De Calimero van de goede doelen is geen geldmachine

Polio-patiënte Liliane Brekelmans (75) richtte 25 jaar geleden het Liliane Fonds op. Het startkapitaal was 45 euro. Met argusogen werd ze gevolgd door de grote jongens in de wereld van de charitas....

Jaap Stam

'Ze zag mij met een stok lopen. Ik heb, net als zij, polio gehad. Ze pakte de hare, hief hem omhoog en lachte. Ik dacht: ze moet een goede naaimachine hebben, dan kan ze haar eigen kost verdienen.'

'Ze' is Agnes, toen 15 jaar. Ze woonde in een kindertehuis op Sumatra, Indonesië. Op een versleten naaimachine verstelde ze kleren, zo'n Singer met een slinger. Het ging langzaam, haar misvormde handen zaten in de weg. Als baby was ze weggegeven aan de nonnen. Haar ouders wisten zich geen raad met haar, geld voor een dokter hadden ze niet.

Liliane Brekelmans bezocht in 1976 voor het eerst na 38 jaar haar geboorte-eiland Sumatra. In Agnes zag zij zichzelf. 'Ik weet precies hoe het voelt om aan de kant te staan, terwijl je ernaar hunkert erbij te horen. De manier waarop je wordt bekeken of wordt genegeerd, doet pijn en maakt je verschrikkelijk onzeker.'

De ontmoeting zou verstrekkende gevolgen hebben. Voor Agnes - want die naaimachine kwam er. Voor tienduizenden lotgenoten van Agnes - zij kregen ook een steuntje in de rug. Voor Liliane Brekelmans - haar leven stond sindsdien in het teken van het gehandicapte kind in de Derde Wereld.

Terug in Nederland klopte Liliane aan bij hulporganisaties. Haar man Ignaas kende de weg, hij was fondswerver van Mensen in Nood. 'We vingen overal bot. Ze zeiden: een naaimachientje, we zijn daar gek, wij doen niet aan sinterklaascadeautjes. Eén naaimachine haalt niks uit. Als je een naaischool wil beginnen en je hebt er honderd nodig, kom je maar terug.'

Daarop besloten Liliane en Ignaas te gaan sparen. Familie en vrienden deden algauw mee. Vijfjes, tientjes en een enkel 25-je werden in de spaarpot gestopt. In de kortste keren was het benodigde kapitaal bij elkaar.

Er was geld over, en er kwamen nog steeds bijdragen. Kinderen trokken met Driekoningen langs de deur en schudden hun met zingen verdiende muntjes op de keukentafel van de familie Brekelmans. Om hulp bij het verwerken van de aanvragen hebben de Brekelmansen nooit verlegen gezeten - vrijwilligers genoeg. Hun dijkhuisje in het Brabantse Vlijmen werd van kelder tot nok gebruikt om het verborgen verdriet op te sporen, zoals Liliane het noemt, want in ontwikkelingslanden worden gehandicapten nogal eens weggestopt.

Liliane schreef in de huiskamer brieven, die op zolder onder de volle waslijnen werden uitgetikt. Op afdankertjes, veelal koffermachientjes. 'We wilden geen geld uitgeven aan het kantoor, het geld was voor de kinderen. Van ons huishoudgeld kochten we typelinten, doorslagpapier en Tipp-ex. Ik was heel zuinig, ik dong nog af op medische ingrepen in Afrika.'

Faxen deden de pioniers van het Liliane Fonds op het gemeentehuis, telexen bij de zaadhandel Mommersteeg, kopiëren bij de notaris - allemaal voor niks.

Bonnetjes verdwenen in schoenendozen, de correspondentie belandde in dozen van de supermarkt. Een administrateur bood aan het archief te stroomlijnen. 'Die zei: als jullie gaan groeien, vind je straks niks meer terug.'

Teneinde de hulp professioneler te kunnen aanpakken, werd op 14 maart 1980 de Stichting Liliane Fonds opgericht. Het startkapitaal bedroeg 45 euro (honderd gulden). Dat werd vervijftigvoudigd door een gift van de Broeders van Maastricht. Liliane: 'De eerste jaren waren vol met wonderen.' In 1980 zette het fonds 10 duizend euro om, 25 jaar later had het in totaal ruim 55 miljoen euro uitgegeven.

Het huis werd te klein, een kamer in het kantoor van een kennis bood uitkomst. Later vond het Liliane Fonds onderdak in een houten schoollokaal, totdat het afbrandde. Tijdens een feestelijke vergadering waarop het zevenjarig bestaan werd gevierd, kringelde opeens rook onder de deur door. Het bestuur rolde vliegensvlug de enige computer naar buiten - over de aanschaf daarvan was drie maanden lang wekelijks vergaderd. Het was de eerste forse uitgave die niet rechtstreeks ten goede kwam aan een kind.

Donateurs, aangemoedigd door de publiciteitscampagnes van Ignaas, omarmden de Calimero van de goede doelen. Liliane: 'Daar was ie geweldig in, hij kon heel goed ontfutselen.'

Het Liliane Fonds werd met argusogen gevolgd door de grote jongens in de wereld van de charitas. Liliane: 'Ze zagen ons groeien, daar hadden ze de smoor over in.' Er was scepsis, zegt Geert Dollevoet (59), voormalig ziekenhuispastor en ontwikkelingswerker, en bijna twintig jaar directeur van het Liliane Fonds. 'Eerst zagen de grote organisaties het nut er niet van in, later dachten ze: hadden we het zelf maar gedaan.'

Ignaas kende veel missionarissen. Van hen hoorde hij geregeld over kinderen die kruipend door het leven moesten gaan. Met honderd euro zouden ze zijn geholpen. Liliane: 'Zeker in de begintijd stuitten we op verschrikkelijk treurige gevallen, dubbel gehandicapte kinderen die in een hok vastgebonden lagen en een keer per dag werden gevoederd. Mijn hart brak, als ik dat las.'

Dollevoet: 'Omdat ze iets mankeren, worden ze niet geaccepteerd. Sterker, soms passen ze niet in de natuur en worden ze teruggegeven aan de natuur.'

Liliane: 'Medische hulp en revalidatie zijn belangrijk, maar de grootste impuls is de wetenschap dat zij erbij horen. Geloof in hun kracht doet wonderen.'

Dollevoet: 'Wij laten kinderen gebruikmaken van faciliteiten die er al zijn. Met krukken kunnen ze naar school lopen. Is de school wat verder weg, krijgen ze een driewieler. De formule is simpel en daardoor zo mooi.' Liliane: 'We horen er allemaal bij, niemand kan worden gemist. Het Liliane Fonds is geen geldmachine, het draagt ook een filosofie uit.'

In Ouagadougou, de hoofdstad van het West-Afrikaanse Burkina Faso, hebben Léonard en Kalifa, alletwee gehandicapt als gevolg van polio, een schoenlapperij opgezet met hulp van het Liliane Fonds. Ze hebben plannen hun werkplaats uit te breiden opdat ze gehandicapte jongeren het schoenmakersvak kunnen leren.

Liliane: 'Dat is het mooiste wat we kunnen bereiken. Dan is de cirkel gesloten.'

Sinds de zomer van 2001 is het Liliane Fonds gevestigd in Den Bosch. Het kantoor, een voormalig nonnenklooster in het centrum, is sober uitgerust. Kale houten tafels, eenvoudige telefoons, een jaren-vijftig-geiser in de keuken.

Ook de folders en de jaarverslagen zijn eenvoudig uitgevoerd. Ze glimmen niet en hebben slechts een steunkleur, menieachtig bruin, de huiskleur.

Dollevoet: 'We blijven sober, kleinschalig en op maat, zoals Liliane en Ignaas zijn begonnen.'

Liliane, 75 jaar, heeft de fakkel doorgegeven en zich teruggetrokken uit de organisatie.

Ignaas is vorig jaar overleden.

Op Sumatra verdient Agnes haar eigen kost.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden