De columnisten van de Volkskrant luiden 2018 in

Columnistenmarathon 2018

De columnisten van de Volkskrant luiden 2018 in. Ze droegen hun columns zondag voor in De Rode Hoed in Amsterdam, tijdens een speciale editie van de Volkskrant op Zondag.

Foto Harry Cock / de Volkskrant

Philippe Remarque, hoofdredacteur

Iedereen heeft het over de bubbel. Welkom in de onze. Die is juist het tegendeel van een bubbel. Want kijk nou eens: zoveel columnisten bij elkaar die scherp, goed en geestig kunnnen schrijven en tekenen, de besten van Nederland. En ze zijn zo verschillend van elkaar. In mening, in stijl, in persoonlijkheid. Niet alleen veel, maar ook lekker, zoals het kaasschap in een Franse supermarkt. Maar de betekenis daarvan is dieper dan in de Carrefour: waar laten mensen zich tegenwoordig nog verrassen door een goed geformuleerde mening van iemand die heel anders in het leven staat? Bij ons in de Volkskrant kom je die dagelijks tegen. We zijn de antibubbel-bubbel. Op sociale media koken ze liever gaar in hun eigen gelijk. En daar waar andersdenkenden botsen, wordt het onaangenaam, met schandpalen en spreekverboden. Twitter is vaak als een kroeg voor sluitingstijd waar alleen nog de ongezellige lieden met een kwade dronk tegenover elkaar staan. Bij ons is het niet per se rustiger. Leve het open debat. Maar wel leuker: de meningen zijn beter verwoord, er valt iets te lachen en iedereen begrijpt uiteindelijk dat we elkaar het licht in de ogen moeten gunnen. Dus ik presenteer hier, met trots, de columnisten van de Volkskrant!

Foto Jos Collignon

Arjan Peters: Onverslaanbaar

Nachtmerrie nummer 1 is een interview maken en bij thuiskomst ontdekken dat je voicerecorder niets heeft opgenomen. Meteen hierna komt nachtmerrie 2: een interview maken en terug thuis ook na gedurig terugspoelen alleen een paar woorden kunnen verstaan waar je niets aan hebt. Ja, ik spreek uit ervaring. In 2003 interviewde ik de onverslaanbare Jan Cremer. Weer thuis hoorde ik een vraag van mij over IJsland, en als antwoord ongeveer dit:

'Sobededade, sabededode, IJsland, sobededade. Iglo, iglo bouwen, sobededade. Zulke grote honden, sobededade, 37 hechtingen, sobededade. Rabiës: hondsdolheid, sobededade. Dat zeg ík niet, dat zegt Babette, sobededade. Ik Jan 1, Ik Jan 2, Ik Jan 3, sabededode, De Hunnen, Fernweh, Sirenen, sobededade. Een vent met een stuk hout heeft me een oog uitgeslagen, ziekenhuis, oog er weer ingenaaid, sabededode, sobededade. Begrijp je wel?'

Mijn goede voornemen, na vijftien jaar: ik ga het overdoen. Op 4 maart aanstaande interview ik Jan Cremer alhier in de Rode Hoed. Ik hoop vurig dat u er dan ook weer bent. Kan ik u na afloop vragen waar we het over hebben gehad.

Aleid Truijens: In 2018...

Verklaren we woorden niet tot taboe, en zijn de gedachten weer vrij. Maken we zelf echt nieuws.
Houden we eens op met kwetsen en pesten. Voelen we ons niet zo snel gekwetst.
Gedraagt niemand zich slachtofferig, maar worden echte slachtoffers geholpen.
Durven we daders aan te geven.
Is Twitter geen volksgericht, en zetten we de schandpaal op zolder.
Slaat niemand zijn vrouw, man, kind of hond. Zijn minder jongeren depressief. En hoeven ze niet op een wachtlijst.
Wordt het een goed jaar voor zzp'ers. Bindt de gulzige aandeelhouder in. Komen er meer woningen. Geeft de NAM Groningers herstelde huizen.
Houdt het moorden in Syrië op. Worden de Rohingya gered. Maakt Trump zijn laatste, fatale uitglijder.
Zijn gezonde mensen niet klaar met leven. Heeft niemand zo'n rotleven dat hij dood wil. Komt er een plezier-in-levenpil.
Maakt God het dit jaar niet al te dol, en strijkt Hij over Zijn immense hart.
Mogen akelige ziekten met vakantie. Samen met hun vriend de Dood.
Wint humor het van ergernis, vergeving van wrok en liefde van chagrijn.
Zijn mijn liefsten gelukkig. Zie ik mijn vrienden vaker. Klaag ik wat minder. Werk ik wat harder. Tel ik mijn zegeningen.

Beste lezers, ik wens u veel geluk in 2018.

Martijn van Calmthout: Open access

Ik kom niet heel vaak in Den Haag, maar als het om de wetenschap gaat, wil ik nog weleens een minister of staatssecretaris spreken. De laatste jaren ging het dan vaak over open access.

Open access draait om het idee dat de bevindingen van de wetenschap vrij toegankelijk moeten zijn. Voor collega-wetenschappers. En voor het publiek, dat immers al belasting betaalde voor het onderzoek.

Dat klinkt logisch, maar de werkelijkheid is anders. De kennis van de wetenschap is gegijzeld. Wie een artikel wil lezen, moet daarvoor betalen. Niet aan de auteurs. Aan de uitgever. En niet een beetje. De Nederlandse universiteiten betalen ieder jaar 40 miljoen euro om bij hun eigen wetenschappelijke kennis te kunnen. En de onze.

Voormalig staatssecretaris van Wetenschap Sander Dekker kon oprecht kwaad worden over zo veel graaizucht bij bedrijven als Elsevier. Opvallend, voor een VVD'er.

Graaien is een schandaal. Maar een Twittervriend wees me onlangs op iets veel kwalijkers. Terwijl echte wetenschappelijke kennis achter slot en grendel zit, zijn nepfeiten gratis verkrijgbaar op iedere smartphone.

Geen wonder dat de wetenschap het aflegt tegen complotdenkers, klimaattwijfelaars en kruidenvrouwtjes. Ik zal binnenkort de nieuwe minister eens vragen wat zij daar nou van vindt.

Tonie Mudde: Telefonino

Opvallend moment bij de mis op het Sint-Pietersplein. De paus kijkt uit over de menigte en ergert zich aan de duizenden omhooggestoken mobieltjes die het schouwspel filmen. 'De mis is geen show', waarschuwt hij. En: 'De priester zegt: verheft uw hart. Hij zegt niet: verheft uw mobieltje.'

Mensen filmen zo'n bijeenkomst om iets van de magie van het moment vast te leggen. Maar de paus werpt de vraag op: gaat er niet iets belangrijks verloren juist door te gaan filmen of fotograferen?

Amerikaanse onderzoekers hielden een paar jaar geleden een experiment over het effect van fotografie op het geheugen. Proefpersonen moesten in een museum sommige voorwerpen fotograferen en andere alleen bekijken.

Het was een kleinschalig experiment en er valt nog veel meer uit te zoeken. Maar een van de uitkomsten intrigeerde me. Want wat bleek? Wie foto's neemt, herinnert zich de volgende dag minder details dan iemand die met zijn eigen ogen kijkt. Maakt foto's nemen misschien lui? Zo van: kiekje geschoten, nu hoef ik er niet meer aan te denken.

Mijn goede voornemen voor 2018: als ik van een mooi moment een mooie herinnering wil maken, dan juist niet gaan filmen of fotograferen. Of, zoals de paus zou zeggen: 'Non usare il telefonino.'

Asha ten Broeke: Opwindende praat

Vorig jaar maakte ik me hier zorgen over wat Trump zou doen met de nucleaire codes. Toch wilde ik hoopvol blijven, en tijdens de borrel beloofde ik een collega dat als Trump niet met atoombommen zou gooien, mijn column weer gewoon over seks zou gaan.

Het scheelde minder dan ik comfortabel vind, maar toch: bij dezen.

Het lijkt ondertussen modieus om #MeToo beu te zijn, maar dat ben ik beslist niet. Wel heb ik die woorden inmiddels zo vaak gehoord dat ze me soms vreemd voorkomen, alsof hun betekenis vervormt, zoals wanneer je heel vaak 'jurk' zegt.

Dat bracht me tot een wens. Misschien kan #MeToo in 2018 iets anders gaan betekenen. Misschien zelfs het tegenovergestelde: enthousiaste wederzijdse instemming.

Sommigen vrezen dat seks dan niet meer spontaan kan zijn. Dat er voor elke erotische handeling eerst een vinkje moet worden gezet op een contract, om misverstanden te voorkomen.

Dat is een weinig fantasierijke invulling van enthousiaste instemming. Ik doe graag een ander voorstel: meer opwindende praat vooraf. Vertel je lief precies wat je allemaal van plan bent, tot jullie ogen glanzen en jullie sneller ademen.

'Wil je dat met me doen?'

'Heel graag, nu onmiddellijk, op de keukentafel.'

'Me too.'

Foto Peter de Wit

Arnon Grunberg: Voorspellingen

Om te beginnen enkele voorspellingen die ik verleden jaar voor 2017 deed: 'Merkel wint de verkiezingen. Le Pen wordt geen president, maar haalt de tweede ronde. Trump wordt niet impeached. De PVV wordt net niet de grootste partij. Netanyahu treedt af. Er komt geen Dag van Nationale Rouw in Nederland. Rutte wordt opnieuw premier. De burgers krijgen genoeg van het gejammer over de elite.'

Spijtig wat Netanyahu betreft en het gejammer over de elite is niet helemaal verstomd.

Nieuwe voorspellingen: er komt een Groko, oftewel Große Koalition in Duitsland. Trump wordt weer niet impeached. Wederom geen Dag van Nationale Rouw in Nederland. Goddank. De revolutie in Iran gaat niet door. Poetin wordt deze zomer gezien als een verlicht heerser.

Aanbevelingen voor 2018: Uber Back, een service waarbij burgers andere burgers op hun rug nemen en zo vervoeren. Uitstekend tegen woede. De boze burger rijdt geen paard, hij rijdt mens.

Ionica Smeets: Pi-dag

Waar kunnen we ons cijfermatig op verheugen dit jaar? Wiskundigen vieren feest op 14 maart. Die datum is in Amerikaanse notatie 3-14 en dat lijkt veel op een benadering van pi (zeker omstreeks 1:59 p.m.). Wel jammer van die Amerikaanse notatie, en geregeld suggereert iemand om pi-dag in Nederland op 31-4 te vieren.

Verwarrend, die twee datumnotaties. Laatst twijfelde ik bij een Engelstalig formulier of ze nu eerst de dag en dan de maand wilden, of andersom. Tot ik bedacht dat dit niet zo'n relevante vraag is op 11 november.

Het is verleidelijk te denken dat de Amerikaanse notatie inferieur is aan de onze. Als je de datum van vandaag moet bedenken, dan weet je wel dat het januari is. De precieze dag geeft veel meer informatie, daarom staat die in onze datumnotatie vooraan.

Maar op lange termijn geeft de maand juist de relevantste informatie. Als ik een contract van vorig jaar terugzoek, ben ik blij als ik weet in welke maand ik het tekende, ik weet echt niet meer of dat dan op de 3de of 4de was. Dus dan is het juist handig als de maand vooraan staat.

De mooiste datum dit jaar wordt het palindroom 8-10-2018. En bonus voor mij: in onze notatie is dat mijn verjaardag.

Elma Drayer: Onsportief

Het was het beste nieuwsbericht van 2017: volgens de Gezondheidsraad is het nergens voor nodig om fanatiek te sporten. Dagelijks gematigd bewegen volstaat.

Die boodschap ging er bij mij wel in.

Toegegeven, ooit smeekte ik mijn moeder om het lidmaatschap van O.D.I.L.O., de christelijke gymnastiekvereniging te Hilversum. De afkorting stond voor 'Ons Doel Is Lichamelijke Ontwikkeling'. De heidenen van de Hilversumse Gymnastiek Vereniging maakten daarvan: 'Ouwe Dames In Lange Onderbroeken'. Terecht, ontdekte ik al snel.

Mijn verdere sportcarrière laat zich nog korter samenvatten.

Ik heb watervrees. Dus haalde ik pas op m'n 12de het zwemdiploma A. Tevens heb ik hoogtevrees. Dus die ene keer dat ik me liet overhalen tot een skivakantie eindigde ik bij de hoogbejaarde langlaufers. Niet echt dat je zegt de wereld van Peter Stuyvesant.

Toen heb ik me er maar bij neergelegd: ik ben niet sportief, ik zal het niet meer worden ook.

Oké, fietsen vind ik fijn. Als het niet regent. Zelfs bezit ik een hybride, die elke zomer mee mag naar onze Italiaanse berg. Om er spinnenwebben vergarend tegen de vijgenboom te staan.

Doe niet zo koket, hoor ik u denken. U heeft gelijk. Maar dat ik niet langer grenzen hoef te verkennen waarnaar ik helemáál niet nieuwsgierig ben, doet me deugd. Heel veel deugd.

Jossine Modderman: Handvatten

Voor iedereen die in 2018 wel een steuntje in de stijl-rug kan gebruiken, hier enkele handvatten:

WEGPLEUREN

- Lak, leer, latex, leggings, laat ze lekker in de kelder. Dit jaar komt de smakeloze sm-meesteres weer niet in de mode.

- Splitten tot het kruis, cut-outs die alle ribben openbaren, decolletés tot op de navel - vanaf heden gaan wij frivool doch gekleed de rode loper op.

- Alle tinten paars. Ultraviolet wordt de kleur van 2018. Op zichzelf niks mis mee, maar als iedereen een Tinky Winky is, dan kies jij natuurlijk voor geel, oranje of appelgroen.

BEHOUDEN

- XXXL. Pakken, anoraks, culottes, hemden én sweatshirts. Alles waar je in verzuipt, kun je laten hangen.

- Denim. Helemaal hip: de Canadian Tuxedo, compleet inhouthakkersblauw met opgestroopte mouwen.

- Tule, voile, kant, veren, satijn, sliertjes blijf áltijd het kind in jezelf koesteren en versier het somtijds saaie grotemensenleven met bovenstaande attributen.

AANSCHAFFEN

- Zo min mogelijk. Het besef dat we alles al hebben en dat we niet kunnen blijven consumeren, beklijft. Daarom recyclen we. Of we bietsen. Kun je het toch niet laten, koop dan één overall met 78 zakken, want nuttig is het nieuwe zwart. P.S. Wel van Sportmax, want het oog blijft altijd wat willen.

Ariejan Korteweg: Daden van liefde

U denkt misschien dat al deze stukjes keurig op elkaar zijn afgestemd. Maar niets is minder waar. De collega's houden hun kaarten voor de borst, niemand vertelt een ander waarover hij het gaat hebben vandaag. Daarom maakte ik me zorgen: het kan toch niet zo zijn dat we hem vanmiddag over het hoofd zien, uit tomeloze drang naar originaliteit! De man die het afgelopen jaar bijzonder maakte.

Een mens die overloopt van liefde, de aanvoerder van een liefdesfront zelfs. Dan begrijpt u inmiddels over wie ik het heb: de man die Frans klinkt maar het niet is.

Thierry Baudet. Partij van de liefde, zo noemt hij zijn Forum.

Leraren ontslaan, journalisten het zwijgen opleggen, Gerrit Hiemstra de laan uitsturen, Jeanine Hennis een muts noemen dat zijn daden van liefde. Soms weet de ander gewoon niet wat goed voor hem is. Que je t'aime:

Quand ton premier soupir
Se finit dans un cri
Quand c'est moi qui dis non
Quand c'est toi qui dis oui

Nee zeggen, ja bedoelen. Dat is Baudet. En dat is Johnny Hallyday.

Aaf Brandt Corstius: Altijdjeweet

Ik heb nu al medelijden met de nieuwe woorden van 2018. Van die woorden die in december streberig gaan meedoen aan de verkiezing van het woord van het jaar.

Op dat moment doen ze even mee. Om vervolgens voor altijd vergeten te worden.

Hoort u ooit nog iemand over swaffelen?

Dat bedoel ik.

In 2017 kende ik het woord van het jaar niet eens: plofklas.

Het woord van het jaar is opvallend vaak een samenstelling. Rampvlucht. Treitervlogger. Project X-feest.

Ik vind een samenstelling niet echt een nieuw woord. Een beetje gezocht, ook.

Ze zijn ook vaak zo tragisch. Brexit, selfie, ontvrienden, tuigdorp.

Samen leveren ze een sombere novelle over de huidige tijd op.

Enfin, dit geldt niet voor kech. Kech is nu al meer besproken dan die hele plofklas.

Toen ik kech ging googlen, vond ik een lieve vraag op internet.

'Ik werd laatst uitgescholden voor 'kech' maar wat betekent het eigenlijk?', had iemand genaamd Esmayyyyy een jaar geleden op een forum geschreven.

'Hoer', was het bondige antwoord van een forumganger genaamd Altijdjeweet.

Een kech is ook een 'vrouw met een westerse levensstijl' volgens Van Dale.

Ik ben dus een kech.

Weet ik dat ook weer.

Je kunt er maar beter trots op zijn.

Teun van der Keuken: Beste wensen

'De beste wensen!... Nu het nog kan.' De afgelopen weken heb ik die twee zinnetjes veel gehoord. Dankzij dat tweede zinnetje kun je hier tot ver in december mee doorgaan.

De beste wensen zijn de cadeaubon onder de nieuwjaarswensen. Je kunt je er geen buil aan vallen. Ik heb een opdrachtgever - niet de Volkskrant, die stuurt altijd een heerlijke fles wijn begeleid door een charmante handgeschreven priegelboodschap van de hoofdredacteur - die al het personeel een kaart geeft waarmee je online kunt shoppen bij een bekende onlineshop. In december wordt in een mail met dezelfde persoonlijke boodschap voor iedereen uitgelegd waar en wanneer je dit kerstcadeau kunt ophalen. Dat is net zoiets als een enveloppe met geld. Tot je 16de, vooruit 20ste, ben je er blij mee, daarna wil je liever iets persoonlijkers.

Moet ik een gegeven paard niet in de bek kijken? Zo'n bon is nu juist geen paard. Of ik een paard koop, nu ja een miniatuurpaardje of iets anders, kan de gever geen lor schelen. Hij heeft zich er met een jantje-van-leiden van afgemaakt.

Zo is het ook met de beste wensen. Je weet niet wat je moet wensen, dus je wenst maar het beste. Zit je altijd goed. Lekker makkelijk.

Ik wens u een inspirerend, liefdevol 2018.

Marjan Slob: Broederschap

Democratie is een podiumkunst zonder vierde wand. Wij, het publiek, doen altijd mee. En momenteel maken we er niet zo'n fraaie, heldere of overtuigende voorstelling van (maximaal twee sterren, zou ik zeggen).

Al peinzend over wat er aan de show ontbreekt, voel ik de neiging om terug te keren naar het oorspronkelijke script, geschreven tijdens de Franse Revolutie. Daar is bepaald dat de hoofdrollen gaan naar vrijheid, gelijkheid en broederschap.

In de huidige interpretaties komen vrijheid en gelijkheid volop uit de verf. Politici én publiek claimen deze waarden luidkeels. Rond broederschap is het echter verdomd stil. En dat is, denk ik, de reden dat de hele opvoering glans en diepte mist.

Hoe moet je je die broederrol eigen maken? Broederschap is geen vriendschap; dat klinkt te zoet en rooskleurig. Broederschap is primitiever. Het is: weten dat je in hetzelfde schuitje zit. Beseffen dat je uit dezelfde tiet drinkt.

Ik gooi er maar een vrouwelijke metafoor tegenaan, want ja, het woord 'broederschap' geeft natuurlijk blijk van een historisch mannelijk privilege. Toch wil ik dat woord naar voren schuiven. De noodzakelijke kanttekeningen komen later wel. Eerst maar eens snappen dat we een 'wij' zijn. Dat we aan dezelfde show meedoen.

Nico Dijkshoorn: De toekomst

Enkele weken geleden kreeg ik een fijne e-mail van onze hoofdredacteur Philippe Remarque.

Ik wil u vertellen waarom zijn mails mij zo ontroeren: alsof een jongen van 7, in een camelkleurige korte broek, bezeten staat te vertellen dat hij een heel mooie ballon met water heeft gevuld. De Volkskrant wordt geleid door iemand die, met het schuim om zijn mond, vertelt dat hij bijna zesde is geworden bij het zaklopen tegen invaliden.

Ik lees Philippes mails vlak voordat ik naar een begrafenis moet of als ik een bord rauwe lever moet eten.

Het thema van de mail kan ik u wel vertellen: alles gaat veranderen. De digitale krant zal leven als nooit tevoren. De Volkskrant zal een pulserend online-organisme worden. Een vinger aan de digitale pols. Of zoiets.

En kijk eens hoe Philippe Remarque aftrapt in dit nieuwe jaar. Daar zitten we, een zaal vol columnisten met een gemiddelde leeftijd van 49 jaar, in een gebouw van steen. We zitten urenlang op houten stoeltjes. Buiten hebben ze één parkeerplaats. Een zaal vol zwetende columnisten met hun uitgeprinte tekst in de binnenzak. Na afloop krijgt iedereen één bitterbal.

U kunt later zeggen: ik was erbij, toen de Volkskrant zijn eerste stap in de toekomst zette.

Willem Vissers: Samuel

Samuel kan niet praten, maar toch. Een jaar lang schreef ik een wekelijkse kroniek over onze meervoudig beperkte zoon van 16 jaar, en wat hebben wij thuis in retrospectief veel geleerd van het avontuur. Ook door reacties van lezers. Ze waren zo liefdevol, ze leefden intens mee met een jongetje dat ze helemaal niet kennen. Ze aaiden hem over de bol als ze hem toevallig tegenkwamen.

Onder de mensen leeft veel meer liefde dan haat, denken wij. De haat staat vaak in de krant, die is op tv. De liefde houdt zich stilletjes op in de binnenwereld, die suddert onder de oppervlakte en schreeuwt om aandacht.

Wie met Samuel optrekt, leest in zijn ogen de voortdurende hulpvraag. Wie Samuel koestert, is even genezen van plucheplakkers als Eurlings of fratsen van rapper Boef. Wie hem een handje geeft, is even verlost van alle overdreven nadruk op akkefietjes die een welvarend land zich permitteert, om het debat te voeden en de verveling te verdrijven. Elke stap van Samuel is er een op het pad van de relativering. Wij thuis proberen ons vooral iets aan te trekken van zaken die werkelijk van belang zijn. De rimram laten we van ons afglijden.

Samuel kan helemaal niet praten, maar wat heeft hij ons veel verteld afgelopen jaar.

Peter de Waard: Hooligans

Na 1.600 columns weet ik hoe lezers op de kast te jagen. In de economische berichtgeving zijn korte lontjes het best te ontsteken met woorden als Draghi of Griekenland. Woest worden lezers over de stelling dat late zestigers van nu ondanks bevroren pensioenen zeer geprivilegieerd zijn. Hoe durf je? Ze hebben het land opgebouwd, terwijl ze toch pas na de oorlog zijn geboren. Als ze geen eeuwig student waren, zijn ze op z'n vroegst begonnen met werken toen het minimumjeugdloon en de 40-urige werkweek waren ingevoerd en de helft van de werktijd verloren ging aan het draaien van shaggies.

Maar de grootste hooligans onder de lezers, zo heb ik onlangs gemerkt, zijn de Tesla-rijders. Twee maanden geleden noemde ik de Tesla een 'boodschappenwagentje' na berichten over mankementen aan het peperdure vehikel. Ineens waren motorbendes modelburgers en wenste ik in de schoenen van John van den Heuvel te staan. De Tesla-freaks, allemaal mannen, want vrouwen rijden geen boodschappenwagentjes, wilden mij zien bungelen aan een vleeshaak. Vervolgens zou ik worden gevierendeeld en zouden de ledematen dienen als voer voor aasgieren.

Omdat een Tesla-rijder minder goed herkenbaar is dan een Bandido, zou hier een anoniem in de zaal kunnen zitten. Ik kan hem hoogstens om vergiffenis smeken.

De Betrouwbare Mannetjes: Marathon

Tweehonderd woorden. Wat kan een normaal mens, laat staan een columnist, laat staan een die niet Arnon Grunberg heet, daar nou in kwijt? En dan zijn wij ook nog met z'n tweeën. Dus vroegen we of wij er niet allebei tweehonderd mochten. 'Onreglementair', reageerde Willem Vissers. Ionica schreef dat we niet moesten zeuren omdat wij 'welbeschouwd (deelnemer / 2) zijn en dus eigenlijk maar 0,5 x 200 = 100 woorden hadden mogen hebben.' Nico vond ons verzoek 'gelul'. En Philippe leek 42 bijdragen fijn en vreesde dat bij 43 'de mensen weleens zouden kunnen afhaken'. Maar genoeg geklaagd. We hebben nog 104 woorden over. Of preciezer, nog 98.

En die zijn voor het misverstand dat al vier jaar standhoudt: wat wij hier doen is geen marathon. Hooguit een estafette. Waarbij iedere deelnemer tevreden is zolang hij/zij niet degene is die het stokje laat vallen. Mening na mening, anekdote na anekdote. Als het al een marathon is, is het dat voor u. En niemand doet voor zijn lol mee aan een marathon. Het is een wedstrijd tegen jezelf, iets wat achteraf leuk is. We hadden u graag naar de finish geschreeuwd, maar ook dat blijkt onreglementair. Even volhouden dus. Wij zijn sowieso trots op u.

Stephan Sanders: Mobiel

Ik ben niet zo van het mobiele. Een caravan is een mobiel huisje, met een slecht zittende bank die kan worden omgetoverd tot een slecht liggend bed. Ik kwijn nooit weg bij dat vooruitzicht. Die caravan zij me vergeven, maar dat ik ook niet doe aan mobiele telefonie... Dat is in tien jaar tijds van grappig tot exotisch tot excentriek en inmiddels zo goed als staatsgevaarlijk geworden. Wie bijvoorbeeld een rekening wil openen bij ING en geen codes op zijn mobiel kan ontvangen, want geen mobiel, kan maar beter meteen toegeven: Adres: Leger des Heils, de nachtopvang. De technologie heeft ons de smartphone gegeven, en Uber, en altijd een computer op zak, maar ook: mensen die je aan de telefoon krijgt met storm en wind gierend rond hun toestel, of met dertien huilende peuters op de achtergrond 'even bij de crèche', of: 'Prima, gaat prima... Nee, die niet, die mozzarella is van die mevrouw achter me.'

De geluidskwaliteit met al die toegenomen technologie slingert om en nabij het belletje uit Vladivostok.

Mag ik voor 2018 een lans breken voor de landlijn, een bureau, een stoel en rust zodat men iets heel geks kan doen met zo'n telefoon: een ongestoord gesprek voeren.

Sylvia Witteman: Tompoucen

Ik liep de Hema uit en de motregen in, met een grote doos tompoucen, die ik vervolgens zo horizontaal mogelijk in mijn fietstas probeerde onder te brengen. 'Zeg! U bént het toch?', riep een harde stem, die bleek toe te behoren aan een vrouw van het type montessorikleuterjuf op leeftijd. Ik glimlachte aarzelend. De laatste keer dat ik herkend werd, was door een man die dacht dat ik Catherine Keyl was. Zoiets hakt erin.

Maar gelukkig, de kleuterjuf noemde nu wel degelijk hardop mijn naam. Ik zwol van trots - zo kinderachtig ben ik wel - maar het noodlot had andere plannen. 'Nu moet ik u toch even zeggen hoe dat me van u tegenvalt', zei de vrouw. 'U kunt zó goed koken. Gisteren nog heb ik uw heerlijke uiensoep gemaakt, uit uw kookboek. En dan zie ik u hier met zo'n smerige, chemische Hema-taart?'

'Tompoucen', antwoordde ik. Het was geen sterk weerwoord. 'U moet zich toch eigenlijk schamen', besloot de vrouw, terwijl ze verder liep.

Gehoorzaam begon ik me te schamen. Niet om die goeiige tompoucen, maar om de vernedering. Met gloeiende wangen en tranende ogen stond ik daar in de motregen voor de Hema.

Nee, dan was ik nog liever Catherine Keyl geweest.

Johnny Ceres Jr.: Mark Rutte (11)

Meneertje pompie-dom
Eet onbeperkt platina

Met ullie van Unilever
En sullie van Shell

Harkt zo 't dividend
Naar waar niemand je kent

Meneertje pompie-dom
Wenst ons eksterogen

En ingegroeide teennagels
Tot aan de horizon

Want hij van pompie-dom
Weet wie hij belast.

Sheila Sitalsing: Kleine ode

Over de lezer, dat mythische wezen dat in feite deze hele tent betaalt, inclusief mijn honorarium, wist ik lange tijd weinig méér dan wat we uit officiële lezersonderzoeken weten. Dat de lezer vaak een man is. Niet zo piep meer. En dat hij tegen enquêteurs zegt dat hij het superbelangrijk vindt dat zijn krant analyses over geopolitiek publiceert, maar dat hij in de praktijk het meest blijkt te klikken op webstukjes over seks en tieten, en op artikelen die handelen over 'snel rijk worden met bitcoins'.

Totdat ik columns ging tikken voor de krant en de lezer mij begon te schrijven. Verhandelingen van zeven kantjes over omissies, onjuistheden en misvattingen in mijn stukjes want de lezer zet de zaken graag recht.

Complimenten als 'hulde!' want de lezer is enthousiast en genereus.

Verkapte complimenten als 'dit was ver beneden uw gebruikelijke niveau!' want de lezer legt de lat graag hoog.

Zinderende brieven over maatschappelijke misstanden: 'Dáár moet u eens een stukje over schrijven!' want de lezer heeft een groot hart.

Het dierbaarst werd de lezer mij toen ik laatst opschreef dat in 2017 mijn moeder en kort daarna mijn vader zijn overleden. Ik kreeg brieven, kaartjes, mails en heel veel gelukwensen voor 2018.

Want de lezer is lief.

Jasper van Kuijk: Woede en redelijkheid

Vlak voordat ze in Charlottesville werd doodgereden bij een protest tegen neonazi's, schreef Heather Heyer op Facebook: 'If you're not outraged, you're not paying attention.'

Ik let op. Ik houd het nieuws in de gaten, lees verschillende kranten. Maar waarom ben ik dan niet woedend? Verbijsterd, ja. Boos zelfs misschien. Maar woedend?

Terwijl er in 2017 genoeg was om woedend over te zijn. Bedrijfswinsten stegen, maar lonen nauwelijks. Het onverholen racisme nam toe en het verholen racisme misschien nog wel meer. 1,4 miljard om Shell en Unilever hier te houden, terwijl de uitstroom van leraren gestopt moet worden met een imagocampagne. Gordon die niet trouwde. Het Nederlands elftal. Gewoon, alles aan het Nederlands elftal.

Dus waarom geen woede? Juist omdát ik, doordat ik geïnformeerd ben, ook de tegenargumenten ken. Dat xenofobie gevoed wordt door onzekerheid over de toekomst. Dat een overheid die mensen pampert, mensen initiatiefloos maakt. Klinkt allemaal redelijk. Redelijk genoeg voor net dat beetje twijfel dat woede smoort. Pro-tabakslobbyisten noemden twijfel hun voornaamste wapen. Zolang er ook maar een beetje twijfel zou zijn over de dodelijkheid van sigaretten, zou er niks veranderen.

Twijfel als wapen. Misschien is dát wel waarop ik in 2017 níét goed genoeg gelet heb.

Harriet Duurvoort: #IQuit

Het was Oprah, destijds als nationale theetante zowel schaduwkoningin, psychotherapeut en spiritueel leider van vrouwelijk Amerika, die de wereld tien jaar geleden op een jonge zwarte politicus wees. Yes we can was geboren. Obama's charmepopulisme van verbroedering, hoop en optimisme veroverde het Witte Huis.

Dat alles leek een verkruimelde herinnering sinds Donald Trump. Tot Oprah tijdens de uitreiking van de Golden Globes dat kleuroverstijgende populisme van het menselijke nieuw leven inblies. Een paar minuten, vonden velen, waarin ze presidentiëler overkwam dan Trump het hele jaar.

Arme Donald. Eerst Fire and Fury, nu weer Oprah. Voorspelling: in 2018 gooit hij zelf de handdoek in de ring. Waarom is hij niet lekker aan het golfen, eigenlijk? Het was even leuk, president, om maar eens weer te bewijzen dat hij The Donald was, hell yeah, maar nu niet meer. Een baan, je aan iets of iemand moeten verantwoorden, dat is eigenlijk niets voor hem. Iedereen zeikt hem altijd maar af. In zijn eigen toko's was hij tenminste de enige die dat mocht doen.

Hij maakt het wereldkundig, hoe anders, in een tweet. 'The haters, the backstabbers and the dumbass fake news media will be pleased: #IQUIT!! If y'all want Oprah, fine. WHATEVER!'

René Cuperus: Politieke fragmentatiebom

Ik maak me zorgen over de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen. Erger nog dan de landelijke verkiezingen laten die zien dat Nederland uit elkaar aan het spatten is. Elke sociale groep, elke etniciteit, elke lifestyle zijn eigen partij. Alsof er een identiteitspolitieke fragmentatiebom is ontploft. Is dat echt wat we willen?

De PVV in Amsterdam-Noord. Denk in Amsterdam-West. VVD en D66 in de grachtengordel en Sylvana Simons de koningin van Amsterdam-Zuidoost.

Grimmiger nog ziet het eruit bij de Slag om Rotterdam. Ooit bakermat van de sociaal-democratie, is dat nu het slagveld geworden van migrantenpartijen tegenover anti-migratiepartijen. Denk en Nida versus Leefbaar, PVV en Forum voor Democratie. De lange arm van Erdogan tegen de lange arm van Trump. Totale versplintering. Hoe brouwen we daar weer één stad van? Een wij-samenleving, zoals burgemeester Aboutaleb dat noemt. Je zult maar in zijn schoenen staan.

Als ik al die narcistische, op eigen groepsbelang gerichte partijen in de grote steden zie, krijg ik steeds meer respect voor de lokale partijen uit de rest van Nederland. Stadspartij Heerlen. Samen voor Pekela. Gemeentebelang Schoonhoven. Liever partijen die zich inzetten voor stad of dorp als geheel, dan partijen die niet verder wensen te kijken dan hun eigen kleur, smaak of vooroordeel.

Foto Jan Rothuizen

Toine Heijmans: Nieuwe vriend

Dit wordt het jaar van mijn vader en zijn nieuwe vriend. Ze kennen elkaar al langer. Samen zitten ze in mijn vaders stoel. De stoel waar niemand anders in mag zitten.

Het is geen gemakkelijk gezicht.

Mijn vader is volwassen. Ik draag mijn vaders naam. En nu heeft hij een nieuwe vriend om hem te leiden. Ze omstrengelen elkaar, bijna tot stikkens toe.

Mijn vaders nieuwe vriend is oud en Duits. Hij heet Alois, een naam als een syndroom. In zijn hoofd steken kleine ogen. Onstuimig kapsel in een neurofibrillaire kluwen. Op zijn neus glimt een pince-nez, zo'n knijpbril met een gouden kettinkje eraan.

Mijn vaders vriend heeft spatjes, dat is nu wel duidelijk. Stel nooit vertrouwen in mannen die een knijpbril dragen. Die zijn erg bezig met zichzelf.

Het ziet er al met al naar uit dat ik ze op termijn naar het altaar moet begeleiden.

Ik weet wie u bent, zeg ik tegen mijn vaders nieuwe vriend. Ik heb u elders aan het werk gezien.

Dr. Alois kijkt me loom aan.

Ik weet wat u komt doen, zeg ik. Ik ben op de hoogte van uw modus operandi. Maakt u zich vooral geen illusies.

Jij, zegt dr. Alzheimer. Jij hebt geen idee.

Arthur van Amerongen: Bacalhau

Ik voel mij vanmiddag een beetje als stand-upcomedian Lenny Bruce in de jaren zestig. Tijdens optredens zat de FBI klaar om hem te arresteren zodra hij shit, piss, fuck, cunt, cocksucker, motherfucker en tits zei.

In mijn columns schuw ik schuttingtaal niet, maar de vieze woordjes zijn altijd functioneel. Soms moet ik wel zwaar geschut inzetten om mijn machteloze woede over de totale zinloosheid van het bestaan uit te drukken.

En wat mijn obsessie met de stoelgang betreft: ik kom van de Veluwe. Daar praat men bij voorkeur tijdens de warme maaltijd over poep, als metafoor voor de vergankelijkheid.

Maarten Luther zei het al: de mens is slechts een arme, zondige zak vol maden. Op mijn nachtkastje ligt echter geen bijbel, maar Gerrit Komrijs Kakafonie. De encyclopedie van de stront. Dat zijn herinnering tot een zegen mag zijn, want op Gerrits advies verhuisde ik van Zuid-Amerika naar de Algarve.

Liever had ik hier woordenloos met mijn hondjes opgetreden, maar die verafschuwen 020. Toch heb ik een beestje meegenomen. Op Valentijnsdag schenken Portugezen elkaar een moot bacalhau, als symbool van eeuwige trouw.

Romantisch als ik ben, overhandig ik deze stokvis daarom aan mijn geliefde hoofdredacteur. Hang hem boven je bureau, chef. Dan denk je altoos aan je nederige letterknecht in het rectum van Europa.

Joost Zaat: Geheimen beschermen

Ooit was de taak van dokters vooral het genezen van mensen. Dat is allang niet meer mijn enige taak. Zo kreeg ik eind vorig jaar van mijn beroepsorganisatie een e-mail over de invoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, de nieuwe privacywet die op 25 mei ingaat. Ik moet patiëntengegevens nog beter beschermen. De wet is vooral bedoeld om mij 'te stimuleren gericht beleid te maken op het gebruik en de verwerking van persoonsgegevens'. Ik vind dat 'beleid maken' altijd zo'n gedoe, maar ik probeerde te snappen wat ik moet doen. Zo moet ik verwerkersovereenkomsten maken, een verwerkingsregister bijhouden, een Data Protection Impact Assessment uitvoeren, een functionaris gegevensbescherming aanstellen en een privacyverklaring publiceren. Vooral die nieuwe functionaris zit me dwars, want in mijn praktijk zal ik dat wel moeten doen en volgens de Autoriteit Persoonsgegevens moet ik daarvoor dan snel grondige kennis van de Nederlandse en Europese privacywetgeving verwerven.

Intussen gaat de AIVD straks misschien in mijn dossiers snuffelen als ze op zoek zijn naar een terrorist met een scheel oog. Want volgens een grote Kamermeerderheid spelen artsen, in tegenstelling tot advocaten en journalisten, 'geen rol in belangrijke aspecten van onze democratische rechtsstaat'. Als functionaris met nog beperkte kennis ga ik daarom op de eerste lentedag tegenstemmen bij Lubachs referendum.

Erdal Balci: Groene ogen

Ik heb mijn vader nooit horen klagen over de kleur van mijn ogen. Maar moeder liet geen kans onbenut: 'Jij met je groene ogen. Straks veroorzaak je nog een echte ramp met die blik van je.' Want waar ik ben geboren, betekent groen oogpigment het boze oog dat dood en verderf brengt.

Ik heb al die tijd zo mijn best gedaan niemand te benijden. Want als ik met mijn groene ogen jaloers naar iemand zou kijken, was het snel met hem gedaan.

Eens vroeg ik mijn vader wat de doodsoorzaak van zijn piepjonge broertje was geweest. Hij aaide over mijn bol en zei: 'Lieve zoon, een buurman had net als jij ook groene ogen, die heeft een keer jaloers naar mijn mooie broertje gekeken. De volgende dag was de arme jongen dood.'

Toen begreep ik waarom vader geen halszaak maakte van mijn groene ogen. Ik was een geschenk van God voor hem. Mijn groene ogen waren zijn hoop op de ultieme wraak op al zijn vijanden.

Vader heb ik teleurgesteld. Maar een nieuw jaar betekent nieuwe kansen. 2018 wordt het jaar van de verhoogde activiteit van mijn groene ogen. Ik heb een blik als de zweep van de demonen. Wacht maar, vuile tirannen, walgelijke potentaten.

Bard van de Weijer: Siri

Ik heb het uitgemaakt met Siri, de elektronische spraakhulp van Apple, omdat ze zich steeds bemoeit met zaken waarmee ze niks te maken heeft.

Laatst ook weer. Misschien was de conversatie met mijn vriendin op luidere toon dan normaal, maar om ons te onderbreken met: 'Hé Bard, dit heb ik op het web gevonden over huiselijk geweld', gaat me te ver. Kort daarvoor zette ze een aflevering van Dit was het nieuws stop, omdat er iets werd gezegd dat leek op 'Hé Siri'. Ik weet heus wel dat ik slis. Maar daarmee ben ik nog geen Jan Jaap van der Wal.

Als ze nou nog eens iets zinnigs zei. Maar Siri komt steevast aankakken met Wikipedia-weetjes en andere cognitieve prullaria.

Het is gaaf dat kunstmatige intelligentie zichzelf kan leren schaken in vier uur. Op afroep je foto's uit Thailand presenteert. Het licht dimt als de film begint. Allemaal super wow en de toekomst enzo. Maar in de praktijk heb je er niks aan. Daarom heb ik Siri in slaap gebracht. Kort voor ik haar levensschuifje naar links veegde, zei ik dat ze zich mag melden zodra ze slimmer is dan de president van Amerika.

Waarop ze nog net kon uitbrengen: 'Bard, dit heb ik op het web gevonden over Oprah Winfrey.'

Eva Hoeke: Zaterdag-moment

Toen ik drie jaar geleden aan deze column begon, werd mij verteld over het zaterdagochtendmoment, het moment dat Volkskrant-lezers het Volkskrant Magazine lezen. Dat moment werd omschreven als 'een feestje aan de keukentafel', waarbij ik voortaan de slingers mocht ophangen.

En wie zijn de gasten? vroeg ik nog.

Nou, haha, daar zou ik snel genoeg achter komen.

Dat klopte. U blijkt zelf namelijk ook te kunnen schrijven, het beantwoorden van die mails is mijn zondagmomentje geworden. U stuurde lieve brieven, liefdesbrieven, verbeterbrieven, scheldbrieven én brieven met aannames.

U denkt dat ik van katten houd.

Dat ik graag wandel.

Dat ik dagelijks in het café zit en dat ik gedichten lees.

Andersom heb ik nu ook een mooi beeld van u.

De Volkskrant Magazine-lezer zegt dat je een ui onder je kussen moet leggen als je verkouden bent, heeft ook kindertjes die in bad poepen, houdt niet van vrijgezellenfeesten en geeft ongevraagd relatieadvies: 'Rookt de Man nog steeds? Wegwezen!'

Volkskrant Magazine-lezers zijn vrouwen die van Bowie houden, stelletjes die kissebissen, moeders die hun dochters missen.

Maar boven alles zijn ze ontwapenend eerlijk.

Vorig jaar greep een Volkskrant Magazine-lezeres me in de pauze bij de arm en zei: 'Even zeggen dat ik je echt gewéldig vind. Dank, Sylvia.'

Margriet Oostveen: De onbekende Nederlander

Bekende Nederlanders mijd ik in mijn verslaggeverscolumn graag. Dat doe ik al jaren, maar opeens schrijven lezers zelf ook dat ze weleens in die stukjes willen.

Sommigen blijven roerend bescheiden: 'Als columnist heb jij waarschijnlijk een 'haakje' nodig. Dat zie ik bij mezelf eigenlijk niet zo.'

Anderen schrijven genereus: 'Bij dezen ben je uitgenodigd om mijn leven van alledag mee te maken. Met alles wat erbij hoort!'

Onmiskenbaar krijgt de onbekende Nederlander nieuw elan. Bekendheid ís vaak ook stomvervelend. Je moet aandacht rond jezelf genereren: een vervelende gewoonte. Veel bekende Nederlanders zijn te luid. Net als de zogenaamde gewóne Nederlander trouwens, niet te verwarren met de onbekende Nederlander.

We hebben nu meer bekende én gewone Nederlanders dan ooit. Maar één ding veranderde: ze zijn zelden nog bekend bij iederéén. Niet zoals vroeger. Kende u Famke Louise al?

De bekende en de gewone Nederlander verzuilden als laatsten: iedere bubbel zijn eigen exemplaren.

Alleen een beetje menselijkheid blijft nog universeel. Ook tv- en radioprogramma's ontdekken nu dus onbekende mensen.

Heel verstandig. Sinds alleen bekendheid al genoeg is om president van Amerika te worden, moeten we ons sowieso afvragen wie we aandacht gunnen: leve de onbekende Nederlander!

Paul Onkenhout: Viral

Even voor Kerstmis schreef ik een column over Voetbal Inside, het tv-programma met René van der Gijp en Johan Derksen. Ze hadden het weer eens over homo's gehad. Dat was lachen, natuurlijk. Het woord vaselinepot was gevallen en een paar activisten riepen op tot een adverteerdersboycot.

Deze column, 'De vaselinepot' getiteld, ging viral. Het werd online het best gelezen stuk van de week. Sterker, het werd op Twitter gedeeld door Halina Reijn.

De euforie duurde niet lang. Lezers gingen mij mailen.

Alleen al op Eerste Kerstdag, nota bene mijn verjaardag, kreeg ik 29 mails. Het werden er in totaal 61, van 59 mannen en 2 vrouwen.

Vijf mensen lieten weten dat er een knop op de tv zit. Veertig mensen vonden mij een 'ongelooflijk bekrompen en zielig figuur', een 'azijnzeiker', adviseerden mij eens langs te gaan bij een 'ggz-instantie', bevonden mij schuldig aan 'elitaire morele masturbatie' en beschuldigden mij ervan te leven in het 'Amsterdamse gutmenschenreservaat'. Eén man volstond met 'Krijg de tyfus gap'.

Wat ik maar wil zeggen: het lijkt wel leuk en aardig, een bestaan als columnist, maar wat de mensen niet weten, is dat je grote kans loopt te worden uitgekafferd door wildvreemden zelfs op je verjaardag.

Foto Bas van der Schot

Peter Middendorp: Nieuw begin

Laatst las ik dat Oudjaar nog helemaal niet zo lang als het einde van het jaar geldt, en Nieuwjaar dus ook nog niet zo lang als het nieuwe begin. Nog maar tweehonderd jaar is dat het geval, toen iemand besloot dat het voorjaar niet langer als nieuw begin mocht gelden, en de eer voortaan te beurt zou vallen aan de donkerste dagen van december.

Het is vast weer een onbedoeld gevolg van het christendom, daar gaat het niet om, maar Kerst en Nieuwjaar, dat hele, onterechte 'eindejaarsgevoel' diept ondertussen wel jaarlijks een kloof uit in de tijd van Nieuwjaar tot Pasen, waar je niets aan hebt. Even sta je met z'n allen stil, waarna een afgrond volgt, het lege niets, een soort puberteit eigenlijk, geslachtsrijp maar nog lang niet aan de beurt.

Ik denk aan mensen zoals ik, die in de eerste week van januari alweer een eerste minizakje chips hebben gegeten, een eerste sigaretje hebben gerookt, het eerste hardloopje vanwege aanhoudende regen hebben uitgesteld. Pasen moet je hebben, als de zon terugkeert, de blaadjes en de vogels. Dat is een nieuw begin. Dit, ik weet niet wat het is, maar een nieuw begin is het niet. Het lijkt er niet eens op.

Heleen Mees: Het stabiele genie Trump

Pochte Donald Trump in 2016 nog over de grootte van zijn genitaliën, dit jaar pronkt hij met de omvang van zijn nucleaire knop. Tegelijkertijd probeert hij, nu er vraagtekens worden geplaatst bij zijn mentale geschiktheid voor het Witte Huis, de wereld ervan te overtuigen dat hij een 'zeer stabiel genie' is.

Is het eerste jaar Trump u meegevallen? Mij niet. Hoewel Trump weinig nieuwe wetten op zijn naam heeft kunnen schrijven, is hij erg succesvol geweest in het terugdraaien van bestaande regels. Zo zegde hij de Amerikaanse deelname aan het klimaatakkoord van Parijs op en heeft hij allerhande regels voor het toezicht op financiële instellingen teruggedraaid.

De ene wet die wel door het Amerikaanse Congres is geloodst, betreft een grootscheepse belastingverlaging voor de allerrijksten en legt de bijl aan de wortel van het Amerikaanse zorgstelsel, Obamacare, doordat de verzekeringsplicht is komen te vervallen.

Wat me wel is meegevallen, is dat alle geledingen van de Amerikaanse samenleving, waaronder de rechtbanken, de media en niet te vergeten de kiezers, energiek in verzet zijn gekomen. Hoewel de instituties kraken in hun voegen en een nucleaire oorlog met Noord-Korea allesbehalve uitgesloten is, is Amerika is nog niet verloren.

Martin Sommer: Niet klagen maar dragen

Van drie kanten werd mij in de krant te verstaan gegeven dat ik optimistisch moet zijn. Ik moest denken aan tien jaar terug, toen ik kennismaakte met een optimist in de politiek. Dat was Jacques Tichelaar, fractievoorzitter van de PvdA, die na een hartaanval vertrok. Hij gaf een interview aan de Volkskrant waarin hij zijn beklag deed over het ondankbare volk. Naar zijn zeggen trok de bevolking in colonnes caravans naar het zuiden, en dat driemaal per jaar, en dan onderwijl maar zeuren over de toestand van het land. Toen ik dat las, wist ik dat de PvdA ooit met 9 zetels zou eindigen.

Optimisten zijn mensen die vinden dat anderen niet moeten zeuren. Het zit immers tussen de oren. Ook het negatieve nieuws. Het gaat immers fantastisch. Maar wat optimisten klagen noemen, heet in werkelijkheid democratie. Wie aan de macht is, vindt dat het fantastisch gaat. Wie niet aan de macht is, klaagt zich een ongeluk. Als het goed is, wisselen ze elkaar af. Maar de optimisten van tegenwoordig vinden dat niks. Zij vinden dat er maar één weg is. De juiste. Wie anders denkt, is een pessimist. Ik zeg: hoed u voor optimisten, en vooral voor optimisten in de politiek.

Jean-Pierre Geelen: Liefdesmagneet

Thierry Baudet vertelde in ons Magazine over zijn roman. Die was 'heel geslaagd'. Omdat het niemand anders was opgevallen, zei hij: 'Het boek is van een diepzinnigheid en een ernst die bijna niet wordt geëvenaard in Nederland.'

Marianne Zwagerman, vertegenwoordiger in verontwaardiging, stond in een serie over mannen en vrouwen. Ze zei: 'Ik had natuurlijk veel eerder gevraagd moeten worden. Ik zag veel vrouwen voorbijkomen met een grote bek, van wie ik dacht: wat heb jij nou in godsnaam gepresteerd?'

'Ik moet de mannen van me afslaan', stelde de 'liefdesmagneet'. 'Topsporters, dj's, jonge jongens, het komt vanzelf naar me toe.'

Ik heb, als beste columnist van Nederland, geniale gedachten over deze trend. Raar dat ik er niet veel eerder naar ben gevraagd, want ze zijn van een ongeëvenaarde ernst. Ik had vlammende zinnen over die enge tijd waarin je complimenten nog moest overlaten aan anderen. Toen die verdomde bescheidenheid alleen maar de gezonde zelfoverschatting in de weg zat.

Ik zou er graag over uitweiden. Maar helaas: ik moet gaan. Ik heb een date, met Eva Jinek. Ze kwam vanzelf naar me toe. Vraagt u mij, liefdesmagneet, later gerust het hemd van mijn goddelijke lijf; ik zal u belonen met mijn eigendunk.

Jonathan van het Reve: Neuken

Mijn zoon roept de hele dag 'neuken!'. Hij kijkt ons dan streng aan en wijst omhoog. 'Néúken!' Hij is anderhalf, dat moet ik er even bij zeggen. En op zichzelf begrijp ik best dat hij een broertje wil. Maar welke gek heeft mijn peuter verteld hoe dat allemaal werkt? Wat voor zieke figuren werken er op die crèche? Ik stond op het punt om zijn juf te bellen, toen ik zag dat hij steeds uit het raam wees. 'Neuken!' Ik keek naar buiten.

'Bedoel je wólken?'

'Ja.'

Nu zijn de rollen omgedraaid, en ben ik bang dat de crèche straks míj belt. Hij spreekt wel meer woorden verkeerd uit, maar het zijn preutse tijden; een uithuisplaatsing zit in een klein hoekje.

Er is een drankenfabrikant die inspeelt op de huidige preutsheid en deirrationele schok die het woord neuken teweegbrengt. Ze noemden hun likeur 'Neuken', inclusief een reeks scabreuze inkoppertjes. 'Ik wil Neuken na de seks', hihi, haha, etcetera. De Reclame Code Commissie hapt, dat haalt het nieuws, en columnisten schrijven braaf op hoe tuttig ze dat vinden. Dat krijg je ervan. Een ander gevolg is dat ze op de crèche nu denken dat mijn zoon steeds om alcohol vraagt.

Foto Stefan Verwey
Meer over