De bruinvis is gevoelig en heeft een goed geheugen

Hij is geen vis en hij is niet bruin. Daarom had de bruinvis beter Noordzeedolfijn kunnen heten, vindt Ron Kastelein. Dan zouden we ons misschien ook wat meer betrokken voelen bij dit leuke dier.

Beeld Anne Geene

'Hij is het kleinste dolfijntje van de wereld. Een kustdolfijntje van oorsprong. Je zag hem vroeger in havens en hij figureerde veel op schilderijen met zeilschepen. Hij werd ook wel zeevarken genoemd, want het is een zoogdier en geen vis. Bruin is hij ook al niet. Het is eigenlijk jammer dat hij bruinvis heet. Als we hem het grijze Noordzeedolfijntje hadden genoemd, dan hadden we ons zijn lot vermoedelijk eerder aangetrokken.

'Sinds we schepen hebben met motoren zijn bruinvissen uit de havens verdwenen. Want ze mijden geluid. Ze hebben een enorm gevoelig gehoor. Ze zijn de fluisteraars van de zee. Als hun sonar te hard zou staan, als ze te veel geluid zouden uitzenden, dan zou de orka denken: hé, er is een lekker hapje in de buurt. Hij moet dus op zijn hoede zijn - voor orka's, tuimelaars en voor grijze zeehonden. Omdat hij zo'n zacht geluid uitzendt, is de echo die hij weer moet opvangen nog zachter. Vandaar dat zijn gehoor ultragevoelig is.

'Het wrange is dat de bruinvis daardoor ook extra gevoelig is voor de geluiden die de mens produceert. Met ons geluid hebben wij de hele biotoop van dit dier veranderd. Ze leven nu nauwelijks nog langs de kust. Maar ook in de rest van de Noordzee is er permanent lawaai. Dat wordt in de komende jaren, als alle Noordzeelanden windmolenparken gaan bouwen, alleen maar erger. Als je hier voor de kust een paal in de grond heit, dan hoor je dat onder water tot in Schotland. Een bruinvis binnen een kilometer afstand van zo'n klap is direct doof en gaat uiteindelijk dood. Hun gedrag wordt beïnvloed door heigeluid; ze zwemmen er 30 kilometer van weg. Dat is lastig, want de Noordzee is maar 100 tot 200 kilometer breed.

De bruinvis (Phocoena phocoena)

Kenmerken
De kleinste tandwalvis van de Noordzee.

Lengte
1,35-1,90 m.

Gewicht
tot 75 kilo.

Leefgebied en verspreiding
Onder meer in de kustwateren van de noordelijke Atlantische en Grote Oceaan, in de Middellandse Zee en de Noordzee. Leeft voornamelijk in zout water, maar kan ook in brak water worden aangetroffen.

Leefwijze
Moet boven water komen om adem te halen. Als hij jaagt, duikt hij ongeveer vier minuten onder water, waarbij hij een diepte van 200 meter kan halen.

Nieuwsgierig

'We doen hier in bassins al jaren geluidstesten met twee bruinvissen, Ben en Jerry. Toen ik begon met onderzoek naar bruinvissen was er zowat niets over de diersoort bekend, vermoedelijk omdat hij bruinvis heette en omdat hij niet zoals tuimelaars hoog boven het water uit springt.

'Maar het zijn heel leuke dieren om mee te werken. Slim - ze komen qua intelligentie in de buurt van apen. Ze zijn ook prettig in de omgang. Ze leven in principe solitair, ze hebben in tegenstelling tot tuimelaars niet zo'n rangorde in de familie, waarbij er vaak spanningen zijn. Ze zijn ook erg nieuwsgierig. Ze volgen me overal als ik hier bezig ben.'

'Bruinvissen leefden hier vroeger volop voor de kust, maar zijn in de jaren vijftig verdwenen. In de jaren zeventig en tachtig kwamen ze massaal terug vanuit de noordelijke Noordzee. Bruinvissen volgen hun voedsel - haring, wijting, makreel, sprot. Volgens zeer ruwe tellingen leven er in de Noordzee nu rond de 250 duizend bruinvissen. In de Oosterschelde, waar het relatief rustig is, leven er ook enkele tientallen en kun je ze soms zien.

'In het leven van de bruinvis draait eigenlijk alles om voedsel. Hij is klein en heeft een hoog metabolisme. Ze hebben enorm veel vet in verhouding tot hun spieren; ongeveer de helft van hun lichaamsgewicht is vet. Dat hebben ze nodig om warm te blijven. Een bruinvis moet daarvoor iedere dag 8 tot 10 procent van zijn lichaamsgewicht eten. Als hij een paar maaltijden mist, kan dat al fataal zijn.

'In deze tijd van het jaar stranden relatief veel dode of zieke jonge bruinvissen op onze kust. Ze worden in juni geboren. Dan blijven ze een maand of elf bij de moeder. Daarna moeten ze de omschakeling maken van moedermelk naar vis vangen. Als ze daar niet handig genoeg in zijn, redden ze het niet.

'Met echolocatie lokaliseren ze hun voedsel. Ze horen welke richting de vissen op zwemmen en wat de grenzen van het zwemgebied zijn. De mythische eigenschappen die mensen aan dolfijnen toedichten - het idee dat ze gedachten kunnen lezen - hebben daar ook mee te maken: gespannen spieren geven een andere echo dan ontspannen spieren, dat kunnen dolfijnen horen.

'De belangrijkste doodsoorzaak van bruinvissen is nog altijd de visserij. De helft van de dieren die aanspoelen heeft sneeën van netten, waarin ze verstrikt zijn geraakt. Dat probleem is al jaren bekend en het is pijnlijk dat het nog altijd niet is opgelost. Een ander probleem: het drukke scheepvaartverkeer. Door het permanente bromgeluid kunnen vissen elkaar niet goed meer horen.

Akoestische verstoring

'Door de bouw van de windmolenparken zullen in de komende jaren tijdelijk grote stukken leefgebied voor bruinvissen verdwijnen. Alsof je een bos omzaagt in een biotoop van apen. We bekijken nu wat we ertegen kunnen doen. Zelf heb ik een apparaat ontwikkeld dat je kunt plaatsen bij zo'n heipaal. Het geluid van dat apparaat wordt steeds harder, waardoor de bruinvissen langzaam weg kunnen zwemmen voor het heien begint. Het goede nieuws is dat de bruinvis nu, vanwege zijn ultrafijne gehoor, normbepalend is voor de akoestische verstoring in zee.'

'Ben en Jerry zijn ooit gestrand, opgevangen en niet teruggezet. Jerry is slim, maar het wordt hem al snel te saai. Ben is niet zo slim, maar hij is wel iedereens vriend en als ik zeg: een rondje naar rechts, dan doet hij dat graag honderd keer achter elkaar.

'Omdat ik erg gespitst ben op de zintuigen, heb ik geleerd me te verplaatsen in de dieren. Wij doen alles hier heel stil, omdat we weten dat bruinvissen gevoelig zijn voor geluid. We vragen ons ook voortdurend af: hoe zou Ben of Jerry dit voelen of zien? Als je één keer iets doet dat ze minder prettig vinden, zoals het wekelijkse meten en wegen, dan vergeten ze dat niet. We doen alles zo teder mogelijk. Als je maar even grof zou doen, werken ze niet meer mee. Juist hun fijngevoeligheid maakt het zulke leuke, interessante dieren.'

Ron Kastelein (55) is maritiem bioloog en directeur en oprichter van onderzoeksinstituut Seamarco.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden