De burger piept een eind weg

Burgers verwachten dat de staat elk risico uitbant. Maar de staat is een nare institutie die juist niet in hun levens mag snuffelen, vindt hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen.

Zijn hele boek draait om acceptatie van het noodlot. En toch droeg Paul Frissen het op aan een goede vriend die, schrijft hij, 'in 2012 besloot zich niet langer te verzoenen met tragiek'.


'Eind jaren tachtig kreeg hij aids. Dat leek effectief te kunnen worden behandeld, maar er traden somatische neveneffecten op. Die waren uiteindelijk onverdraaglijk voor hem: hij besloot dat aan die tragiek een einde moest komen.


'Ik ben met hem bevriend geraakt toen ik in Nijmegen studeerde, woonde en later ook werkte; we waren allebei actief in de Partij van de Arbeid. Hij was homoseksueel en hij heeft mij als hetero die wereld, inclusief de dark room leren kennen.


'Ik heb afscheid van hem genomen, enkele dagen voordat ik zelf in het ziekenhuis werd opgenomen om voor de tweede keer een operatie te ondergaan. Ik was in 2010 geopereerd aan een lekkende hartklep en dat was niet helemaal goed gegaan, het moest dus opnieuw. Wel ironisch dat dit uitgerekend gebeurde toen ik een boek over tragiek aan het schrijven was.'


Ook ironisch dat uw boek één groot pleidooi is om je nu juist wél te verzoenen met de tragiek van het bestaan.

'Politiek hè, politiek. Dat is een heel belangrijk accent; het gaat over de politiek noodzakelijke verzoening met tragiek. Wat je in de privésfeer doet, is iets heel anders. Wat Griekse tragedies zo prachtig maakt, is dat dat hopeloze verzet tegen het noodlot, waarmee elke held of heldin in zo'n tragedie bezig is, gepaard gaat met grootse heroïek. De schoonheid zit in dat verzet. Wetende dat je tekort zult schieten, wetende dat er eindigheid is, wetende dat er gebrokenheid is, ben je als mens toch genoodzaakt je tegen dat alles te verzetten.'


Life sucks en shit happens. Of zoals Paul Frissen betoogt in zijn nieuwe boek De fatale staat - Over de politiek noodzakelijke verzoening met tragiek: de wereld zit nu eenmaal vol noodlot, rampen en leed; dat is haar tragische conditie en die is onontkoombaar. Het is de rode draad in het werk van hoogleraar bestuurskunde Frissen, tevens lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. De gemiddelde burger eist wat af: hij eist protocollen tegen het pesten van kinderen, hij eist de garantie dat zijn tent niet wegwaait als hij een popfestival bezoekt. Hij eist dat aangespoelde potvissen nooit meer ellendig aan hun einde komen, dat hijzelf lang en gezond zal leven en zijn geliefden trouwens ook: hij eist een volmaakte wereld.


Maar de staat kan de burger niet in al die eisen tegemoet komen, vindt Frissen, en moet dat ook niet willen. 'Een samenleving waarin geen tragiek of leed voorkomt, is een nare samenleving. Dan zou er geen kunst meer zijn, geen politiek meer, dan zouden we allemaal hetzelfde moeten zijn. Daarom is de utopie ook een onuitstaanbare gedachte.'


Maakbaarheid is ook prettig; de lekkage aan uw hartklep is verholpen.

'O, ja. Ik ben echt van de soort: wat er aan me gedaan kan worden, dat moet gedaan worden. Het verzet tegen het noodlot heeft ons buitengewoon veel moois opgeleverd: welvaart, veiligheid, dijken. We leven langer, zijn gezonder, er is minder armoede, de vrijheid is toegenomen. Maar het heeft ook in een aantal opzichten dat noodlot dichterbij gebracht. Diezelfde technologie die belooft ultieme welvaart, voorspoed en veiligheid te produceren, kan ook de grootst mogelijke rampzaligheid met zich brengen. Denk aan de kernramp in Japan of de technieken waarmee oorlogen worden gevoerd. Door in de wereld te interveniëren, verkleinen we niet de complexiteit maar vergroten we haar. En daardoor vergroten we ook het noodlot.'


Wat is uw definitie van het noodlot?

'Het noodlot is het onvoorspelbare, het niet maakbare, het niet beheersbare, het niet controleerbare. Het is alles wat je doet beseffen dat je niet de meester bent over de wereld. Ook niet naarmate je meer weet. Weten wat iets is, neemt het noodlottige niet weg. De politiek zou zich bescheidener ten opzichte van dat noodlot moeten opstellen. Wanneer het echt de ambitie van politiek wordt om het noodlot op te heffen, dan wordt politiek levensgevaarlijk. Want dan wordt politiek totalitair.


'Aan burgers staat het volledig vrij om welke houding dan ook te hebben ten aanzien van het noodlot. Dat is de kern van de vrijheid. Maar de staat moet niet meegaan in de gedachte dat alle leed kan worden uitgebannen. Juist vanwege die vrijheid van de burger. Omdat daardoor conflict, strijd, oorlog en ongewenste inperking van de vrijheid van anderen ontstaan, hebben wij een sterke staat nodig die daarin kan temperen. De staat is de instantie die over het geweldsmonopolie beschikt en over het belastingmonopolie, en daarom kan de staat niet worden toegelaten in het domein van de moraal en ook niet in het domein van de waarheid. Hij moet neutraal zijn en ten aanzien van het noodlot een positie van uiterste terughoudendheid innemen. Anders gaat hij de ambitie van de burger overnemen en zeggen: ik ga het voor u oplossen.'


De burger mag piepen over het noodlot, maar de staat mag niet meepiepen.

'De burger mag piepen, roepen en eisen. En dan hoort de staat te zeggen: ik dacht het niet.'


Niet echt een opmerking waar een politicus mee scoort.

'Dat vraagt inderdaad om moedige politici en dat is een zeldzame soort. Maar ze zijn er natuurlijk wel. Ze zijn er in elk geval geweest, Dries van Agt was er zo één, die zei graag dat de politiek niet de maat van alle dingen was. Daar maakte hij zich niet populair mee.'


Deze week hield Mark Rutte in Amsterdam zijn H.J. Schoo-lezing. Hij riep de burger op bestaande zekerheden los te laten, zelf meer initiatief te nemen en zich open te stellen voor veranderingen. Nu zegt u natuurlijk: goed bezig, Mark Rutte!

'...'


Niet?

'Mark Rutte is premier van een kabinet dat bepaald niet uitblinkt in terughoudendheid, in beperking van bemoeizucht, in beperking van controledwang.'


Hij pleit voor een terugtrekkende overheid.

'Ja, maar dat vindt helemaal niet plaats! Dat de overheid zich terugtrekt is echt een ernstig misverstand. Neem de grote decentralisaties die dit kabinet in het sociale domein gaat uitvoeren, van de AWBZ naar de WMO, de Participatiewet, de Jeugdzorg. Het beleid wordt overgeheveld naar lokale overheden, en vervolgens schrijft het ministerie van Binnenlandse Zaken een uitgebreide brief waarin staat hoe het dat proces gaat volgen. Die brief bevat pagina na pagina aankondigingen van toezicht, monitoring, benchmarks, controle, enzovoort.


'Wat je krijgt, is dat de rijksoverheid decentraliseert en zich er vervolgens méér mee gaat bemoeien. En de grote gemeenten staan op hun beurt gretig klaar om bij de burger achter de voordeur, onder het bed en tussen de oren te interveniëren, op een schaal die ongekend is. Eerst is er maatschappelijk initiatief, denk aan buurtzorg, maar uiteindelijk wordt het een onder regie van de overheid uitgevoerde interventiemachine die met minder middelen en onder scherper toezicht meer gaat doen. Dit kabinet propageert de zelfredzame burger, maar dan met een even hoog belastingniveau en een even hoog premieniveau, zodat de burger voor hetzelfde geld minder zorg krijgt, onder scherpere voorwaarden. Ik benijd de politici niet hoor, want de samenleving is nu eenmaal enorm verknoopt geraakt met een overheid die zo functioneert.'


Stel dat ze u vragen om minister te worden...

'Ik zou best een keer minister willen zijn, dat kan ik ook best zeggen want er is geen partij die mij vraagt natuurlijk. Ik ben lang lid van de PvdA geweest, tot ik merkte dat ik er al tijden niet meer op stemde.'


... hoe zou u dan bijvoorbeeld het probleem van de almaar stijgende zorgkosten oplossen?

'Je moet allereerst erkennen dat de vraag naar zorg en het aanbod van zorg dankzij onze kennis en kunde oneindig zal stijgen. Het is een heel rare markt; in principe willen we er niets van hebben, behalve als het nodig is en dan willen we álles. De klassieke markprincipes werken hier niet.


'Dus moeten we nadenken over de vraag: wat willen wij met elkaar voor iedereen gelijk, en wat willen we vrijlaten waardoor ongelijkheid ontstaat? Dat is meteen al een heel ingewikkelde discussie - denk maar aan hoe lang het heeft geduurd voor de rollator uit het basispakket ging.


'Als je ongelijkheid in de zorg niet accepteert, dan zijn twee dingen de onafwendbare uitkomst: verschraling en rantsoenering. Met het voorspelbare effect dat de bovenkant van de maatschappij, zeg maar even ons soort mensen, de zorg elders gaat kopen. En de tweedeling uiteindelijk dus scherper wordt.'


In een eerder boek, De staat van verschil, zegt u dat we verschil en ongelijkheid moeten aanvaarden.

'Ja. Je kunt ook zeggen dat je géén ongelijkheid wilt en géén verschil; dat is een politieke keuze. Marcel van Dam is iemand die geen ongelijkheid wil. Dat mag. Alleen: Marcel van Dam wil de staat gebruiken om mij te verplichten aan zijn opvattingen over gelijkheid en solidariteit mee te betalen. Dat vind ik ingewikkeld. Door de staat afgedwongen solidariteit is altijd collectivistisch en heeft niets te maken met lotsverbondenheid. Je kunt niet lotsverbonden met iedereen zijn. De consequentie van volledige gelijkheid is bovendien dat we heel veel bureaucratie, heel veel toezicht en een steeds grimmiger overheid krijgen - want die burger probeert toch steeds te ontsnappen.


We houden niet van hiërarchie.

'Wij dénken dat we een egalitaire samenleving zijn zonder elite, we denken dat hier geen hiërarchie is; maar dat is een wensbeeld. We zijn juist het prototype van een regentensamenleving, alleen zijn we daar niet open over. Onder die geur van 'iedereen mag alles zeggen' barst het van de regels over wat hoort en wat niet hoort. Ons zelfbeeld wijkt heel fundamenteel af van hoe het echt zit - ik probeer al dertig jaar te begrijpen hoe dat komt, maar daar ben ik nog niet in geslaagd.


'Verschil is er, ook hier. Verschil is het dominante kenmerk van menselijk samenleven. Van menselijk bestaan. Zolang wij dat niet wensen te accepteren, krijgen we omvangrijke statelijke voorzieningen. En dat heeft heel veel nadelen, want de staat is een nare institutie. Ik hou erg van de staat maar hij is wel naar.'


Waarom dan toch?

'Omdat hij mij mag doodschieten, omdat hij mij gevangen mag zetten en omdat hij van mij mag stelen. Ik vind het goed dat hij dat mag - landen waar die dingen niet zijn voorbehouden aan de staat zijn geen fijne landen - , maar juist omdat hij dit mag, moet hij zichzelf wel klein houden, sterk gecontroleerd worden en het moet hem verboden worden op grote schaal in het leven van zijn burgers te snuffelen. Je hoort vaak 'de overheid, dat zijn wij': geen sprake van. Ik ben geen overheid. De staat is niet wij. De kloof tussen burger en staat kan niet groot genoeg zijn.'


Paul Frissen: De fatale staat. Over de politiek noodzakelijke verzoening met tragiek. Uitgeverij Van Gennep, 23,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden