DE CHINESE MUUR

Hoe komt dat de Chinese Muur er zo nieuw uitziet? 'Van de muur in Badaling zijn vrijwel alleen nog de fundamenten over', zegt de Brit William Lindesay, die een boek over de Muur heeft geschreven....

Al duurt je verblijf in Peking nog zo kort, de Chinese Muur, die moet je gezien hebben. Op het nieuwe vliegveld van Peking staart dit nationale symbool je al als mega-muurschildering aan. Een bezoek aan de muur is in negen van de tien gevallen een bezoek aan Badaling.

Dagelijks worden daar duizenden toeristen uit binnen- en buitenland afgeleverd, na een ritje van nog geen uur over een achtbaanssnelweg. Per kabelbaan laten ze zich naar het wereldwonder hijsen. Ze beklimmen de trappen, bezoeken de wachttorens, kijken hun ogen uit op muur en landschap, laven zich in de aanpalende uitspanningen, en met foto's en verhalen komen ze als muurkenners thuis.

Maar hoe komt het dat alles er zo nieuw uitziet? 'Van de muur in Badaling zijn vrijwel alleen nog de fundamenten over', zegt de Brit William Lindesay. 'De rest is nieuwbouw. Je voelt er de geschiedenis niet meer. Pas na een paar honderd meter vind je een steen zonder iemands naam erop gekrast.'

Lindesay (46) kent de muur als weinig anderen: hij heeft het tracé van oost naar west hardlopend afgelegd, en hij heeft zijn leven in dienst gesteld van een haast onmogelijk project: het redden van de muur en het landschap aan weerszijden. Redden waarvan? Van de verwoesting door niets ontziende toeristen en projectontwikkelaars.

Lindesay over de muur - dat is lyriek in superlatieven. 'De grootste culturele schat van de wereld, 's werelds grootste museum, maar zonder curator, het grootste bouwproject van de geschiedenis. Nooit is er zo zwaar bouwmateriaal met zo veel inspanning naar zo ontoegankelijk terrein vervoerd. Geen enkel ander werk heeft zo veel mensen, zo veel materiaal, zo veel geld, zo veel tijd gevergd.' Een cliché-superlatief is uit Lindesays mond echter niet te vernemen: dat de muur het enige mensenwerk zou zijn dat zichtbaar is vanaf de maan. Dat sprookje werd al verteld lang voordat de eerste mens op de maan was geland.

De Chinezen noemen hun muur changcheng, lange muur. Eigenlijk moet je spreken van Chinese Muren, legt Lindesay uit. Rond 550 voor Christus begon in Noord-China de bouw van een eerste aarden wal. Daarna kwamen er diverse 'lange muren' bij. Ze moesten de boerenmaatschappij beschermen tegen nomadeninvallen vanuit de Mongolische steppen en Mantsjoerije.

In de derde eeuw voor Christus werden onder de Qin-dynastie de wallen verbonden en uitgebouwd tot een murensysteem ter verdediging van de nieuwe eenheidsstaat. Latere dynastieën bouwden er muren bij. Defensief nut hebben ze echter nooit gehad. De Mongolische veroveraar Djenghis Khan liet er zich in 1213 niet door tegenhouden, en in 1643 liet een Han-generaal het Mantsjoe-leger gewoon door. De muur kon de barbaren niet buiten houden, maar de Chinezen wel binnen.

De muur zoals wij die kennen, is gebouwd onder de Ming-dynastie (1368-1644): een stenen lint met zijarmen, samen 6700 kilometer lang, over de hoogste en scherpste bergkammen en de troostelooste woestijnen, van Jiayuguan in het verre westen tot Shanhaiguan aan de oostelijke zeekust. Vorig jaar is er in de noordwestelijke provincie Xinjiang nog vijfhonderd kilometer bij ontdekt. De muur is opgetrokken uit bak- en natuursteen, waarvan de soort variëert naar het lokaal aanwezige materiaal. Legioenen soldaten uit Zuid-China werden ingezet voor de bouw. Tallozen hebben het niet overleefd. Veel nazaten van de bouwers wonen nog steeds bij de changcheng.

Grote delen van die Ming-muur bestaan niet meer: afgebroken door de tand des tijds en nog meer door mensenhand. Onder de heerschappij van Mao, vooral tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976), ging de muur door voor het symbool van China's feodale verleden. Weg ermee dus. Hij ging dienen als steengroeve voor de bouw van fabrieken, reservoirs, wegen en huizen.

Na de razernij van het Mao-tijdperk werd de muur gerehabiliteerd door Deng Xiaoping. Hier en daar werden boeren zelfs gedwongen hun uit muurstenen gebouwde huizen af te breken en de changcheng met de oude stenen te herbouwen. Maar ook werden stukken opgeblazen om wegen of spoorlijnen door te laten, want geen muur kon China's duizelingwekkende vooruitgang tegenhouden.

De Chinese Muur, bedoeld voor defensie en communicatie, is door de machthebbers wisselend gezien als een symbool van eenheid, als een bewijs van Chinese superioriteit, als een restant van een achterlijk verleden, of juist als China's nationale symbool. Voor het volk was de Muur gewoon een grens, daarna een stenenleverancier en een ruïne, totdat hij een geldverdiener werd.

'De muur is nooit gezien als een grote verworvenheid van de Chinese cultuur', zegt William Lindesay, 'totdat hij ontdekt werd door het toerisme.' Het is nu een van de 27 locaties in China die door de Unesco zijn uitgeroepen tot erfgoed van de wereldcultuur. Ook China zelf heeft zijn voormalige steengroeve gepromoveerd tot cultuurgoed.

Hardloper Lindesay (46) heeft de muur op zijn eigen manier ontdekt. In 1986 kwam hij naar Hongkong met het plan China te doorkruisen via de 2740 kilometer muur van de zee naar het westen, zij- en bijmuren niet inbegrepen. De eerste pogingen faalden.

Hij begon opnieuw in West-China, werd ziek en brak een voetbeentje, kwam het jaar daarop terug, liep 1700 kilometer, werd gearresteerd in een voor buitenlanders verboden gebied, moest het land uit, kwam terug, zette het buiten de verboden zone opnieuw op een lopen en kwam na duizend kilometer bij zee aan. Van oost naar west had hij er 78 dagen over gedaan.

Hij trouwde met een Chinese en begon een boek over de muur te schrijven. Bij zijn bezoeken aan de muur viel het hem op hoeveel afval er op sommige plaatsen lag. 'Mijn vrouw zei me dat de Chinezen niet geven om het milieu, maar alleen om geld. In drie weken heb ik toen de eerste grote schoonmaakcampagne bij de muur georganiseerd. Ik ben nu China's beroemdste buitenlandse vuilnisophaler.'

Inmiddels is Lindesay vier campagnes en drie boeken verder en heeft hij de stichting Verdediging van de Chinese Muur tegen Moderne Aanvallen opgericht. Doelwit van de aanvallen zijn vooral de 670 kilometer muur in het noorden van de immense gemeente Peking. Op zo'n twintig plaatsen, uitgerekend de mooiste plekken, dreigt in totaal 150 kilometer muur tenonder te gaan aan het massatoerisme, winstbejag en een lakse wetgeving.

Lindesay: 'Binnen tweehonderd meter naast de muur mag niet worden gebouwd. Toch staan bij Badaling pal naast de muur ruim honderd restaurants. Niemand is daarvoor ooit ter verantwoording geroepen. Kabelbanen zijn verboden. Er zijn er twee. Voor de Olympische Spelen van 2008 is aan vijftien buitenlandse avant-garde-architecten gevraagd om villa's te ontwerpen in de schaduw van de muur.'

De Badaling Great Wall Development Company, een van de grootste toeristische bedrijven van China, investeert heel weinig in conservering. 'Haar idee van conservering is: het oude nieuw maken. Goed, voor het massatoerisme kunnen pretparken als Badaling nuttig zijn. Maar op andere plaatsen moet alleen eco-toerisme worden ontwikkeld.'

Een muur die kronkelt door een jungle van moderne constructies, dat is de muur niet meer. Centraal in Lindesays visie staat de wallscape: de muur, het omringende landschap, de boerendorpen met huizen van muurstenen. 'Overal staat de wallscape onder druk, want overal grijpen projectontwikkelaars, lagere autoriteiten en de lokale bevolking de kans om geld te verdienen.' Het stuk muur bij het plaatsje Huanghua ('Gele bloem'), zestig kilometer ten noorden van Peking, is majestueus. 'Zeven jaar geleden', zegt Lindesay in de auto op weg naar Huanghua, 'wist bijna niemand van het bestaan van deze ''wilde muur''. Ik heb er een stuk over geschreven voor The Lonely Planet. Ik dacht dat dat geen kwaad kon, maar er kwamen steeds meer bezoekers en prullariaverkopers. Sommige hotels organiseren al uitstapjes naar Huanghua.'

De muur bij Huanghua loopt over een steile helling boven een stuwmeer. Van 'muurschap' is geen sprake meer: aan het meer staat een lelijk hotel, en op dertig meter van de muur een restaurant dat, tot ontzetting van Lindesay, The Lonely Planet heet. 'Mijn laatste boek gaat over de muur bij Peking, maar ik wil het niet publiceren om niet nog meer mensen hiernaartoe te lokken.'

Een boer vraagt toegangsgeld voor een pad dat omhoogkronkelt naar een metalen trap, die vastzit aan de muurwand. De muur heeft hier geen treden: de stenen zijn gebruikt voor de bouw. Op de plaatsen waar ze naar beneden werden gekieperd, zijn de kantelen weggeslagen.

Vergeleken met de muur bij Badaling, Mutanyu of Simatai is het hier nog rustig. Maar aan de voet van de wachttorens zijn bergen afval, en binnenin wordt vuurwerk verkocht. De wanden zijn beschilderd of bekrast door Chinezen ('ik houd van de Chinese Muur') en buitenlanders ('Jimmy was here'). In een nis is een blote vrouw geschilderd, in een andere nis hebben zwervers hun sporen achtergelaten.

Op het hoogste punt van de muur bij Huanghua staat sinds twee jaar een krakkemikkige televisiemast van een lokaal kanaal. In een wachttoren ligt tussen het vuil een steen met een oude inscriptie over het inspectiebezoek van een hoge militair. 'De steen was oorspronkelijk ingemetseld in de muur', zegt Lindesay. 'Er waren er zo'n tweehonderd. Daarvan zijn er nog maar twintig over.'

Onlangs heeft Lindesay in Hongkong een stichting opgericht - in China zelf is dat buitenlanders niet toegestaan - die de stormloop van de nieuwe barbaren wil keren. Projecten zijn er volop. Een studiecentrum voor muurbescherming. Uitbreiding van het bouwverbod tot een kilometer en processen tegen de overtreders. Adoptie van stukken muur. Voorlichtingscentra voor bezoekers. Een website. Miniprojecten voor afvalverzameling en het plaatsen van bordjes om zich beschaafd te gedragen.

Met de huidige wet kan de wallscape nooit worden beschermd. Daarvoor moet de muur, die nu nog slechts een cultural site is, worden uitgeroepen tot natural site. De Unesco heeft laten weten dat het verzoek daartoe van China zelf moet komen. Maar de cultuurbazen hebben al hun handen vol aan de vierhonderd grote archeologische vondsten per jaar en het verdedigen van China's immense kunstschatten tegen rovers en vandalen. En Lindesay heeft de handen vol aan het aanboren van financieringsbronnen voor zijn plannen om de aloude Chinese Muur van de ondergang te redden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden