De brommerkoerier zegt sorry en peest door

Niet de verbouwing van het Amsterdamse Museumplein, noch de concurrentie van auto- en fietskoeriers of zelfs fax vrezen ze, maar de komst van ISDN....

Bromvliegen zijn het, uitzwermend over de straten van Amsterdam. 'Het zijn niet de braafste jongetjes van de klas, maar het zijn ook geen banjers. Wat ze ook doen, ze moeten de volgende dag wel weer op tijd op hun werk zijn. Ik heb altijd veel respect voor ze gehad.'

Stef Bouwhuis, pionier, godfather en ondergangsprofeet van de verguisde Amsterdamse brommerkoerier, spreekt nog steeds met liefde over zijn vroegere werknemers, jongens van achttien tot tweeëntwintig jaar (een enkeling is ouder) die ervan houden in volle vaart op de Honda MT 50 CC door het verkeer te racen. De MT volgde jaren geleden de Peugeot 103 op. Hij is wendbaar, licht, snel en fel en alle koeriers zweren erbij. Maar hij wordt sinds kort niet meer geproduceerd en er is geen vervanger - behalve de fiets, die als stadskoeriersvoertuig steeds meer terrein wint. De MT's die er nu nog rijden zijn 'de laatste der Mohicanen'.

De meeste koeriers beginnen op hun zestiende als pizzakoerier en rollen vanzelf in het wereldje. Het is gevaarlijk en simpel werk en je hebt er, behalve een flinke dosis lef, behendigheid en doodsverachting, al je concentratie voor nodig.

's Morgens om negen uur stap je meteen uit bed op de brommer, om één uur neem je drie kwartier pauze en dan ga je door tot zes uur. Een koerier rijdt gemiddeld honderdzestig, honderdzeventig kilometer per dag. Ongelukken horen erbij, zeggen ze: 'Elke koerier stapt 's morgens op de brommer in de hoop dat het goed gaat. Maar soms gaat het niet goed en dan worden die gasten van de ambulance gebeld. Dat zijn echt gabbers. Ze zeiken nooit. Ze spalken gewoon je arm of je been'.

Het duurt een paar jaar voor je het volledig onder de knie hebt (vooral rent-a-bikes vormen met hun ondoorgrondelijk gescharrel een geducht gevaar op de weg), maar eenmaal voorbij het stadium van beginneling raken de meeste koeriers verslaafd aan hun werk: 'Het is met snelheid net als met sex,' zegt er een, 'als je ermee stopt wordt je doodongelukkig, je moet weten wat het is om vol gas op je MT over de Stadhouderskade te racen. Dan moet je m'n hart voelen.'

Maar plankgas is eigenlijk wel iets te hard in het drukke Amsterdamse verkeer, erkent de oudste en meest ervaren koerier: 'Je hebt elke dag wel een bijna-ongeluk en tenminste één keer in de maand een noodstop met slippende banden. Toch breken er maar weinig hun botten en zijn er in twintig jaar maar twee doden gevallen. Ik hou het er maar op dat we allemaal schijtmazzel hebben in het verkeer.'

Sommigen zijn superbehendig. 'Deze man hier,' zegt hij over een koerier die net komt aanrijden op het plein, 'maakt een wheely van hier tot het Concertgebouw, dat is rijden op je achterwiel met het voorwiel in de lucht. Niemand houdt het zo lang vol als de wheely-king. Hij draagt alleen maar een T-shirtje, dat is een teken van zelfvertrouwen.'

In Amsterdam rijden nu nog ongeveer dertig brommerkoeriers. In de hoogtijdagen waren het er tachtig, maar de fax heeft veel werk overbodig gemaakt.

Er zijn drie soorten koeriersdiensten: ophalen en afleveren binnen vierentwintig uur, binnen twee uur en binnen één uur. Die laatste, de zogenaamde spoedritten, zijn voor de brommers. 'Maar we doen het altijd sneller, dus we houden redelijk wat tijd over.' Sinds kort bestaat er echter ook een half-uur service, waardoor de kleine pauzes in de knel komen. Bouwhuis: 'Dat is niet goed, de jongens komen veel te veel onder druk te staan. Bij regen of sneeuw is dat levensgevaarlijk.' Een koerier: 'Alles rood licht en trambaan - die pleurisgang wordt je gewoon opgedrongen.'

Tussen de ritjes door, in de pauze en aan het einde van de werkdag rusten ze even uit op het Museumplein, waar altijd wel een paar sfeergroupies hun plek warm houden. Ze komen er bijna allemaal, behalve de koeriers van Swift want 'die zijn netjes'. 'Eigenlijk stonden we bij het Rijksmuseum, maar toen de half-pipe kwam zijn we bij de skaters gaan staan.' De half-pipe is de buis waar de jongens op hun skateboards vanafrazen.

Goede vrienden zijn ze niet van elkaar, de koeriers en de skaters, ook geen vijanden trouwens. Soms wisselen ze wel eens een woordje, maar niet te vaak en niet te veel. Wat moet je ook zeggen? 'Zij zijn skaters en wij zijn koeriers.'

Ook de geelgroene jongens van de klemhulp laten hun gezicht wel eens zien op het plein: 'Maar niemand weet wat die sukkels hier komen doen.'

Elke vrijdagavond om zes uur is het feest. 'Beetje gekkenhuis, soms. Stickies, house, een biertje, een pilletje, beetje kijken, beetje praten, niks bijzonders.' Het is een vriendenclub - een gang zeggen sommigen. Meestal overleggen ze op vrijdag wat ze in het weekeinde gaan doen. Een houseparty, een verjaardagsfeest bij iemand thuis, een nightmare in de funfactory in Zaandam, beetje zuipen en McNuggets eten in de Kennemerduinen. 'Vrijdagavond staat alles vast op de agenda, zaterdagavond is alles weer anders. Niks staat vast.'

Voor dit weekeinde hoeft er niets meer overlegd te worden. Als liefhebbers van keiharde gabberhouse - ter verduidelijking: 'gabber is hakken & hakken is een dansje & een dansje is uit je bol gaan & je hakt op gabberhouse & gabberhouse is een hoop herrie' - gaan ze vandaag allemaal naar de grote tweejaarlijkse Hellraiser Houseparty in Sporthal Zuid, een hoogtepunt in het leven van een koerier: 'Als je daar niet bij bent geweest moet je echt huilen.' Want een Hellraiser Party heeft te maken met de duivel en de hel. 'Mensen van de EO staan bij bosjes voor de ingang om je te waarschuwen.'

Veel ex-koeriers komen nog elke dag op het Museumplein, verslingerd aan de lome, quasi-Afrikaanse dorpspleinsfeer die er 's zomers hangt. 'Muswabi.' 'Muswaike busu.' Niemand weet wat die woorden betekenen, waar ze vandaan komen of hoe je ze schrijft ('zie maar'), maar de koeriers zeggen het om de haverklap tegen elkaar. Als ze iets grappig vinden of niet grappig, lekker of vies, slap of sterk, mooi of lelijk, bij wijze van groet, van vloek, van compliment of schouderophalen: 'Muswabi.' 'Muswaike busu.' Over de verbouwing van het Museumplein maken ze zich ondertussen geen zorgen. 'We binden ons gewoon met kettingen aan de bomen vast. Er moet een plek voor ons blijven hier.'

Horzels zijn het in de ogen van de burger. Tuig. De media hebben er, zeggen ze, flink aan meegeholpen om ze een slechte naam te bezorgen en daarom blijven ze liever anoniem. 'De koeriers zijn vogelvrij verklaard en daarom houden we ons gesloten. Dus liever geen namen, dat is schijt, weet je.' Vanwege de vijandigheid van de bevolking hebben sommige koeriers een stuk hout bij zich om van zich af te slaan als het nodig is. 'Er zitten agressieve koeriers bij, die beuken je helemaal weg als je ze voor de wielen rijdt en geen sorry zegt. Je moet sorry zeggen. Want kijk, alle jongens van onze leeftijd scheuren op brommers. Alleen wij hebben het stigma gekregen.'

Het brommerkoerieren begon rond 1972 als Amsterdamse variant op de Amerikaanse en Engelse koerier. Het was een vrij beroep, er was grote werkeloosheid, dus je kon zo aan de slag. 'De basis was de reclamewereld,' zegt Bouwhuis. 'Amsterdam was en is de reclamestad, vandaar dat het koerieren in andere steden nooit zo'n grote vlucht heeft genomen.' Quickway was de eerste, daarna kwamen Citykoerier, Robo, Swift en de anderen. De concurrentie was moordend. De meeste bedrijfjes zijn sinds kort overgenomen door EMS. Ook Bouwhuis verkocht onlangs na twintig jaar zijn koeriersbedrijf Wini aan EMS.

Hoewel er in de loop der jaren tal van andere bedrijfstakken zijn bijgekomen is de hectische, immer in tijdnood verkerende reclamewereld nog altijd de grootste afnemer.

De meeste reclameopdrachten zijn last minute ritten: met een tas vol grafisch werk of foto's van het reclamebureau naar de adverteerder, dan razendsnel met de laatste wijzigingen terug en vervolgens in vliegende vaart, ademloos voor de deadline uit per MT '50 snel' naar krant of tijdschrift, onderweg op kolderieke wijze begeleid door gebalde vuisten, scheldtirades, obsceen opgestoken middelvingers en, in het ergste geval, oprukkend uit de verte, een XT 500 CC van de politie. Een koerier: 'Je kunt nog beter een roodwitte 1000 CC van de rijkspolitie achter je aan hebben dan een XT, want die trekt gewoon op z'n achterwiel achter je aan het grasveld op.'

Boetes moeten ze zelf betalen. Een ex-koerier: 'Bij zesduizend gulden ben ik ermee gestopt, het was niet meer op te brengen.' Toch doet de politie niet echt moeilijk meer. De razzia's hebben hun werk gedaan, tegenwoordig zijn er vrijwel geen opgevoerde brommers meer. 'Een razzia is een vette controle. Met z'n allen op de rollerbank van Texaco om snelheid en decibellen te meten.' Een MT kan eigenlijk niet harder dan 50. Met een opvoersetje haal je zestig, met uitvijlen zeventig, bij nog hogere snelheden is het geen brommer meer maar een motor. De politie ziet het in een oogopslag aan het aantal ribben op het motorblok.

Vóór de komst van de koeriers werd het last minute-werk gedaan door jongste bediendes, maar die waren te netjes, te traag en te duur. Bovendien kun je ze niet in de gaten houden als ze eenmaal de deur uit zijn, terwijl de koeriers onderweg voortdurend per mobilofoon geklokt worden door de planning. Een goeie planner en een goeie koerier vormen een team waar niemand tegenop kan. 'De komst van de supersnelle koeriers betekende bij veel bedrijven dan ook het einde van de jongste bediende,' zegt Bouwhuis.

Op hun beurt worden de koeriers nu in hun voortbestaan bedreigd door een nóg snellere concurrent: ISDN (Integrated Services Digital Network), een nieuwe digitale infrastructuur die het mogelijk maakt grafisch en fotografisch werk zonder noemenswaardig verlies van kwaliteit per computer naar de andere kant van de stad te versturen, in plaats van per koerier. Dat maakt de brommerkoerier overbodig. Bouwhuis: 'Een paar zullen er wel overblijven, maar als groep, als gang is het binnenkort waarschijnlijk met ze gedaan. De fax overleefden ze. De fietskoerier, de autokoerier, de verbouwing van het plein - ook dat zouden ze nog wel overleefd hebben. Maar ISDN overleven ze niet. De tijd van de brommerkoerier is voorbij.'

Wat ze dan gaan doen? Een koerier: 'De een wordt schilder, de ander stucadoor, een derde autokoerier, een vierde gaat terug naar school.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden