De broederschap tussen een oude Koerd en een jonge Leidenaar

Onze man in Teheran

Volkskrant-journalist Thomas Erdbrink woont in Teheran. Hij bericht op deze plek meestal over het dagelijks leven in zijn land.

Opa toont een foto waarop hij een beetje op Clark Gable lijkt, vindt hij. Foto Uit het familie-album

Jaren geleden, ik was het Perzisch nog niet machtig en kon alleen met handen en voeten spreken, waren mijn beste vrienden in Iran een 4-jarig kind en een oma en opa. Mensen voor wie andere mensen geen tijd hebben.

Soort zoekt soort, overgeleverd aan elkaar trekken we samen op. Het kind leert mij Iraanse woordjes. Ik help haar met het kammen van de barbieharen. Met oma kijk ik naar eindeloze Turkse soaps, waarin mooie vrouwen altijd slechte mannen van zich moeten afslaan. Als de held eindelijk komt om de dame in kwestie te trouwen, zegt oma altijd: 'Saai! Tijd voor de volgende serie.'

Opa, een oude generaal, heeft andere interesses. Als zijn vrouw tevreden naar de buis zit te staren, geeft hij me een knipoog, opent een keukenkast en zet een fles illegale drank uit de Schotse hooglanden op tafel. Zijn favoriete merk, 'Castro', is waarschijnlijk nep, maar dat maakt niet uit. Twee glaasjes erbij, wat nootjes. 'Sit down', zegt hij met glimmende pretoogjes. En spiekt even door het raam om te kijken of mijn schoonvader niet de tuin staat te sproeien. Als die merkt wat er op tafel staat, drinkt-ie alles op.

Voor de revolutie was drank normaal in Iran. Niet voor iedereen, maar het was niet verboden, zoals nu. Iraanse films uit die tijd tonen vaak acteurs die de hele dag door glaasjes Iraanse jenever drinken. Net als in de Turkse soaps van oma worden de slechte mannen dan heel dronken en beginnen ze te vechten. Vervolgens worden ze gevloerd door de good guy. Die heeft ook stevig gedronken, maar is een echte vent, dus het doet hem allemaal niets, de drank.

In Teheran waren brouwerijen, slijterijen, bars en disco's en er was een rosse buurt. Die laatste is na de revolutie met een bulldozer platgewalst, asfalt eroverheen. Tegenwoordig is het een snelweg. De brouwerijen en andere plekken waar drank werd gemaakt, werden eerst geplunderd en later gesloten. Wie nu drinkt, kan zweepslagen krijgen.

Gniffelend schenkt opa nog wat bij. Zweepslagen? Haha, dat zien we dan wel. Hij is Koerdisch. Koerden zijn een trots bergvolk dat verspreid over Turkije, Syrië, Irak en Iran woont. Niet bang, voor niemand. Aan de muur hangen foto's van zijn vrouw op een paard. 'Dat was vroeger, toen ik nog mooi was', klaagt oma vanachter de tv als opa erop wijst. Hij pakt een andere foto waarop hij een beetje op Clark Gable lijkt, vindt hij. 'Drank geeft hem moed', sneert oma.

Een broederschap tussen een oude Koerd en een jonge Leidenaar, gesmeed door bescheiden glaasjes drank. Veel zeggen met weinig woorden. Om de paar dagen ga ik op bezoek bij oma en opa, die in het appartement onder mijn schoonouders wonen.

Naarmate mijn Perzisch beter wordt, begrijp ik steeds meer. Zo ook dat opa nog steeds boos is op mijn schoonvader die ooit zijn mooie BMW had geleend, die vervolgens gestolen werd. Nooit meer teruggevonden. Elke keer dat we eropuit gaan met mijn schoonvader en een soortgelijke auto zien, zegt opa fijntjes, 'Kijk, een blauwe BMW. Zo een had ik er ook, ooit.' Mijn schoonvader doet dan alsof hij doof is.

Toen opa jong was en in de weekenden de heuvels van Iraans Koerdistan in trok, nam hij altijd zijn camera mee. Foto's van schaduwen, een hand in het gras. Oma met een geweer. 'Hij mag blij zijn dat ik hem niet heb neergeschoten', roept oma vanaf de bank. Het liefst was hij fotograaf geworden. Waar veel mensen altijd zeggen dat het vroeger beter was, dwongen de verstikkende regels van die tijd hem om een carrière in het leger te beginnen. 'Was ik fotograaf geworden, dan had de vader van oma me zeker de deur gewezen bij mijn huwelijksaanzoek.'

Soms gaat opa naar het park. Hangen met andere mannen van zijn leeftijd. 'Op de vlucht voor onze vrouwen', grappen ze dan. Op een dag steekt hij de weg over om een krant te kopen. In de verte komt een haastige koerier in een pick-uptruck aan. Die haalt iemand in, net voor het kruispunt. De klap die ze horen als opa wordt geraakt, suist nog na in hun oren, zeggen zijn vrienden.

Bebloed en verkreukeld tref ik hem aan bij de eerste hulp van het ziekenhuis. Toevallig ben ik als eerste ter plaatse. De artsen snappen er niets van, een huilende buitenlander naast deze oude Koerdische man. Opa geeft me een schuin glimlachje. 'Niet tegen oma zeggen, hoor', fluistert hij.

Een week later staan we met zijn allen op de begraafplaats. Zijn zonen, die in de Verenigde Staten wonen en haastig zijn overgekomen, scheppen wat laatste hoopjes aarde op zijn graf. Mijn oude vriend is dood. Thuis drinken we een glaasje Castro op hem.

Twitter: @thomaserdbrink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.