De burger is tot veel bereid, maar niet onder dwang

Naastenzorg was steeds meer een zaak van de overheid geworden. Nu moet de burger weer zelf zorgen. 5,5 miljoen vrijwilligers doen dat al.

Het zijn logische gedachten die staatssecretaris Martin van Rijn in zijn ontwerptekst voor de Wet maatschappelijke ondersteuning heeft ontvouwd. 'Uitgangspunt is dat iedere ingezetene eerst kijkt wat hij zelf kan doen, wat zijn sociale omgeving voor hem kan doen, of wat hij zelf voor een ander kan doen.' Pas als de middelen van zelfredzaamheid bij de zorgbehoevende zijn uitgeput, kan hij zich tot de ooit almachtige overheid wenden. 'Subsidiariteit' heet dat principe. Niemand kan het er in redelijkheid mee oneens zijn.

Daarmee is niet gezegd dat de samenleving zich snel of makkelijk zal kunnen voegen naar de vergezichten van Van Rijn. In de loop van decennia zijn de burgers tenslotte ingesteld geraakt op een arrangement dat wezenlijk afwijkt van dat van de staatssecretaris. Ouderen wonen niet meer in bij hun (volwassen) kinderen. Burenhulp - ooit het wezenskenmerk van de agrarische samenleving - bestaat slechts nog in de meest vrijblijvende variant. Bemoeienis van burgers met elkaars leven zijn we ooit 'sociale controle' gaan noemen. De afschaffing daarvan luidde de vrijmaking van het individu in.

Voor dat alles kwam een regulerende overheid in de plaats. Sociale zelfredzaamheid week voor 'collectieve verzorgingsarrangementen'. Die beweging is overigens nooit onweersproken gebleven. Al ver vóór de vestiging van de verzorgingsstaat voorzag socioloog Emile Durkheim een samenleving van 'hyper-individualisten' die elkaar niet meer nodig hebben.

In een recenter verleden hebben diverse sociologen erop gewezen dat de staat aan legitimiteit inboette naarmate hij verder doordrong in het leven van de burger: de ingezeten van de verzorgingsstaat waren wel bereid om te nemen, maar steeds minder om te geven. Als reactie daarop heeft de overheid zich ontwikkeld van een zorgzame vader naar een barse voogd. Als de verzorgingsstaat ooit een idyllische fase heeft gekend, ligt die hoe dan ook al ver achter ons.

Maar het is nu ook weer niet zo dat we collectief afscheid hebben genomen van het actief burgerschap. In Nederland zijn naar schatting zo'n 5,5 miljoen mensen actief als vrijwilliger. Daarnaast ontwaart de socioloog Hans Boutellier de contouren van wat hij in zijn gelijknamige boek (2010) 'de improvisatiemaatschappij' noemde: net als de jazzmusicus die op een basispatroon kan improviseren, zullen de burgers in staat zijn een zekere orde te scheppen in de verweesde verzorgingsstaat. De improvisatiemaatschappij heeft voor de ingezetenen wel een groter afbraakrisico dan de verzorgingsstaat: niet iedereen zal er voor zijn toegerust.

Hoe dan ook vergt de overgang naar de samenleving die staatssecretaris Van Rijn voor zich ziet een grote mentale en logistieke omschakeling van de burger. Daarbij is allang niet meer de vraag of die burger dat wel wil: als de overheid zich terugtrekt, zal hij wel moeten. Pogingen om het leed te verzachten met wervende verhalen over 'de inclusieve samenleving' (Van Rijn) of 'de participatiesamenleving' (koning Willem-Alexander) hebben echter meer kans de burgers te overtuigen als ze niet gepaard gaan met dwang. Niets zo fataal als vrijwilligerswerk onder dwang. Niet zonder reden zijn de bewoners van de vroegere volksrepublieken in Oost-Europa na een leven van opgelegde solidariteit nog altijd moeilijk te bewegen tot vrijwilligerswerk.

Dichter bij huis faalde oud-premier Jan Peter Balkenende met zijn normen-en-waardencampagne omdat hij niet volstond met een moreel appel, maar probeerde de burgers onder druk te zetten. 'Ordening werkt pas als ze aansluit bij wat burgers doen en willen', zei Hans Boutellier ooit. En de burger is tot veel bereid, getuige de 5,5 miljoen vrijwilligers.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden