Reportage Proef met ‘reprimandegesprek’

De cel in? In Twente komt een kind er met een standje van af

Een kindvriendelijke cel. Beeld Marcel van den Bergh

De politie in Twente doet een proef met ‘kindvriendelijke’ aanpak van 12- tot 18-jarigen die een licht vergrijp hebben gepleegd. ‘Meestal weten we zeker: die zien we niet meer terug.’

Ze konden het niet langer aanzien in Borne, die ontroostbare jongen van 14 jaar in de cel van het arrestantencomplex. Verdacht van het stelen van een blikje frisdrank uit de supermarkt. Dat het een kindvriendelijke cel was, twee keer zo groot en fleurig beschilderd met figuren uit games, mocht niet baten. ‘In de uren dat hij vastzat, heeft hij aanhoudend gehuild. Wij dachten: dit willen we echt niet meer. Hoe zou het anders kunnen?’ , vertelt Nicole Olbertz, operationeel expert van de politie Twente.

Olbertz en parketsecretaris Jeannette de Vries van het Openbaar Ministerie bedachten toen een andere, meer kindvriendelijke aanpak. Dit idee leeft volgens hen al jaren onder meer medewerkers van de politie en het Openbaar Ministerie. Begin juli is het politiedistrict Twente begonnen met een drie maanden durende proef met het doel geen minderjarigen meer onnodig in de cel te zetten. Wie voor de eerste keer met de politie in aanraking komt en een relatief licht vergrijp heeft gepleegd – een winkeldiefstal of een vernieling – kan na een telefoontje met de ouders naar huis. Binnen een week hebben ouders en kinderen dan met de politie een zogeheten ‘reprimandegesprek’. Politie-eenheden uit het hele land tonen interesse in de Twentse aanpak.

Neem de vijf meiden van 12 en 13 jaar oud die een kledingrek in de Hema met lijm besmeurden. Grote kans dat ze daarvoor tot negen uur in de cel hadden gezeten als ze hun daad buiten Twente hadden gepleegd.

Nu hebben deze vijf meiden en hun ouders een reprimandegesprek gehad. ‘Waarom hebben jullie dit gedaan, vroegen politiecollega’s hun’, vertelt Olbertz. ‘Zij zijn op strenge toon toegesproken: Zullen jullie dit niet meer doen? Je eerste fout in de puberteit hoeft niet met een verblijf in de cel te worden bestraft.’

Hormonale criminaliteit

‘‘Hormonale criminaliteit’ noemt de jeugdofficier van justitie Carlo Dronkers in deze regio zulke daden’, legt De Vries uit. ‘Een van de meisjes heeft zo’n idee en de anderen durven geen nee te zeggen. Van zulke meiden weten we vrij zeker: die zien we niet meer terug.’

Natuurlijk zijn er onder de 12- tot 18-jarigen die worden aangehouden ook die nog wel de cel in moeten – als ze verdacht worden van een zwaarder vergrijp, met geweld of drugs bijvoorbeeld, of als ze vaker met de politie in aanraking zijn gekomen. ‘Moet je meisjes die voor de eerste keer een lippenstift stelen of een jongen die een blikje cola meeneemt zonder te betalen wel vastzetten’, vroegen Olbertz en De Vries zich af.

Want dat gebeurt dus wel. Tot een paar jaar geleden konden politiemensen nog redelijk op hun gevoel afgaan, vertelt Olbertz. ‘Dan zeiden ze tegen zo’n bibberende aangehouden minderjarige: ‘En nu wil ik je niet nogmaals in zo’n situatie zien, en nu naar huis.’

Vanaf ongeveer vijf jaar geleden kozen politie en Openbaar Ministerie voor de aanpak ‘Niemand weg, zonder overleg.’ Zo konden kinderen maximaal zes uur in de cel belanden in voorlopige hechtenis, voor die gestolen lippenstift of dat blikje cola. ‘Sterker nog: politiemensen moeten minderjarigen naar de cel brengen, dat zijn de regels’, zegt Olbertz. ‘Dat maakt heel veel indruk op kinderen. Ze komen hier in een politieauto het complex ingereden. Er wordt een foto van hen gemaakt en hun vingerafdrukken worden afgenomen. Ze worden gefouilleerd en moeten hun mobiel afgeven. Hun ouders weten nog van niets.’ Na een wetswijziging in maart 2017 werd het maximum van de voorlopige hechtenis verlengd tot negen uur.

7,5 uur vast voor een pak koekjes

Volkskrant-journalist Toine Heijmans schreef in de krant van 26 juni een column over zijn 13-jarige zoon, die 7,5 uur vast zat voor het stelen van een pak koekjes. Die column bracht een discussie over deze praktijk op gang. ‘Die column heeft mij ontroerd, het verbaasde me dat niet eerder ouders zich hadden verzet tegen dit systeem’, zegt Olbertz. ‘Wij waren toen al in de voorbereiding van deze proef. Veel politiemensen kregen buikpijn van het opsluiten van zoveel kinderen.’

De Vries: ‘Ook de arrestantenverzorgers hadden er moeite mee. We zijn vergeten in dit systeem naar de belangen van de kinderen te kijken. We zijn de context kwijtgeraakt.’

‘Het is wel een systeem geworden’, zegt Olbertz. ‘Het risico is dat je alle zaken op dezelfde manier afhandelt, terwijl dat voor sommige zaken niet nodig is. Zo had onlangs een minderjarige met een supermarktmuntje voor winkelkarretjes geprobeerd een kroketje uit de muur te trekken. De eigenaar van de automatiek belde de politie. Door deze proef heeft de politie deze jongen gelukkig niet ingesloten. Anders was dat wel gebeurd.’

Driekwart van de minderjarigen zie je niet terug na de eerste aanhouding. In de nieuwe werkwijze moet de politie de zaken van minderjarigen eruit filteren die kunnen worden afgedaan met een reprimandegesprek, bijvoorbeeld winkeldiefstal en vernieling. De politie ter plaatse belt daarvoor met de hulpofficier van justitie voor overleg. Ook worden de ouders gebeld.

Politie mag weer zelf nadenken

De eerste ouders wier kinderen door deze proef niet naar de cel hoefden, reageerden opgelucht. De reprimande wordt wel ingevoerd in het politiesysteem maar leidt niet tot een strafblad. ‘Het is belangrijk dat de politie in deze proef weer zelf mag nadenken, van wie zie ik hier voor me, wat gaan we doen?, in plaats van een standaardwerkwijze te volgen’, zegt De Vries.

Olbertz herinnert zich nog uit de tijd dat ze hulpofficier was jaren geleden dat ze een situatie moest beoordelen met een bejaarde vrouw die een Libelle had meegenomen uit de supermarkt. ‘Ik heb haar toen netjes weggebracht en gevraagd waarom ze dat had gedaan. Het systeem is opgetuigd met de beste bedoelingen, maar het werkt nu averechts. Sommige politiemensen krijgen tegenwoordig op hun kop als ze niet volgens het protocol handelen en een verdacht kind naar huis stuurden. Toen ik over deze nieuwe aanpak vertelde bij de politieteams, begonnen die spontaan te klappen.’

Jeugdcriminaliteit

De criminaliteit onder 12- tot 18-jarigen daalt in Nederland al sinds 2007. Mogelijk speelt mee dat de samenleving beter is beveiligd, waardoor het moeilijker is een delict te begaan, of dat jongeren meer tijd besteden aan sociale media. Het is bovendien waarschijnlijk dat de geregistreerde criminaliteit sterker afneemt dan de werkelijke criminaliteit: niet alles wordt geregistreerd door de politie.

In 2016 waren ruim 20 duizend minderjarigen verdachte, eenderde minder dan in 2012. Van hen zijn 5.250 verdacht van een winkeldiefstal, 18 procent van het totaal. Andere veelvoorkomende delicten zijn vernieling, verstoring van de openbare orde en mishandeling.

De kans op crimineel gedrag is groter onder vroegtijdige schoolverlaters, in gezinnen met lagere inkomens en onder jongeren die in instellingen wonen. 21 procent van de aangehouden jongeren woont in een van de vier grote steden. Ook in veel andere Europese landen is de jeugdcriminaliteit de afgelopen jaren gedaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.