REPORTAGE

De Brusselse zenuwen nemen een vlucht

Daan Heerma van Voss verbleef na de aanslagen van 22 maart een maand in Brussel en proefde een sfeer van angst, droefenis én saamhorigheid.

Beveiliging op metrostation maalbeek, dat op 25 april is heropend. Beeld John Thys / AFP

Het gebeurt in de metro. Wanneer de metro dwars door de grotendeels verwoeste halte Maalbeek rijdt - stapvoets, alsof langs een begraafplaats -, schuifelt een Arabisch uitziende man door de wagon. Zwarte zeilen schermen de ravage af, soms stuift wat puin op de rails. En ondertussen prijst die man een bon parfum aan, voor slechts 1 euro. Niemand zegt iets, alle blikken gaan naar beneden. Wanneer we het laatste zwarte zeil achter ons hebben gelaten, wint de metro aan snelheid, het is alsof hij zich uit de voeten maakt. Iedereen is opgelucht wanneer de man de wagon verlaat. Het is niet dat we vrezen dat hij een bom bij zich draagt, of dat we banden met terroristen vrezen. Er is iets anders aan de hand.

Normaal bestaat niet meer

Maar goed, het leven gaat door.

In de maand dat ik in Brussel heb gewoond, op uitnodiging van de literaire organisatie Passa Porta, heb ik geen zin zo vaak gehoord als die.

Maar al snel tijdens mijn maand begint te dagen dat een evenaring van het goede leven van voor de aanslagen niet alleen onmogelijk, maar ook onzinnig is. Ook burgemeester Yvan Mayeur (Parti Socialiste) benadrukt dat het hele begrip 'normaal' niet meer van toepassing is op Brussel en dientengevolge 'helemaal moet worden herzien'. Brussel is veranderd, het is alleen nog de vraag wat die veranderingen inhouden, en welk Brussel we eigenlijk bedoelen. Elke Brusselaar, misschien wel elke Belg, neemt bewust of onbewust deel aan de zoektocht naar een antwoord op deze moeilijke vraag.

Beeld An-Sofie Kesteleyn

Kernloosheid is de ziel van de stad

En dat is zwaar. Want Brusselaars definiëren zichzelf niet graag, daarvoor is de identiteit van de wereldstad altijd te complex en pluriform geweest; iedereen komt van elders en heeft een ander verhaal, niemand voelt zich representatief voor Brussel. Brussel is het stedenbouwkundige equivalent van een archipel, een stelsel van eilandjes die alle hun eigen cultuur, taal en geschiedenis meedragen. Of je nu met echte Brusselaars spreekt of de verslagen van buitenlandse schrijvers over Brussel leest, dat is de gemene deler: de 'kernloosheid' is juist de ziel van de stad. En eerlijk is eerlijk, die kernloosheid is charmant. Het is bevrijdend om niet door iedereen verstaan te kunnen worden, het is bevrijdend om mensen te zien glimlachen om dagelijkse misverstanden, het veroorzaakt een speelsheid die in Nederland, waar men een misverstand toch vooral beschouwt als een communicatief falen, veelal ontbreekt.

Maar goed, het leven gaat door. Eerst interpreteerde ik de uitspraak als niet meer dan een melancholische verzuchting. Later begreep ik dat er ook een grote angst achter schuilgaat; de angst dat Brussel definitief van karakter zal veranderen. En dat is een reële angst. Want juist de kernloosheid, de aanwezigheid van vele min of meer autonome buurten is een van de redenen geweest dat de veiligheidsdiensten beperkt inzicht hebben in de radicaliseringsprocessen van moslims, en dat een gemeente als Molenbeek de terrorist Salah Abdeslam zo lang in haar schoot heeft kunnen verbergen. Vanuit veiligheidsperspectief is een pluriforme stadsidentiteit onwenselijk of zelfs ronduit gevaarlijk.

De vraag die altijd opkomt in westerse steden getroffen door een aanslag: past de stad zich aan om haar bewoners meer veiligheid te bieden of kiest ze ervoor zichzelf ten koste van alles te behouden, is voor Brussel nagenoeg onmogelijk te beantwoorden. Een oude man die mij in een boekwinkel aanspreekt, zegt het mooi: 'Alles wat onze stad bijzonder maakt, maakt ons tegelijk kwetsbaar.'

Beeld An-Sofie Kesteleyn
Beeld An-Sofie Kesteleyn

Schuld en boete

Sinds de aanslagen staan de verhoudingen begrijpelijkerwijs op scherp. Misverstanden en escalaties liggen dagelijks op de loer.

De meeste Belgen verlangen terug naar de luwte. Sommigen, ingefluisterd door steeds sterker wordende extreem-rechtse stemmen, zinspelen op een vredig en eenkleurig België (dat vermoedelijk nooit heeft bestaan). Zij dragen spandoeken, roepen leuzen, of bestendigen elkaars al dan niet discriminatoire zorgen in het café, en duiken op bij elke demonstratie of manifestatie. (En ze worden dikwijls snel verwijderd door de politie.) Maar ook in vrijzinnige kringen wordt het taalgebruik harder, valt me op. Het woord 'islamofoob' duikt geregeld op in discussies, in het café of in de krant, alsof het gaat om een filosofisch verantwoorde term. Ook linkse denkers 'eisen het recht op om op te komen voor hun cultuur' (dixit Herman Brusselmans in De Standaard). Hoe vaker ik dat citaat lees, des te beter ik begrijp dat het een vrijbrief is om lucht te geven aan alle vooroordelen die men lange tijd heimelijk heeft gekoesterd.

Gematigde moslims daarentegen voelen juist weer de sterke behoefte om hun islamitische identiteit te benadrukken. Zo zijn er in Molenbeek talrijke voorbeelden te vinden van jonge moslima's die vóór de aanslagen in Parijs en Brussel nog nooit een hoofddoek hadden gedragen, maar daags erna ineens mét hoofddoek op straat liepen. Wanneer ik ze erover bevraag, zeggen ze het signaal te willen afgeven dat niet alle moslims terrorist zijn. Maar het signaal dat menigeen oppikt (ook ik, voordat ik hen aansprak): ze betuigen hun solidariteit aan de terroristen.

Beeld An-Sofie Kesteleyn
Beeld An-Sofie Kesteleyn

Ietwat in zichzelf gekeerd met weinig vijandigheid

Iedereen vindt dat de ander hen provoceert. Dit legt een verontrustend grote druk op zowel de Brusselaars zelf als op de overheidsdiensten van de stad. Men probeert zo stoïcijns mogelijk te leven, maar zodra iets van dreiging wordt waargenomen, nemen de zenuwen een vlucht. Wanneer een Arabisch uitziende man in de supermarkt iets te lang zijn binnenzakken afzoekt voor kleingeld, komt het personeel aangesneld; wanneer een groep gezette, kale mannen iets te doelloos door Molenbeek loopt, vormen zich op de stoep steeds meer groepjes bezorgde Molenbekenaars.

Meer bewijs volgt wanneer ik midden in een demonstratie terechtkom, eveneens in Molenbeek. De wijk, die in de internationale pers te boek is komen te staan als een broeinest van jihadisten, blijkt overigens een ietwat in zichzelf gekeerde buurt, waar nergens een krant te kopen valt, maar waar van vijandigheid weinig sprake is. Een geboren Ethiopiër komt op me afgelopen en biedt me een kop koffie aan; hij ziet aan me af dat ik hier niet vandaan kom. Zijn moeder woont in Molenbeek, hij komt hier al tien jaar elke week. Het grote probleem is volgens hem dat iedereen wacht op de eerste stap; de Molenbekenaars willen hulp van de gemeente, de gemeente wacht tot de Molenbekenaars het goede voorbeeld geven en gladjes integreren.

Beeld An-Sofie Kesteleyn

Een volstrekt onnodige escalatie

Het overgrote deel van de bewoners heeft een Noord-Afrikaans uiterlijk. Wat degenen die ik aanspreek, bindt: droefenis over de aanslagen, grote socio-economische zorgen en een diep wantrouwen jegens al die journalisten die er nu al maanden rondzwerven.

Een dag eerder werd hier een bijeenkomst van de extreem-rechtse Génération Identaire verboden. Vandaag lijkt het, dankzij een veelheid aan ME, politie en legervoertuigen, rustig te blijven. Maar deze aanstaande anticlimax, in combinatie met de immer draaiende camera's, is aan enkele jonge Molenbekenaars (van rond de 15 jaar) niet besteed. Zij besluiten in omgekeerde richting te gaan, naar het Beursplein, het officieuze rouwcentrum van Brussel. Zo'n tweehonderd jonge toeschouwers volgen de kleine voorhoede. De sfeer is gespannen, maar een grootschalige confrontatie ligt niet in de lijn der verwachting. Dan maakt de ME een plotselinge charge, niet alleen op de relschoppers, maar ook op de aanwezige journalisten en omstanders, onder wie ikzelf. De ME'ers duwen en delen enkele klappen met hun gummiknuppel uit, ik ontkom niet aan een tik. Het is een volstrekt onnodige escalatie, die onderstreept hoe zwaar de druk is waaronder de Brusselse diensten zichzelf geplaatst zien. (Alsook hoe slecht ze daarmee omgaan.)

Beeld An-Sofie Kesteleyn

Het trauma als identiteit

Brussel, misschien wel heel België, moet zichzelf heruitvinden, heet het. Pr-bureaus krijgen, zo wordt me verteld door een medewerker, dagelijks verzoeken van gerenommeerde culturele instellingen, concertzalen en restaurants, die met lede ogen aanzien dat men en masse thuisblijft. Sommige commentatoren trekken de irrationele vergelijking met de situatie na Dutroux: er moet niet alleen een politieke of een economische rehabilitatie plaatsvinden, maar een ware wedergeboorte.

Maar hoe zou die nieuwe identiteit waar iedereen het over heeft eruit moeten zien?

Het zal jaren duren voordat we daar een sluitend antwoord op kunnen geven. Vooralsnog voeren vooral de uiterste 'kampen' van het politieke spectrum in de media het woord, de veel grotere middengroep heeft maar één ding aan het hoofd: herstellen van de tragedie. Als ik al iets van een Brusselse identiteit moet benoemen (onbegonnen werk), is het dat: een diep verdriet. Van de pakweg honderd mensen die ik vraag naar hetgeen de Brusselaars bindt, noemen meer dan negentig de aanslagen. Athenaeum-leerlingen, bejaarden, mensen met een Arabische achtergrond, restauranthouders, obers, schrijvers en intellectuelen; alleen over hun wonden zijn ze het eens.

Beeld An-Sofie Kesteleyn

Wie het trauma niet deelt, hoort er niet bij

Natuurlijk bestaat er zoiets als het typisch Brusselse gevoel voor absurdisme, voor zelfspot, natuurlijk is er een invented tradition als de tweejaarlijkse Zinneke-parade, ontstaan in 2000, het jaar dat Brussel Hoofdstad van Europa was. Bij de Zinneke-parade slaan verenigingen, scholen, culturele centra, ateliers en jeugdhuizen de handen ineen om op straat muziek te maken, te dansen, kostuums en decors te tonen. Maar over dit soort folklore hoor ik nu niemand. Voor nu is het werkelijk alsof het trauma de identiteit is geworden.

En wie het trauma niet deelt, hoort er niet bij. Wie zich om te etteren richting Beursplein begeeft, krijgt de knuppel. En wie het collectieve rouwriteel bij het passeren van metrostation Maalbeek verstoort, wordt weggekeken. Op dat moment hoort iedereen stil te zijn, en mag je niet proberen goedkope parfum te verkopen.

De zoektocht naar een identiteit verloopt grillig; soms heerst op straat vooral de sfeer van verbroedering, tegelijk heeft de zoektocht een dwingend karakter. Er wordt actieve participatie gevraagd en wanneer deze niet geleverd wordt, is de kans op uitsluiting groot.

Beeld An-Sofie Kesteleyn

De beste versie van zichzelf

Maar het kan ook iets moois opleveren, voor een stad waarin bijna zeven op de tien inwoners van vreemde origine zijn, en meer dan één op drie een niet-Europese afkomst heeft. Want ook minderheden krijgen nu, wellicht zelfs meer dan het geval was voor de aanslagen, de kans om bij Brussel te horen. Door zich openlijk te distantiëren (wat niet veel minderheden doen), of door openlijk te treuren (wat wel veel minderheden doen).

Het Beursplein, het centrum van de rouw, is daags voor mijn aankomst nog het decor geweest van ongeregeldheden tussen tous ensemble-rouwers en extreem-rechtse hooligans. Maar de weken daarop heerst er voornamelijk rust. Een boekettenzee ligt langs de gehele breedte van de Beurs. De ogen van een stenen leeuw zijn afgebonden door een Vlaamse vlag. Vele Noord-Afrikaanse vlaggen hangen aan het timpaan. Volwassenen, zowel moslim als niet-moslim, blazen bellen. Kinderen maken krijttekeningen, jongens en meisjes maken filmpjes die ze op Instagram zullen posten. Mensen zingen Stromae of Bob Marleys One Love.

Iedereen hier lijkt vastbesloten om voortaan als de beste versie van zichzelf door het leven te gaan. En de saamhorigheid is oprecht. Oprecht en wrang; zonder de aanslagen zou ze er niet zijn geweest. En natuurlijk lopen er, zoals op alle drukke plekken in de stad, militairen met automatische geweren rond.

Beeld An-Sofie Kesteleyn
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden