De burcht van het amateurvoetbal valt

Wat in Amsterdam gebeurt, moet hier ook kunnen, dachten ze in Doetinchem. Zo zag de nv De Graafschap het licht, een van de eerste voetbalverenigingen die hun spelers betaalden....

BART JUNGMANN

Die ochtend stapt Kick Wilstra welgemoed met een pak kranten onder zijn arm naar het sportpark. Hiermee zal ik Gianta eens de stuipen op het lijf jagen, verkneukelt de wondermiddenvoor zich al bij voorbaat. De Italiaanse manager begroet hem hartelijk. 'Ha, die Kikker, goed geslapen?' Ten antwoord ontvouwt Wilstra de Nederlandse dagbladen.

Er ontwikkelt zich een gesprek.

- 'Allemensen, maar betekent dat!? Je wilt toch niet zeggen. . . Hee! Hooo! Je laat ons alsjeblieft niet in de steek, Kick?? Juist nu wij zo mooi. . ?'

- 'Haha welnee, malle uilenkiek! Wat denk je wel van me? Hoor eens beste Gianta, je denkt toch niet dat ik zomaar op stel en sprong de benen neem? Neen, het bevalt mij hier veel te goed, hoor. Trouwens voordat de zaak daar in Holland marcheert, verlopen er heus nog wel een paar jaartjes.'

- 'Ohh, pff, ik ben blij dat je er zo over denkt.'

- 'Hoho, die Gianta.'

Ondertussen in Spanje: het echtpaar Wilkes zit op de bank en bespreekt het grote nieuws dat de Nederlandse kranten die dag beheerst.

Mona en ik keken elkaar aan. Naar Holland terug? Er was geen haar op onze hoofden die daaraan had gedacht. Konden ze in Holland betalen wat er in Spanje werd betaald? Het was daar nog maar semiprofessionalisme. Je moest er een baantje bij hebben en je mocht maar 3600 gulden per jaar verdienen. Belachelijk. Nee, mij niet gezien. Ik had het bovendien in Valencia veel te goed naar mijn zin. Bejubeld door het publiek. Ja, dat was het.

Ondertussen in een Zutphense rijtjeswoning: Wim Marskamp maakt zich gereed om naar de training van de plaatselijke Be Quick af te reizen. Hij is te laat en heeft zich daarom alvast in voetbalplunje gehesen als wordt aangebeld. Twee heren willen weten of Marskamp als doelman in dienst wil treden van de nv De Graafschap. 'Dat moet dan wel blauw-wit worden', zeggen de twee heren, wijzend op Marskamps trainingspak. En dat wordt het.

Herman Kuiphof is in die dagen sportjournalist bij de Haagsche Courant. Hij herinnert zich de naoorlogse jaren als buitengewoon duf op voetbalgebied. De malaise rond Oranje is groot. Van de 26 interlands tussen 1949 en '54 worden er drie gewonnen en drie gelijkgespeeld.

De Leeuw staat in zijn hempie, er moet wat gebeuren. De liefdadigheidswedstrijd voor slachtoffers van de Watersnoodramp geeft daartoe de aanzet. Elf uitgeweken profs winnen op 12 maart 1953 in Parijs met 2-1 van Frankrijk. Een jaar later heeft Nederland zijn eigen profs. Kuiphof: 'Eindelijk.'

Sportjournalist Jan Liber verwoordde in de biografie Het voetballeven van Faas Wilkes wat international Wilkes ervan vond. Striptekenaar J.H. Sprenger nam stelling tegen de amateuristische bond in zijn strip over de fraai gekuifde Kick Wilstra (een samentrekking van Kick Smit, Faas Wilkes en Abe Lenstra). Mevrouw Marskamp legde het nauwkeurig vast in een plakboek. Leuk voor Later staat in plakletters op de kaft.

In Doetinchem is niets te doen. De voetballiefhebbers onder de 21 duizend inwoners reizen in volle bussen op zondag naar Arnhem of Apeldoorn om bij Vitesse of AGOVV wedstrijden op niveau te zien. En wie op zaterdagavond wil dansen, moet naar sociëteit Animato.

Daar treffen de heren Roodbergen, Kamperman en Heetveld elkaar op een avond in 1952. Heb je het al gehoord, zegt de een tegen de ander, ze zijn in Amsterdam bezig met betaald voetbal. Dat moet hier toch ook kunnen, zegt de ander tegen de een, zoiets is een goudmijntje. Die arrogante KNVB, vinden ze alledrie, kan best een lesje gebruiken. Diezelfde avond gaat er een briefje de deur van sociëteit Animato uit. 'Hedenavond is opgericht de nv De Graafschap.'

Roodbergen is de zakenman in het gezelschap en bovendien bijna blind. Wat moet iemand met een voetbalclub die hij zelf amper ziet spelen? Wim Wennink: 'Hij was een idealist.' Fred Zdebel: 'Hij rook geld en hij heeft er ook flink aan verdiend.' (Wennink en Zdebel maken een gedenkboek over de veertigjarige De Graafschap.)

Omdat alle initiatieven om te komen tot profvoetbal na de oorlog stuklopen op de hardnekkigheid van de KNVB, zoeken bijna alle topspelers in navolging van Bep Bakhuys, die in 1937 voor geld ging voetballen bij Metz, hun heil in het buitenland.

Striptekenaar Sprenger laat zijn wondermiddenvoor naar Italië gaan. Sproet, een vriend van de Wilstra's, zegt: 'Laat de jongens die de tribunes vol krijgen er ook maar een centje aan verdienen. Een prachtkans om een lief centje voor de oude dag bijeen te trappen.'

Alleen Abe Lenstra laat die prachtkans lopen. Kuiphof: 'Lenstra was heel erg argwanend. De Italiaanse club Fiorentina vroeg hem op een gegeven moment: hoeveel wil je hebben? Abe vertrouwde dat niet. Die dacht: er zit een addertje onder het gras. Hij begreep niet dat daarover dan nog onderhandeld zou worden.'

Als een in het nauw gedreven kat opent de voetbalbond de jacht op alles wat naar betaald voetbal zweemt. Zo mag het lid H. Kuiphof zich een half jaar lang niet binnen de lijnen vertonen omdat hij als journalist zijn brood verdient dank zij het voetbalspel.

Toch zijn er genoeg transfers, zoals die van Neptunus-doelman Landman naar Sparta, waaraan een luchtje hangt. Maar zelfs de illegale honorering gaat amateuristisch. Kuiphof herinnert zich dat de doelman van VUC bij zijn club een bijdrage vroeg voor een gezinsuitbreiding. 'Hij kreeg een kinderwagen en nam daarmee nog genoegen ook.'

Hoewel wielrenners en boksers allang financieel wijzer worden van hun activiteiten, ligt dat met voetbal nogal gevoelig. Het is per slot van rekening maar een spelletje. In een speciale uitgave van De Gids in 1952 schrijft C. Graafmans: 'Sport die zich den volke als spel presenteert doch eigenlijk reeds in de categorie van de arbeid thuis hoort, is in feite corrupt.'

Graafmans vertegenwoordigt met dat standpunt een minderheid volgens Kuiphof. Hij kan zich niet herinneren dat betaald voetbal een kwestie was die maatschappelijk ter discussie stond. 'De politiek hield zich afzijdig. Sport was iets voor clubs en individuen. Voetbal moest niet belangrijker worden gemaakt dan het was.'

Ook in en rond Doetinchem is er volgens Zdebel en Wennink alleen maar enthousiasme voor het idee van betaald voetbal. Burgemeester Boddens Hosang is graag bereid de eerste betaalde aftrap op zich te nemen. Eindelijk eens wat te doen in Doetinchem.

Alleen de lokale en regionale amateurclubs zijn uit eigenbelang faliekant tegen en hebben in de voetbalbond een prima belangenbehartiger. Daarom ook dat de breuk met het verleden door een buitenstaander geforceerd moet worden.

Vijf heren, onder wie de kroegbaas zelf, richten in 1952 in het Amsterdamse café Bruinsveld de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond op. Sjoert van den Berg is secretaris van de NBVB. 'Gekke dingen maakte je mee', zei hij in 1979 tegen Voetbal International. 'Die Roodbergen. Niet te geloven. Ik kom bij hem in Doetinchem, neemt hij me mee. Wijst op een schitterend gelegen plas, een waterpartij. Volgende week is ie weg, zegt hij. Ik zeg: wat? Ja, hier komt een voetbalstadion. Het ligt er nog, de Vijverberg.'

Met slechts de aanmeldingen van De Graafschap en de hoofdstedelijke BVC is de 'wilde' bond nog ver verwijderd van een competitie. Dan parkeert de Limburgse aannemer Egidius Joosten zijn enorme Buick voor de deur van Van den Berg. De secretaris: 'Die Joosten stapt binnen en meteen heeft mijn vrouw door dat het menens wordt.' Zdebel: 'Zonder Joosten waren we nooit zover gekomen.'

Het oude NBVB-bestuur wordt op een zijspoor gezet en Joosten trekt alle macht naar zich toe. Hij brengt in korte tijd het aantal betaald-voetbalclubs op tien. Fortuna '54, zijn paradepaardje, heeft de meest imponerende selectie met Frans de Munck en Cor van der Hart die Köln en Lille verruilen voor Geleen.

Maar ook elders worden goede zaken gedaan. Kuiphof gaat poolshoogte nemen bij de voorzitter van de profclub Den Haag. 'Hij wilde niet zeggen welke spelers waren aangetrokken. Hij zei alleen tegen mij: die stoel waarop u zit, daar zat een paar uur eerder een van de beste voetballers van Nederland.' Den Haag had zijn beroemde voetbalzoon Bertus de Harder, de Goddelijke Kale, teruggehaald uit Bordeaux.

In Doetinchem, de enige plattelandsgemeente in het rijtje, heeft men zijn zinnen gezet op international Wim Hendriks die bij Vitesse speelt. Zdebel: 'In onze eigen stad waren te weinig spelers van niveau.' Hendriks heeft er wel oren naar. Sterker nog, bij de eerste bespreking zegt hij: 'Ik weet er nog wel zes bij Vitesse die willen meedoen.' Zo gezegd zo gedaan.

Uit het plakboek Leuk voor Later (23-6-'54): 'B en W van Zutphen besluiten Johan Willem Marskamp toestemming te verlenen op te treden als semi-beroepsvoetballer.' De 26-jarige Marskamp, die de aandacht op zich vestigt in het oostelijk elftal, moet volgens het ambtenarenreglement toestemming vragen voor een bijbaantje.

Hij is een van de eersten die de gelederen van De Graafschap versterken. Alles moet in het geheim. Brieven van De Graafschap arriveren in Zutphen met een Kwatta-zegel om geen achterdocht te wekken. Toch wordt Marskamp al snel door de KNVB voor het leven geschorst. 'En die schorsing is nooit opgeheven.'

De voetbalbond laat geen middel onbeproefd om de wilde bond het leven onmogelijk te maken. Voor een oefenwedstrijd tegen BVC op het veld van amateurclub 't Gooi reist De Graafschap met een afgeplakte bus van Doetinchem naar Hilversum. Marskamp: 'Maar de KNVB kwam er toch achter. Het veld van 't Gooi werd meteen besmet verklaard omdat de club wild voetbal gelegenheid had gegeven.'

Bij Be Quick wordt met scepsis gereageerd op Marskamps overstap. 'Ach jongen', krijgt hij te horen. 'Laat je niets wijsmaken. Dat komt in Holland toch niet van de grond.' Maar zijn vroegere medespelers, die horen van de verdiensten, vragen hem een goed woordje voor ze te doen.

'Afgezien van de premies voor overwinningen kreeg ik vast 25 gulden per week en vijf gulden voor trainingen. Dat was drie keer per week. In totaal dus veertig gulden. Een hoop geld in die tijd. Daar moesten veel mensen een week lang hard voor werken.'

De spelers zijn hun geld dubbel en dwars waard. De Graafschap is volgens Zdebel in die dagen het gesprek van de week in Doetinchem. Marskamp: 'Het was iets nieuws, hè. Bij de trainingen stond zoveel volk te kijken dat de weg helemaal versperd was.' Gingen de Doetinchemmers eerst naar Arnhem of Apeldoorn om voetbal op niveau te zien, nu komen de Arnhemmers en Apeldoorners massaal naar Doetinchem.

De eerste competitiewedstrijd van De Graafschap op het weiland van veehouder Wentink, omzoomd door inderhaast aangeschafte tribunes, trekt tienduizend kijkers. Heel oostelijk Nederland wil De Graafschap zien spelen en de spelers dragen graag hun steentje bij in de voorverkoop. Marskamp: 'Toen de competitie begon, zeiden ze bij De Graafschap: voor elk kaartje dat je in Zutphen verkoopt, krijg je een dubbeltje. Het liep storm. Mijn vrouw kon thuis wel een loket neerzetten. Ze verkocht er soms wel driehonderd.

'De Arnhemmers hebben het later verpest. Die maakten er helemaal een handeltje van. Ze gingen een uur voor de wedstrijd voor de loketten staan om hun kaartjes te verkopen. Toen was het snel afgelopen natuurlijk.'

Het verpletterende succes van betaald voetbal, waarin de clubs elkaar alle ruimte gaven voor een zo spectaculair mogelijke wedstrijd, grijpt de KNVB en zijn belangrijkste verenigingen danig naar de keel. Clubbestuurders Coler (Sparta), Kieboom (Feyenoord) en Zon (Excelsior) maken zich zulke zorgen over de leegloop in het spelersbestand dat ze bijeenkomen in het Utrechtse hotel Terminus. Er is geen vergaderruimte beschikbaar, dus treffen ze elkaar in een hotelkamer. Kieboom zou er later over zeggen: 'In slaapkamers worden veel nieuwe levens geboren.'

De verenigingen besluiten de KNVB onder druk te zetten om ook betaald voetbal toe te staan. Op 4 juli 1954 zien de in Bern verzamelde Nederlandse sportjournalisten eerst West-Duitsland wereldkampioen worden en horen vervolgens van het thuisfront dat het bondsbestuur onder die druk bezweken is.

Jan Cottaar, werkzaam bij de NRC en schrijver van de KNVB-brochure Vaste koers: amateurisme!, kan zijn oren niet geloven. Cottaar voelt zich verraden. 'Hadden wij niet op de barricaden gestaan toen de semiprofessionele troepen de wankelende burcht van het Nederlandse voetbalamateurisme bestormden?' (Uit Voetballen toen en nu, verschenen bij het 75-jarig bestaan van de KNVB).

Op 14 augustus, dezelfde dag dat Alkmaar en Venlo voor vijftienduizend toeschouwers de NBVB-competitie openen, is een bondsvergadering. Twee weken later is er een akkoord over betaling in de hoogste klasse.

Maar de NBVB voelt er niets voor zijn succesnummer zo maar op te geven en zijn spelers voelen er niets voor om voor een lager salaris weer bij hun oude club aan de slag te gaan. Zo wordt vier maanden lang in Nederland op twee niveaus betaald voetbal gespeeld. Een enkele KNVB-club, zoals DFC, weigert te betalen; een enkele speler weigert betaald te worden.

Pas in november komen de bonden tot elkaar. Beide competities worden stilgelegd, de NBVB-clubs krijgen een plekje in de hoogste klasse, Joosten een plekje in het KNVB-bestuur.

Kuiphof is nog steeds verbaasd dat de KNVB overstag is gegaan. 'Het had iets van een strovuurtje, die beroepsbond. De organisatie stelde niets voor en de bestuurskamer was volgens mij de huiskamer van Joosten. Bovendien was de NBVB internationaal gezien kansloos omdat de FIFA maar één bond erkende en dat was de KNVB.'

De Graafschap is des duivels over het door Joosten gesloten compromis. Er moet nu bondscontributie worden betaald en lagere elftallen worden ingeschreven. Zdebel: 'Toen was het geen goudmijntje meer.'

Het beoogde doel, verhoging van het spelpeil, wordt wel bereikt. Van de 26 interlands tussen 1955 en '58 eindigen er veertien in overwinningen, met als hoogtepunt de 2-1 winst op wereldkampioen West-Duitsland in maart 1956. 'Nederland nieuwe wereldkampioen', schalt het door de Köningsallee van Düsseldorf.

Doelpuntenmaker Abe Lenstra schrijft in zijn rubriek Voetballen doe je zo: 'Als we dat nog eens konden waarmaken. En waarom zou het niet kunnen? Die Duitsers hebben toch ook tot ieders verbazing de wereldtitel veroverd. En zijn wij soms minder mans?'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden