De cabaretier en de kwestie

'Slappe zooi' (Jeroen van Merwijk). 'Persoonlijk geneuzel' (Kick van der Veer). Dat is het cabaret vandaag de dag. Of zijn er nog moraalridders die iets te zeggen hebben van 'maatschappelijke releantie'?...

Het dorp, de niets-aan-de-hand-versie van De Vliegende Panters, weerklinkt door het Theater Instituut Nederland en en een bouwvakker fluit mee. Twee dagen voor de opening van de opening van de tentoonstelling 'Dringende Kwesties' moet er nog een hoop gezaagd, geschroefd en getimmerd worden aan de Amsterdamse Herengracht. De prachtige stijlkamers worden in afzonderlijke delen gefiguurzaagd om elf maatschappelijke thema's kwijt te kunnen.

Max Tailleur heeft met zijn langspeelplaat Wat sex je? al een plekje gevonden in de afdeling seks. Corry Vonk ligt met haar vlaggetje, hoedje en toeter tussen de oranje parafernalia. En Wim Kan is teruggekeerd naar Nederlands Indië. Hij wacht alleen nog op het 'videopunt' waarop vanaf vandaag zijn dagelijks leven in het jappenkamp is te zien.

Alle elf maatschappelijke kwesties zijn door vormgeefster Francy van den Heuvel versierd met videopunten en audiopunten. Een beetje woordspelige cabaretier zou wel raad weten met dergelijke begrippen. Dringende Kwesties gaat ook over cabaret; beter gezegd: over de relatie tussen cabaret en samenleving, over de vraag of de kleinkunst een machtsfactor is (geweest) in de maatschappij. Het antwoord wordt overigens meteen gegeven: niet of nauwelijks.

Voor cabaretgroep Don Quishocking schreef George Groot het lied Dankzij het cabaret en van die tekst hangt een couplet bij de ingang van de tentoonstelling:

En Wim Kan dan, en Wim Kan dan,

Met die keizer van Japan dan,

Toen heeft Kan toch op de televisie vreselijk

staan vloeken

Toen die Japanse keizer Juliana kwam

bezoeken

En toen ook nog aan mocht zitten aan een

feestdis

Nou mooi dat Hirohito later nooit meer hier

geweest is.

Nee, concluderen de samenstellers, als het economisch en politiek wenselijk is dat een oorlogsmisdadiger op bezoek komt, dan komt die oorlogsmisdadiger ook op bezoek. Cabaretiers mogen best een vinger op de zere plek leggen en de politici zullen er glimlachend kennis van nemen, maar per saldo verandert het cabaret niets.

'Daar ben ik het niet helemaal mee eens', zegt cabaret-deskundige Kick van der Veer en dan denkt hij bijvoorbeeld aan de imitatie die Paul Groot gaf van Pim Fortuyn in het tv-programma Kopspijkers. 'Daarmee wordt zo'n man in al zijn ijdelheid ontmaskerd.'

Maar Van der Veer denkt vooral aan de jaren zestig, aan de geruchtmakende sketch 'Beeldreligie' uit het tv-cabaret Zo is het toevallig ook nog een keer. En hij denkt aan Fons Jansen. 'Met zijn programma De Lachende Kerk heeft Jansen wel degelijk iets teweeg gebracht. Het was ten tijde van het Vaticaans Concilie dat Jansen vanaf de kansel verklaarde dat er best getwijfeld mocht worden aan het bestaan van God. Dat was wat, hoor, in die tijd, en het heeft ook een hoop mensen aan het denken gezet.'

Hilde Scholten: 'Jansen had ook recht van spreken. Hij was zelf katholiek en dus terzake kundig.' Scholten heeft met Patrick van den Hanenberg de gezongen geschiedenis van de twintigste eeuw verzameld in het boek De Bokken en de Schapen. Daarop is de tentoonstelling in het Theaterinstituut gebaseerd.

Maar Fons Jansen had niet alleen invloed omdat hij het recht van spreken bezat. Hij was een cabaretier die gehoord werd. Jansen vijlde de scherpe kantjes van zijn mening en sprak daarmee een breed publiek aan.

En misschien zijn dat wel de cabaretiers die er werkelijk toe doen, degenen die niet de confrontatie zoeken en wier tegengeluid niet vanzelf spreekt. Misschien zijn Fons Jansen, Paul van Vliet en Seth Gaaikema wel de zachte heelmeesters die stinkende wonden kunnen blootleggen?

Gaaikema wil die theorie in alle bescheidenheid niet op zichzelf betrekken, maar hij ziet er wel een kern van waarheid in. 'Wim Kan was een kritische maar onafhankelijke geest, wiens stem zeker gehoord werd. Het imago van Jan de Quay, de oud-premier, is voor een belangrijk deel bepaald door de oudejaarsconferences van Kan.'

Van zichzelf zegt Seth Gaaikema dat hij een cabaretier is, die geen gelijk hoeft te krijgen, maar slechts wil waarschuwen. 'Ik ben van voor de oorlog en ik weet dus dat vrede niet vanzelf spreekt, maar dat vrede een afspraak is. Als politici een gevaarlijk standpunt verkondigen, zeg ik tegen de mensen: trap er niet in. Dat is volgens mij een wezenlijke functie van het cabaret.'

Wie zou Pim Fortuyn beter van repliek kunnen dienen dan Seth Gaaikema? Van welke andere cabaretier wil de potentiële Fortuyn-stemmer aannemen dat Nederland nog lang niet vol is?

'Vol zijn de snelwegen, de parkeerterreinen, de supermarkten, de makro's, de disco's, de meubelboulevards, de keukencentra en de plavuizenpaleizen. En de sterrenrestaurants die zijn vol. En de vliegtuigen op weg naar landen waar de zon schijnt en waar het voor ons veilig is. Die zijn vol. En wij zijn vol: volgevreten, volgezopen, voldaan.'

Seth Gaaikema zei het in zijn oudejaarsconference van 1993. Het was zijn antwoord aan Hans Gruijters, de D66-burgemeester van Lelystad, die Nederland toen al voor vol verklaarde. 'Ja, dat was een echt statement', herinnert Gaaikema zich. 'En nog steeds waar.'

Is het zo dat dergelijke statements steeds minder gehoord worden in het cabaret? Is het zo dat de huidige lichting cabaretiers minder bij de maatschappij betrokken is, haar stem minder verheft?

'Het is voornamelijk persoonlijk geneuzel', zegt Kick van der Veer. De rol van maatschappijcriticus is overgenomen door de televisie en door krantencolumnisten. Niettemin bloeit het cabaret als nooit tevoren. Al die tv-registraties van voorstellingen hebben volgens hem een aanzuigende werking. 'Cabaret mag niet veilig zijn. Je moet in de zaal zitten, een beetje bang worden van een jongen als Hans Teeuwen.'

Scholten denkt dat juist het succes zich tegen het cabaret heeft gekeerd, tot vervlakking heeft geleid. 'Jonge cabaretiers krijgen te snel een kans op de podia en een aantal heeft te weinig nagedacht over de boodschap. Daardoor krijg je harde grappen als stijlvorm, de inhoud ontbreekt.'

Cabaret is in de gedoogzone terecht gekomen, zo heet dat op Dringende Kwesties. 36 Jaar geleden werden leden van Lurelei opgepakt toen ze koningin Juliana in Arme Ouwe vergeleken met een vriendelijke koe. Schrijver Leon de Winter noemt haar nu een seniele labrador en wordt slechts belaagd door een paar ingezonden brieven.

In de jaren zestig zong Peter Koelewijn op een countrymopje over Anne Frank en Nederland was te klein. In de jaren negentig verbeeldden De Vliegende Panters haar leed in een housenummer ('Anne in the achterhouse') en er kraaide geen haan naar.

Als cabaret er op dit moment niet toe doet, komt het omdat in het algemeen het maatschappelijk debat is uitgewoed. De kleinkunst is bij uitstek een reflecterende kunst. Van der Veer verkneukelt zich hoorbaar bij de herinnering aan de tijd dat Nederland door VVD'er Wiegel en PvdA'er Den Uyl nog in twee kampen was verdeeld. 'Freek zong: kijk ik naar mijn kont in de spiegel, dan zie ik Hans Wiegel. De recensent van De Telegraaf schreef de volgende dag: zie ik een keutel in een kuil, dan denk ik aan Joop den Uyl. Schitterend, die polarisatie.'

Cabaret beleefde in die zin zijn keerpunt in de jaren tachtig, het decennium van Lubbers' no-nonsense-politiek. 'Cabaret was dood verklaard', aldus Van der Veer. Herman van Veen, Paul van Vliet en Jasperina de Jong flopten met hun programma's. Don Quishocking viel uiteen, Neerlands Hoop ook.

'Maar daarna kwamen de solo's van Freek en die waren juist de redding voor het cabaret. Hij kwam met voorstellingen waarin een rode draad zat, nogal een prekerige toon ook. Daar tegenover stond de meligheid van Kaandorp en Finkers, dat heeft nogal school gemaakt. Maar nu komt Freek de boel weer opschudden met die magistrale oudejaarsconference over de moslims.'

Jeroen van Merwijk is ook zo'n cabaretier van de oude stempel. Eentje die genoeg heeft aan zijn stem en een gitaar en bovenal een ouderwetse moraalridder. En hij wil graag weten dat hij zo'n cabaretier is. Bij hem in de zaal zitten eikels en Van Merwijk staat niet op het podium om die eikels te amuseren, maar om ze op te schudden. Niet dat Van Merwijk zich verbeeldt werkelijk iets te betekenen. Niet voor niets presenteert hij zich in zijn laatste programma Uw betrouwbare partner in cabaret als een Don Quichote, als een roepende in de woestijn. 'Dat is de zelfspot.'

Nee, als er iets is veranderd na een avondje Van Merwijk, dan is het in een kop van een eikel. Hij merkt tot zijn genoegen dat hij haat oproept. 'In Papendrecht voelde ik de argwaan groeien toen ik tekeer ging. Er was daar gedonder rond de komst van een asielzoekerscentrum. De mensen hadden echt zo'n houding van: kom hier dan wonen als je het zo goed weet. Heerlijk. Ik wist opeens weer waarom ik cabaretier ben geworden.'

Die weerstand dankt hij aan zijn collega's die allang vergeten zijn waarom ze cabaretier zijn geworden. Het publiek is het niet meer gewoon beledigd te worden. 'Cabaret is tegenwoordig een slappe zooi. Het is revue geworden. Iedereen wil aardig worden gevonden, een kardinale denkfout. Het gaat niet om jou, het gaat om wat je te zeggen hebt.'

Aldus snijdt cabaret nog zelden dringende kwesties aan. Cabaret is Het Dorp in de niets-aan-de-hand-versie van De Vliegende Panters en een bouwvakker die mee fluit.

Maar het tij lijkt te keren, dankzij de aanslagen in Amerika, dankzij de oorlog in Afghanistan, dankzij Leefbaar Nederland, dankzij Pim Fortuyn. Van der Veer: 'Er komen weer kampen. Dat is goed voor ons en dat is zeker goed voor het cabaret.'

Seth Gaaikema, die al veertig jaar in het vak zit, denkt er net zo over. Hij heeft zich de afgelopen twee jaar aan het schrijven van musicals gewijd, maar wil dolgraag weer zelf het podium op. 'Mijn handen jeuken.'

Hilde Scholten legt de toekomst van de kleinkunst in handen van allochtone cabaretiers als Najib Amhali en Nilgün Yerli. Zoals katholiek Fons Jansen zijn geloofsgenoten aan het twijfelen bracht, zo kunnen zij het volle Nederland leefbaar houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden