reportage

De buikorgelspeler keert na de coronacrisis niet meer terug naar het museum

 Paul Oorthuijsen, vrijwilliger bij het Oude Ambachten & Speelgoed Museum in het Gelderse Terschuur, legt aan een moeder een haar twee kinderen alles uit over klokken. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Paul Oorthuijsen, vrijwilliger bij het Oude Ambachten & Speelgoed Museum in het Gelderse Terschuur, legt aan een moeder een haar twee kinderen alles uit over klokken.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De coronacrisis heeft een gat geslagen in het vrijwilligersbestand van veel organisaties. Nooit eerder staken zo weinig mensen de handen uit de mouwen. Tegelijkertijd onderstreepte de crisis het belang van naar elkaar omkijken. Of vrijwilligers na de coronacrisis weer terugkeren? ‘Dat wordt spannend’

Na de langverwachte heropening van het Oude Ambachten & Speelgoed Museum in het Gelderse Terschuur, waar vrijwilligers live hun kunsten vertonen aan het publiek, kwam de touwslager niet meer terug. De schoenmaker ook niet, net als de houtgraveerder, en de buikorgelspeler die met zijn muziek zoveel gezelligheid bracht.

‘De vrijwilligers, van wie sommigen al boven de 80 zijn, hadden eerder al laten weten: ik wil hier niet met een rollator rondlopen’, zegt de 31-jarige Ronald Bakker, de drijvende kracht achter het museum, dat in 1995 door zijn vader Kees (een melkveehouder met verzameldrift) werd opgezet. ‘De coronacrisis heeft ze dat extra duwtje in de rug gegeven. Het was voor deze vrijwilligers het perfecte moment om te bedanken.’

Daarmee is het museum geen uitzondering. Het coronajaar was ‘rampzalig’ voor de deelname aan het vrijwilligerswerk, meldt de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV). De cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek spreken boekdelen: zei in 2019 nog 30 procent van de Nederlanders zich in het laatste kwartaal ten minste één keer in het jaar vrijwillig te hebben ingezet, in 2020 is dit gedaald tot 22 procent.

Nooit eerder staken zo weinig mensen de handen uit de mouwen. In de meeste gevallen noodgedwongen: door de coronacrisis kwamen veel activiteiten stil te liggen. Festivals werden geannuleerd, sportevenementen en natuuractiviteiten afgeblazen.

Nu het leven langzaam weer op gang komt, zitten sommige organisaties met hun handen in het haar. Ze zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van vrijwilligers. En het is nog maar de vraag of die terugkeren op hun oude post.

‘Het is spannend hoe dit zich gaat ontwikkelen’, zegt Joost van Alkemade, directeur van de NOV. ‘Tijdens de coronacrisis is de afstand tot de activiteit groter geworden. Ik kan me ontzettend goed voorstellen dat er een groep vrijwilligers is die denkt: het is mooi geweest.’

Tegelijkertijd onderstreept de crisis volgens Van Alkemade het belang van naar elkaar omkijken. Net zoals tijdens de vluchtelingencrisis in 2015, toen Nederlanders spontaan kleren en speelgoed voor Syrische nieuwkomers begonnen in te zamelen, ontstonden tijdens de pandemie tal van informele initiatieven. ‘Mensen die elkaar voorheen nooit aankeken in het portiek, belden bij elkaar aan: kan ik iets voor u doen? Door het gevoel van urgentie werd de bereidheid groter om iets voor een ander te doen.’

 Reny Berkvens legt in het Oude Ambachten & Speelgoed Museum uit hoe je een visnet repareert. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Reny Berkvens legt in het Oude Ambachten & Speelgoed Museum uit hoe je een visnet repareert.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Tot leven wekken

Vrijwilligers zijn voor veel organisaties van onschatbare waarde. Dat geldt ook voor het Oude Ambachten & Speelgoed Museum, een particulier museum dat jaarlijks 35- tot 40 duizend bezoekers trekt. ‘Zonder vrijwilligers komen we financieel niet uit’, zegt Ronald Bakker, die heeft plaatsgenomen in het met houtsnijwerken en Delfts blauwe vazen opgesmukte restaurantgedeelte van het museum.

Het zijn bovendien de vrijwilligers die het museum tot leven wekken. ‘Dankzij hen kunnen bezoekers echt zien hoe een ambacht tot stand komt. Ze kunnen live vragen stellen.’

De klap kwam dan ook hard aan toen bleek dat zeker zeven van de 25 vrijwilligers na de heropening – het museum ging tijdens de crisis ruim een jaar op slot – niet zouden terugkeren. ‘De museumbezoeker zal er niet direct iets van merken’, zegt Bakker. ‘Maar het maakt wel degelijk een verschil. Voor de crisis voerden nog drie tot vier vrijwilligers per dag hun ambacht uit, nu zijn het er twee.’

Het vinden van nieuwe aanwas is lastig, want vrijwilligers die een ambacht beheersen, vormen een uitstervend ras. ‘Noem het gerust een uitdaging’, grijnst Bakker met het oog op de toekomst. Hij prijst zichzelf gelukkig met de gedachte dat vrijwilligers die eenmaal binnen zijn niet zomaar vertrekken. ‘Sommigen zijn hier al ruim twintig jaar. Je moet je voorstellen: mensen die naar een museum gaan, zijn over het algemeen heel vrolijk. Dus als vrijwilliger heb je de hele dag vrolijke mensen om je heen. En het team is onderling ook nog hartstikke gezellig.’

Dat kan Paul Oorthuijsen (beter bekend als ‘Paul de klokkenmaker’) beamen. ‘Iedere vrijwilliger in het museum heeft een eigen karakter, maar niemand loopt uit de pas’, zegt hij, terwijl hij zich over een retro-wekker buigt waar wat gouden draadjes uitsteken. ‘Die ga ik zo repareren.’

Het museum telt 160 tot aan de nok toe gevulde werkkamertjes van elk 3 bij 3 meter. Bezoekers komen ogen tekort: strijkbouten, gietijzeren pannen, klompen, kant, koekblikken, gereedschap, oud-Hollandsche spelletjes – het is er allemaal. Een tijdelijke tentoonstelling gaat over De Fabeltjeskrant.

De werkkamer van Oorthuijsen kenmerkt zich door zacht, aritmisch getik van koekoeksklokken, pendules en Friese staarten. Of hij niet gek wordt van al dat geluid? ‘Welnee, ik word daar juist rustig van.’ Al sinds zijn kindertijd heeft Oorthuijsen een fascinatie voor het slopen en herstellen van klokken. Nu kan hij die lang gekoesterde hobby wekelijks aan het publiek tonen: iedere donderdag rijdt hij vanuit zijn woonplaats Vleuten naar Terschuur.

De coronacrisis bracht hier geen verandering in. Het museum mocht dan wel dicht zijn, Oorthuijsen bleef komen. Hij maakte zich nuttig door de collectie uit te mesten en de muren een verfbeurt te geven. ‘Zolang ik nog auto kan rijden, kan lopen en ademhaal, zal ik hier blijven komen’, zegt hij vastberaden.

Eenzaamheid

Volgens onderzoek van het CBS doen de meeste mensen vrijwilligerswerk omdat ze het leuk vinden. Ook het ‘fijn vinden om iets voor een ander te doen’ en ‘een zinvolle tijdsbesteding’ worden vaak genoemd als motivatie.

‘Voor oudere vrijwilligers is de sociale factor belangrijk’, zegt Joost van Alkemade van de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV). Ouderen vervallen al snel in isolement, ze voelen zich eenzaam. De coronacrisis liet daarin een opvallende tendens zien. ‘Mensen die voor de crisis al eenzaam waren, zagen nu: hé, er wordt meer contact met me opgenomen dan anders. Terwijl vrijwilligers juist een omgekeerde ervaring hadden. Die waren actief op de sportvereniging, bij de muziek- of carnavalsvereniging en kwamen nu thuis te zitten.’

Waar de meeste organisaties als gevolg van stilliggende activiteiten een afname zagen, konden organisaties in de maatschappelijke dienstverlening juist rekenen op méér vrijwilligers. Zo kreeg het Rode Kruis er het afgelopen jaar 5,5 duizend bij. ‘Voorheen kenden veel mensen ons vanwege ons werk in verre oorden’, zegt woordvoerder Naomi Nolte. ‘Maar tijdens de pandemie heeft men in deze grootste noodhulpactie sinds de Watersnoodramp kunnen zien en ervaren wat het Rode Kruis in noodsituaties kan betekenen voor mensen, ver weg en dichtbij.’

Ook TijdvoorActie, een beweging die jongeren koppelt aan lokale vrijwilligersnetwerken, zag het aantal vrijwillige krachten met 45 procent groeien. ‘Dit was voor jongeren niet hun jaar’, verklaart woordvoerder Marieke Joosten. ‘Alle dingen die hun leven structuur gaven, zoals werk en sport, vielen weg. Sommigen voelden zich enorm geïsoleerd. We zagen dat jongeren zich aanmeldden als vrijwilliger omdat ze graag andere mensen wilden ontmoeten en zich tegelijkertijd nuttig wilden voelen.’

De toename van het aantal vrijwilligers bij specifieke organisaties laat volgens NOV-directeur Van Alkemade zien dat vrijwilligerswerk trendgevoelig is. ‘Organisaties die zich inzetten voor klimaatdoelen staan tegenwoordig meer in de belangstelling dan vredesorganisaties.’

Dat brengt ook een gevaar met zich mee: zwakt het gevoel van urgentie af, dan kan dit betekenen dat een deel van de vrijwilligers aftaait. ‘Het is daarom van belang dat organisaties goed nadenken hoe ze mensen kunnen blijven betrekken’, zegt Van Alkemade. ‘En voor organisaties die leunen op oudere vrijwilligers is het belangrijk om diversiteit aan te brengen.’

Hennie van Emaus, mandenvlechter, in het Oude Ambachten & Speelgoed Museum. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Hennie van Emaus, mandenvlechter, in het Oude Ambachten & Speelgoed Museum.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Genoeg energie

In het Oude Ambachten & Speelgoed Museum is die diversiteit ver te zoeken: de vrijwilligers zijn zonder uitzondering de pensioengerechtigde leeftijd gepasseerd. Wat overigens niet betekent dat het een ingedutte bedoening is. Neem mandenvlechter Hennie van Emaus (66), die bruist van de energie. ‘Het is gewoon heel leuk om hier te zitten’, zegt ze breed glimlachend vanaf haar biezen zitting in de met wilgentenen behangen werkkamer. Op haar schoot rust een handdoek, haar voeten zijn in twee klompen gestoken. ‘Je draagt een ambacht uit, je licht mensen in. En je zit er altijd warm en droog bij.’

Twee werkkamers verderop legt de praatgrage en onvermoeibare Reny Berkvens (66) voor de zoveelste keer uit hoe je een visnet repareert. ‘Insteken, omslaan, doorhalen, knoop leggen en laten afglijden’, demonstreert ze aan een groepje schoolkinderen. De juf van de klas mag het kunstje vervolgens herhalen, wat haar op luid applaus van de leerlingen komt te staan.

‘Dat is toch leuk!’, roept ze uit, als de kinderen hun aandacht hebben verplaatst naar het orgel aan de overkant. ‘De enthousiaste reacties die ik hier van mensen krijg, geven me energie.’

Berkvens kwam in het museum terecht via vriendin Hennie, de mandenvlechter. De twee kennen elkaar van het visvrouwenkoor in Harderwijk. Na een intensieve carrière in het onderwijs is vrijwilligerswerk voor Berkvens een ontspannen manier om alsnog maatschappelijk betrokken te zijn. ‘Ik kan dit doen wanneer het maar uitkomt. Dat is het mooie aan vrijwilligerswerk, je doet het op de dagen dat je er de energie en rust voor hebt.’

Haar blik dwaalt af naar twee nieuwe bezoekers. Berkens veert op, zet haar gulste glimlach op en neemt het visnet ter hand. ‘Zo, ik ga weer even entertainen.’

Wie zijn de mensen die, mogelijk aangespoord door de coronapandemie, de drang voelen om zich nuttig te maken? Wat motiveert hen? Welke lessen trekken ze eruit? Het zijn vragen die aan bod komen in de rubriek Handen uit de Mouwen, waarmee de Volkskrant deze week aftrapt.

Bijna de helft van de Nederlanders doet vrijwilligerswerk
Van alle Nederlanders boven de 15 jaar heeft 46,7 procent in 2019 (voor de uitbraak van de coronacrisis) minimaal één keer vrijwilligerswerk gedaan, blijkt uit cijfers van het CBS. Dit percentage is al jaren stabiel. Gemiddeld besteden Nederlanders 4,2 uur per week aan vrijwilligerswerk. In de breedste zin van het woord: ook het begeleiden van een sportactiviteit of het voorlezen op school vallen hieronder.

Vrijwilligerswerk wordt in Nederland het meest gedaan door mensen tussen de 35 en 45 jaar, oftewel de groep met schoolgaande kinderen. Hiervan zet 54,7 procent zich vrijwillig in. De sport is de sector met de meeste vrijwilligers: 15,8 procent van alle vrijwilligers is actief op dit gebied.

Motie om vrijwilligerswerk te bevorderen
ChristenUnie-Kamerlid Mirjam Bikker diende onlangs een motie in waarin ze het kabinet oproept om vrijwilligerswerk deze zomermaanden te stimuleren, onder meer door het belang ervan onder de aandacht te brengen bij werkgeversorganisaties. De rijksoverheid zou hierin ‘het goede voorbeeld kunnen geven’, vindt Bikker. Ambtenaren krijgen zo een beter beeld van de onderwerpen waar zij beleid voor schrijven en uitvoeren. Haar motie kan rekenen op steun van onder meer het CDA, GroenLinks, D66 en de PVV.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden