De brief die niet werd verzonden

Jaren geleden heb ik eens een lange, boze brief geschreven aan een van mijn vrienden. Ik was daarna opgelucht en na een nachtje slapen, heb ik de volgende dag de brief verscheurd, de parlando dichtregels van J.B....

Kees Schuyt

Een verscheurde brief kan soms wonderen doen. Gericht aan een vertrouwd iemand, een vriend, vriendin, psycholoog of psychiater, kan die zelfs therapeutisch werken, ook al wordt hij niet daadwerkelijk verzonden. Maar wat zou er gebeurd zijn, als ik die brief in kwaaie kwaadheid whad verzonden?

De niet verzonden brief is het symbool van een van de intrigerende onderdelen van de leer van de menselijke communicatie. Je laat namelijk iets weten zonder iets te laten weten. In de onderlinge communicatie tussen twee personen kan een moment komendat de een de relatie wil beeindigen, er mee wil stoppen, wil breken. De ander wil dat niet en stuurt wanhopig brieven (tegenwoordig komen daar e-mail en SMS-berichten voor in de plaats).

De brief die vervolgens niet meer wordt beantwoord, zegt genoeg. Iets dat niet gebeurt, een non-event, heeft vaak grotere gevolgen dan een werkelijke handeling of gebeurtenis. Voor de in de steek gelaten partij geldt echter: alles went, behalve een nonevent. Het nalaten van handelingen en het definitief niet nakomen van verwachtingen vormt een doodlopende weg. De communicatie is definitief verbroken. Volledige radiostilte. Wat moet je dan doen? Tja.

Je kan blijven treuren en humeuren: 'Had die ander nu maar dit of dat gedaan', 'was dit nou maar gebeurd', 'als dat niet gebeurd was'. Je kan ook de vingers van je twee handen naar elkaar toebrengen, ze een beetje naar boven heffen en dan, met je ogen naar boven, zeggen: 'tja'. Tja, het is nu eenmaal zo, de wereld is niet leuk, maar we zullen verder moeten.

Dit is, wat ik zou willen noemen,het tja-oe, uitgevonden door mijn vriend Jan de Vries, een psycholoog, werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Het tja-oe gaat de grote concurrent worden van het ietsisme, dat door velen wordt aangehangen, door Ronald Plasterk werd geformuleerd en bestreden. Het ietsisme wijst ook naar boven, maar dan met een hoopvolle verwachting dat er wel iets zal zijn, een niet-persoonlijke god, een hogere macht, 'iets' hogers. Het tja-oe blikt ook naar boven, maar dan als een gebaar van 'ik weet het ook niet' en er is eigenlijk niemand die het weet. Althans niet helemaal zeker weet. Een sceptische houding, die louterend werkt. Dat is de enige zekerheid waar we van uit kunnen blijven gaan.

Het is waar dat individuele levens anders zouden hebben kunnen verlopen, als bepaalde dingen wel of niet zouden zijn gebeurd. Hoeveel ontspoorde levens zouden niet op de rails gebleven zijn, als dingen, die niet gebeurd zijn, toch wel plaats gevonden zouden hebben? Of omgekeerd. Zou mijn leven niet heel anders zijn verlopen, als mijn moeder, mijn geliefde, mijn ... niet zo vroeg ontvallen zou zijn?

Wroeging en spijt zijn fenomenen, die verknoopt zijn met nonevents, met niet handelen. In de korte roman van Albert Camus, La Chute, laat een gevierde Parijse advocaat het na om een vrouw die zich achter hem in de Seine stort, te redden. Deze nalatigheid, dit niet-optreden, blijft hem achtervolgen, tot in de diepe krochten van de vuile stad Amsterdam, waar hij in een Danteske hel, boete moet doen. De ergste dingenkomen voort uit de dingen die niet gebeurd zijn. Kan men leren dergelijke gevoelens van wroeging en spijt, van melancholie en treurnis, te laten rusten? Kan men leren geen spijt te hebben over al die dingen die gebeurd zijn en al die dingen die niet gebeurd zijn? Daar is een soort taoische houding voor nodig, die met eerbied voor het verleden en zonder angst voor de toekomst in het hier en nu opgaat. Welzijn van mensen heeft hier iets mee te maken. Als ik het thans zo vaak verguisde begrip welzijn opnieuw zou mogen definin, dan zou ik het omschrijven als een fundamentele instemming met het bestaan, met alle goede en met alle kwade kanten die eraan vast zitten. Zou onze samenleving iets minder onrust en gekte vertonen, iets minder gewelddadigheid en egomanie als mensen vaker van elkaar zouden kunnen leren om met het bestaande in te stemmen en het onbestaande te laten staan? Zou zo'n situatie bevorderd kunnen worden, als meer mensen elkaar vaker brieven zouden schrijven, brieven die dan natuurlijk wel verzonden moeten worden?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden