De Chinezen komen

Deze week speelt het Shanghai Symphony Orchestra voor het eerst in Nederland. Het is volgens velen nog altijd het beste orkest in China, waar elk jaar minstens één symfonieorkest wordt opgericht.

Echo's van de exploderende orkestsector in China klinken begin januari aan de Middle Fuxing Road in Shanghai. Zondag of niet, hier wordt bouwstof gezogen, blank hout getimmerd en marmer gepolijst. Over twee maanden wordt de Shanghai Symphony Hall opgeleverd. Een grote zaal en een kamermuziekzaal: ze staan op trillingsvrije fundering en ook de akoestiek komt uit een meesterbrein.


Het muzikale handwerk wordt vanaf september geleverd door het Shanghai Symphony Orchestra. Dat is het oudste en volgens sommigen beste symfonieorkest van China. Met enige creatieve rekenarij reiken de wortels tot in 1879. Toch maken de Shanghainezen pas nu hun Nederlandse debuut. Donderdag spelen ze in Eindhoven, volgende week in het Concertgebouw in Amsterdam.


Dan kan de Nederlandse muziekliefhebber eindelijk weer eens peilen hoe het er met het orkestspel in China voorstaat. Sinds het Amsterdamse optreden van het Guangzhou Symphony Orchestra in 2003 - beleefde recensies - hebben de ontwikkelingen niet stilgestaan. Jaarlijks wordt in China minstens een nieuw symfonieorkest opgericht. Concertzalen en operahuizen schieten de grond uit. Onderwijs, verslaggeving, bezoekersaantallen: alles aan de klassieke muziek bloeit.


Dat beeld schetst tenminste de Shanghaise muziekjournalist Rudolph Tang., die over de booming classical music business publiceert in internationale periodieken als Musical America en Gramophone. In Shanghai levert hij kopij aan drie kranten.


Tang heeft het aantal professionele symfonieorkesten in China geturfd. Als hij strenge criteria hanteert - een orkest vult een seizoen van ten minste dertig weken en wordt geleid door een vaste dirigent - komt hij uit op 57. 'En dan tel ik Hongkong om historische redenen niet mee.'


Alleen al dirigent Long Yu heeft drie orkesten onder zijn beheer. Deze 'Karajan van China' flitst heen en weer tussen de topgezelschappen van zijn land: het Shanghai Symphony Orchestra, het Guangzhou Symphony Orchestra en het China Philharmonic Orchestra in Peking. Daarnaast is hij de gevierde directeur van muziekfestivals in Peking en Shanghai. Dankzij Long kregen opera's als L'Orfeo van Monteverdi en Wagners Parsifal hun Chinese première.


Tijdens een repetitie bij het Shanghai Symphony Orchestra balanceert Long (49) voortdurend op een been, alsof hij alweer op weg moet naar de volgende klus. In de pauze zijn een peuk en een mobiel zijn kameraden.


'Ik ben een doener', bevestigt de dirigent, die toewerkt naar een optreden waarvoor de Haitinks en Abbado's feestelijk zouden bedanken. Besloten nieuwjaarsconcert van de Shanghai Pudong Development Bank: met stalen gezicht leidt Long zijn orkest langs de glibberige klippen van het bedrijfslied The Sunshine of Finance. Even manmoedig jaagt hij zijn troepen door de communistische Ode aan de rode vlag. Als het programma eindelijk toekomt aan het Vioolconcert van Tsjaikovski, kampt solist Ray Chen met kletsend bankvolk en flitsende mobieltjes.


De symfonische cultuur in China komt van ver. Toen de Italiaan Mario Paci in 1919 de Shanghai Municipal Band omvormde tot een orkest naar westerse snit, had hij de primeur. In de smeltkroes aan de Huang Pu-rivier rekruteerde hij geëmigreerde West-Europeanen, gevluchte Wit-Russen en later ook Joden.


De Chinezen zelf hadden aanvankelijk weinig op met Beethoven en Brahms. De romantische orkeststijl bleek echter een ideaal vehikel voor het communistische strijdlied. Ook het beeld van collectieve actie sprak aan. Een terugslag volgde tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976), toen klassieke muziek gold als volksvijandig.


Nadat China zich in de jaren tachtig weer had opengesteld voor de wereld, studeerde Long Yu aan de Hochschule für Musik in Berlijn. 'Ik kreeg lang haar en genoot van de vrijheid, maar keerde in de jaren negentig terug om te bouwen aan de klassieke toekomst van mijn land.'


Voor dat nuttige werk krijgt hij van Tang alle lof, maar die plaatst ook een kanttekening. 'Long kan het alleen verrichten dankzij hoge connecties in de politiek.' 'In Shanghai val ik inderdaad onder het stadsbestuur', riposteert de dirigent. 'Maar dat heeft geen invloed op mijn artistieke keuzen. Sterker nog: we hebben net een hervorming doorgevoerd die het management van mijn orkest nóg zelfstandiger maakt.'


Guillaume Molko kan het bevestigen. De Franse dertiger studeerde viool in New York en kwam via Hongkong, Shenzhen en Guangzhou terecht in Shanghai. Sinds september werkt hij als concertmeester bij het Shanghai Symphony Orchestra. Aan hem de taak om de strijkersgroep een warmer, Europeser geluid geven.


Molko kent het westerse voorbehoud bij Chinese orkesten. Die zouden geobsedeerd zijn door het grote romantische werk en zich niet te zeer verliezen in finesses van traditie en stijl. Molko's ervaring: alleen de beste orkesten beheersen het volledige repertoire. Een lichtvoetige Mozart in Shenzhen wordt lastig. Hoe dieper je in de provincie komt, hoe schaarser de goede blazers. 'En om moderne muziek lopen ze liever heen.'


Bovendien spuwen de Chinese opleidingen aan de lopende band virtuozen uit die allemaal Lang Lang of Janine Jansen willen worden. Samen met het Shanghaise conservatorium en de New York Philharmonic heeft Molko's orkest daarom een academie opgericht die deze solisten moet omsmeden tot teamspelers.


Het is een achterhaalde discussie, vindt verslaggever Tang. Bij de beste Chinese orkesten vormen musici namelijk allang niet meer het probleem. 'Het kaliber van de Chinese dirigenten is de struikelblok. De overheid houdt westerlingen weg van cruciale functies.'


Slechts één van de 57 Chinese orkesten heeft een niet-Chinese chef: de Duitser Christian Ehwald in Shenzhen. De oude Franse rot Michel Plasson is in Peking weliswaar orkestleider van het China National Symphony Orchestra, maar hij werkt onder Chinese supervisie. Zonde, zegt Tang. 'Als Plasson dirigeert, hoor je een compleet ander orkest. Met gastdirigenten zal China de kloof met de westerse top niet dichten.'


Een toekomstige Chinese supermaestro sluit hij niet uit. Tang noemt Lü Jia, de man die laatst in Peking bij het Concertgebouworkest de zieke Mariss Jansons verving. Hij tipt Yu Lu, de knaap die in Amsterdam bij dezelfde Jansons een openbare masterclass heeft gevolgd. Hij prijst Yang Yang, het talent dat in de metropool Hangzhou sinds 2009 een nieuwe Philharmonie leidt.


Het orkest van Guangzhou mogen we links laten liggen, nu Long Yu zijn werk daar steeds vaker uitbesteedt aan assistenten. Maar Tianjin is volgens Tang de omweg waard. De satellietstad van Peking, 10 miljoen inwoners groot, heeft in 2012 een operahuis geopend en scoorde meteen met de Chinese première van Stravinsky's Oedipus Rex.


Als Guillaume Molko, de Franse concertmeester, zijn Europese en Amerikaanse vrienden spreekt, hoort hij steevast sombere verhalen. 'Orkesten verdwijnen of er wordt op beknibbeld. Hier is iedereen optimistisch en blij.'


Moeten we vrezen dat de Chinezen de sector overnemen? Molko trekt een vies gezicht. 'Die behoefte hebben ze helemaal niet. Net als wij willen ze genieten van de goede dingen des levens. Maar dat het orkestlandschap er over twintig jaar anders uitziet, is evident.'


De Nederlandse connectie


In 1918 zette de Italiaanse pianist en dirigent Mario Paci voet aan wal in Shanghai. Hij arriveerde vanuit Batavia, de hoofdstad van Nederlands-Indië, in het gezelschap van zijn zwangere vrouw, de Nederlandse pianiste Sara Hillen. Paci vormde de Shanghai Municipal Band om tot een symfonieorkest naar westers model. Op bezoek bij zijn schoonfamilie in Nederland hield hij en passant audities. Zo verhuisden in de jaren twintig en dertig een handvol Nederlandse musici naar Shanghai.


Een eeuw geleden speelde klassieke muziek in China nog amper een rol. De explosie van de laatste jaren is mede te danken aan de volharding van vier pioniers:


Xiao Youmei


1884-1940


Muziekpedagoog, studeerde in Tokio, Leipzig en Berlijn. Richtte in 1927 in Shanghai het eerste conservatorium van China op. Kon voor zijn docenten mede putten uit Europeanen die hun continent waren ontvlucht.


He Lüting


1903-1999


Componist, schreef vooral liederen en filmmuziek. Werd directeur van het Shanghaise conservatorium. Gaf geen krimp toen hij tijdens de Culturele Revolutie, live op tv, hardhandig werd ondervraagd over zijn vermeende verraad aan het proletariaat.


Li Delun


1917-2001


Dirigent, studeerde in Moskou. Leidde in Yan'an het eerste symfonieorkest onder auspiciën van Mao's communistische partij. Figureert in de documentaire From Mao to Mozart, waarin de Amerikaanse violist Isaac Stern in 1979 klassiek China verkent.


Tan Shuzhen


1907-2002


Violist, in 1927 de eerste Chinees in het symfonieorkest van Shanghai. Werd tijdens de Culturele Revolutie veertien maanden opgeborgen in een trapkast van het conservatorium. Deed over die marteling aangrijpend verslag in de documentaire From Mao to Mozart.


Vier klassieke pioniers


Hua, Tsjaikovski, Moessorgski. Shanghai Symphony Orchestra o.l.v. Long Yu, m.m.v. Ray Chen (viool). 16/1 in het Muziekgebouw, Eindhoven. 22/1 in het Concertgebouw, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden