De Britse muziekbladen van juni

Ineens heel veel zin om de platen Back In Black van AC/DC en Hounds Of Love van Kate Bush op te zetten. Dat is wat mooie verhalen kunnen doen. Dat is waarvoor ik iedere maand trouw een kapitaal uitgeef aan muziektijdschriften. Naar zo'n goed geschreven verhaal als dat van Sylvie Simmons in de Mojo van deze maand over AC/DC zoek je je op internet vergeefs een ongeluk, of het zijn online-versies van gedrukte verhalen. Mojo bewijst bovendien dat je in deze tijd wel degelijk succesvol kunt zijn als muziekblad want de oplage is de laatste jaren alleen maar groter geworden. Natuurlijk, ze hebben vanwege de Engelse voertaal het voordeel dat ze over de hele wereld gelezen kunnen worden, maar hoewel ik ook wel eens mopper over te veel dezelfde onderwerpen, wens ik ze volgende maand alle felicitaties toe wanneer het 200ste nummer verschijnt.

In nummer 199 dus dat AC/DC verhaal wat ik erg interessant vond, omdat het teruggaat naar het einde van de jaren zeventig toen de broers Young en zanger Bon Scott zich in Londen vestigden. Nooit zo gerealiseerd, maar dat moet voor hun een rare gewaarwording zijn geweest, dat onderscheid in punk- en hardrockscene. In Nederland noemden we de muziek van AC/DC beton. Ik hield niet van beton en eigenlijk ook niet van punk. Ik vond het allemaal te hard.

Toen in 1980 Bon Scott overleed (alcoholvergiftiging) deed me dat niks. Het was drie maanden voordat Ian Curtis overleed (volgende week 30 jaar geleden) en dat deed me heel veel.

De plaat Back In Black van AC/DC verscheen eind juli 1980, gemaakt met een andere zanger, Brian Johnson. Daar verkochten we er in de platenzaak waar ik toen net een baantje had, meteen heel veel van.

Ik was met andere dingen bezig, Closer van Joy Division bijvoorbeeld en Bass Culture van Linton Kwesi Johnson. AC/DC en de hele New Wave Of British Heavy Metal die toen opkwam ging aan me voorbij.

Het zou jaren duren voordat ik in AC/DC aardigheid kreeg. En nu ik Mojo gelezen heb, krijg ik er ineens weer heel veel zin in. Ik zal er later wellicht nog een keer op terugkomen. Net als op Hounds Of Love van Kate Bush.

Ik hield niet van Kate Bush in die tijd (1985), zoals ik ook niet dol was op Peter Gabriel. Ik ben oud genoeg om haar clip van Wuthering Heights door Ad Visser aangekondigd te zien, maar ik werd gek van dat gekir.

De laatste tijd ben ik vooral haar platen The Dreaming en Hounds Of Love gaan waarderen en hoor daar in bijvoorbeeld het werk van Joanna Newsom veel van terug. Over die platen, Dreaming (1982) en Hounds Of Love gaat het stuk in de Uncut van deze maand. Bush zelf komt niet aan het woord, wel een aantal mensen die met deze enigmatische kunstenares gewerkt hebben.

Wist nooit dat Running Up That Hill eigenlijk Make A Deal With God zou heten en denk dat het een goed idee was de titel te veranderen.

Hounds Of Love bestaat nu bijna een kwarteeuw, ook herinneringen aan en bevindingen over deze plaat later deze maand.

Q heeft ook een plaat waar ze extra aandacht aan besteden: Band On The Run van Paul McCartney & Wings uit 1973. Het maakt onderdeel uit van een veel te lange en plichtmatige McCartney special. Ik kon er niet bij wakker blijven, ook al keek ik even op van de uitverkiezing van What You're Doing tot zijn beste liedje.

Ze hebben bij Q ook weer een niet erg spannend lijstje bedacht: de meest druggy albums ooit. Op 1 de Happy Mondays met Yes Please! en verder de gebruikelijke Stones, Beatles en Barrett titels.

Grote ontbrekende Be Here Now van Oasis.

Nee, u mist aan de Q deze maand niet veel al hebben ze wel de beste recensie van het nieuwe album van The National, High Violet wat me de belangrijkste nieuwe release van deze maand lijkt.

Uncut is over de vorige platen al zo enthousiast geweest, dat ze iets gereserveerder zijn, en bij Mojo stoppen ze de recensie ergens weg. Vreemd maar ik denk dat het politiek is: The National is van Uncut, Fleet Foxes van ons. Zoiets.

Verder natuurlijk in de recensie rubrieken aandacht voor het dit weekend te verschijnen geremasterde Exile On Main Street. Daar moet ik me nog aan gaan zetten. Alle Britse weekend kranten pakten er ook al mee uit, maar ik heb er nog even geen zin in. Later deze week dus ook meer Stones.

Mooi in Uncut want handig, is het stuk over outlaw country, van de 20 beste platen in het genre kend ik nauwelijks iets, en dat is altijd prikkelend. Want de nummer 1 Red Headed Stranger van Willie Nelson, die heb ik nu net weer wel en ook vaak gedraaid. Achter Steve Young, Jessi Colter en Johnny Paycheck ga ik snel aan.

Verder genoten van de fotoreportage van Rick Wakeman's King Arthur concerten uit 1975, al hoop ik deze muziek echt nooit meer te hoeven horen.

Het langst blijven lezen deze maand in Mojo dat nog drie mooie verhalen had.

Over Pavement bijvoorbeeld, waarin volgens mij voor het eerst de bandleden NU aan het woord komen. Ook kreeg ik bijna spijt niet naar Don McLean te zijn gegaan in Carre. De man van 2 liedjes, zoals hij hier ook wordt beschreven, heeft er weer zin in en het is aardig om over die 2 liedjes (American Pie en Vincent) en die ene elpee te lezen.

Grappig dat inzetje over hoe McLean indirect nspiratiebron bleek voor Killing Me Softly van Roberta Flack. Volgens mij is dit verhaal over Lori Leiberman ook al eens verteld door Leo Blokhuis in Top 2000 A Gogo.

Laatste bijzondere verhaal is het schitterend geïllustreerde verhaal over Bob Dylan in 1970 in Woodstock. Juist die periode waarin hij zijn verguisde Self Portrait uitbracht is wat onderbelicht gebleven.

Leuk ook dat Greil Marcus terugkomt op zijn recensie met de beroemde beginzin:

What is this shit?

Niet lang over nadenken als u niet alle bladen wil kopen deze maand: het meeste plezier biedt Mojo.

Ik ga nu AC/DC en Kate Bush draaien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden