte imago te relativeren. Filmpjes van glimlachende jonge Syriërs met hun groen-wit-zwarte vrijheidsvlaggen hebben inmiddels plaatsgemaakt voor beelden van bebaarde mannen die anderen het hoofd afhakken. En waar organisatoren van vreedzame protesten aanvankelijk voor het regime op de vlucht sloegen, vertrekken nu steeds meer pro-democratische activisten uit angst voor jihadisten die hen als ketters zien.'

In het noorden neemt Al Qaida de boel over', zegt Mousab al-Hamadee, een voormalige docent Engels die veel met journalisten in Syrië heeft gewerkt. Onlangs vluchtte hij naar Turkije, toen hij hoorde dat jihadisten naar hem zochten. 'Er is geen plaats meer voor mij, voor internationale journalisten, of voor activisten. Assad is erin geslaagd radicalisme te laten bloeien. Ik ben nog steeds optimistisch, maar niet zo heel erg meer.'

Tekst gaat verder na de foto.

Kinderen spelen in de wijk Tishreen, 2016. Beeld EPA
Kinderen spelen in de wijk Tishreen, 2016.Beeld EPA

Angst voor Al Qaida

De angst voor Al Qaida is groter dan de walging van Assads wandaden. Dat geldt ook voor Amerikaanse beleidsmakers, zegt Syrië-kenner Landis. 'Een hoop mensen in de Amerikaanse regering beginnen te denken: Assad is beter dan Al Qaida. In die termen zien ze het steeds vaker: het is het een of het ander.'

Deze week meldde het Franse persbureau AFP dat Europese inlichtingenofficieren in het geniep bij Syrische veiligheidsdiensten op de deur kloppen: mogen we alsjeblieft informatie over jihadisten die vanuit onze landen afgereisd zijn? Dit wordt bevestigd door een bron van de Volkskrant. Diezelfde Syrische veiligheidsdiensten leidden de afgelopen drie jaar de campagne van marteling en moord tegen de oppositie.

Ondertussen werken Russen, Amerikanen, Iraniërs en Saoediërs hand in hand om een vredesconferentie tussen oppositie en regime te organiseren. Het voornaamste probleem, zo werd deze week bekend, is dat Genève rond 22 januari te weinig hotelkamers beschikbaar heeft. Het enthousiasme voor de vredesconferentie is blijkbaar enorm, lastig dat er tegelijk een horlogebeurs aan de gang is.

Mogelijk steekt iedereen de koppen bij elkaar in een dorpje aan het meer van Genève, waar de frisse lucht vast zorgt voor constructieve gesprekken en een oplossing voor die rottige burgeroorlog. Het regime werkt mee, alleen die moorddadige Al Qaida-rebellen blijven onverstoord hoofden afhakken in Syrië.

Assad in de wereldopinie

Assad lacht vast in zijn vuistje. Nog even en we staan allemaal weer aan zijn kant. Dankzij het gestuntel van de pro-democratische oppositie en de internationale gemeenschap, de gewiekste uitbuiting van die fouten door het regime, en met de hulp van bloeddorstige radicale islamisten trekt Assad langzaam maar zeker de wereldopinie zijn kant op.

In werkelijkheid - verborgen achter die krantenkoppen over vredesbesprekingen - gaat Assad onverminderd door met het afslachten van de Syrische bevolking. De berichten komen nog steeds om de paar minuten de mailbox binnen. Een doodgeschoten kleuter hier, een kapot gemartelde activist daar, een scudraket op een woonwijk, gevechten in Damascus, martelaren in Aleppo.

Human Rights Watch heeft de afgelopen maanden de inzet van clustermunitie, brandbommen, en meest recent uithongering tegen de eigen bevolking veroordeeld. Hoofd Mensenrechten van de VN Navi Pillay beschuldigde Assad zelf deze week van oorlogsmisdaden. En sinds het akkoord over chemische wapens op 14 september zijn 13.016 Syriërs omgekomen: 3.578 burgers, de rest min of meer gelijk verdeeld tussen pro- en antiregime-strijders. Dat was althans de stand afgelopen maandag, volgens cijfers van het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, een oppositiegroep die de betrouwbaarste teller van slachtoffers aan beide zijden bijhoudt. Dodental in dezelfde periode vóór 14 september: 12.061. Het dodental loopt niet alleen op, het stijgt steeds sneller.

Je hoort er alleen betrekkelijk weinig meer over. Afgezien van het gejubel over een vredesconferentie valt nieuws uit Syrië tegenwoordig al te vaak uiteen in twee categorieën: Assads inspanningen om de wereld van 1.000 ton chemische wapens af te helpen en wandaden van aan Al Qaida gelieerde rebellen. Over pro-democratische activisten en meer gematigde rebellen horen we nauwelijks nog wat.

Tekst gaat verder na de foto.

Een poster in de hoofdstad Damascus, met onder president Bashar al-Assad. Beeld AFP
Een poster in de hoofdstad Damascus, met onder president Bashar al-Assad.Beeld AFP

Jihadisten

Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

'Deels heeft het regime zelf de opkomst van Al Qaida veroorzaakt,' zegt Joshua Landis, een Amerikaanse Syrië-expert. 'Het regime heeft vanaf het begin geweigerd in te binden en ging schieten terwijl de meeste demonstranten vreedzaam waren. Daarmee creëerde het radicalisering; in tijden van oorlog gaan mensen tot het uiterste.'

Daarbij trekt het conflict in Syrië jihadisten uit de hele wereld aan, zegt Landis. 'En die Al Qaida-leden zijn ervaren strijders; toen de VS Irak vernietigden, werd Al Qaida daar ook dominant op het slagveld.'

De gematigde oppositie en het Westen dragen ook verantwoordelijkheid. Syrië heeft, mede dankzij de inspanningen van de veiligheidsdiensten, nooit een samenhangende oppositie gehad. Kritische intellectuelen kwamen niet verder dan theoretisch gekibbel in kelders en huiskamers. Sinds het begin van de opstanden hebben ze hun geruzie simpelweg verplaatst naar dure hotelkamers in Turkije, tot grote woede van strijders in Syrië.

Die strijders keren zich daarom in toenemende mate af van de Syrische Nationale Coalitie, die betoogt hun politiek vertegenwoordiger te zijn. Rebellen in Syrië zelf zijn tot dusver evenmin in staat gebleken hun krachten te verenigen.

Het Westen houdt intussen stug vast aan een verlammende cirkelredenering. De VS en Europese landen eisten van meet af aan dat de politieke oppositie rebellen in het gareel brengt voordat ze échte steun krijgt - in de vorm van grote sommen geld en wapens. Anders zouden die wapens weleens in handen van radicalen kunnen vallen. Maar de oppositie betoogt: wij kunnen pas autoriteit vestigen als we daarvoor de middelen krijgen en rebellen iets te bieden hebben - wapens, munitie, soldij.

Intussen rolden radicale groepen wél als een olievlek over het noorden en oosten van Syrië, dankzij gulle particuliere financiering uit Golflanden zoals Saoedi-Arabië en Koeweit. De jongeman die wil vechten kan kiezen: werp je op als democraat en krijg niets, of laat een baard staan en sluit je aan bij de jihadisten. Zij geven je wapens, geld, training, en behalen echte successen op het slagveld.

'Het is een van de grootste self-fulfilling prophecies aller tijden', zegt Jeffrey White, defensieanalist bij de denktank Washington Institute. Naast Assad heeft ook het Westen Al Qaida een gouden kans geboden. 'Het Westen begon zich zorgen te maken over Al Qaida lang voordat die beweging een factor van betekenis was in Syrië. Daardoor hebben we geen hulp gegeven aan wat toen een gematigde oppositie was. Nu zeggen we: kijk, er is Al Qaida. Ja, nu. Maar een jaar geleden was Al Qaida veel minder belangrijk en zes maanden daarvoor nog minder.'

Veldslagen

Assad maakt een comeback op zowel het slagveld als het wereldtoneel. Terwijl tienduizenden Hezbollah-strijders, Iraakse sjiitische militanten, Syrische paramilitairen en Iraanse soldaten het regime helpen het tij te keren, richten rebellen hun schaarse wapens steeds meer op elkaar en terroriseren radicale islamisten de burgerbevolking.

Veldslagen tussen gematigde rebellen en jihadisten vinden met de regelmaat van de klok plaats. Voor de jihadisten is de strijd tegen het regime ondergeschikt aan hun voornemen een islamitische staat in de regio te vestigen. Zij vechten tegen iedereen die dat in de weg staat, inclusief rebellen met democratischer ideeën. Oppositiestrijders van allerlei allooi vechten in het noordoosten tegen Koerden die een autonome regio willen, en Assad vaart er wel bij.

Vredesconferentie

Pro-regime strijders maken weer behoorlijke vorderingen. De oppositie is in het defensief gedrongen. Assads troepen zijn op weg om de voornaamste bevoorradingsroute van Libanon naar centraal Syrië af te sluiten, waardoor rebellen rond Damascus en de laatste oppositiestrijders in Homs het doodsbenauwd zouden krijgen. Ook ten oosten van Aleppo heeft het regime vorderingen gemaakt en rond Damascus heeft het rebellen uit een aantal zuidelijke buitenwijken gedreven.

En die vredesconferentie? Voor zover nu bekend, gaat niet één rebel naar Genève. De meest gematigde groep, het Vrije Syrische Leger (FSA), dat als enige nominaal naar de politieke vertegenwoordiging luistert, bezweert vooralsnog door te vechten terwijl vertegenwoordigers van regime en de papieren oppositie aan tafel zitten. Misschien dat het FSA onder druk toch meedoet, maar dan nog vertegenwoordigt het maar een klein deeltje van de rebellen. Naar verluidt praten de VS met het pas gevormde Islamitisch Front - zeg maar niet Al Qaida-islamisten - maar zolang Assad niet weg wil en het Westen geen hulp biedt, is moeilijk te zien waarom deze invloedrijke coalitie zou aanschuiven. En met de machtigste strijders, Al Qaida, valt niet te praten.

Het regime kan ook hiermee zijn voordeel doen. Wie weet doet Assad een royaal aanbod, waarvan de hele wereld onder de indruk is. Zolang het niet zijn eigen vertrek behelst, kan hij er zeker van zijn dat de oppositie het afwijst. En anders doen de vechtende rebellen in Syrië dat wel.

Tekst gaat verder na de foto.

Een foto uit 2014. Koerden uit Syrië zijn de grens met Turkij overgestoken, op de vlucht voor IS. Beeld AFP
Een foto uit 2014. Koerden uit Syrië zijn de grens met Turkij overgestoken, op de vlucht voor IS.Beeld AFP

Grote gok

De internationale gemeenschap neemt een grote gok door een conferentie aan te kondigen voordat er garanties zijn dat de oppositie in serieuze vorm meedoet. Aan de conferentie gingen zeven maanden lobbyen vooraf. Als de besprekingen mislukken, is het zo een jaar later voordat Russische en Amerikaanse diplomaten een nieuwe ronde voor elkaar krijgen. Waarschijnlijk weer een jaar waarin tienduizenden mensen sterven, worden verkracht, gemarteld, geëxecuteerd, gebombardeerd en kapot geschoten.

En wie zullen we dan verantwoordelijk houden voor de mislukking? Assads regime zat immers aan tafel, vol goede bedoelingen. Hij wil niet opstappen nee, maar hoe kan hij ook? Het Westen heeft hem nodig om toezicht te houden op de ontmanteling van chemische wapens. En die operatie loopt in ieder geval tot midden volgend jaar door.

Zolang de oppositie blijft aanrommelen en het Westen haar niet in staat stelt de machtsbalans te veranderen, blijft het regime vorderingen maken op het slagveld terwijl dankzij Al Qaida de internationale gemeenschap straks weer met Damascus praat. Ondertussen blijven de strijdende partijen in een patstelling, terwijl het dodental in Syrië gestaag naar 200.000 loopt, en miljoenen vluchtelingen de regio overspoelen.

De vraag is aan welke kant van de lijn wij tegen die tijd staan. Mochten we straks onaangenaam dicht tegen een massamoordenaar aanschurken, dan hebben we dat goeddeels aan onszelf te wijten gehad.

Bron: Syrian Observatory for Human Rights

126 duizend

De Syrische burgeroorlog heeft tot nu toe, voor zover bekend, 126 duizend levens geëist. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger. De afgelopen tweeënhalve maand stierven er gemiddeld 165 mensen per dag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden