De buren

Een warm pleidooi om vaker het oor te luisteren te leggen bij de zuiderburen.

Tijdens De Buren, een project van het Koninklijk Concertgebouworkest, werd een ietwat onthutsend feit geopenbaard: in de afgelopen 25 jaar, en misschien nog wel veel langer, heeft het orkest geen enkel stuk van een Belgische componist gespeeld. Het is heel merkwaardig, aldus diverse sprekers bij een debat over de kwestie België-Nederland, dat er op het gebied van literatuur en toneel een levendige uitwisseling is tussen de twee landen, maar dat de muzikale communicatie nagenoeg nihil is.


Het minifestival De Buren was een aflevering in de AAA-serie, waarin het Concertgebouworkest telkens in samenwerking met diverse andere instanties een thema belicht. Voor dit project werden twee componisten, de Nederlandse Mayke Nas en de Vlaming Luc Brewaeys, speciaal in het zonnetje gezet. Een zinnige combinatie, bleek al tijdens het dubbeloptreden van het Nieuw Ensemble (NL) en Spectra (B) in het Muziekgebouw. Brewaeys en Nas zijn beiden geïnteresseerd in de 'binnenkant' van de klank, de ruiscomponenten en de boventonen die samen het timbre bepalen. De 53-jarige Brewaeys, in eigen land een grootheid, hier nauwelijks bekend, gaat daar bijzonder knap mee om in zijn vaak grillige, explosieve muziek. Vooral zijn ensemblestuk OBAN biedt duistere, wonderlijk verkleurende klanken, waarvan de oorsprong soms onhelder is.


Nas (40) is onbevangener, soms op het kinderlijke af, zoals in Douze mains, waarin zes musici het binnenwerk van een piano bekloppen en zo meer, maar zelden loskomen uit een al te voorspelbare vierkwartsmaat. Toch laat Nas met haar speciaal voor het KCO geschreven Down the Rabbit-Hole horen dat ze zeker wat in haar mars heeft. In ruim tien minuten bouwt ze een boeiend discours op uit veelgetinte rinkels, wonderlijk verzakkende tertsstapelingen. Aan het slot doen de akkoorden denken aan gegiechel, of misschien wel kleine snikjes.


Voor dirigent Otto Tausk, die zijn officiële debuut maakte bij het Concertgebouworkest, was het een dankbaar programma, met Tristan Keuris' fraaie Symfonie in D als sluitstuk. Het Pianoconcert No. 4 dat de (in 1929 Amsterdam geboren!) Belg Frédéric Devreese in 1983 componeerde als 'plichtwerk' voor het Koningin Elisabeth Concours, werd voortreffelijk vertolkt door Ralph van Raat, al delft zijn partij in de overvloedige orkestklank dikwijls het onderspit. De muziek is pakkend, zij het zwaar schatplichtig aan Bartók en Stravinsky, zodat het begrijpelijk is dat het hier nooit is opgepikt.


Van Brewaeys, die wegens ziekte het gevraagde nieuwe werk niet heeft kunnen voltooien, klonk Along the Shores of Lorn uit 2005. Ook dit werk biedt weelderige timbreverkenningen, waarbij het vaak lijkt of de klank van alle kanten wordt beschenen met een bewegend zoeklicht. Naast grondtonige passages staan krioelende kronkelingen en een paar fraaie dubbelsoli voor klarinetten (met meeresonerende pauken) en gestopte trompetten. Omdat Brewaeys' opdracht nog staat, zal zijn muziek zeker vaker klinken in het Concertgebouw, en dat is dan eens te meer een warm pleidooi vaker het oor te luisteren te leggen bij de zuiderburen. Het concert is gisteren herhaald in Antwerpen, dus als het goed is geldt dat ook vice versa.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.