De buurman was in Rwanda een beul

Vorige maand werd een Rwandees gearresteerd in Voorburg. Hij zou betrokken zijn geweest bij de moord op duizenden mensen in 1994. Hij is een van de vele oorlogsmisdadigers die zich in Nederland schuilhouden. Het Team Internationale Misdrijven probeert ze alsnog te pakken.

'Zeg, hoe ga je dat verhoor eigenlijk doen? Je beschikt niet over een martelkamer.' Rechercheur Bertjan zit in een grote statige zaal als hij de opmerking van zijn gastheer hoort. Met stilzwijgende verbazing kijkt de Nederlander naar de man tegenover hem - een hoge ambtenaar van een Aziatisch land. En hoewel deze begint te lachen, betwijfelt de Nederlandse rechercheur tot op de dag van vandaag of de opmerking een grapje was.


Even daarvoor had Bertjan de ambtenaar uitgelegd dat hij in deze regio is om getuigen te spreken die iets kunnen vertellen over een vermoedelijke Afghaanse oorlogsmisdadiger. Eentje die - in de tijd dat de communisten de dienst uitmaakten in Afghanistan - verantwoordelijk was voor onder meer de foltering van 'andersdenkenden'. En die samen met zijn gezin een nieuw leven heeft opgebouwd in Boskoop. Op een flatje; met een krantenwijk.


'Dat treffen we vaak aan: mogelijke oorlogsmisdadigers die in hun thuisland een hoge positie hadden, maar in Nederland in een flatje of een rijtjeshuis wonen en moeten rondkomen van een krantenwijk of een uitkering', zegt Bertjan. Vandaag luistert hij naar telefoongesprekken van een verdachte. Hoewel deze verdachte de delicten jaren geleden pleegde, heeft het zin zijn telefoon af te tappen. 'Het is verbazingwekkend en tegelijkertijd triest: verdachten praten nog heel vaak over het verleden. Dat was een tijd waarin ze geen krantenjongen waren, maar iemand met status.'


Bertjan is een van de zeker dertig rechercheurs, historici, conflict- en Afrikadeskundigen die zich bezighouden met onderzoek naar vermoedelijke oorlogsmisdadigers. Vanuit een pand op een industrieterrein in Woerden jaagt dit Team Internationale Misdrijven van de Landelijke Recherche op oorlogsmisdadigers die zich veilig wanen in Nederland. Want, vindt het team dat in 2003 werd opgericht: je zult maar als slachtoffer uit een conflictgebied zijn gevlucht en in een Nederlandse supermarkt tegen je beul aanlopen. Bij het team werken niet de agenten die kicken op 'kilo's pakken en kerels arresteren', maar de rechercheurs die het niet kunnen verteren dat oorlogsmisdadigers Nederland als vluchtplaats beschouwen. En dit met veel geduld - en soms jarenlang onderzoek - proberen te bestrijden.


Slachtpartij

Zo werd vorige maand in Voorburg een 36-jarige Rwandees gearresteerd. Hij wordt verdacht van genocide. Hij zou onder meer betrokken zijn geweest bij de slachtpartij op de technische school in de Rwandese hoofdstad Kigali. Daar werden in 1994 duizenden Tutsi's gedood door extremistische Hutu's. Naar schatting is hij een van de tientallen oorlogsmisdadigers die naar Nederland zijn gevlucht.


'De verhalen die we te horen krijgen, wennen nooit', zegt een van de Rwanda-rechercheurs. Zo horen ze verhalen over mishandelde vrouwen die vlak voor hun dood nog werden verkracht of over slachtoffers op wie een vuurtje werd gestookt terwijl ze nog leefden. Zelf denkt hij zo nu en dan nog aan het meisje met die levenloze blik dat hem vertelde hoe ze zag dat haar familie werd weggevoerd, terwijl ze wist dat ze de dood tegemoet gingen. Zelf werd ze ook meegenomen door Hutu's, ze zag hoe een militie - onder leiding van Joseph M. - vrouwen afmaakte. 'Toen haar vriendin een klap met een knuppel kreeg en in elkaar zakte, begon ze te huilen. Een van de soldaten kwam naar haar toe en zei dat zijn moeder nog wel een huishoudster kon gebruiken. Zo heeft zij het overleefd', vertelt de rechercheur die jaren later haar relaas noteerde. Het was de eerste keer dat ze erover sprak. M. zit een levenslange straf uit in Nederland.


'De verdachten kunnen overal vandaan komen', zegt teamleider Jeroen Toor. In het merendeel van de onderzoeken spelen personen uit Afghanistan en Rwanda de hoofdrol. De voormalige Afghaanse communistische legertop koos Nederland in de jaren tachtig als nieuwe thuishaven. En ook onder Rwandese oorlogsmisdadigers was Nederland - na Frankrijk en België - populair. Het team is ook betrokken bij Tweede Wereldoorlogzaken en de zaak tegen bijvoorbeeld Frans van Anraat (zie pagina 6).


Momenteel is Toor extra alert op 'vluchtelingen' uit Syrië en Libië. 'Degenen die kunnen vluchten, hebben geld en een netwerk, dus dat kunnen voormalige machthebbers of hoge ambtenaren zijn', zegt Toor. 'Als we een Syrië-verdachte in beeld krijgen, zullen we die zaak meteen oppakken. Om een signaal af te geven en om te voorkomen dat er een stroom van 'foute' vluchtelingen op gang komt.'


Tips

Makkelijk zijn de onderzoeken niet, getuige het geringe aantal zaken - elf tot nu toe - dat het team voor de rechter heeft gekregen. Een onderzoek naar bijvoorbeeld een Rwandese oorlogsmisdadiger doe je niet zo maar. Als het team een tip binnenkrijgt van de IND, of vanuit de Rwandese gemeenschap, beginnen de rechercheurs met een onderzoek naar openbare bronnen. Zou het waar kunnen zijn wat er over de verdachte wordt gezegd? Vervolgens nemen ze contact op met lokale autoriteiten met het verzoek ter plekke onderzoek te mogen doen en bestaande dossiers in te kijken. Vaak zijn dat handgeschreven pagina's, die ergens in een niet zo goed geordend archief zitten.


Dan begint de zoektocht naar getuigen. Omdat het bewijs aan de Nederlandse maatstaven moet voldoen, moeten alle getuigen door Nederlandse rechercheurs worden ondervraagd. 'We moeten rekening houden met cultuurverschillen', zegt Bertjan. Zo is het in Afghanistan niet altijd kies om op de man af te vragen: hoe weet u dit? En de 'beleving' van een Nederlander kan flink verschillen met die van bijvoorbeeld een Rwandees. Toen een van de getuigen het over een brug had waar mensen waren vermoord, bleek dat een plank over een sloot te zijn. 'Je moet alles precies reconstrueren.'


Yvonne B.

Daarom reisden de rechercheurs in de zaak van de inmiddels 66-jarige Yvonne B. tientallen keren naar Rwanda en spraken ze tachtig getuigen. 'In onze onderzoeken is iedere getuige een schakeltje', zegt een betrokken rechercheur. Zo organiseerde Yvonne in haar huis in Rwanda bijeenkomsten voor jeugdmilities. Er werd bier gedronken en Tutsi's-moeten-dood-liederen gezongen. Daarna vielen de jongeren de Tutsi-buurtbewoners lastig. Elke keer dat er zo'n bijeenkomst was, maakten de Tutsi's dat ze weg kwamen. 'Dat is heel frustrerend tijdens een onderzoek, want er zijn nauwelijks mensen die getuige zijn geweest van de gehele gebeurtenis.'


Dit voorjaar werd B. veroordeeld tot bijna 7 jaar cel. Als eerste in Nederland ging B. - die door haar Limburgse buren altijd werd gezien als een keurige oma die voor haar kleinkinderen zorgde en actief was in de kerk - de cel in wegens aanzetten tot genocide.


Om veiligheidsredenen wilden de rechercheurs niet met volledige naam in de krant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden